Stel, een kind van 12 zegt in het voortraject: “Ik wil nooit meer naar mijn vader.” Dat klinkt vrij definitief, maar na het horen van het verhaal van het kind door de bijzondere curator kan blijken dan het alleen de nieuwe partner van de vader is, waar kind niet mee overweg kan. Als je écht met een kind in gesprek gaat blijken er vaak andere dingen aan de hand dan je in eerste instantie dacht.’

‘Professionals denken soms dat ze allang weten wat het kind wil, maar ik zeg altijd: je kunt de belangen van het kind niet in kaart brengen en behartigen zonder het te horen. Daarom is het goed dat de rechter bij familieprocessen bijzondere curatoren kan benoemen, soms op verzoek van het kind zelf, die onderzoeken wat een kind nou echt wil. Dat gebeurt bij belangenconflicten tussen een kind en de ouders of voogd.

Levert een kindgesprek wel nieuwe informatie op?

‘Daar is geen wet of algemene regel voor. Of de ouders toestemming moeten geven voor het raadplegen van hun kind, hangt helemaal van de context af. Maar in de praktijk gebeurt dat natuurlijk wel. Het leven zit nu eenmaal zo in elkaar dat je niet om ouders heen kunt. Als de rechtbank een kind per brief uitnodigt om gehoord te worden, zullen de ouders die brief meestal als eerste lezen en vervolgens al dan niet aan hun kind geven.

Verder verschilt het beleid per sector. Scholen en jeugdartsen hanteren vaak een grens van 12 jaar bij de vraag of ze ouders wel of niet betrekken. De schoolarts op de basisschool nodigt de ouders meestal uit om bij het gesprek te zijn, maar na de basisschool gebeurt dat niet meer. Voor het leerlingendossier geldt dat ouders hun kind van 12 jaar en ouder toestemming moeten vragen voor inzage, en dat ze geen inzage meer hebben als hun kind 16 of ouder is.

Bij een medische behandeling en bij hulpverlening in de jeugdzorg zijn kinderen vanaf hun 16e jaar gemachtigd om zonder ouders een beslissing te nemen. Tot 12 jaar moeten beide gezaghebbende ouders beslissen over hulp aan hun kind. Kinderen van 12 tot 16 jaar beslissen samen met beide ouders. Als een van de ouders geen toestemming geeft, geldt dat als een weigering. De hulpverlener of arts kan op basis van goed hulpverlenerschap besluiten om het kind toch te behandelen, als de behandeling zeer noodzakelijk is voor het kind.’

Moeten de ouders toestemming geven? 

Meer lezen over de rechten en noodzakelijke stappen voor betekenisvolle participatie van kinderen?

‘Hoe groter de impact, hoe zwaarder de stem van het kind moet meewegen’

Het luisteren naar kinderen kan dus heel ingewikkeld zijn. Laat je leiden door de impact van de beslissing: hoe groter die is, hoe zwaarder de stem van het kind moet meewegen. Het kan trouwens ook gebeuren dat kinderen niet geraadpleegd willen worden. Dat is hun goed recht. Ik denk dat je hen hierin heel serieus kunt nemen. Ze moeten natuurlijk wel goed geïnformeerd zijn en hun rechten kennen. Maar als ze eenmaal kiezen, moet je ze vrij laten.’

Stel, een kind zegt: ik heb veertien jaar bij mijn moeder gewoond en nu wil ik verhuizen naar mijn vader aan de andere kant van het land. Als je als rechter de mening van het kind niet volgt, moet je daar goede redenen voor hebben en die aan het kind kunnen uitleggen. Dat is het allermoeilijkst. Maar wel belangrijk, want anders ben je alleen maar een procedure aan het afvinken: zo, ik heb naar het kind geluisterd.

Een ander voorbeeld: een kind vertelt je dat het mishandeld wordt door de ouders en vraagt je om dat niet verder te vertellen. Om het kind te beschermen, zul je dat soms toch moeten doen. Daar moet je goed over nadenken en als het kan, het uitleggen. Als je dat niet doet, voelen kinderen zich minder serieus genomen dan wanneer ze helemaal niet geraadpleegd waren.

‘Het recht van kinderen om gehoord te worden, bestaat uit stappen. Ten eerste heeft een kind het recht om geïnformeerd te worden: het moet zijn rechten kennen en weten wat er aan de hand is. Vervolgens moet het kind daadwerkelijk gehoord worden - wat vindt het van de situatie? En tenslotte moet er een “passend gewicht” worden gegeven aan de mening van het kind. Je moet er dus iets mee, en je beslissing moet je vervolgens aan het kind uitleggen.

Hoe leg je een besluit goed uit?

‘Bepaalde vragen stel je wel en andere niet. Het gaat niet zozeer om wat een kind wil, maar om de context eromheen. Je vraagt niet direct bij wie het wil wonen, want je kunt kinderen niet vragen om te kiezen tussen hun ouders. Je vraagt wél: “Hoe ziet je leven eruit en wat vind je belangrijk?” Ik vind dat je kinderen van harde keuzes moet weghouden. De rechter zal ook zeggen: “We zijn hier vandaag niet om te bepalen waar je gaat wonen, maar ik wil graag meer over jou weten.”

Daarvoor moet je als professional getraind zijn in gespreksvoering met kinderen. Ook intervisie is belangrijk. Rechters zijn daar tegenwoordig steeds meer in getraind; uit mijn onderzoek weet ik dat zij veel aandacht besteden aan het betrekken van kinderen bij hun beslissingen en het terugkoppelen daarvan.

Maar net zo belangrijk als training is ervaring. Professionals die vaak dit soort gesprekken met kinderen en jongeren voeren, weten op een gegeven moment heel goed hoe het moet. Het is wel belangrijk dat er voortdurend aandacht voor is. En in sommige beroepsgroepen mag het best een tandje meer.’

Hoe voer je het gesprek met een kind?

‘Ik wil graag onderzoeken of een verdiepend gesprek ook mogelijk is 4 tot 8 jaar

‘Kinderen vanaf 8 jaar zijn vaak al prima in staat om hun mening en bijbehorende gevoelens te verwoorden

Uit ons onderzoek bleek ook dat kinderen al vanaf 4 jaar hun mening kunnen geven. Ik zou graag nog eens onderzoeken of zo’n verdiepend gesprek ook mogelijk is bij kinderen tussen 4 en 8 jaar, met extra deskundigen en in een aangepaste omgeving.

In ons onderzoek naar de positie van kinderen in jeugdprocedures stellen we daarnaast voor dat minderjarigen van 12 jaar en ouder zelfstandig procedures moeten kunnen starten en in hoger beroep moeten kunnen gaan. Volgens het conceptwetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming (2024) krijgen minderjarigen van 12 jaar en ouder voor alle beslissingen een zelfstandige procespositie bij een maatregel van ondertoezichtstelling. Ook dat is een stap vooruit.’

In Nederland werden kinderen tot voor kort vanaf 12 jaar standaard door de rechtbank uitgenodigd om gehoord te worden in zaken die hen aangaan, maar sinds dit jaar (2026) moeten kinderen vanaf 8 jaar volgens de procesreglementen van rechtbanken en Gerechtshoven worden uitgenodigd voor een gesprek. Dat is een belangrijke stap vooruit. In ons onderzoek naar de positie van kinderen in jeugdprocedures hebben we met een neuropsychologische en pedagogische blik gekeken naar wat kinderen aankunnen. Daaruit bleek dat kinderen vanaf 8 jaar in een kamertje in de rechtbank al een verdiepend gesprek kunnen voeren, bijvoorbeeld met de kinderrechter. Ze zijn dan vaak prima in staat om hun mening en bijbehorende gevoelens te verwoorden. En ze begrijpen dat hun gevoelens en wensen niet dezelfde hoeven zijn als die van hun ouders.’

‘Volgens het VN-Kinderrechtenverdrag heeft élk kind het recht om gehoord te worden over de zaken die hem aangaan. En het VN-kinderrechtencomité, dat toeziet op de naleving, zegt ook dat elk kind gehoord kán worden. Zelfs als het nog te jong is om te praten, kan het signalen afgeven over wat het wil.

In familieprocessen lopen de leeftijdsgrenzen voor het horen van kinderen internationaal uiteen van vanaf 7 tot 16 jaar. De meeste landen hanteren zo’n leeftijdsgrens en geen open criterium zoals ‘in staat tot een redelijke waardering van belangen’ of ‘competent, zoals in het VN-verdrag staat.’ Een leeftijdsgrens wordt gebruikt vanuit de gedachte dat je vanaf die leeftijd in staat bent je mening te geven.

Vanaf welke leeftijd moet je een kind betrekken? 

‘In het gewone leven vinden we de autonomie van kinderen heel belangrijk, maar bij beslissingen die grote gevolgen voor hen hebben, ligt dat ineens anders’

Ten eerste denken rechters, de Raad voor de Kinderbescherming en advocaten al snel dat kinderen een gesprek met de rechter niet aankunnen, ten tweede denken ze vaak dat jongere kinderen niet in staat zijn om hun mening te verwoorden. Bovendien hebben ze vaak weinig tijd om met kinderen te spreken.

In het gewone leven vinden we de autonomie van kinderen heel belangrijk, maar als het gaat om beslissingen die grote gevolgen voor hen hebben, ligt dat ineens anders. Voor ons rapport hebben we jongeren hierover ondervraagd. De uitkomst was dat zij wél gehoord willen worden door de kinderrechter, ook al geeft dat stress.

Die stress ontstaat als kinderen niet goed weten wat ze moeten verwachten van een kindgesprek, hoe de rechtbank eruitziet en welke vragen er gesteld gaan worden. Ook de beveiligingspoortjes bij de ingang, de ruimte waarin het kindgesprek wordt gevoerd, de toga van de ambtenaren en de hele rechtbanksfeer kunnen intimiderend zijn. Maar daar kun je wat aan doen.

Bovendien geven jongeren in het onderzoek naar de positie van kinderen duidelijk aan dat ze gehoord willen worden bij beslissingen die hen aangaan. Uit ander onderzoek weten we dat kinderen die herhaaldelijk niet bij beslissingen worden betrokken, zich machteloos voelen, minder zelfvertrouwen hebben en het vertrouwen in hun eigen beslisvaardigheden verliezen.’

‘De belangrijkste belemmering voor professionals is hun eigen aanname dat kinderen niet met moeilijke kwesties belast mogen worden. Dat blijkt ook uit ons onderzoek naar de positie van kinderen in jeugdprocedures, zoals familie- en jeugdzaken.

Waarom doen professionals het niet altijd?

‘Het gaat om alle beslissingen die een kind raken. In juridische procedures gaat het onder meer om familieprocessen, waarbij bijvoorbeeld de omgangsregeling bepaald wordt, of bij welke ouder de kinderen na een scheiding gaan wonen. Daarnaast moet je kinderen betrekken bij kinderbeschermingsmaatregelen zoals ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing.

Maar ook op school, in de jeugdhulp, in de medische sector en in wijkteams worden professionals geacht om kinderen te informeren en te horen. Bijvoorbeeld als zij de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling volgen. Volgens dit stappenplan moeten ze een gesprek houden met de ouders én met de kinderen.’

Hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit van Leiden en doet onderzoek naar, en publiceert over, jeugdhulp, kinderbescherming, kindermishandeling, kinderrechten en de positie van de minderjarige in juridische procedures.

uitgelegd

6,5 min.

Annette Wiesman

In welke situaties moet je kinderen betrekken?  
Wat kan er wel/niet bij participatie van minderjarigen?

Sinds dit jaar mag een kind van 12 jaar of ouder zelfstandig een procedure starten en moet een rechter met een kind vanaf 8 jaar in gesprek gaan. Hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning vertelt hoe haar onderzoek de aanleiding was voor deze veranderingen.

‘Professionals denken soms dat ze allang weten wat het kind wil, maar ik zeg altijd: je kunt de belangen van het kind niet in kaart brengen en behartigen zonder het te horen. Daarom is het goed dat de rechter bij familieprocessen bijzondere curatoren kan benoemen, soms op verzoek van het kind zelf, die onderzoeken wat een kind nou echt wil. Dat gebeurt bij belangenconflicten tussen een kind en de ouders of voogd.

Levert een kindgesprek wel nieuwe informatie op?

‘Daar is geen wet of algemene regel voor. Of de ouders toestemming moeten geven voor het raadplegen van hun kind, hangt helemaal van de context af. Maar in de praktijk gebeurt dat natuurlijk wel. Het leven zit nu eenmaal zo in elkaar dat je niet om ouders heen kunt. Als de rechtbank een kind per brief uitnodigt om gehoord te worden, zullen de ouders die brief meestal als eerste lezen en vervolgens al dan niet aan hun kind geven.

Verder verschilt het beleid per sector. Scholen en jeugdartsen hanteren vaak een grens van 12 jaar bij de vraag of ze ouders wel of niet betrekken. De schoolarts op de basisschool nodigt de ouders meestal uit om bij het gesprek te zijn, maar na de basisschool gebeurt dat niet meer. Voor het leerlingendossier geldt dat ouders hun kind van 12 jaar en ouder toestemming moeten vragen voor inzage, en dat ze geen inzage meer hebben als hun kind 16 of ouder is.

Bij een medische behandeling en bij hulpverlening in de jeugdzorg zijn kinderen vanaf hun 16e jaar gemachtigd om zonder ouders een beslissing te nemen. Tot 12 jaar moeten beide gezaghebbende ouders beslissen over hulp aan hun kind. Kinderen van 12 tot 16 jaar beslissen samen met beide ouders. Als een van de ouders geen toestemming geeft, geldt dat als een weigering. De hulpverlener of arts kan op basis van goed hulpverlenerschap besluiten om het kind toch te behandelen, als de behandeling zeer noodzakelijk is voor het kind.’

Moeten de ouders toestemming geven? 

deel dit artikel

Stel, een kind van 12 zegt in het voortraject: “Ik wil nooit meer naar mijn vader.” Dat klinkt vrij definitief, maar na het horen van het verhaal van het kind door de bijzondere curator kan blijken dan het alleen de nieuwe partner van de vader is, waar kind niet mee overweg kan. Als je écht met een kind in gesprek gaat blijken er vaak andere dingen aan de hand dan je in eerste instantie dacht.’

Het luisteren naar kinderen kan dus heel ingewikkeld zijn. Laat je leiden door de impact van de beslissing: hoe groter die is, hoe zwaarder de stem van het kind moet meewegen. Het kan trouwens ook gebeuren dat kinderen niet geraadpleegd willen worden. Dat is hun goed recht. Ik denk dat je hen hierin heel serieus kunt nemen. Ze moeten natuurlijk wel goed geïnformeerd zijn en hun rechten kennen. Maar als ze eenmaal kiezen, moet je ze vrij laten.’

‘Hoe groter de impact, hoe zwaarder de stem van het kind moet meewegen’

Stel, een kind zegt: ik heb veertien jaar bij mijn moeder gewoond en nu wil ik verhuizen naar mijn vader aan de andere kant van het land. Als je als rechter de mening van het kind niet volgt, moet je daar goede redenen voor hebben en die aan het kind kunnen uitleggen. Dat is het allermoeilijkst. Maar wel belangrijk, want anders ben je alleen maar een procedure aan het afvinken: zo, ik heb naar het kind geluisterd.

Een ander voorbeeld: een kind vertelt je dat het mishandeld wordt door de ouders en vraagt je om dat niet verder te vertellen. Om het kind te beschermen, zul je dat soms toch moeten doen. Daar moet je goed over nadenken en als het kan, het uitleggen. Als je dat niet doet, voelen kinderen zich minder serieus genomen dan wanneer ze helemaal niet geraadpleegd waren.

Meer lezen over de rechten en noodzakelijke stappen voor betekenisvolle participatie van kinderen?

‘Het recht van kinderen om gehoord te worden, bestaat uit stappen. Ten eerste heeft een kind het recht om geïnformeerd te worden: het moet zijn rechten kennen en weten wat er aan de hand is. Vervolgens moet het kind daadwerkelijk gehoord worden - wat vindt het van de situatie? En tenslotte moet er een “passend gewicht” worden gegeven aan de mening van het kind. Je moet er dus iets mee, en je beslissing moet je vervolgens aan het kind uitleggen.

Hoe leg je een besluit goed uit?

In Nederland werden kinderen tot voor kort vanaf 12 jaar standaard door de rechtbank uitgenodigd om gehoord te worden in zaken die hen aangaan, maar sinds dit jaar (2026) moeten kinderen vanaf 8 jaar volgens de procesreglementen van rechtbanken en Gerechtshoven worden uitgenodigd voor een gesprek. Dat is een belangrijke stap vooruit. In ons onderzoek naar de positie van kinderen in jeugdprocedures hebben we met een neuropsychologische en pedagogische blik gekeken naar wat kinderen aankunnen. Daaruit bleek dat kinderen vanaf 8 jaar in een kamertje in de rechtbank al een verdiepend gesprek kunnen voeren, bijvoorbeeld met de kinderrechter. Ze zijn dan vaak prima in staat om hun mening en bijbehorende gevoelens te verwoorden. En ze begrijpen dat hun gevoelens en wensen niet dezelfde hoeven zijn als die van hun ouders.’

‘Kinderen vanaf 8 jaar zijn vaak al prima in staat om hun mening en bijbehorende gevoelens te verwoorden

‘Volgens het VN-Kinderrechtenverdrag heeft élk kind het recht om gehoord te worden over de zaken die hem aangaan. En het VN-kinderrechtencomité, dat toeziet op de naleving, zegt ook dat elk kind gehoord kán worden. Zelfs als het nog te jong is om te praten, kan het signalen afgeven over wat het wil.

In familieprocessen lopen de leeftijdsgrenzen voor het horen van kinderen internationaal uiteen van vanaf 7 tot 16 jaar. De meeste landen hanteren zo’n leeftijdsgrens en geen open criterium zoals ‘in staat tot een redelijke waardering van belangen’ of ‘competent, zoals in het VN-verdrag staat.’ Een leeftijdsgrens wordt gebruikt vanuit de gedachte dat je vanaf die leeftijd in staat bent je mening te geven.

Vanaf welke leeftijd moet je een kind betrekken? 

‘Ik wil graag onderzoeken of een verdiepend gesprek ook mogelijk is 4 tot 8 jaar’

Uit ons onderzoek bleek ook dat kinderen al vanaf 4 jaar hun mening kunnen geven. Ik zou graag nog eens onderzoeken of zo’n verdiepend gesprek ook mogelijk is bij kinderen tussen 4 en 8 jaar, met extra deskundigen en in een aangepaste omgeving.

In ons onderzoek naar de positie van kinderen in jeugdprocedures stellen we daarnaast voor dat minderjarigen van 12 jaar en ouder zelfstandig procedures moeten kunnen starten en in hoger beroep moeten kunnen gaan. Volgens het conceptwetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming (2024) krijgen minderjarigen van 12 jaar en ouder voor alle beslissingen een zelfstandige procespositie bij een maatregel van ondertoezichtstelling. Ook dat is een stap vooruit.’

‘Bepaalde vragen stel je wel en andere niet. Het gaat niet zozeer om wat een kind wil, maar om de context eromheen. Je vraagt niet direct bij wie het wil wonen, want je kunt kinderen niet vragen om te kiezen tussen hun ouders. Je vraagt wél: “Hoe ziet je leven eruit en wat vind je belangrijk?” Ik vind dat je kinderen van harde keuzes moet weghouden. De rechter zal ook zeggen: “We zijn hier vandaag niet om te bepalen waar je gaat wonen, maar ik wil graag meer over jou weten.”

Daarvoor moet je als professional getraind zijn in gespreksvoering met kinderen. Ook intervisie is belangrijk. Rechters zijn daar tegenwoordig steeds meer in getraind; uit mijn onderzoek weet ik dat zij veel aandacht besteden aan het betrekken van kinderen bij hun beslissingen en het terugkoppelen daarvan.

Maar net zo belangrijk als training is ervaring. Professionals die vaak dit soort gesprekken met kinderen en jongeren voeren, weten op een gegeven moment heel goed hoe het moet. Het is wel belangrijk dat er voortdurend aandacht voor is. En in sommige beroepsgroepen mag het best een tandje meer.’

Hoe voer je het gesprek met een kind?

Ten eerste denken rechters, de Raad voor de Kinderbescherming en advocaten al snel dat kinderen een gesprek met de rechter niet aankunnen, ten tweede denken ze vaak dat jongere kinderen niet in staat zijn om hun mening te verwoorden. Bovendien hebben ze vaak weinig tijd om met kinderen te spreken.

In het gewone leven vinden we de autonomie van kinderen heel belangrijk, maar als het gaat om beslissingen die grote gevolgen voor hen hebben, ligt dat ineens anders. Voor ons rapport hebben we jongeren hierover ondervraagd. De uitkomst was dat zij wél gehoord willen worden door de kinderrechter, ook al geeft dat stress.

Die stress ontstaat als kinderen niet goed weten wat ze moeten verwachten van een kindgesprek, hoe de rechtbank eruitziet en welke vragen er gesteld gaan worden. Ook de beveiligingspoortjes bij de ingang, de ruimte waarin het kindgesprek wordt gevoerd, de toga van de ambtenaren en de hele rechtbanksfeer kunnen intimiderend zijn. Maar daar kun je wat aan doen.

Bovendien geven jongeren in het onderzoek naar de positie van kinderen duidelijk aan dat ze gehoord willen worden bij beslissingen die hen aangaan. Uit ander onderzoek weten we dat kinderen die herhaaldelijk niet bij beslissingen worden betrokken, zich machteloos voelen, minder zelfvertrouwen hebben en het vertrouwen in hun eigen beslisvaardigheden verliezen.’

‘In het gewone leven vinden we de autonomie van kinderen heel belangrijk, maar bij beslissingen die grote gevolgen voor hen hebben, ligt dat ineens anders’

‘De belangrijkste belemmering voor professionals is hun eigen aanname dat kinderen niet met moeilijke kwesties belast mogen worden. Dat blijkt ook uit ons onderzoek naar de positie van kinderen in jeugdprocedures, zoals familie- en jeugdzaken.

Waarom doen professionals het niet altijd?

‘Het gaat om alle beslissingen die een kind raken. In juridische procedures gaat het onder meer om familieprocessen, waarbij bijvoorbeeld de omgangsregeling bepaald wordt, of bij welke ouder de kinderen na een scheiding gaan wonen. Daarnaast moet je kinderen betrekken bij kinderbeschermingsmaatregelen zoals ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing.

Maar ook op school, in de jeugdhulp, in de medische sector en in wijkteams worden professionals geacht om kinderen te informeren en te horen. Bijvoorbeeld als zij de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling volgen. Volgens dit stappenplan moeten ze een gesprek houden met de ouders én met de kinderen.’

In welke situaties moet je kinderen betrekken?  

Hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit van Leiden en doet onderzoek naar, en publiceert over, jeugdhulp, kinderbescherming, kindermishandeling, kinderrechten en de positie van de minderjarige in juridische procedures.

Sinds dit jaar mag een kind van 12 jaar of ouder zelfstandig een procedure starten en moet een rechter met een kind vanaf 8 jaar in gesprek gaan. Hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning vertelt hoe haar onderzoek de aanleiding was voor deze veranderingen.

Wat kan er wel/niet bij participatie van minderjarigen?
uitgelegd

6,5 min.

Annette Wiesman

Augeo Magazine: Hét online tijdschrift over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo Foundation al 15 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo Magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm