Ben je al aangesloten bij Augeo's online platform ‘Veiligheid in gezinnen’, onderdeel van 1SociaalDomein? Je vindt er informatie, polls, je kunt er vragen stellen (en beantwoorden) en deelnemen aan webinars. De thema’s sluiten aan bij de thema’s van Augeo Magazine.

Binnenkort komt er een webinar over 'de stem van kinderen'. Dat kondigen we aan op 1SociaalDomein. Deze aankondiging en meer inspiratie ontvangen? Aanmelden is kosteloos.

Praat mee op 1Sociaaldomein

In de animaties van de Breinbijsluiter krijgen jongeren informatie over hoe ingrijpende ervaringen en langdurige stress invloed hebben op de ontwikkeling en het functioneren van het brein. En over wat hun brein nodig heeft om zich desondanks gezond en veerkrachtig te ontwikkelen.

Bekijk ook de handleiding met handige tips over hoe je de Breinbijsluiter in je werk met jongeren kunt inzetten.

Informatie geven over stress en het brein

Waarom mag papa niet meer thuis wonen? Hoe komt het dat mama de hele dag in bed ligt? Kinderen die onveilig opgroeien hebben veel vragen en bedenken vaak hun eigen antwoorden. Aan een duidelijker en eerlijker verhaal over hun situatie kan iedere volwassene in de omgeving bijdragen. Hoe? Dat lees je in dit interview met twee ervaren Signs of Safety-trainers in Augeo magazine.

Uitleg over wat er thuis aan de hand is
Leestip van Margreet Timmer

Kinderpsychiater Bruce Perry schreef samen met Maia Szalavitz, De jongen die opgroeide als hond: een goed leesbaar boek met veel praktijkvoorbeelden voor iedereen die met kinderen werkt. Het gaat over de impact van vroeg kinderlijk trauma op de breinontwikkeling en over het feit dat herstel mogelijk is.'

Kinderen komen soms met verrassend praktische oplossingen. Zoals die 8-jarig jongen, wiens moeder van het tv-programma The Nanny had geleerd dat kinderen voor straf net zo veel minuten naar de gang moeten, als ze jaren tellen. Ook papa moest naar de gang als hij boos werd, stelde de jongen voor tijdens het opstellen van het veiligheidsplan, wel 100 minuten, want hij was ten slotte al oud. Na het afkoelen mocht hij terugkomen. ‘De jongen vulde aan: “Pap, kom dan ook even tegen me zeggen dat je boze bui over is.” Dat vond ik een heel mooie boodschap.’

Praktische oplossingen

Uit onderzoek van bijvoorbeeld Het Vergeten Kind (2024) en Bruning (Kind in proces, 2020) blijkt dat kinderen te weinig gehoord worden als in een gezin huiselijk geweld of kindermishandeling speelt. Dat is bij het opstellen van een veiligheidsplan niet anders, denkt Timmer. Dat komt in de eerste plaats doordat er bij deze gezinnen zo veel verschillende professionals en organisaties betrokken zijn.

We hopen of denken vaak dat die ándere hulpverlener wel met de kinderen zal praten. Of we voelen ons niet de aangewezen persoon. ‘Dat is vaak vanuit de gedachte: ik ben maar een schakeltje in de keten,’ zegt Timmer.

Professionals vinden het betrekken van kinderen bovendien ingewikkeld en zijn bang dat het voor hen te aangrijpend is. Bij signalen van seksueel misbruik komt daar nog bij dat er een balans moet worden gevonden tussen de eisen van een eventueel strafrechtelijk onderzoek en het bieden van psychosociale hulp. Timmer: ‘Soms vertelt een kind erover, maar gebeurt er vervolgens niks. Omdat de hulpverlener niet weet wat hij of zij ermee aan moet of bang is om door te vragen. Ik zeg altijd: ga er eerst eens vanuit dat het wél gebeurd is, wat zou je dan doen?’

Wanneer de ouders in dit soort acute situaties niks willen zeggen over geweld of misbruik, ontstaat er grote druk op het kind om te zeggen wat er écht speelt. ‘Als een kind dan niks zegt, betekent dat natuurlijk niet dat er niks aan de hand is,’ zegt Timmer. ‘Misschien heeft het er goede redenen voor. Dus volg het kind en zorg dat je er als hulpverlener echt bent, met volle aandacht.’

Het is dan belangrijk nooit de bewijslast bij de kinderen te leggen. Als professional zul je ook met andere personen moeten spreken.

Schakeltje in de keten

‘Professionals zeggen soms: “Stel je voor dat het kind heftige dingen hoort.” Terwijl dat natuurlijk niks nieuws is voor het kind’

Bij acute of structurele onveiligheid voor kinderen binnen een gezin, zoals ernstige verwaarlozing, (psychisch) geweld of seksueel misbruik, wordt er op initiatief van Veilig Thuis een veiligheidsplan opgesteld. Doel van het plan: onveiligheid stoppen en nieuwe onveiligheid voorkomen.

Het plan beschrijft concreet om wat voor soort geweld het gaat, wanneer het zich voordoet, hoe vaak en hoe lang al, en wat de impact is op de kinderen. Maar ook wat beschermende factoren zijn.

Een veiligheidsplan wordt gemaakt met alle betrokkenen in het netwerk. Je spreekt samen af wie er op welke manier zorgt dat de gezinssituatie weer veilig wordt. Er staan concrete afspraken in voor directe veiligheid, vertaald naar dagelijkse situaties. Daarnaast staat beschreven wat de overleg- en de evaluatiemomenten zijn.

Wat is een veiligheidsplan?
interview

6,5 min.

Annette Wiesman

Professionals schrikken er soms voor terug om kinderen aan tafel te vragen, merkt ze. ‘“Stel je voor dat ze heftige dingen horen”, zeggen ze weleens, of: “Stel dat mensen boos worden op elkaar”. Terwijl dat natuurlijk niks nieuws is voor het kind. Tijdens de bijeenkomst kun je het juist hebben over wat er op zo’n moment gebeurt en hoe het anders kan.’

Kinderen die te jong zijn, kunnen er in het begin even bij zijn om hun verhaal te vertellen of een tekening te laten zien. ‘Later kun je het veiligheidsplan aan de kinderen laten zien en uitleggen: dit is wat we samen hebben afgesproken.’

‘De kinderen die bij de netwerkbijeenkomst aanwezig zijn, begeleiden en bereiden we goed voor,’ zegt Timmer. ‘We vragen het kind naar specifieke situaties waarin het geen aandacht kreeg, of ruzie of geweld meemaakte. Maken samen een tijdlijn van wat er is gebeurd: ook van de momenten waarop het kind zich wél gezien voelde. En: wat moet er volgens het kind gebeuren om het geweld te stoppen?

We vertellen kinderen ook wat er tijdens de netwerkbijeenkomst gaat gebeuren, vragen wat zij belangrijk vinden en helpen ze hun wensen te formuleren, geschreven of aan de hand van tekeningen,’ zegt Timmer.

Bij de netwerkbijeenkomst kunnen naast de ouders en kinderen (vanaf een jaar of 9), en familieleden die goed op de hoogte zijn, ook een goede vriend of buurvrouw aanwezig zijn. Plus de betrokken professionals. Ze vertellen over de volgens hen schadelijke momenten voor de kinderen, de momenten waarop het wél goed gaat en wat er nodig is om die momenten te behouden. ‘Het is enorm belangrijk dat alle gezinsleden en hun netwerk aanwezig zijn, en niet slechts enkelingen,’ zegt Timmer. ‘Alleen zo ontstaat er een compleet beeld.’

Bovendien, benadrukt Timmer, kun je dit soort problemen niet oplossen in hetzelfde kleine kringetje als waarin ze zijn ontstaan. ‘Daar heb je anderen voor nodig.’

Professionals zijn maar beperkte tijd betrokken en vertrekken op een gegeven moment weer. ‘Terwijl het natuurlijke netwerk beschikbaar is op de momenten waarop het spannend wordt,’ zegt Timmer. ‘Als zo’n netwerk er niet is, moet het onderdeel van het plan zijn om dat op te bouwen.’

Het begint met een melding bij Veilig Thuis. ‘Wat je het eerst doet, is achterhalen wat de escalatie precies inhoudt,’ vertelt Margreet Timmer. ‘Waardoor komt dit gezin nu in beeld? Om een goede inschatting van de onveiligheid te maken, moet je het patroon kennen. Wordt het geweld de laatste tijd bijvoorbeeld steeds heftiger, of gaat het een tijdje goed en dan ineens mis? Is er tijd om eerst met ouders aan de slag te gaan en kleine stapjes te zetten, of moet er snel iets gebeuren?’

In situaties van structurele onveiligheid die niet leiden tot een gedwongen kader, draagt Veilig Thuis de regie vaak over aan het wijkteam. In situaties van acute onveiligheid maakt Veilig Thuis de eerste afspraken met het gezin voor het veiligheidsplan.

Het uiteindelijke plan ontstaat tijdens een netwerkbijeenkomst. Ter voorbereiding houdt de verantwoordelijke professional met alle gezinsleden afzonderlijk een gesprek.

Margreet Timmer is directeur van de opleidingsbureaus TIMM Consultancy en Het LOCK. Ze traint hulpverleners en onderwijsprofessionals in o.a. veiligheidsplanning, gesprekken met kinderen, traumasensitief werken en de aanpak van kindermishandeling. Ze werkte in de jeugdzorg en jeugdbescherming en was vijf jaar kindbehartiger.

Kinderen moeten betrokken worden bij het maken van een plan dat hun veiligheid thuis garandeert. Trainer Margreet Timmer leert professionals hoe je die inspraak vorm kunt geven: ‘We vragen het kind vooral: wat moet er volgens jou gebeuren?’

Een tijdlijn van goede en slechte momenten
Ruimer dan het kleine kringetje
Zo praten kinderen mee over een veiligheidsplan

We denken vaak dat die ándere hulpverlener wel met het kind zal praten. Of we voelen ons niet de aangewezen persoon

In situaties waarin acute onveiligheid lijkt te spelen, is het dilemma soms: hoeveel ruimte kun je geven aan de wensen van een kind als de tijd dringt en de onveiligheid zo snel mogelijk moet stoppen? ‘Je wilt weten wat kinderen denken, maar ze niet verantwoordelijk maken voor de veiligheid,’ legt Timmer uit. Ze vindt het belangrijk om ook in die gevallen het kind te vragen hoe het de situatie ervaart. Neem bijvoorbeeld een 10-jarig meisje dat bij haar gescheiden moeder woonde. ‘Ze vertelde dat haar moeder haar laatst aan de kant duwde en dat ze toen hard ergens tegenaan gevallen was. Nu liep ze op haar tenen om mishandeling te voorkomen. De relatie met haar vader was op dat moment slecht; ze voelde zich door hem in de steek gelaten omdat hij bij zijn vriendin was gaan wonen.’ Ingrijpen lag voor de hand, maar het meisje had duidelijk gezegd dat ze eerst met haar moeder wilde praten, vertelt Timmer. Zij was daar als kindbehartiger bij. ‘We hebben toen een afspraak gemaakt: wat kunnen we de komende dagen doen, wat is nodig, en wat is verantwoord om van jou als kind te vragen?’ Tijdens de netwerkbijeenkomst las het meisje zelf haar verhaal voor. Ze voelde zich erg gesteund door haar vader, die ook ‘sorry’ tegen haar zei. Dat zorgde voor relatieherstel. Na de bijeenkomst ging het meisje met hem mee naar huis. Timmer: ‘Als we het meisje niet gehoord hadden, was het elders naartoe gebracht. Maar dan was ze waarschijnlijk weggelopen, terug naar haar moeder. Of ze had gedacht: laat maar zitten, ik zeg nooit meer wat.’

Ook in acute situaties

Timmer noemt als voorbeeld van geslaagde betrokkenheid van een kind: een netwerkbijeenkomst rondom een 17-jarige jongen die, na jaren in een jeugdzorginstelling, weer thuis kwam wonen. ‘Hij was altijd agressief geweest tegen zijn 11-jarige broertje. Hij stelde zelf voor om er pas later bij te komen, als zijn broertje zijn verhaal gedaan had.’

Of neem de jongen die in beeld kwam vanwege schoolverzuim en agressief gedrag tegen zijn vader. Timmer zette samen met hem op papier welke gedachten tot zijn boosheid leidden en wat hem zou helpen. ‘Eerst wilde hij dat ik zijn verhaal voorlas, maar uiteindelijk heeft hij het zelf gedaan, met zijn ouders, een oom en een tante erbij. Waardoor zij merkten: hé, hij heeft hier écht over nagedacht. Zowel bij de ouders als bij hemzelf ontstond er meer ruimte en begrip. Daardoor was het makkelijker om afspraken te maken.’

Geslaagde betrokkenheid

Voor kinderen die deelnemen aan de bijeenkomst, is het prettig om een vertrouwd persoon bij zich te hebben. Dat kan een vriend of vriendin zijn, een familielid of iemand van school. ‘Let op dat het iemand is die het kind zelf genoemd heeft. Ik heb meegemaakt dat school niet de vakdocent waar het kind vertrouwen in had, maar de mentor wilde sturen. Omdat ze dat passender vonden.’

Naast een vertrouwd persoon

deel dit artikel

Ben je al aangesloten bij Augeo's online platform ‘Veiligheid in gezinnen’, onderdeel van 1SociaalDomein? Je vindt er informatie, polls, je kunt er vragen stellen (en beantwoorden) en deelnemen aan webinars. De thema’s sluiten aan bij de thema’s van Augeo Magazine.

Binnenkort komt er een webinar over 'de stem van kinderen'. Dat kondigen we aan op 1SociaalDomein. Deze aankondiging en meer inspiratie ontvangen? Aanmelden is kosteloos.

Praat mee op 1Sociaaldomein

In de animaties van de Breinbijsluiter krijgen jongeren informatie over hoe ingrijpende ervaringen en langdurige stress invloed hebben op de ontwikkeling en het functioneren van het brein. En over wat hun brein nodig heeft om zich desondanks gezond en veerkrachtig te ontwikkelen.

Bekijk ook de handleiding met handige tips over hoe je de Breinbijsluiter in je werk met jongeren kunt inzetten.

Informatie geven over stress en het brein

Waarom mag papa niet meer thuis wonen? Hoe komt het dat mama de hele dag in bed ligt? Kinderen die onveilig opgroeien hebben veel vragen en bedenken vaak hun eigen antwoorden. Aan een duidelijker en eerlijker verhaal over hun situatie kan iedere volwassene in de omgeving bijdragen. Hoe? Dat lees je in dit interview met twee ervaren Signs of Safety-trainers in Augeo magazine.

Uitleg over wat er thuis aan de hand is
Leestip van Margreet Timmer

Kinderpsychiater Bruce Perry schreef samen met Maia Szalavitz, De jongen die opgroeide als hond: een goed leesbaar boek met veel praktijkvoorbeelden voor iedereen die met kinderen werkt. Het gaat over de impact van vroeg kinderlijk trauma op de breinontwikkeling en over het feit dat herstel mogelijk is.'

Praktische oplossingen

Kinderen komen soms met verrassend praktische oplossingen. Zoals die 8-jarig jongen, wiens moeder van het tv-programma The Nanny had geleerd dat kinderen voor straf net zo veel minuten naar de gang moeten, als ze jaren tellen. Ook papa moest naar de gang als hij boos werd, stelde de jongen voor tijdens het opstellen van het veiligheidsplan, wel 100 minuten, want hij was ten slotte al oud. Na het afkoelen mocht hij terugkomen. ‘De jongen vulde aan: “Pap, kom dan ook even tegen me zeggen dat je boze bui over is.” Dat vond ik een heel mooie boodschap.’

We denken vaak dat die ándere hulpverlener wel met het kind zal praten. Of we voelen ons niet de aangewezen persoon

In situaties waarin acute onveiligheid lijkt te spelen, is het dilemma soms: hoeveel ruimte kun je geven aan de wensen van een kind als de tijd dringt en de onveiligheid zo snel mogelijk moet stoppen? ‘Je wilt weten wat kinderen denken, maar ze niet verantwoordelijk maken voor de veiligheid,’ legt Timmer uit. Ze vindt het belangrijk om ook in die gevallen het kind te vragen hoe het de situatie ervaart. Neem bijvoorbeeld een 10-jarig meisje dat bij haar gescheiden moeder woonde. ‘Ze vertelde dat haar moeder haar laatst aan de kant duwde en dat ze toen hard ergens tegenaan gevallen was. Nu liep ze op haar tenen om mishandeling te voorkomen. De relatie met haar vader was op dat moment slecht; ze voelde zich door hem in de steek gelaten omdat hij bij zijn vriendin was gaan wonen.’ Ingrijpen lag voor de hand, maar het meisje had duidelijk gezegd dat ze eerst met haar moeder wilde praten, vertelt Timmer. Zij was daar als kindbehartiger bij. ‘We hebben toen een afspraak gemaakt: wat kunnen we de komende dagen doen, wat is nodig, en wat is verantwoord om van jou als kind te vragen?’ Tijdens de netwerkbijeenkomst las het meisje zelf haar verhaal voor. Ze voelde zich erg gesteund door haar vader, die ook ‘sorry’ tegen haar zei. Dat zorgde voor relatieherstel. Na de bijeenkomst ging het meisje met hem mee naar huis. Timmer: ‘Als we het meisje niet gehoord hadden, was het elders naartoe gebracht. Maar dan was ze waarschijnlijk weggelopen, terug naar haar moeder. Of ze had gedacht: laat maar zitten, ik zeg nooit meer wat.’

Ook in acute situaties

Timmer noemt als voorbeeld van geslaagde betrokkenheid van een kind: een netwerkbijeenkomst rondom een 17-jarige jongen die, na jaren in een jeugdzorginstelling, weer thuis kwam wonen. ‘Hij was altijd agressief geweest tegen zijn 11-jarige broertje. Hij stelde zelf voor om er pas later bij te komen, als zijn broertje zijn verhaal gedaan had.’

Of neem de jongen die in beeld kwam vanwege schoolverzuim en agressief gedrag tegen zijn vader. Timmer zette samen met hem op papier welke gedachten tot zijn boosheid leidden en wat hem zou helpen. ‘Eerst wilde hij dat ik zijn verhaal voorlas, maar uiteindelijk heeft hij het zelf gedaan, met zijn ouders, een oom en een tante erbij. Waardoor zij merkten: hé, hij heeft hier écht over nagedacht. Zowel bij de ouders als bij hemzelf ontstond er meer ruimte en begrip. Daardoor was het makkelijker om afspraken te maken.’

Geslaagde betrokkenheid

Voor kinderen die deelnemen aan de bijeenkomst, is het prettig om een vertrouwd persoon bij zich te hebben. Dat kan een vriend of vriendin zijn, een familielid of iemand van school. ‘Let op dat het iemand is die het kind zelf genoemd heeft. Ik heb meegemaakt dat school niet de vakdocent waar het kind vertrouwen in had, maar de mentor wilde sturen. Omdat ze dat passender vonden.’

Naast een vertrouwd persoon

Uit onderzoek van bijvoorbeeld Het Vergeten Kind (2024) en Bruning (Kind in proces, 2020) blijkt dat kinderen te weinig gehoord worden als in een gezin huiselijk geweld of kindermishandeling speelt. Dat is bij het opstellen van een veiligheidsplan niet anders, denkt Timmer. Dat komt in de eerste plaats doordat er bij deze gezinnen zo veel verschillende professionals en organisaties betrokken zijn.

We hopen of denken vaak dat die ándere hulpverlener wel met de kinderen zal praten. Of we voelen ons niet de aangewezen persoon. ‘Dat is vaak vanuit de gedachte: ik ben maar een schakeltje in de keten,’ zegt Timmer.

Professionals vinden het betrekken van kinderen bovendien ingewikkeld en zijn bang dat het voor hen te aangrijpend is. Bij signalen van seksueel misbruik komt daar nog bij dat er een balans moet worden gevonden tussen de eisen van een eventueel strafrechtelijk onderzoek en het bieden van psychosociale hulp. Timmer: ‘Soms vertelt een kind erover, maar gebeurt er vervolgens niks. Omdat de hulpverlener niet weet wat hij of zij ermee aan moet of bang is om door te vragen. Ik zeg altijd: ga er eerst eens vanuit dat het wél gebeurd is, wat zou je dan doen?’

Wanneer de ouders in dit soort acute situaties niks willen zeggen over geweld of misbruik, ontstaat er grote druk op het kind om te zeggen wat er écht speelt. ‘Als een kind dan niks zegt, betekent dat natuurlijk niet dat er niks aan de hand is,’ zegt Timmer. ‘Misschien heeft het er goede redenen voor. Dus volg het kind en zorg dat je er als hulpverlener echt bent, met volle aandacht.’

Het is dan belangrijk nooit de bewijslast bij de kinderen te leggen. Als professional zul je ook met andere personen moeten spreken.

Schakeltje in de keten

Professionals schrikken er soms voor terug om kinderen aan tafel te vragen, merkt ze. ‘“Stel je voor dat ze heftige dingen horen”, zeggen ze weleens, of: “Stel dat mensen boos worden op elkaar”. Terwijl dat natuurlijk niks nieuws is voor het kind. Tijdens de bijeenkomst kun je het juist hebben over wat er op zo’n moment gebeurt en hoe het anders kan.’

Kinderen die te jong zijn, kunnen er in het begin even bij zijn om hun verhaal te vertellen of een tekening te laten zien. ‘Later kun je het veiligheidsplan aan de kinderen laten zien en uitleggen: dit is wat we samen hebben afgesproken.’

‘Professionals zeggen soms: “Stel je voor dat het kind heftige dingen hoort.” Terwijl dat natuurlijk niks nieuws is voor het kind’

‘De kinderen die bij de netwerkbijeenkomst aanwezig zijn, begeleiden en bereiden we goed voor,’ zegt Timmer. ‘We vragen het kind naar specifieke situaties waarin het geen aandacht kreeg, of ruzie of geweld meemaakte. Maken samen een tijdlijn van wat er is gebeurd: ook van de momenten waarop het kind zich wél gezien voelde. En: wat moet er volgens het kind gebeuren om het geweld te stoppen?

We vertellen kinderen ook wat er tijdens de netwerkbijeenkomst gaat gebeuren, vragen wat zij belangrijk vinden en helpen ze hun wensen te formuleren, geschreven of aan de hand van tekeningen,’ zegt Timmer.

Een tijdlijn van goede en slechte momenten

Bij de netwerkbijeenkomst kunnen naast de ouders en kinderen (vanaf een jaar of 9), en familieleden die goed op de hoogte zijn, ook een goede vriend of buurvrouw aanwezig zijn. Plus de betrokken professionals. Ze vertellen over de volgens hen schadelijke momenten voor de kinderen, de momenten waarop het wél goed gaat en wat er nodig is om die momenten te behouden. ‘Het is enorm belangrijk dat alle gezinsleden en hun netwerk aanwezig zijn, en niet slechts enkelingen,’ zegt Timmer. ‘Alleen zo ontstaat er een compleet beeld.’

Bovendien, benadrukt Timmer, kun je dit soort problemen niet oplossen in hetzelfde kleine kringetje als waarin ze zijn ontstaan. ‘Daar heb je anderen voor nodig.’

Professionals zijn maar beperkte tijd betrokken en vertrekken op een gegeven moment weer. ‘Terwijl het natuurlijke netwerk beschikbaar is op de momenten waarop het spannend wordt,’ zegt Timmer. ‘Als zo’n netwerk er niet is, moet het onderdeel van het plan zijn om dat op te bouwen.’

Ruimer dan het kleine kringetje

Bij acute of structurele onveiligheid voor kinderen binnen een gezin, zoals ernstige verwaarlozing, (psychisch) geweld of seksueel misbruik, wordt er op initiatief van Veilig Thuis een veiligheidsplan opgesteld. Doel van het plan: onveiligheid stoppen en nieuwe onveiligheid voorkomen.

Het plan beschrijft concreet om wat voor soort geweld het gaat, wanneer het zich voordoet, hoe vaak en hoe lang al, en wat de impact is op de kinderen. Maar ook wat beschermende factoren zijn.

Een veiligheidsplan wordt gemaakt met alle betrokkenen in het netwerk. Je spreekt samen af wie er op welke manier zorgt dat de gezinssituatie weer veilig wordt. Er staan concrete afspraken in voor directe veiligheid, vertaald naar dagelijkse situaties. Daarnaast staat beschreven wat de overleg- en de evaluatiemomenten zijn.

Wat is een veiligheidsplan?

Het begint met een melding bij Veilig Thuis. ‘Wat je het eerst doet, is achterhalen wat de escalatie precies inhoudt,’ vertelt Margreet Timmer. ‘Waardoor komt dit gezin nu in beeld? Om een goede inschatting van de onveiligheid te maken, moet je het patroon kennen. Wordt het geweld de laatste tijd bijvoorbeeld steeds heftiger, of gaat het een tijdje goed en dan ineens mis? Is er tijd om eerst met ouders aan de slag te gaan en kleine stapjes te zetten, of moet er snel iets gebeuren?’

In situaties van structurele onveiligheid die niet leiden tot een gedwongen kader, draagt Veilig Thuis de regie vaak over aan het wijkteam. In situaties van acute onveiligheid maakt Veilig Thuis de eerste afspraken met het gezin voor het veiligheidsplan.

Het uiteindelijke plan ontstaat tijdens een netwerkbijeenkomst. Ter voorbereiding houdt de verantwoordelijke professional met alle gezinsleden afzonderlijk een gesprek.

Margreet Timmer is directeur van de opleidingsbureaus TIMM Consultancy en Het LOCK. Ze traint hulpverleners en onderwijsprofessionals in o.a. veiligheidsplanning, gesprekken met kinderen, traumasensitief werken en de aanpak van kindermishandeling. Ze werkte in de jeugdzorg en jeugdbescherming en was vijf jaar kindbehartiger.

Kinderen moeten betrokken worden bij het maken van een plan dat hun veiligheid thuis garandeert. Trainer Margreet Timmer leert professionals hoe je die inspraak vorm kunt geven: ‘We vragen het kind vooral: wat moet er volgens jou gebeuren?’

Zo praten kinderen mee over een veiligheidsplan
interview

6,5 min.

Annette Wiesman

Augeo Magazine: Hét online tijdschrift over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo Foundation al 15 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo Magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm