Artikel 12 - Mening van het kind
Kinderen hebben het recht om hun mening te geven over alle zaken die hen aangaan. Hun mening moet passend bij hun leeftijd serieus meegewogen worden.
Artikel 13 -Vrijheid van meningsuiting
Kinderen hebben het recht om informatie en ideeën te zoeken, ontvangen en delen, in welke vorm dan ook, zolang dit niet in strijd is met de rechten van anderen.
Artikel 17 - Toegang tot informatie
Kinderen hebben recht op toegang tot betrouwbare informatie, die begrijpelijk voor hen is en hun welzijn, gezondheid en ontwikkeling bevordert.
Artikel 19 - Geweld tegen kinderen
Kinderen moeten beschermd worden tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, misbruik of verwaarlozing door ouders, verzorgers of anderen.
Artikel 42 - Voorlichting
De overheid moet ervoor zorgen dat zowel volwassenen als kinderen bekend zijn met de rechten in het Kinderrechtenverdrag.
Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.
Kinderrechten die passen bij dit artikel
Meer dan honderd gemeenten hebben inmiddels een kinderburgemeester. Niet voor de sier, maar omdat het kinderen een échte stem geeft in hun dorp of stad. Kinderburgemeesters denken mee over thema’s die hen direct raken, zoals speelplekken, klimaat, en veiligheid in de wijk.
Dit initiatief laat ziet hoe kinderparticipatie in de praktijk kan werken: kinderen leren meedoen aan besluitvorming, en volwassenen ontdekken hoe waardevol hun ideeën zijn. Het laat zien dat participatie niet ingewikkeld hoeft te zijn - als je kinderen serieus neemt, komen er vaak verrassend slimme en praktische adviezen uit. Lees hier meer over kinderburgemeesters.
De Kinderburgemeester: een voorbeeld van geslaagde kinderparticipatie
Hun antwoorden zijn helder en soms verrassend. Zo benadrukken kinderen dat ieder kind moet weten waar het terecht kan voor hulp, en dat het belangrijk is om te leren over wat (on)veilig opgroeien is.
De conferentie levert ieder jaar waardevolle inzichten en aanbevelingen op. Die van 2024 lees je hier.
Jaarlijks organiseert de Kleine Ambassade, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Kinderrechtenconferentie. Op deze dag krijgen kinderen uit heel Nederland het woord: wat hebben zij nodig om veilig op te groeien?
De Kinderrechtenconferentie
‘Hoe goed we het ook proberen, wij kunnen ons nooit voor 100 procent verplaatsen in een kind’
Hoe het voelt
Hoe betrek en informeer je kinderen op een goede manier? Onderwijskundige Renate van der Donk van de Kleine Ambassade geeft tips:
5 TIPS van Renate van der Donk
Complexe onderwerpen kunnen heftige emoties oproepen. ‘Je wilt niet dat kinderen er ’s nachts van wakker liggen of dingen uit hun verband halen. Daarom sluit ik altijd af met een verwerkingsopdracht. Bijvoorbeeld: wat zou je deze persoon willen meegeven? Of: wat zou je zelf doen? Dat geeft kinderen een idee van controle. Zo gaan ze met een goed gevoel de deur uit.’
Sluit op een goede manier af
Kinderen goed informeren over dingen die hen aangaan, is belangrijk. ‘Ze hebben er recht op. Ze krijgen veel meer mee dan wij denken, bijvoorbeeld uit het nieuws, maar vaak alleen flarden. Daarbij missen ze de levenservaring om alles in perspectief te plaatsen. Kinderen kijken met hun eigen bril, vanuit hun eigen leefwereld. Er wordt bij hen thuis ook niet altijd over actualiteiten gepraat. Bij de Kleine Ambassade leggen we hen uit hoe ze daar op een goede manier mee omgaan. Zodat ze zelf kunnen denken: “Wat vind ík daar nou van?” We leren hen om ook te kijken vanuit een andere situatie, om zich te verplaatsen in de schoenen van een ander.’
Leer hen om dingen in perspectief te plaatsen
Voor ingewikkelde onderwerpen, zoals duurzaamheid of gezondheidsproblemen, kun je werken met voorbeelden uit hun directe omgeving. ‘Zoek een paraplu: een ervaring, iets wat ze dagelijks zien, bijvoorbeeld school, thuis, buurt. Daar kun je voorbeelden uit halen, zoals: wat zie je aan klimaatverandering in je eigen omgeving? Dat maakt een groot, abstract onderwerp behapbaar.’
Betrek hun omgeving erbij
‘Breng het te bespreken onderwerp dichtbij, maar richt je niet direct op de persoon. Je weet immers nooit van tevoren of ze bijvoorbeeld zelf opgroeien in een onveilige wereld. Werken met een verhaal werkt goed. Of deel een persoonlijk verhaal over jezelf en stel jezelf kwetsbaar op. Zo voelen kinderen zich veilig en worden ze uitgenodigd om ook open en persoonlijk te reageren.’
Sluit aan bij hun leefwereld
Het betrekken van kinderen bij belangrijke onderwerpen vraagt aandacht voor veiligheid, aansluiting bij hun leefwereld en ruimte voor verwerking. ‘Allereerst is het belangrijk om een veilige sfeer neer te zetten. Veiligheid is de basis om kinderen open te laten zijn. Begin bijvoorbeeld met: “Hoe was je dag? Welke emoties voel je?” En organiseer een korte samenwerkingsoefening om het ijs te breken. Dat zorgt ook voor een groepsgevoel. Kinderen zijn dan sneller geneigd elkaar te steunen als iemand later zijn verhaal deelt.’
Zorg voor een veilige sfeer
5
4
3
2
1
Na afloop licht Van der Donk toe waarom het houden van dit soort gesprekken zo belangrijk is. ‘Als volwassene zijn we heel snel geneigd zelf te gaan denken voor het kind. Maar hoe goed we het ook proberen, wij kunnen ons nooit voor 100 procent verplaatsen in een kind. Daarom is het belangrijk dat professionals niet óver maar mét kinderen praten. Alleen dan kunnen we met elkaar bijdragen aan het fijn en veilig opgroeien van alle kinderen in Nederland.’
Met gesprekken zoals dit wil de Kleine Ambassade actief burgerschap bevorderen en kinderen en jongeren betrekken bij maatschappelijke vraagstukken. Hun input wordt verwerkt tot adviezen die gedeeld zullen worden met gemeenten, scholen en andere betrokken organisaties. Zodat zij meer inzicht krijgen in de belevingswereld van kinderen en jongeren, en deze perspectieven kunnen meenemen in hun besluitvorming.
Na anderhalf uur zit het gesprek erop. ‘Jullie hebben goed meegedacht,’ zegt Van der Donk. ‘Ik vond het fijn om hier met jullie over te praten. Willen jullie tot slot jezelf weer een cijfer geven? Hoe voel je je nu?’ Een stuk beter, zo blijkt. Lotte is van een 5,6 naar een 7 gegaan, Hannah van een 5 naar een 6. Maas geeft zichzelf nu een 7½. ‘Het was heel gezellig. Ik ben veel minder moe dan toen we begonnen.’
Alles zelf beslissen
Wakker liggen
‘Ik zou heel teleurgesteld zijn als mijn ouders niet zouden komen kijken bij het sporten’
Nee, vinden alle kinderen. Jordy: ‘Zijn ouders moeten meer met hem praten.’ Iemand anders die aandacht voor hem heeft, is ook een oplossing, vindt Lina. Hannah: ‘Wij drinken thuis een kopje thee voor het slapengaan, dan kletsen we met elkaar.’ Maas: ‘Ik zou heel teleurgesteld zijn als mijn ouders niet zouden komen kijken bij het sporten.’
Van der Donk geeft een opdracht: wat wil je Adèm als tip geven zodat hij zich prettig voelt? Ze deelt briefjes uit, waarna iedereen een plekje zoekt aan tafel om er iets op te schrijven of te tekenen voor Adèm. Even later zitten ze weer in de kring en bespreken ze de oplossingen. ‘Bijna alle zes schreven jullie: erover praten met zijn vrienden,’ valt Van der Donk op. ‘Dat is een fijne oplossing.’ Maas vult aan: ‘Hij zou bij mij mogen eten.’ ‘Adèm kan zijn meester in vertrouwen nemen,’ zegt Hannah. ‘Daarna zou de meester een gesprek met zijn ouders moeten hebben.’ Hij moet eerst zelf met zijn ouders praten, vindt Lotte, misschien beseffen ze niet dat ze niet genoeg aandacht voor hem hebben. ‘En dan iemand anders erbij vragen voor het geval ze jou niet geloven. Die ander geloven ze misschien wel.’ Jordy: ‘Adèm kan zijn ouders vragen om samen iets leuks te doen. Naar een pretpark, bijvoorbeeld.’
Van der Donk: ‘Een kleine stap kan al in de goede richting zijn, en dat haalde ik uit al jullie antwoorden.’
Het verhaal gaat over Adèm die alleen thuiszit met een bord op schoot. Hij is 10 jaar, woont in een mooi, groot huis. Zijn ouders zijn druk en bijna nooit thuis. Adèm krijgt alles wat hij wil. Ook mag hij van alles zelf beslissen: hoe laat hij naar bed gaat en hoelang hij wil gamen. Maar hij moet ook klusjes doen in huis en vaak voor zijn eigen eten zorgen. ‘Krijgt Adèm genoeg aandacht?’ vraagt Van der Donk als het verhaal uit is.
Het gesprek komt op wat anderen van je denken. Van der Donk vertelt hoe het ging tijdens haar middelbareschooltijd. ‘Ik wilde er graag bij horen en nieuwe vrienden maken. Als ik terugkijk heb ik weleens dingen gedaan waarvan ik nu zeg: niet leuk, zo ben ik eigenlijk niet. Dat is toch een soort groepsdruk.’
Op Van der Donks vraag waar de kinderen wakker van liggen, komen veel reacties. ‘Van een filmpje met een enge clown lag ik een paar jaar geleden wakker,’ zegt Maas. ‘Mijn ouders hadden een keer heftige ruzie, toen was ik bang dat ze uit elkaar zouden gaan,’ vertelt Indyana. Lina: ‘In een appgroep zei iemand een keer: ik ga je doodmaken als ik je tegenkom. Ik ben er meteen uit gegaan.’
‘Krop je zoiets op of praat je er met iemand over als je je zo voelt?’ vraagt Van der Donk. Lotte antwoordt dat ze alles aan haar vriendinnen en ouders vertelt. ‘Weet je wat ook onveilig opgroeien is?’ zegt ze dan. ‘Als je niet de aandacht krijgt die je nodig hebt van je ouders.’ ‘Dat heet verwaarlozing,’ antwoordt Van der Donk, ‘en daar wil ik een verhaal over voorlezen.’
Maas vertelt dat hij zichzelf een tijdje geleden ook onveilig voelde: ‘Mijn broertje was heel ziek na zijn geboorte en lag weken in het ziekenhuis. Ik was 8 en moest bij mijn opa en oma logeren. Door corona kon ik niet naar het ziekenhuis. Wat er daar gebeurde wist ik dus niet, dat vond ik heel naar.’
De kinderen krijgen van Van der Donk een samenwerkingsopdracht om positieve energie op te doen. In twee minuten moeten ze met Jenga-blokjes een zo hoog mogelijke toren bouwen. Na wat gesteggel wordt duidelijk dat goed samenwerken hierbij belangrijk is, en maken ze samen een hoge toren. Als de blokjes zijn opgeruimd, neemt Van der Donk het woord: ‘Kunnen jullie situaties noemen waarin kinderen niet veilig opgroeien?’
Om de beurt schrijven de kinderen met stift hun reactie op een groot, vrijstaand raam. Indyana: ‘Als je een zieke ouder hebt waardoor je verdrietig en angstig bent’. ‘Verslaafde ouders waardoor er geldproblemen ontstaan’ schrijft Maas. ‘Als je ouders je slaan’ vult Hannah aan. En Lina schrijft: ‘Als je online gepest wordt of gechanteerd’. Lotte vertelt dat een man haar vriendin stalkte op TikTok. ‘Hij vroeg rare dingen aan haar, zoals foto’s. Ze was heel bang maar kon het niet aan haar ouders vertellen, want ze mocht niet op TikTok. Pas toen ze het negeerde, stopte de man.’
‘Geldproblemen’ schrijft Jordy op het raam. En: ‘Als je geen ontbijt krijgt, kun je minder goed concentreren op school en krijg je lagere cijfers’.
Hannah reageert erop: ‘Ik zou dan bang zijn dat anderen geen vrienden met me willen zijn omdat ik geen geld heb voor nieuwe kleren of deodorant.’
Van der Donk legt uit dat veel kinderen met zulke schaamte worstelen. ‘Bij armoede moet je je steeds anders voordoen dan je bent, dat geeft stress.’
Een voor een druppelen ze na schooltijd binnen bij de Kleine Ambassade: Maas (12), Jordy (11), Hannah (11), Lotte (11), Indyana (12) en Lina (12). Ze deden mee met een participatieproject van het ministerie van Justitie en Veiligheid over veilig opgroeien en wat daarvoor nodig is, en daar praten ze vandaag over verder. Iedereen zoekt een plekje in de kring in de gezellige ruimte.
Onderwijskundige Renate van der Donk opent het gesprek. ‘Zoals jullie weten, zijn we hier niet van óver kinderen praten maar van mét kinderen praten. Vanmiddag gaan we het hebben over wat veilig opgroeien voor jullie betekent. Maar eerst wil ik weten hoe het met jullie gaat. Ben je moe of zit je vol energie? Welk cijfer geven jullie jezelf vandaag?’ Hannah geeft zichzelf een 5. ‘Ik werd vandaag geslagen door een vervelende klasgenoot.’ Maas gaat voor een 7. ‘Ik ben een beetje moe na een lange schooldag.’ Lotte kiest voor een 5,6 want ze had tegenwind toen ze hiernaartoe fietste. ‘En ik deed een stomme toets op school die slecht ging.’
‘Als ik arm was, zou ik bang zijn dat anderen geen vrienden met me willen zijn’
Vorige pagina
Volgende pagina
Met kinderen praten over veilig opgroeien
Kinderen hebben het recht om mee te denken en mee te praten. Om dat goed te kunnen doen, hebben ze goede informatie nodig - ook een kinderrecht. Daarom gaan ze bij de Kleine Ambassade in Schiedam met kinderen in gesprek, bijvoorbeeld over veilig opgroeien.
reportage
10 min.
Elizabeth Wattimena
Annemarie van Dijk
Hun antwoorden zijn helder en soms verrassend. Zo benadrukken kinderen dat ieder kind moet weten waar het terecht kan voor hulp, en dat het belangrijk is om te leren over wat (on)veilig opgroeien is.
De conferentie levert ieder jaar waardevolle inzichten en aanbevelingen op. Die van 2024 lees je hier.
Jaarlijks organiseert de Kleine Ambassade, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Kinderrechtenconferentie. Op deze dag krijgen kinderen uit heel Nederland het woord: wat hebben zij nodig om veilig op te groeien?
De Kinderrechtenconferentie
Artikel 12 - Mening van het kind
Kinderen hebben het recht om hun mening te geven over alle zaken die hen aangaan. Hun mening moet passend bij hun leeftijd serieus meegewogen worden.
Artikel 13 -Vrijheid van meningsuiting
Kinderen hebben het recht om informatie en ideeën te zoeken, ontvangen en delen, in welke vorm dan ook, zolang dit niet in strijd is met de rechten van anderen.
Artikel 17 - Toegang tot informatie
Kinderen hebben recht op toegang tot betrouwbare informatie, die begrijpelijk voor hen is en hun welzijn, gezondheid en ontwikkeling bevordert.
Artikel 19 - Geweld tegen kinderen
Kinderen moeten beschermd worden tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, misbruik of verwaarlozing door ouders, verzorgers of anderen.
Artikel 42 - Voorlichting
De overheid moet ervoor zorgen dat zowel volwassenen als kinderen bekend zijn met de rechten in het Kinderrechtenverdrag.
Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.
Kinderrechten die passen bij dit artikel
Hoe betrek en informeer je kinderen op een goede manier? Onderwijskundige Renate van der Donk van de Kleine Ambassade geeft tips:
5 TIPS van Renate van der Donk
Complexe onderwerpen kunnen heftige emoties oproepen. ‘Je wilt niet dat kinderen er ’s nachts van wakker liggen of dingen uit hun verband halen. Daarom sluit ik altijd af met een verwerkingsopdracht. Bijvoorbeeld: wat zou je deze persoon willen meegeven? Of: wat zou je zelf doen? Dat geeft kinderen een idee van controle. Zo gaan ze met een goed gevoel de deur uit.’
Sluit op een goede manier af
Kinderen goed informeren over dingen die hen aangaan, is belangrijk. ‘Ze hebben er recht op. Ze krijgen veel meer mee dan wij denken, bijvoorbeeld uit het nieuws, maar vaak alleen flarden. Daarbij missen ze de levenservaring om alles in perspectief te plaatsen. Kinderen kijken met hun eigen bril, vanuit hun eigen leefwereld. Er wordt bij hen thuis ook niet altijd over actualiteiten gepraat. Bij de Kleine Ambassade leggen we hen uit hoe ze daar op een goede manier mee omgaan. Zodat ze zelf kunnen denken: “Wat vind ík daar nou van?” We leren hen om ook te kijken vanuit een andere situatie, om zich te verplaatsen in de schoenen van een ander.’
Leer hen om dingen in perspectief te plaatsen
Voor ingewikkelde onderwerpen, zoals duurzaamheid of gezondheidsproblemen, kun je werken met voorbeelden uit hun directe omgeving. ‘Zoek een paraplu: een ervaring, iets wat ze dagelijks zien, bijvoorbeeld school, thuis, buurt. Daar kun je voorbeelden uit halen, zoals: wat zie je aan klimaatverandering in je eigen omgeving? Dat maakt een groot, abstract onderwerp behapbaar.’
Betrek hun omgeving erbij
‘Breng het te bespreken onderwerp dichtbij, maar richt je niet direct op de persoon. Je weet immers nooit van tevoren of ze bijvoorbeeld zelf opgroeien in een onveilige wereld. Werken met een verhaal werkt goed. Of deel een persoonlijk verhaal over jezelf en stel jezelf kwetsbaar op. Zo voelen kinderen zich veilig en worden ze uitgenodigd om ook open en persoonlijk te reageren.’
Sluit aan bij hun leefwereld
Het betrekken van kinderen bij belangrijke onderwerpen vraagt aandacht voor veiligheid, aansluiting bij hun leefwereld en ruimte voor verwerking. ‘Allereerst is het belangrijk om een veilige sfeer neer te zetten. Veiligheid is de basis om kinderen open te laten zijn. Begin bijvoorbeeld met: “Hoe was je dag? Welke emoties voel je?” En organiseer een korte samenwerkingsoefening om het ijs te breken. Dat zorgt ook voor een groepsgevoel. Kinderen zijn dan sneller geneigd elkaar te steunen als iemand later zijn verhaal deelt.’
Zorg voor een veilige sfeer
5
4
3
2
1
Na afloop licht Van der Donk toe waarom het houden van dit soort gesprekken zo belangrijk is. ‘Als volwassene zijn we heel snel geneigd zelf te gaan denken voor het kind. Maar hoe goed we het ook proberen, wij kunnen ons nooit voor 100 procent verplaatsen in een kind. Daarom is het belangrijk dat professionals niet óver maar mét kinderen praten. Alleen dan kunnen we met elkaar bijdragen aan het fijn en veilig opgroeien van alle kinderen in Nederland.’
Met gesprekken zoals dit wil de Kleine Ambassade actief burgerschap bevorderen en kinderen en jongeren betrekken bij maatschappelijke vraagstukken. Hun input wordt verwerkt tot adviezen die gedeeld zullen worden met gemeenten, scholen en andere betrokken organisaties. Zodat zij meer inzicht krijgen in de belevingswereld van kinderen en jongeren, en deze perspectieven kunnen meenemen in hun besluitvorming.
‘Hoe goed we het ook proberen, wij kunnen ons nooit voor 100 procent verplaatsen in een kind’
Na anderhalf uur zit het gesprek erop. ‘Jullie hebben goed meegedacht,’ zegt Van der Donk. ‘Ik vond het fijn om hier met jullie over te praten. Willen jullie tot slot jezelf weer een cijfer geven? Hoe voel je je nu?’ Een stuk beter, zo blijkt. Lotte is van een 5,6 naar een 7 gegaan, Hannah van een 5 naar een 6. Maas geeft zichzelf nu een 7½. ‘Het was heel gezellig. Ik ben veel minder moe dan toen we begonnen.’
Hoe het voelt
Nee, vinden alle kinderen. Jordy: ‘Zijn ouders moeten meer met hem praten.’ Iemand anders die aandacht voor hem heeft, is ook een oplossing, vindt Lina. Hannah: ‘Wij drinken thuis een kopje thee voor het slapengaan, dan kletsen we met elkaar.’ Maas: ‘Ik zou heel teleurgesteld zijn als mijn ouders niet zouden komen kijken bij het sporten.’
Van der Donk geeft een opdracht: wat wil je Adèm als tip geven zodat hij zich prettig voelt? Ze deelt briefjes uit, waarna iedereen een plekje zoekt aan tafel om er iets op te schrijven of te tekenen voor Adèm. Even later zitten ze weer in de kring en bespreken ze de oplossingen. ‘Bijna alle zes schreven jullie: erover praten met zijn vrienden,’ valt Van der Donk op. ‘Dat is een fijne oplossing.’ Maas vult aan: ‘Hij zou bij mij mogen eten.’ ‘Adèm kan zijn meester in vertrouwen nemen,’ zegt Hannah. ‘Daarna zou de meester een gesprek met zijn ouders moeten hebben.’ Hij moet eerst zelf met zijn ouders praten, vindt Lotte, misschien beseffen ze niet dat ze niet genoeg aandacht voor hem hebben. ‘En dan iemand anders erbij vragen voor het geval ze jou niet geloven. Die ander geloven ze misschien wel.’ Jordy: ‘Adèm kan zijn ouders vragen om samen iets leuks te doen. Naar een pretpark, bijvoorbeeld.’
Van der Donk: ‘Een kleine stap kan al in de goede richting zijn, en dat haalde ik uit al jullie antwoorden.’
Het verhaal gaat over Adèm die alleen thuiszit met een bord op schoot. Hij is 10 jaar, woont in een mooi, groot huis. Zijn ouders zijn druk en bijna nooit thuis. Adèm krijgt alles wat hij wil. Ook mag hij van alles zelf beslissen: hoe laat hij naar bed gaat en hoelang hij wil gamen. Maar hij moet ook klusjes doen in huis en vaak voor zijn eigen eten zorgen. ‘Krijgt Adèm genoeg aandacht?’ vraagt Van der Donk als het verhaal uit is.
Alles zelf beslissen
Het gesprek komt op wat anderen van je denken. Van der Donk vertelt hoe het ging tijdens haar middelbareschooltijd. ‘Ik wilde er graag bij horen en nieuwe vrienden maken. Als ik terugkijk heb ik weleens dingen gedaan waarvan ik nu zeg: niet leuk, zo ben ik eigenlijk niet. Dat is toch een soort groepsdruk.’
Op Van der Donks vraag waar de kinderen wakker van liggen, komen veel reacties. ‘Van een filmpje met een enge clown lag ik een paar jaar geleden wakker,’ zegt Maas. ‘Mijn ouders hadden een keer heftige ruzie, toen was ik bang dat ze uit elkaar zouden gaan,’ vertelt Indyana. Lina: ‘In een appgroep zei iemand een keer: ik ga je doodmaken als ik je tegenkom. Ik ben er meteen uit gegaan.’
‘Krop je zoiets op of praat je er met iemand over als je je zo voelt?’ vraagt Van der Donk. Lotte antwoordt dat ze alles aan haar vriendinnen en ouders vertelt. ‘Weet je wat ook onveilig opgroeien is?’ zegt ze dan. ‘Als je niet de aandacht krijgt die je nodig hebt van je ouders.’ ‘Dat heet verwaarlozing,’ antwoordt Van der Donk, ‘en daar wil ik een verhaal over voorlezen.’
Wakker liggen
‘Ik zou heel teleurgesteld zijn als mijn ouders niet zouden komen kijken bij het sporten’
Maas vertelt dat hij zichzelf een tijdje geleden ook onveilig voelde: ‘Mijn broertje was heel ziek na zijn geboorte en lag weken in het ziekenhuis. Ik was 8 en moest bij mijn opa en oma logeren. Door corona kon ik niet naar het ziekenhuis. Wat er daar gebeurde wist ik dus niet, dat vond ik heel naar.’
‘Als ik arm was, zou ik bang zijn dat anderen geen vrienden met me willen zijn’
De kinderen krijgen van Van der Donk een samenwerkingsopdracht om positieve energie op te doen. In twee minuten moeten ze met Jenga-blokjes een zo hoog mogelijke toren bouwen. Na wat gesteggel wordt duidelijk dat goed samenwerken hierbij belangrijk is, en maken ze samen een hoge toren. Als de blokjes zijn opgeruimd, neemt Van der Donk het woord: ‘Kunnen jullie situaties noemen waarin kinderen niet veilig opgroeien?’
Om de beurt schrijven de kinderen met stift hun reactie op een groot, vrijstaand raam. Indyana: ‘Als je een zieke ouder hebt waardoor je verdrietig en angstig bent’. ‘Verslaafde ouders waardoor er geldproblemen ontstaan’ schrijft Maas. ‘Als je ouders je slaan’ vult Hannah aan. En Lina schrijft: ‘Als je online gepest wordt of gechanteerd’. Lotte vertelt dat een man haar vriendin stalkte op TikTok. ‘Hij vroeg rare dingen aan haar, zoals foto’s. Ze was heel bang maar kon het niet aan haar ouders vertellen, want ze mocht niet op TikTok. Pas toen ze het negeerde, stopte de man.’
‘Geldproblemen’ schrijft Jordy op het raam. En: ‘Als je geen ontbijt krijgt, kun je minder goed concentreren op school en krijg je lagere cijfers’.
Hannah reageert erop: ‘Ik zou dan bang zijn dat anderen geen vrienden met me willen zijn omdat ik geen geld heb voor nieuwe kleren of deodorant.’
Van der Donk legt uit dat veel kinderen met zulke schaamte worstelen. ‘Bij armoede moet je je steeds anders voordoen dan je bent, dat geeft stress.’
Een voor een druppelen ze na schooltijd binnen bij de Kleine Ambassade: Maas (12), Jordy (11), Hannah (11), Lotte (11), Indyana (12) en Lina (12). Ze deden mee met een participatieproject van het ministerie van Justitie en Veiligheid over veilig opgroeien en wat daarvoor nodig is, en daar praten ze vandaag over verder. Iedereen zoekt een plekje in de kring in de gezellige ruimte.
Onderwijskundige Renate van der Donk opent het gesprek. ‘Zoals jullie weten, zijn we hier niet van óver kinderen praten maar van mét kinderen praten. Vanmiddag gaan we het hebben over wat veilig opgroeien voor jullie betekent. Maar eerst wil ik weten hoe het met jullie gaat. Ben je moe of zit je vol energie? Welk cijfer geven jullie jezelf vandaag?’ Hannah geeft zichzelf een 5. ‘Ik werd vandaag geslagen door een vervelende klasgenoot.’ Maas gaat voor een 7. ‘Ik ben een beetje moe na een lange schooldag.’ Lotte kiest voor een 5,6 want ze had tegenwind toen ze hiernaartoe fietste. ‘En ik deed een stomme toets op school die slecht ging.’
Kinderen hebben het recht om mee te denken en mee te praten. Om dat goed te kunnen doen, hebben ze goede informatie nodig - ook een kinderrecht. Daarom gaan ze bij de Kleine Ambassade in Schiedam met kinderen in gesprek, bijvoorbeeld over veilig opgroeien.
Met kinderen praten over veilig opgroeien
reportage
10 min.
Elizabeth Wattimena
Annemarie van Dijk
Meer dan honderd gemeenten hebben inmiddels een kinderburgemeester. Niet voor de sier, maar omdat het kinderen een échte stem geeft in hun dorp of stad. Kinderburgemeesters denken mee over thema’s die hen direct raken, zoals speelplekken, klimaat, en veiligheid in de wijk.
Dit initiatief laat ziet hoe kinderparticipatie in de praktijk kan werken: kinderen leren meedoen aan besluitvorming, en volwassenen ontdekken hoe waardevol hun ideeën zijn. Het laat zien dat participatie niet ingewikkeld hoeft te zijn - als je kinderen serieus neemt, komen er vaak verrassend slimme en praktische adviezen uit. Lees hier meer over kinderburgemeesters.
De Kinderburgemeester: een voorbeeld van geslaagde kinderparticipatie
Deel dit artikel:
Vorige pagina
Volgende pagina