Vorige pagina
Inhoudsopgave
Volgende pagina
Kinderen en jongeren vinden vaak steun en erkenning bij vrienden in de digitale wereld, en versterken daarmee hun veerkracht. In dit artikel lees je drie voorbeelden van wat digitaal contact jongeren kan brengen.
‘Echte mannen huilen niet.’ Een zin waar veel jongens mee opgroeien. Zo leren ze dat praten over wat je moeilijk vindt of wat niet goed gaat, zwak is. En dat heeft gevolgen voor hun mentale veerkracht. In de documentaire Echte mannen huilen niet van Cinetree delen (oud-)profvoetballers hun worstelingen op dit vlak. Over hoe mentale druk, verlies en onzekerheid zowel op als buiten het veld ze hebben gevormd. En over hoe broederschap en steun laten zien dat ze het niet alleen hoeven te doen.
Kinderen leren veel over sociaal gedrag en emoties reguleren als ze zich in een groep geaccepteerd en gewaardeerd voelen. Hoogleraar orthopedagogiek Bram Orobio de Castro vertelt in dit interview hoe je als professional bijdraagt aan zo’n veilige groep en welke invloed dat heeft op de veerkracht van kinderen.
Lees verder
+
Lieve: ‘Als een kind gezien wordt, bloeit het op’
Lees verder
+
Liza: ‘Vertrouwen vraagt om een lange adem’
Volg Catrin
op LinkedIn
Catrin Finkenauer is hoogleraar Jeugdstudies en wetenschappelijk directeur van het onderzoeksthema Dynamics of Youth aan de Universiteit Utrecht. Ze onderzoekt wat relaties kosten en opleveren voor de gezondheid en het welzijn van jongeren, met aandacht voor o.a. vertrouwen, gezinsgeweld, echtscheiding en kindermishandeling.
interview
8 min.
Jessica Maas
‘Een kind dat geleerd heeft alleen op zichzelf te vertrouwen, kan zich niet veroorloven nog iets te verliezen’
Gelukkig worden er niet alleen bronnen ‘weggezogen’ door allerlei gebeurtenissen in het leven, de veerkrachtvijver kan ook worden aangevuld, vertelt Finkenauer verder. ‘Vriendschappen, relaties waarin je begrepen, gewaardeerd en gehoord voelt: het zijn enorme katalysators. Ook materiële zaken, zoals voldoende geld om de huur te betalen en mee te doen in samenleving, helpen bij het vergroten van veerkracht.’
Dat wantrouwen geldt ook voor die buitenwereld, systemen en goedbedoelende professionals. Voor veel jongeren in de jeugdzorg is het veiliger om niemand te vertrouwen. Ze duwen hulpverleners weg, proberen ze uit: “Wanneer ga je weg? Wanneer geef je op?” ‘Met mij kun je praten, mij kun je wél vertrouwen,’ zeggen hulpverleners dan. Maar we beseffen vaak nog onvoldoende hoeveel werk, hoeveel tijd en hoeveel zekerheid daarvoor nodig is. Een kind dat geleerd heeft alleen op zichzelf te vertrouwen, kan zich niet veroorloven nog iets te verliezen.’
Professionals moeten dat vertrouwen van een kind echt winnen. ‘En dat gebeurt door allerlei kleine dingen. Zoals: ben je er als je zegt dat je er bent? Luister je echt? Bied je excuses aan als iets je niet lukt? Ben je écht beschikbaar? Reageer je op appjes? Kijk je niet op je horloge tijdens een gesprek?’
Dit vraagt heel veel ‘voetwerk’, zoals Finkenauer het noemt. Ze bedoelt daarmee: vertrouwen winnen is hard werken. ‘Lukt dat in het huidige systeem, met alle personeelstekorten, tijdsdruk en zware caseloads? In vier gesprekken van 45 minuten ga je geen vertrouwen winnen,’ zegt Finkenauer. ‘Veel therapeuten denken dat ze het vertrouwen van hun cliënten hebben. Dat concludeer ik uit onderzoek naar impact. 91 Procent van de therapeuten stelt dat jongeren iets aan hun behandeling heeft gehad. En dat deze jongeren dus vertrouwen in hen hadden. Als we het aan jongeren zelf vragen, en naar verbetering van hun symptomen kijken, is dat maar 40 procent.’
Professionals moeten kinderen en jongeren stimuleren om sociale relaties aan te gaan, zegt Finkenauer . ‘Om contact te maken met anderen, vriendschappen aan te gaan. Maar we zullen eerst zelf het voetwerk moeten doen, voordat ons advies serieus wordt genomen.’
Aan het einde van het gesprek beeldt Finkenauer opnieuw de vijver uit. ‘Veerkracht is geen statisch begrip. Ook korte relaties - zoals regelmatig tussen kind en professional - kunnen een functie hebben. Vooral ook om te laten zien dat het ook anders kan. Of soms is het dat ene zinnetje van een juf of buurvrouw op het juiste moment, op de juiste dag, dat blijft hangen. Ook dat kan een nieuwe bron van veerkracht zijn.’
Niets werkt zo sterk als relaties, zegt Finkenauer. Betekent dit dat wij als professionals de veerkracht van jonge cliënten kunnen vergroten door een goede relatie met hen aan te gaan? Ze glimlacht bijna verontschuldigend. ‘Het opbouwen van een goede en gezonde relatie vraagt veel tijd en aandacht. Professionals onderschatten nog vaak wat ingrijpende gebeurtenissen met kinderen, met jongeren doen. Kinderen die bijvoorbeeld misbruik hebben meegemaakt, hebben geen vertrouwen meer in die relaties. En bij seksueel misbruik voelt een kind dat wantrouwen niet alleen tegenover de dader, maar ook tegenover anderen die het niet hebben beschermd. Als de dader een familielid is, zijn de anderen vaak familieleden. Een kind leert zo al vroeg dat het er alleen voor staat.’
Om te herstellen, put iedereen uit een vijver aan bronnen, verduidelijkt Finkenauer. Ze spreidt haar armen om haar punt duidelijk te maken. Bij mensen die veel meewind hebben in het leven, is die vijver goed gevuld. Zij hebben een fijne jeugd om uit te putten, een goede gezondheid. ‘Misschien hebben ze wel honderd bronnen van veerkracht. Maar anderen met minder geluk, moeten het met maar, bijvoorbeeld, vijftig bronnen doen.’ En bij kinderen die van kleins af aan te maken hebben gehad met onveiligheid, met mishandeling, is die vijver nauwelijks gevuld.’
De hulpbronnen in de vijver zijn heel divers, verduidelijkt ze. Dat gaat niet alleen over een fijn thuis of een goede gezondheid. ‘Het gaat ook over bijvoorbeeld de voorspelbaarheid van het leven, en over eerlijke systemen. Dat de school je eerlijk beoordeelt en behandelt - ook als je bijvoorbeeld een accent hebt.’ Andersom kan een oneerlijk systeem de veerkracht ondermijnen. ‘Zoals bij de ouders en kinderen die het slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire. Zij zijn hun vertrouwen in het systeem kwijtgeraakt. De veerkrachtbronnen van ieder mens kunnen dus op allerlei manieren worden beïnvloed.’
Ze steekt even haar hand op om te benadrukken hoe belangrijk het is wat ze gaat zeggen. Het interview in een kamertje van de Universiteit Utrecht is net begonnen. Catrin Finkenauer wil het maar even helder stellen: ‘Relaties zijn voor iedereen van levensbelang. Mensen, kinderen in het bijzonder, kunnen niet zonder anderen. Gezonde relaties zijn cruciaal voor een lang, gelukkig en gezond leven.’
Relaties zijn al jaren het onderzoeksterrein van Finkenauer en blijven haar mateloos fascineren. Ze deed onderzoek naar de gevolgen van vechtscheidingen en naar de betekenis van relaties voor het welzijn van jongeren. Ze gaat dan ook graag over het onderwerp in gesprek.
Voordat we beginnen over het verband tussen relaties en veerkracht, wil ze even scherpstellen. ‘Waar hebben we het eigenlijk over als we over veerkracht praten? In het Nederlands gebruiken we “weerbaarheid” en “veerkracht” vaak door elkaar. Onder “weerbaar” verstaan we vooral dat je met beide benen op de grond staat en dingen in het leven aankunt. “Veerkracht” gaat meer over herstel. Heeft iemand het vermogen om te herstellen van bijvoorbeeld een ingrijpende gebeurtenis of een traumatische jeugd?’
Gezonde relaties zijn de sterkste bron van veerkracht, stelt hoogleraar Jeugdstudies Catrin Finkenauer. Maar bij kinderen die veel hebben meegemaakt, is het vertrouwen in mensen en relaties helaas vaak klein. Wat kun je als professional voor hen betekenen?
Catrin Finkenauer: ‘We weten uit ons onderzoek dat kinderen die onveilig opgroeien vaak minder goed scoren op toetsen; op IQ-testen soms wel tot 10 punten minder. Dat betekent niet dat ze minder slim zijn, maar een deel van hun hersenen is altijd alert. Staat altijd aan. Alsof er iemand achter ze staat waar ze ook nog op moeten letten tijdens de toets.’
Catrin Finkenauer
‘Ook al is het heel kort, een praatje met iemand kan een wereld van verschil maken, voor jou en - vaker dan je denkt - ook voor de ander. Dat laat de documentaire Samen van Hanna Verboom over verbinding heel goed zien.’
‘Kijk, de uiteindelijke doelstelling van mijn werk is de uitstroom naar duurzame arbeid, maar daar gaat een heel traject aan vooraf. Ik moet eerst vertrouwen winnen. En dat begint bij de eerste ontmoeting. Ik observeer, stel open vragen. Maak contact. Ik begin meestal heel losjes. Hoe ziet jouw dag eruit, wat doe je graag, houd je van mooie kleding, van muziek?
Ik probeer te luisteren zonder oordeel. Hoe staat deze jongere in het leven? Wat speelt er? Langzaam zie ik soms iets veranderen in de houding, in de emotie. Ze beginnen meer te vertellen, er komen tranen. Er speelt vaak zo veel in hun hoofd: financiële problemen, dakloosheid, huiselijk geweld, trauma’s uit het verleden, angststoornissen... Ik kom van alles tegen.
Ik probeer ook altijd een beeld te krijgen van het netwerk. Hoe gaat het met de familie, met vrienden? Is je vader nog in beeld? Kan je vader wat voor je betekenen, of een tante, of een goede vriendin?
Als de basis op orde is, ontstaat er weer ruimte. Dat zie ik elke keer weer. Ik had eens een meisje dat uit een koffer leefde. Ze sliep de ene keer bij een vriendin in Almere, dan weer bij iemand op de bank in Breda. Ze kampte met veel trauma’s en had nauwelijks steunfiguren om zich heen. Ze was zó blij toen ze met mijn hulp een kamer met ambulante ondersteuning vond. Dat meisje ging weer nieuwe dingen oppakken, leren.
Het vertrouwen winnen kost tijd, het contact is vaak intensief. Het nakomen van afspraken is voor deze jongeren ingewikkeld. Ik zit er bovenop: stuur appjes, zoek telefonisch contact. Met een aantal jongeren heb ik, zeker in het begin, dagelijks contact. Deze aanpak vraagt om een lange adem. Vaak zie ik dat er ondertussen stapjes worden gezet, het zelfvertrouwen groeit, het vertrouwen in de ander. Jongeren durven weer na te denken over hun toekomst, over hun ontwikkeling en over hun woonsituatie. Er gaat iets lopen, maar eerst moeten dat vertrouwen en die stabiliteit er gewoon zijn. En soms gaat dat netwerk na verloop van tijd weer groeien. Steunfiguren zijn superbelangrijk.’
Liza is niet haar echte naam.
Liza begeleidt jongeren met een licht verstandelijk beperking na praktijk- of voorgezet speciaal onderwijs bij het vinden en het behouden van werk.
‘We hebben verschillende programma’s voor ouders met jonge kinderen. Zo begeleid ik bijvoorbeeld ouders en kinderen naar de peuterspeelzaal. Veel ouders met een andere culturele achtergrond zijn hier niet bekend mee. Ze kunnen deelnemen wanneer het kind anderhalf is. Het is een groep voor kinderen, maar het begint natuurlijk met de ouders die twee uurtjes komen spelen met de kinderen. Dus dan hebben we het over op tijd komen, over contact maken met je kind. De telefoon moet van mij weg.
Na een kwartiertje met koffie gaan we in de kring zitten. Ik zet een muziekdoosje aan, dat kinderen om de beurt vast mogen houden en doorgeven. Dat valt niet mee als je anderhalf bent. Dat is een groot leermoment. Na tien minuten gaan ze met ouders in een hoek spelen. Sommige ouders zijn helemaal niet gewend om met hun kind te spelen. We leggen uit waarom we dingen doen, waarom samen spelen zo belangrijk is.
Lees thuis samen een boekje, vertel over je dag tijdens het eten, laat de tv uit, raad ik ouders altijd aan. En maak je kind onderdeel van je dagelijkse bezigheden thuis. Ga samen de was sorteren, sokken bij elkaar zoeken. Op het oog heel kleine dingen, maar daardoor voelt het kind zich gezien en belangrijk. Daar begint veerkracht, daar bloeien kinderen van op.
Ouders krijgen er vaak steeds meer plezier in om met hun kind te spelen, te knutselen. Een tijdje terug gaf ik ouders een bolletje klei. Langzaam werd het stil in de groep, ze waren allemaal geconcentreerd bezig. Daar wacht ik dan op. Kijk nou wat er gebeurt? We worden er allemaal rustig van. En dat is dus ook wat het met je kind doet.
Onze groepen zijn niet alleen belangrijk voor kinderen, maar ook voor ouders. Veel van hen zijn nog niet zo lang in Nederland, hebben hier geen familie, een klein netwerk. Door de groepen ontstaan er vriendschappen. Ze plannen samen iets in de vakantie, gaan met de kinderen samen naar een speeltuin. Dat is minstens zo waardevol.’
Lieve van Wingerden is pedagogisch professional van het team Het Jonge Kind van welzijnsorganisatie De Schoor in Almere. Ze werkt via de ouders aan meer veerkracht bij kinderen.
Inhoudsopgave
Vorige pagina
Volgende pagina
Kinderen en jongeren vinden vaak steun en erkenning bij vrienden in de digitale wereld, en versterken daarmee hun veerkracht. In dit artikel lees je drie voorbeelden van wat digitaal contact jongeren kan brengen.
‘Echte mannen huilen niet.’ Een zin waar veel jongens mee opgroeien. Zo leren ze dat praten over wat je moeilijk vindt of wat niet goed gaat, zwak is. En dat heeft gevolgen voor hun mentale veerkracht. In de documentaire Echte mannen huilen niet van Cinetree delen (oud-)profvoetballers hun worstelingen op dit vlak. Over hoe mentale druk, verlies en onzekerheid zowel op als buiten het veld ze hebben gevormd. En over hoe broederschap en steun laten zien dat ze het niet alleen hoeven te doen.
Kinderen leren veel over sociaal gedrag en emoties reguleren als ze zich in een groep geaccepteerd en gewaardeerd voelen. Hoogleraar orthopedagogiek Bram Orobio de Castro vertelt in dit interview hoe je als professional bijdraagt aan zo’n veilige groep en welke invloed dat heeft op de veerkracht van kinderen.
Professionals moeten dat vertrouwen van een kind echt winnen. ‘En dat gebeurt door allerlei kleine dingen. Zoals: ben je er als je zegt dat je er bent? Luister je echt? Bied je excuses aan als iets je niet lukt? Ben je écht beschikbaar? Reageer je op appjes? Kijk je niet op je horloge tijdens een gesprek?’
Dit vraagt heel veel ‘voetwerk’, zoals Finkenauer het noemt. Ze bedoelt daarmee: vertrouwen winnen is hard werken. ‘Lukt dat in het huidige systeem, met alle personeelstekorten, tijdsdruk en zware caseloads? In vier gesprekken van 45 minuten ga je geen vertrouwen winnen,’ zegt Finkenauer. ‘Veel therapeuten denken dat ze het vertrouwen van hun cliënten hebben. Dat concludeer ik uit onderzoek naar impact. 91 Procent van de therapeuten stelt dat jongeren iets aan hun behandeling heeft gehad. En dat deze jongeren dus vertrouwen in hen hadden. Als we het aan jongeren zelf vragen, en naar verbetering van hun symptomen kijken, is dat maar 40 procent.’
Professionals moeten kinderen en jongeren stimuleren om sociale relaties aan te gaan, zegt Finkenauer . ‘Om contact te maken met anderen, vriendschappen aan te gaan. Maar we zullen eerst zelf het voetwerk moeten doen, voordat ons advies serieus wordt genomen.’
Aan het einde van het gesprek beeldt Finkenauer opnieuw de vijver uit. ‘Veerkracht is geen statisch begrip. Ook korte relaties - zoals regelmatig tussen kind en professional - kunnen een functie hebben. Vooral ook om te laten zien dat het ook anders kan. Of soms is het dat ene zinnetje van een juf of buurvrouw op het juiste moment, op de juiste dag, dat blijft hangen. Ook dat kan een nieuwe bron van veerkracht zijn.’
Dat wantrouwen geldt ook voor die buitenwereld, systemen en goedbedoelende professionals. Voor veel jongeren in de jeugdzorg is het veiliger om niemand te vertrouwen. Ze duwen hulpverleners weg, proberen ze uit: “Wanneer ga je weg? Wanneer geef je op?” ‘Met mij kun je praten, mij kun je wél vertrouwen,’ zeggen hulpverleners dan. Maar we beseffen vaak nog onvoldoende hoeveel werk, hoeveel tijd en hoeveel zekerheid daarvoor nodig is. Een kind dat geleerd heeft alleen op zichzelf te vertrouwen, kan zich niet veroorloven nog iets te verliezen.’
‘Een kind dat geleerd heeft alleen op zichzelf te vertrouwen, kan zich niet veroorloven nog iets te verliezen’
Niets werkt zo sterk als relaties, zegt Finkenauer. Betekent dit dat wij als professionals de veerkracht van jonge cliënten kunnen vergroten door een goede relatie met hen aan te gaan? Ze glimlacht bijna verontschuldigend. ‘Het opbouwen van een goede en gezonde relatie vraagt veel tijd en aandacht. Professionals onderschatten nog vaak wat ingrijpende gebeurtenissen met kinderen, met jongeren doen. Kinderen die bijvoorbeeld misbruik hebben meegemaakt, hebben geen vertrouwen meer in die relaties. En bij seksueel misbruik voelt een kind dat wantrouwen niet alleen tegenover de dader, maar ook tegenover anderen die het niet hebben beschermd. Als de dader een familielid is, zijn de anderen vaak familieleden. Een kind leert zo al vroeg dat het er alleen voor staat.’
Catrin Finkenauer
‘Ook al is het heel kort, een praatje met iemand kan een wereld van verschil maken, voor jou en - vaker dan je denkt - ook voor de ander. Dat laat de documentaire Samen van Hanna Verboom over verbinding heel goed zien.’
Gelukkig worden er niet alleen bronnen ‘weggezogen’ door allerlei gebeurtenissen in het leven, de veerkrachtvijver kan ook worden aangevuld, vertelt Finkenauer verder. ‘Vriendschappen, relaties waarin je begrepen, gewaardeerd en gehoord voelt: het zijn enorme katalysators. Ook materiële zaken, zoals voldoende geld om de huur te betalen en mee te doen in samenleving, helpen bij het vergroten van veerkracht.’
Catrin Finkenauer: ‘We weten uit ons onderzoek dat kinderen die onveilig opgroeien vaak minder goed scoren op toetsen; op IQ-testen soms wel tot 10 punten minder. Dat betekent niet dat ze minder slim zijn, maar een deel van hun hersenen is altijd alert. Staat altijd aan. Alsof er iemand achter ze staat waar ze ook nog op moeten letten tijdens de toets.’
De hulpbronnen in de vijver zijn heel divers, verduidelijkt ze. Dat gaat niet alleen over een fijn thuis of een goede gezondheid. ‘Het gaat ook over bijvoorbeeld de voorspelbaarheid van het leven, en over eerlijke systemen. Dat de school je eerlijk beoordeelt en behandelt - ook als je bijvoorbeeld een accent hebt.’ Andersom kan een oneerlijk systeem de veerkracht ondermijnen. ‘Zoals bij de ouders en kinderen die het slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire. Zij zijn hun vertrouwen in het systeem kwijtgeraakt. De veerkrachtbronnen van ieder mens kunnen dus op allerlei manieren worden beïnvloed.’
Om te herstellen, put iedereen uit een vijver aan bronnen, verduidelijkt Finkenauer. Ze spreidt haar armen om haar punt duidelijk te maken. Bij mensen die veel meewind hebben in het leven, is die vijver goed gevuld. Zij hebben een fijne jeugd om uit te putten, een goede gezondheid. ‘Misschien hebben ze wel honderd bronnen van veerkracht. Maar anderen met minder geluk, moeten het met maar, bijvoorbeeld, vijftig bronnen doen.’ En bij kinderen die van kleins af aan te maken hebben gehad met onveiligheid, met mishandeling, is die vijver nauwelijks gevuld.’
Ze steekt even haar hand op om te benadrukken hoe belangrijk het is wat ze gaat zeggen. Het interview in een kamertje van de Universiteit Utrecht is net begonnen. Catrin Finkenauer wil het maar even helder stellen: ‘Relaties zijn voor iedereen van levensbelang. Mensen, kinderen in het bijzonder, kunnen niet zonder anderen. Gezonde relaties zijn cruciaal voor een lang, gelukkig en gezond leven.’
Relaties zijn al jaren het onderzoeksterrein van Finkenauer en blijven haar mateloos fascineren. Ze deed onderzoek naar de gevolgen van vechtscheidingen en naar de betekenis van relaties voor het welzijn van jongeren. Ze gaat dan ook graag over het onderwerp in gesprek.
Voordat we beginnen over het verband tussen relaties en veerkracht, wil ze even scherpstellen. ‘Waar hebben we het eigenlijk over als we over veerkracht praten? In het Nederlands gebruiken we “weerbaarheid” en “veerkracht” vaak door elkaar. Onder “weerbaar” verstaan we vooral dat je met beide benen op de grond staat en dingen in het leven aankunt. “Veerkracht” gaat meer over herstel. Heeft iemand het vermogen om te herstellen van bijvoorbeeld een ingrijpende gebeurtenis of een traumatische jeugd?’
Volg Catrin
op LinkedIn
Catrin Finkenauer is hoogleraar Jeugdstudies en wetenschappelijk directeur van het onderzoeksthema Dynamics of Youth aan de Universiteit Utrecht. Ze onderzoekt wat relaties kosten en opleveren voor de gezondheid en het welzijn van jongeren, met aandacht voor o.a. vertrouwen, gezinsgeweld, echtscheiding en kindermishandeling.
Lees verder
+
Lieve: ‘Als een kind gezien wordt, bloeit het op’
Lees verder
+
Liza: ‘Vertrouwen vraagt om een lange adem’
interview
8 min.
Jessica Maas
Gezonde relaties zijn de sterkste bron van veerkracht, stelt hoogleraar Jeugdstudies Catrin Finkenauer. Maar bij kinderen die veel hebben meegemaakt, is het vertrouwen in mensen en relaties helaas vaak klein. Wat kun je als professional voor hen betekenen?
deel dit artikel
‘Kijk, de uiteindelijke doelstelling van mijn werk is de uitstroom naar duurzame arbeid, maar daar gaat een heel traject aan vooraf. Ik moet eerst vertrouwen winnen. En dat begint bij de eerste ontmoeting. Ik observeer, stel open vragen. Maak contact. Ik begin meestal heel losjes. Hoe ziet jouw dag eruit, wat doe je graag, houd je van mooie kleding, van muziek?
Ik probeer te luisteren zonder oordeel. Hoe staat deze jongere in het leven? Wat speelt er? Langzaam zie ik soms iets veranderen in de houding, in de emotie. Ze beginnen meer te vertellen, er komen tranen. Er speelt vaak zo veel in hun hoofd: financiële problemen, dakloosheid, huiselijk geweld, trauma’s uit het verleden, angststoornissen... Ik kom van alles tegen.
Ik probeer ook altijd een beeld te krijgen van het netwerk. Hoe gaat het met de familie, met vrienden? Is je vader nog in beeld? Kan je vader wat voor je betekenen, of een tante, of een goede vriendin?
Als de basis op orde is, ontstaat er weer ruimte. Dat zie ik elke keer weer. Ik had eens een meisje dat uit een koffer leefde. Ze sliep de ene keer bij een vriendin in Almere, dan weer bij iemand op de bank in Breda. Ze kampte met veel trauma’s en had nauwelijks steunfiguren om zich heen. Ze was zó blij toen ze met mijn hulp een kamer met ambulante ondersteuning vond. Dat meisje ging weer nieuwe dingen oppakken, leren.
Het vertrouwen winnen kost tijd, het contact is vaak intensief. Het nakomen van afspraken is voor deze jongeren ingewikkeld. Ik zit er bovenop: stuur appjes, zoek telefonisch contact. Met een aantal jongeren heb ik, zeker in het begin, dagelijks contact. Deze aanpak vraagt om een lange adem. Vaak zie ik dat er ondertussen stapjes worden gezet, het zelfvertrouwen groeit, het vertrouwen in de ander. Jongeren durven weer na te denken over hun toekomst, over hun ontwikkeling en over hun woonsituatie. Er gaat iets lopen, maar eerst moeten dat vertrouwen en die stabiliteit er gewoon zijn. En soms gaat dat netwerk na verloop van tijd weer groeien. Steunfiguren zijn superbelangrijk.’
Liza is niet haar echte naam.
Liza begeleidt jongeren met een licht verstandelijk beperking na praktijk- of voorgezet speciaal onderwijs bij het vinden en het behouden van werk.
‘We hebben verschillende programma’s voor ouders met jonge kinderen. Zo begeleid ik bijvoorbeeld ouders en kinderen naar de peuterspeelzaal. Veel ouders met een andere culturele achtergrond zijn hier niet bekend mee. Ze kunnen deelnemen wanneer het kind anderhalf is. Het is een groep voor kinderen, maar het begint natuurlijk met de ouders die twee uurtjes komen spelen met de kinderen. Dus dan hebben we het over op tijd komen, over contact maken met je kind. De telefoon moet van mij weg.
Na een kwartiertje met koffie gaan we in de kring zitten. Ik zet een muziekdoosje aan, dat kinderen om de beurt vast mogen houden en doorgeven. Dat valt niet mee als je anderhalf bent. Dat is een groot leermoment. Na tien minuten gaan ze met ouders in een hoek spelen. Sommige ouders zijn helemaal niet gewend om met hun kind te spelen. We leggen uit waarom we dingen doen, waarom samen spelen zo belangrijk is.
Lees thuis samen een boekje, vertel over je dag tijdens het eten, laat de tv uit, raad ik ouders altijd aan. En maak je kind onderdeel van je dagelijkse bezigheden thuis. Ga samen de was sorteren, sokken bij elkaar zoeken. Op het oog heel kleine dingen, maar daardoor voelt het kind zich gezien en belangrijk. Daar begint veerkracht, daar bloeien kinderen van op.
Ouders krijgen er vaak steeds meer plezier in om met hun kind te spelen, te knutselen. Een tijdje terug gaf ik ouders een bolletje klei. Langzaam werd het stil in de groep, ze waren allemaal geconcentreerd bezig. Daar wacht ik dan op. Kijk nou wat er gebeurt? We worden er allemaal rustig van. En dat is dus ook wat het met je kind doet.
Onze groepen zijn niet alleen belangrijk voor kinderen, maar ook voor ouders. Veel van hen zijn nog niet zo lang in Nederland, hebben hier geen familie, een klein netwerk. Door de groepen ontstaan er vriendschappen. Ze plannen samen iets in de vakantie, gaan met de kinderen samen naar een speeltuin. Dat is minstens zo waardevol.’
Lieve van Wingerden is pedagogisch professional van het team Het Jonge Kind van welzijnsorganisatie De Schoor in Almere. Ze werkt via de ouders aan meer veerkracht bij kinderen.