Vorige pagina
Inhoudsopgave
Volgende pagina
Lees hier meer over dit onderzoek en de uitkomsten: Onderzoek: Aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld
Bekijk de samenvatting van het onderzoek in deze animatie Werkt de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld?
Het Verwey-Jonker Instituut deed in samenwerking met Augeo Foundation voor het eerst op grote schaal onderzoek naar de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. Zo’n 1200 ouders en 1500 kinderen deden mee. In anderhalf jaar tijd is op verschillende momenten gemeten welke problemen er spelen in gezinnen die bij Veilig Thuis zijn gemeld.
‘Kinderen
zijn meer dan wat hen is overkomen’
‘Wat voor het ene kind duidelijk huiselijk geweld is, vindt een ander kind “normaal”’
Volg Majone op LinkedIn
Majone Steketee is hoogleraar Intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen, en werkt als wetenschappelijk adviseur voor het Verwey-Jonker Instituut. Voor Augeo Foundation doet ze onderzoek naar veerkracht bij jongeren die huiselijk geweld meemaakten.
Het onderzoek vindt plaats bij de gezinnen zelf, en dus niet via hulpverleners die rapporteren óver gezinnen. ‘Doordat de informatie rechtstreeks van de gezinnen komt, krijgen we een perspectief dat in veel onderzoek ontbreekt. Dat maakt deze gegevens bijzonder waardevol.’
Tegelijkertijd blijkt het lastig om de elementen die mogelijk bijdragen aan veerkracht in kaart te brengen. ‘We hebben veel energie gestopt in het samenstellen van de vragenlijst. We hebben die getest in een pilot onder jongeren die te maken hebben gehad met huiselijk geweld of kindermishandeling, en onder een vergelijkingsgroep in de vorm van een jongerenpanel. Daaruit bleek onder meer dat een deel van de jongeren uit het panel eveneens ervaringen had met huiselijk geweld. Met deze jongeren, die blijkbaar nog niet in beeld waren bij de instanties, hadden we geen rekening gehouden. Op basis van de pilotstudie hebben we de vragenlijst aangepast. Ook zagen we bij sommige onderdelen, met name rond coping, uitkomsten die we nog onvoldoende konden verklaren.’
Mooie bijvangst van het onderzoek is dat het kinderen een stem geeft. Steketee: ‘Dat gebeurt te weinig bij kinderen als het gaat om kindermishandeling en huiselijk geweld. We moeten meer focussen op hoe het met de kinderen gaat en hoe we hun veerkracht kunnen versterken. Dat is een positievere invalshoek dan alleen de risicofactoren benoemen. Want kinderen zijn meer dan wat hen is overkomen. Ze hebben talenten, ambities, relaties en krachten waarop we kunnen voortbouwen. Door ook naar die krachten te kijken, doen we meer recht aan hun verhaal.’
Eind 2026 start de vierde cohortstudie. ‘Daaraan zullen opnieuw veel jongeren deelnemen en leggen we dezelfde vragenlijst ook weer voor aan een vergelijkingsgroep van jongeren die niet met kindermishandeling te maken hebben gehad. Door de verschillende elementen beter in kaart te brengen, hopen we te begrijpen wat jongeren helpt om ondanks ingrijpende ervaringen toch veerkracht te ontwikkelen, en hoe professionals hen daarin kunnen ondersteunen.’
Steketee hoopt dat de dagboekstudie ook helpt om blinde vlekken te voorkomen. Zo is de manier waarop jongeren hun eigen situatie ervaren en herkennen niet eenduidig. Wat voor de een duidelijk huiselijk geweld is, kan voor de ander een normaal onderdeel van het dagelijkse leven lijken. ‘Als je opgroeit in een onveilige situatie, is het vaak moeilijk om patronen van geweld of stress zelf te herkennen,’ zegt Steketee. ‘Veel slachtoffers hebben bovendien niet door hoe hun lichaam reageert op voortdurende spanning. Zo vertelde een jongere dat ze tijdens heftige ruzies vaak bevroor en niets meer kon zeggen. Pas later begreep ze dat dit geen onverschilligheid was, maar een stressreactie op een onveilige situatie.’
‘Tijdens de pilot merkten we dat de manier waarop jongeren omgaan met stress en tegenslag lastig te meten is met een vragenlijst. Er is namelijk vaak een verschil tussen hoe iemand denkt dat hij handelt en hoe hij daadwerkelijk handelt. Daarom hebben we een dagboekstudie toegevoegd aan het onderzoek. Die helpt ons te begrijpen welke strategieën jongeren in het dagelijkse leven gebruiken wanneer zij met stress of tegenslag worden geconfronteerd, en hoe deze samenhangen met veerkrachtig functioneren.
Negentig jongeren die te maken hebben gehad met onveiligheid thuis hielden vijf weken lang een dagboek bij. Daarin noteerden ze of ze iets naars hadden meegemaakt en hoe ze daarop hadden gereageerd. De analyse van deze dagboekfragmenten moet nog uitgevoerd worden.
‘Wij meten niet of iemand wel of niet veerkrachtig is,’ benadrukt Steketee. ‘Want veerkracht is niet een op zichzelf staand iets. We kijken naar afzonderlijke elementen die samenhangen met veerkracht, zoals zelfvertrouwen, sociale steun, emotieregulatie en het begrijpen van wat er thuis gebeurt. Dat doen we niet om individuele kinderen een score te geven, maar om op groepsniveau meer inzicht te krijgen in welke factoren bijdragen aan een positieve ontwikkeling.’
Veel onderzoek naar huiselijk geweld en kindermishandeling richt zich op problemen en risico’s, zegt Steketee. ‘Dat is begrijpelijk, maar we willen ook snappen waarom sommige jongeren, ondanks ingrijpende ervaringen, toch goed blijven functioneren of zich herstellen. Juist die kennis kan helpen om kinderen en jongeren beter te ondersteunen.’
We weten nog niet of opgroeien in een gezin waar sprake is van onveiligheid en voortdurende stress invloed heeft op de veerkracht van een kind, zegt Majone Steketee. ‘Daarom willen we dit onderzoeken en inzicht krijgen in hoe elementen van veerkracht zich ontwikkelen onder deze omstandigheden.’
Voor haar onderzoek Veerkrachtig functioneren van jongeren brengt Steketee de verschillende elementen in kaart die bijdragen aan veerkracht bij kinderen en jongeren (12-18 jaar) die bekend zijn bij Veilig Thuis. Tijdens een cohortonderzoek worden deze kinderen en hun ouders anderhalf jaar gevolgd. Vragen die centraal staan zijn: hoe gaat het met je? Welke hulp heb je ontvangen? En: Wat heeft wel of juist niet geholpen?
Beïnvloedt huiselijk geweld de ontwikkeling van veerkracht bij kinderen en jongeren? En waarom functioneren sommigen, ondanks ingrijpende ervaringen, toch zo goed? ‘Dat willen we snappen,’ zegt onderzoeker Majone Steketee. ‘Zodat we andere kinderen beter kunnen ondersteunen.’
onderzoek
3,5 min.
Mylene Siegers
Mariëlle van Bussel
Inhoudsopgave
Vorige pagina
Volgende pagina
Lees hier meer over dit onderzoek en de uitkomsten: Onderzoek: Aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld
Bekijk de samenvatting van het onderzoek in deze animatie Werkt de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld?
Het Verwey-Jonker Instituut deed in samenwerking met Augeo Foundation voor het eerst op grote schaal onderzoek naar de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. Zo’n 1200 ouders en 1500 kinderen deden mee. In anderhalf jaar tijd is op verschillende momenten gemeten welke problemen er spelen in gezinnen die bij Veilig Thuis zijn gemeld.
‘Kinderen
zijn meer dan wat hen is overkomen’
Mooie bijvangst van het onderzoek is dat het kinderen een stem geeft. Steketee: ‘Dat gebeurt te weinig bij kinderen als het gaat om kindermishandeling en huiselijk geweld. We moeten meer focussen op hoe het met de kinderen gaat en hoe we hun veerkracht kunnen versterken. Dat is een positievere invalshoek dan alleen de risicofactoren benoemen. Want kinderen zijn meer dan wat hen is overkomen. Ze hebben talenten, ambities, relaties en krachten waarop we kunnen voortbouwen. Door ook naar die krachten te kijken, doen we meer recht aan hun verhaal.’
Steketee hoopt dat de dagboekstudie ook helpt om blinde vlekken te voorkomen. Zo is de manier waarop jongeren hun eigen situatie ervaren en herkennen niet eenduidig. Wat voor de een duidelijk huiselijk geweld is, kan voor de ander een normaal onderdeel van het dagelijkse leven lijken. ‘Als je opgroeit in een onveilige situatie, is het vaak moeilijk om patronen van geweld of stress zelf te herkennen,’ zegt Steketee. ‘Veel slachtoffers hebben bovendien niet door hoe hun lichaam reageert op voortdurende spanning. Zo vertelde een jongere dat ze tijdens heftige ruzies vaak bevroor en niets meer kon zeggen. Pas later begreep ze dat dit geen onverschilligheid was, maar een stressreactie op een onveilige situatie.’
‘Wat voor het ene kind duidelijk huiselijk geweld is, vindt een ander kind “normaal”’
Het onderzoek vindt plaats bij de gezinnen zelf, en dus niet via hulpverleners die rapporteren óver gezinnen. ‘Doordat de informatie rechtstreeks van de gezinnen komt, krijgen we een perspectief dat in veel onderzoek ontbreekt. Dat maakt deze gegevens bijzonder waardevol.’
Tegelijkertijd blijkt het lastig om de elementen die mogelijk bijdragen aan veerkracht in kaart te brengen. ‘We hebben veel energie gestopt in het samenstellen van de vragenlijst. We hebben die getest in een pilot onder jongeren die te maken hebben gehad met huiselijk geweld of kindermishandeling, en onder een vergelijkingsgroep in de vorm van een jongerenpanel. Daaruit bleek onder meer dat een deel van de jongeren uit het panel eveneens ervaringen had met huiselijk geweld. Met deze jongeren, die blijkbaar nog niet in beeld waren bij de instanties, hadden we geen rekening gehouden. Op basis van de pilotstudie hebben we de vragenlijst aangepast. Ook zagen we bij sommige onderdelen, met name rond coping, uitkomsten die we nog onvoldoende konden verklaren.’
‘Wij meten niet of iemand wel of niet veerkrachtig is,’ benadrukt Steketee. ‘Want veerkracht is niet een op zichzelf staand iets. We kijken naar afzonderlijke elementen die samenhangen met veerkracht, zoals zelfvertrouwen, sociale steun, emotieregulatie en het begrijpen van wat er thuis gebeurt. Dat doen we niet om individuele kinderen een score te geven, maar om op groepsniveau meer inzicht te krijgen in welke factoren bijdragen aan een positieve ontwikkeling.’
Veel onderzoek naar huiselijk geweld en kindermishandeling richt zich op problemen en risico’s, zegt Steketee. ‘Dat is begrijpelijk, maar we willen ook snappen waarom sommige jongeren, ondanks ingrijpende ervaringen, toch goed blijven functioneren of zich herstellen. Juist die kennis kan helpen om kinderen en jongeren beter te ondersteunen.’
Voor haar onderzoek Veerkrachtig functioneren van jongeren brengt Steketee de verschillende elementen in kaart die bijdragen aan veerkracht bij kinderen en jongeren (12-18 jaar) die bekend zijn bij Veilig Thuis. Tijdens een cohortonderzoek worden deze kinderen en hun ouders anderhalf jaar gevolgd. Vragen die centraal staan zijn: hoe gaat het met je? Welke hulp heb je ontvangen? En: Wat heeft wel of juist niet geholpen?
We weten nog niet of opgroeien in een gezin waar sprake is van onveiligheid en voortdurende stress invloed heeft op de veerkracht van een kind, zegt Majone Steketee. ‘Daarom willen we dit onderzoeken en inzicht krijgen in hoe elementen van veerkracht zich ontwikkelen onder deze omstandigheden.’
onderzoek
3,5 min.
Mylene Siegers
Mariëlle van Bussel
Volg Majone op LinkedIn
Majone Steketee is hoogleraar Intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen, en werkt als wetenschappelijk adviseur voor het Verwey-Jonker Instituut. Voor Augeo Foundation doet ze onderzoek naar veerkracht bij jongeren die huiselijk geweld meemaakten.
deel dit artikel
Beïnvloedt huiselijk geweld de ontwikkeling van veerkracht bij kinderen en jongeren? En waarom functioneren sommigen, ondanks ingrijpende ervaringen, toch zo goed? ‘Dat willen we snappen,’ zegt onderzoeker Majone Steketee. ‘Zodat we andere kinderen beter kunnen ondersteunen.’
‘Tijdens de pilot merkten we dat de manier waarop jongeren omgaan met stress en tegenslag lastig te meten is met een vragenlijst. Er is namelijk vaak een verschil tussen hoe iemand denkt dat hij handelt en hoe hij daadwerkelijk handelt. Daarom hebben we een dagboekstudie toegevoegd aan het onderzoek. Die helpt ons te begrijpen welke strategieën jongeren in het dagelijkse leven gebruiken wanneer zij met stress of tegenslag worden geconfronteerd, en hoe deze samenhangen met veerkrachtig functioneren.
Negentig jongeren die te maken hebben gehad met onveiligheid thuis hielden vijf weken lang een dagboek bij. Daarin noteerden ze of ze iets naars hadden meegemaakt en hoe ze daarop hadden gereageerd. De analyse van deze dagboekfragmenten moet nog uitgevoerd worden.
Eind 2026 start de vierde cohortstudie. ‘Daaraan zullen opnieuw veel jongeren deelnemen en leggen we dezelfde vragenlijst ook weer voor aan een vergelijkingsgroep van jongeren die niet met kindermishandeling te maken hebben gehad. Door de verschillende elementen beter in kaart te brengen, hopen we te begrijpen wat jongeren helpt om ondanks ingrijpende ervaringen toch veerkracht te ontwikkelen, en hoe professionals hen daarin kunnen ondersteunen.’