Hoe zorg je ervoor dat de behoeften en wensen van jonge kinderen tussen 0 en 3 jaar oud in de jeugdhulp gehoord worden? Twee onderzoekers van de Vlaamse Arteveldehogeschool gingen hierover in gesprek met beleidsmedewerkers en professionals uit verschillende sectoren. Lees hier hun bevindingen.

Heel jonge kinderen in de jeugdhulp

Juist in de pleegzorg is het belangrijk om naar jongeren te luisteren, hen te informeren en te betrekken bij beslissingen die hen betreffen. Toch gebeurt dat nog weinig. In haar lectorale rede Verborgen stemmen gaat Clementine Degener, lector Stem van kinderen in de pleegzorg, in op wat ervoor nodig is om dat te verbeteren. ‘Luisteren naar een kind in de pleegzorg vraagt om een bescheiden houding van volwassenen.’

Luisteren naar kinderen in de pleegzorg
Kijktip van Friso van Doesburg

System crasher (gratis te zien op YouTube) is een indrukwekkende en confronterende film over hoe diep trauma en onveiligheid zichtbaar kunnen worden in het gedrag van kinderen. De film laat pijnlijk goed zien hoe systemen soms vastlopen, terwijl juist menselijke nabijheid, veiligheid en echt contact het verschil kunnen maken. Een absolute aanrader voor iedereen binnen de jeugdzorg en het onderwijs.’

‘Heb het over talenten, interesses, vaardigheden, en hoe een jongere daar iets mee kan doen’

interview

6 min.

Elizabeth Wattimena

Mariëlle van Bussel

‘Wetenschappelijk is bewezen dat iemand zich gaat gedragen naar hoe hij gezien wordt’

‘Waarom moet het probleem zo dominant zijn? Je kunt het ook zien als een tussentijdse gebeurtenis’

Als ik aangaf dat ik iets fijn zou vinden, en dat ik me daarbij niet gehoord voelde, werd er gezegd: dat komt door de problemen in je jeugd. Ik voelde me niet serieus genomen. Dat zie ik nu nog steeds gebeuren. Laatst sprak ik een meisje in een instelling dat zichzelf automutileerde. Ze wilde graag rugbyen maar de professionals hadden geen tijd om haar te brengen. Terwijl wel alles en iedereen werd ingevlogen om die automutilatie aan te pakken. Rugby was voor haar een manier om zichzelf te reguleren.’

Waarom moet het probleem zo dominant zijn? Je kunt het ook zien als een tussentijdse gebeurtenis waar je zeker aandacht aan moet geven, maar belangrijker is de vraag: hoe kun je als professional een kind zo gezond mogelijk achterlaten? Toen ik 18 werd, wist ik alles over de problemen in mijn verleden, maar wist ik helemaal niet wie ik wilde worden in de toekomst.

‘Zelf voelde ik me klein. Wetenschappelijk is bewezen dat iemand zich gaat gedragen naar hoe hij gezien wordt. Als ik zelf met jongeren werk, zie ik veel mogelijkheden in iemand. Maar als ik dan aan de overlegtafel kom, is daar helemaal geen aandacht voor. Want daar is men niet voor opgeleid. Ik hoor professionals zeggen dat ze meer aandacht willen besteden aan andere aspecten van jongeren, maar niet weten hoe ze dat moeten doen. Het gaat altijd over herstellen, nooit over groeien.’

‘Geef aan dat je het lastig vindt om een besluit te nemen. Zo maak je de ander deelgenoot’

Wanneer je aangeeft dat je het lastig vindt om een besluit te nemen, maak je de ander deelgenoot. Dan gaat iemand meedenken, dat is gelijkwaardigheid. Op die manier krijg je heel mooie gesprekken. Als je geen inspraak hebt gehad, voel je je onrechtvaardig behandeld. Dus neem de tijd, vertraag, en leg uit. Door te delen kun je er samen uitkomen, in plaats van de botte bijl te hanteren. En durf de lastige onderwerpen op tafel te leggen. Als een kind zich gelijkwaardig voelt, zal hij het besluit ook eerder accepteren.

Is overleg niet haalbaar vanwege de veiligheid, dan geldt hetzelfde als bij jonge kinderen: zorg dat zorgvuldig wordt vastgelegd waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, zodat zij dit later kunnen teruglezen en begrijpen.’

‘Als je het over grote besluiten hebt, zoals een uithuisplaatsing, zou het mooi zijn als een kind later kan teruglezen waarom dit besluit is genomen. Bijvoorbeeld in een brief aan het kind. Als het om kleinere besluiten gaat, kun je vrijwel alles met kinderen bespreken. Ik heb zelf een gezinshuis gerund. Als jongeren te laat thuiskwamen, ging ik met ze aan tafel zitten en zei: “Wat moet ik hier nou mee? Het is mijn rol om jullie te begeleiden, maar het voelt rot. Wat vinden jullie daarvan dat ik me zo voel? Wat vind jij dat ik zou moeten doen?”

‘Dat heeft alles te maken met de liefde die ik van mijn moeder heb gekregen. Ze was een alleenstaande, psychisch kwetsbare moeder, maar ze heeft me zo veel liefde gegeven. Dat heeft me veerkrachtig gemaakt, en daarom ben ik nu wie ik ben. Dus: durf liefde te geven, ook al is dat natuurlijk geen moederliefde, en ook al denk je dat dat in ons jeugdzorgsysteem niet mag of kan.’

Wat heeft ervoor gezorgd dat het met jou goed is gekomen?

‘Soms zijn er problemen die je niet kunt oplossen. Dat moet je kunnen verdragen. Denk niet dat er voor alles een quick fix is. Als een jongere spijbelt, kun je de leerplichtambtenaar bellen. Maar je kunt het ook verdragen en ondertussen kijken waar deze jongen blij van wordt. Soms moet je een risico nemen - dan spijbelt die jongen maar een keer - en dat moet je dan ook met elkaar kunnen verdragen.’

Je hebt het vaker over vertragen, de tijd nemen, en verdragen. Wat bedoel je met verdragen?

‘Leer jezelf aan dat je 10 procent van de tijd over de problemen praat, en de rest van de tijd over persoonlijke groei. Heb het over talenten, interesses, vaardigheden, en hoe een jongere daar iets mee kan doen. En: het gaat niet alleen over cognitie, maar ook over ervaren. Ga de wereld in, bezoek een museum, beweeg. Kinderen hospitaliseren door alleen maar over hun problemen te praten. Professionals komen met een dossier aan, en daar moet het over gaan. Ik praat pas over problemen als een kind of ouder er zelf over begint. Dan is het van hen.’

Wat wil je professionals meegeven over hoe met jongeren in gesprek te gaan?

‘Ik mocht op mijn 14e eens mee met een groepsgenoot naar zijn weekend-logeeradres. Daar ontmoette ik Alex, de gastouder. De klik die ik met hem voelde is nooit meer weggegaan. Hij zag me als mens, niet als een uithuisgeplaatste jongere. Dat voelde ik ook diep vanbinnen. Hij nodigde me uit op verjaardagen, later heb ik nog een tijdje bij hem gewoond. We hadden het zelden over dingen die ik had meegemaakt. Natuurlijk hadden we het over de uitdagingen in het leven, maar dat waren geen dagelijkse gespreksonderwerpen. In de jeugdzorg zijn dat dé onderwerpen, alsof je 24/7 met een psycholoog in gesprek bent. Alex had geen hulpverleningsachtergrond, dat maakte dat hij me anders benaderde.’

Is er een professional geweest die voor jou het verschil heeft gemaakt?

‘Men is nooit op gelijkwaardige voet met mij in gesprek gegaan. Ik werd als 12-jarige als een poppetje van de ene crisisopvang naar de andere overgeplaatst, zonder te begrijpen waarom. Het werd me medegedeeld, niet meer dan dat. Het rebelse gedrag dat eruit voortkwam, was een teken dat ik me er niet goed bij voelde. Een voorbeeld: ik wilde bij mijn opa en oma gaan wonen, die dat ook fijn vonden. Maar de jeugdzorgorganisatie vond dat niet verstandig. Uiteindelijk wist niemand de oplossing, en mocht ik wel naar mijn opa en oma. Maar toen was ik al drie jaar en vijf verblijfplekken verder.’

Hoe ging dat bij jou vroeger?
Ook bij het nemen van besluiten moeten we een kind serieus nemen. Hoe doe jij dat?

‘Herstellen gaat over dingen die je in het verleden hebt meegemaakt, terwijl groeien gaat over dat waar je goed in bent. Door daar meer aandacht aan te besteden, word je veerkrachtiger, waardoor je ook weer beter kunt omgaan met de problemen uit je verleden.’

Wat is voor jou het verschil?

‘Enorm! Als ik voor mezelf spreek: ik voelde me gereduceerd tot iemand die ik niet was. Dat hoor ik vaker van jongeren. Omdat je nog niet vaardig genoeg bent om daar woorden aan te geven, ga je rebelleren. En dan ben jij het probleemkind. Maar waar komt dat vandaan? Ieder mens, ieder kind, voelt het als er niet op de juiste manier naar je gekeken wordt.’

Wat doet dat met een kind?
Voelen jongeren het aan als een professional alleen maar vanuit het systeem contact maakt?

‘Vooropgesteld: ik heb met fijne professionals te maken gehad. Maar inderdaad, niemand vroeg hoe het met me ging. Waar word je blij van? Wie wil je worden? Bij welke vereniging zou je je willen aansluiten? Nee, het ging over plannen, doelen en evaluaties, omdat daar over gerapporteerd moest worden. Alle vragen die gesteld werden stonden in het teken daarvan. Het ging dus niet over mij als mens.

Niemand vroeg waar je blij van werd?

‘Toen ik uit huis geplaatst werd, was ik alleen nog maar “het kind dat uit huis geplaatst werd”. In contact met professionals ging het altijd over wat ik thuis had meegemaakt met mijn moeder. Nooit ging het over mijn verlangens en wensen, terwijl ik een opgroeiende puber was. Ik werd gereduceerd tot probleemkind. En eigenlijk is dat nog steeds zo. Want ook nu, als volwassene, moet ik hard werken om niet steeds geassocieerd te worden met mijn jeugd. Ik ben meer dan dat. Alle kennis en ervaring die ik heb opgedaan, wordt minder ter harte genomen omdat mijn jeugdervaringen zijn blijven hangen bij de buitenwereld.’

Kinderen en jongeren in de jeugdzorg worden gereduceerd tot probleemkinderen, vindt Friso van Doesburg. Vanuit eigen ervaring en betrokkenheid bij het huidige systeem pleit hij voor meer aandacht voor mogelijkheden en kansen van het kind.

Je hebt in je jeugd veel met jeugdzorgprofessionals te maken gehad. Voelde je je gezien?
‘Praat over persoonlijke groei met een kind’

Friso van Doesburg is spreker, trainer en ontwikkelaar. Vanuit persoonlijke ervaring en betrokkenheid bij jeugdzorg zet hij zich in voor een verschuiving van labelgericht naar werken vanuit potentieel, menselijkheid en grondhouding. Van Doesburg schreef de boeken Uit Huis en Grondhouding – Van label naar potentieel.

Juist in de pleegzorg is het belangrijk om naar jongeren te luisteren, hen te informeren en te betrekken bij beslissingen die hen betreffen. Toch gebeurt dat nog weinig. In haar lectorale rede Verborgen stemmen gaat Clementine Degener, lector Stem van kinderen in de pleegzorg, in op wat ervoor nodig is om dat te verbeteren. ‘Luisteren naar een kind in de pleegzorg vraagt om een bescheiden houding van volwassenen.’

Luisteren naar kinderen in de pleegzorg
Kijktip van Friso van Doesburg

System crasher (gratis te zien op YouTube) is een indrukwekkende en confronterende film over hoe diep trauma en onveiligheid zichtbaar kunnen worden in het gedrag van kinderen. De film laat pijnlijk goed zien hoe systemen soms vastlopen, terwijl juist menselijke nabijheid, veiligheid en echt contact het verschil kunnen maken. Een absolute aanrader voor iedereen binnen de jeugdzorg en het onderwijs.’

Hoe zorg je ervoor dat de behoeften en wensen van jonge kinderen tussen 0 en 3 jaar oud in de jeugdhulp gehoord worden? Twee onderzoekers van de Vlaamse Arteveldehogeschool gingen hierover in gesprek met beleidsmedewerkers en professionals uit verschillende sectoren. Lees hier hun bevindingen.

Heel jonge kinderen in de jeugdhulp

deel dit artikel

‘Dat heeft alles te maken met de liefde die ik van mijn moeder heb gekregen. Ze was een alleenstaande, psychisch kwetsbare moeder, maar ze heeft me zo veel liefde gegeven. Dat heeft me veerkrachtig gemaakt, en daarom ben ik nu wie ik ben. Dus: durf liefde te geven, ook al is dat natuurlijk geen moederliefde, en ook al denk je dat dat in ons jeugdzorgsysteem niet mag of kan.’

Wat heeft ervoor gezorgd dat het met jou goed is gekomen?

‘Soms zijn er problemen die je niet kunt oplossen. Dat moet je kunnen verdragen. Denk niet dat er voor alles een quick fix is. Als een jongere spijbelt, kun je de leerplichtambtenaar bellen. Maar je kunt het ook verdragen en ondertussen kijken waar deze jongen blij van wordt. Soms moet je een risico nemen - dan spijbelt die jongen maar een keer - en dat moet je dan ook met elkaar kunnen verdragen.’

Je hebt het vaker over vertragen, de tijd nemen, en verdragen. Wat bedoel je met verdragen?

‘Leer jezelf aan dat je 10 procent van de tijd over de problemen praat, en de rest van de tijd over persoonlijke groei. Heb het over talenten, interesses, vaardigheden, en hoe een jongere daar iets mee kan doen. En: het gaat niet alleen over cognitie, maar ook over ervaren. Ga de wereld in, bezoek een museum, beweeg. Kinderen hospitaliseren door alleen maar over hun problemen te praten. Professionals komen met een dossier aan, en daar moet het over gaan. Ik praat pas over problemen als een kind of ouder er zelf over begint. Dan is het van hen.’

Wat wil je professionals meegeven over hoe met jongeren in gesprek te gaan?

‘Heb het over talenten, interesses, vaardigheden, en hoe een jongere daar iets mee kan doen’

‘Ik mocht op mijn 14e eens mee met een groepsgenoot naar zijn weekend-logeeradres. Daar ontmoette ik Alex, de gastouder. De klik die ik met hem voelde is nooit meer weggegaan. Hij zag me als mens, niet als een uithuisgeplaatste jongere. Dat voelde ik ook diep vanbinnen. Hij nodigde me uit op verjaardagen, later heb ik nog een tijdje bij hem gewoond. We hadden het zelden over dingen die ik had meegemaakt. Natuurlijk hadden we het over de uitdagingen in het leven, maar dat waren geen dagelijkse gespreksonderwerpen. In de jeugdzorg zijn dat dé onderwerpen, alsof je 24/7 met een psycholoog in gesprek bent. Alex had geen hulpverleningsachtergrond, dat maakte dat hij me anders benaderde.’

Is er een professional geweest die voor jou het verschil heeft gemaakt?
Hoe ging dat bij jou vroeger?

Wanneer je aangeeft dat je het lastig vindt om een besluit te nemen, maak je de ander deelgenoot. Dan gaat iemand meedenken, dat is gelijkwaardigheid. Op die manier krijg je heel mooie gesprekken. Als je geen inspraak hebt gehad, voel je je onrechtvaardig behandeld. Dus neem de tijd, vertraag, en leg uit. Door te delen kun je er samen uitkomen, in plaats van de botte bijl te hanteren. En durf de lastige onderwerpen op tafel te leggen. Als een kind zich gelijkwaardig voelt, zal hij het besluit ook eerder accepteren.

Is overleg niet haalbaar vanwege de veiligheid, dan geldt hetzelfde als bij jonge kinderen: zorg dat zorgvuldig wordt vastgelegd waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, zodat zij dit later kunnen teruglezen en begrijpen.’

‘Als je het over grote besluiten hebt, zoals een uithuisplaatsing, zou het mooi zijn als een kind later kan teruglezen waarom dit besluit is genomen. Bijvoorbeeld in een brief aan het kind. Als het om kleinere besluiten gaat, kun je vrijwel alles met kinderen bespreken. Ik heb zelf een gezinshuis gerund. Als jongeren te laat thuiskwamen, ging ik met ze aan tafel zitten en zei: “Wat moet ik hier nou mee? Het is mijn rol om jullie te begeleiden, maar het voelt rot. Wat vinden jullie daarvan dat ik me zo voel? Wat vind jij dat ik zou moeten doen?”

Ook bij het nemen van besluiten moeten we een kind serieus nemen. Hoe doe jij dat?

‘Geef aan dat je het lastig vindt om een besluit te nemen. Zo maak je de ander deelgenoot’

‘Herstellen gaat over dingen die je in het verleden hebt meegemaakt, terwijl groeien gaat over dat waar je goed in bent. Door daar meer aandacht aan te besteden, word je veerkrachtiger, waardoor je ook weer beter kunt omgaan met de problemen uit je verleden.’

Wat is voor jou het verschil?

‘Men is nooit op gelijkwaardige voet met mij in gesprek gegaan. Ik werd als 12-jarige als een poppetje van de ene crisisopvang naar de andere overgeplaatst, zonder te begrijpen waarom. Het werd me medegedeeld, niet meer dan dat. Het rebelse gedrag dat eruit voortkwam, was een teken dat ik me er niet goed bij voelde. Een voorbeeld: ik wilde bij mijn opa en oma gaan wonen, die dat ook fijn vonden. Maar de jeugdzorgorganisatie vond dat niet verstandig. Uiteindelijk wist niemand de oplossing, en mocht ik wel naar mijn opa en oma. Maar toen was ik al drie jaar en vijf verblijfplekken verder.’

‘Zelf voelde ik me klein. Wetenschappelijk is bewezen dat iemand zich gaat gedragen naar hoe hij gezien wordt. Als ik zelf met jongeren werk, zie ik veel mogelijkheden in iemand. Maar als ik dan aan de overlegtafel kom, is daar helemaal geen aandacht voor. Want daar is men niet voor opgeleid. Ik hoor professionals zeggen dat ze meer aandacht willen besteden aan andere aspecten van jongeren, maar niet weten hoe ze dat moeten doen. Het gaat altijd over herstellen, nooit over groeien.’

Wat doet dat met een kind?

‘Wetenschappelijk is bewezen dat iemand zich gaat gedragen naar hoe hij gezien wordt’

‘Enorm! Als ik voor mezelf spreek: ik voelde me gereduceerd tot iemand die ik niet was. Dat hoor ik vaker van jongeren. Omdat je nog niet vaardig genoeg bent om daar woorden aan te geven, ga je rebelleren. En dan ben jij het probleemkind. Maar waar komt dat vandaan? Ieder mens, ieder kind, voelt het als er niet op de juiste manier naar je gekeken wordt.’

Voelen jongeren het aan als een professional alleen maar vanuit het systeem contact maakt?

Als ik aangaf dat ik iets fijn zou vinden, en dat ik me daarbij niet gehoord voelde, werd er gezegd: dat komt door de problemen in je jeugd. Ik voelde me niet serieus genomen. Dat zie ik nu nog steeds gebeuren. Laatst sprak ik een meisje in een instelling dat zichzelf automutileerde. Ze wilde graag rugbyen maar de professionals hadden geen tijd om haar te brengen. Terwijl wel alles en iedereen werd ingevlogen om die automutilatie aan te pakken. Rugby was voor haar een manier om zichzelf te reguleren.’

Waarom moet het probleem zo dominant zijn? Je kunt het ook zien als een tussentijdse gebeurtenis waar je zeker aandacht aan moet geven, maar belangrijker is de vraag: hoe kun je als professional een kind zo gezond mogelijk achterlaten? Toen ik 18 werd, wist ik alles over de problemen in mijn verleden, maar wist ik helemaal niet wie ik wilde worden in de toekomst.

‘Waarom moet het probleem zo dominant zijn? Je kunt het ook zien als een tussentijdse gebeurtenis’

‘Vooropgesteld: ik heb met fijne professionals te maken gehad. Maar inderdaad, niemand vroeg hoe het met me ging. Waar word je blij van? Wie wil je worden? Bij welke vereniging zou je je willen aansluiten? Nee, het ging over plannen, doelen en evaluaties, omdat daar over gerapporteerd moest worden. Alle vragen die gesteld werden stonden in het teken daarvan. Het ging dus niet over mij als mens.

Niemand vroeg waar je blij van werd?

‘Toen ik uit huis geplaatst werd, was ik alleen nog maar “het kind dat uit huis geplaatst werd”. In contact met professionals ging het altijd over wat ik thuis had meegemaakt met mijn moeder. Nooit ging het over mijn verlangens en wensen, terwijl ik een opgroeiende puber was. Ik werd gereduceerd tot probleemkind. En eigenlijk is dat nog steeds zo. Want ook nu, als volwassene, moet ik hard werken om niet steeds geassocieerd te worden met mijn jeugd. Ik ben meer dan dat. Alle kennis en ervaring die ik heb opgedaan, wordt minder ter harte genomen omdat mijn jeugdervaringen zijn blijven hangen bij de buitenwereld.’

Je hebt in je jeugd veel met jeugdzorgprofessionals te maken gehad. Voelde je je gezien?
interview

6 min.

Elizabeth Wattimena

Mariëlle van Bussel

‘Praat over persoonlijke groei met een kind’

Kinderen en jongeren in de jeugdzorg worden gereduceerd tot probleemkinderen, vindt Friso van Doesburg. Vanuit eigen ervaring en betrokkenheid bij het huidige systeem pleit hij voor meer aandacht voor mogelijkheden en kansen van het kind.

Friso van Doesburg is spreker, trainer en ontwikkelaar. Vanuit persoonlijke ervaring en betrokkenheid bij jeugdzorg zet hij zich in voor een verschuiving van labelgericht naar werken vanuit potentieel, menselijkheid en grondhouding. Van Doesburg schreef de boeken Uit Huis en Grondhouding – Van label naar potentieel.

Augeo Magazine: Hét online tijdschrift over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo Foundation al 15 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo Magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm