Mijn kinderen wezen me erop dat zijn gedrag niet normaal was. Maar ik was zo mijn best aan het doen om me aan te passen, dat ik het bijna niet hoorde.
Hij was heel erg bezig met hoe de buitenwereld ons zag. Tegen anderen zei hij, bleek later, dat ik vreemdging en labiel was. Hij heeft me een keer mishandeld en daarna doodleuk een van zijn vrienden gebeld met de vraag of hij misschien daar kon slapen, omdat hij zogenaamd door mij werd geterroriseerd.’
Zij lijkt het probleem.
De educatieve film Zij lijkt het probleem te zijn (60 min.) brengt in beeld hoe dwingende controle ontstaat, hoe je het signaleert en wat er aan te doen is.
Eén keer ging hij alleen naar de systeemtherapeut toe, in een poging om mij in diskrediet te brengen. Bij terugkomst beweerde hij dat uit het gesprek was gebleken dat er met hem niets mis was, maar dat ik allerlei psychische problemen had. Daar zouden ze met meerdere deskundigen over hebben gesproken. Dat was niet waar, maar het lukte hem wel degelijk de aandacht weer naar de kinderen en mij te verschuiven. In een andere situatie gaf de hulpverlener mij en mijn dochter tips alsof er met óns iets mis was.’
De politie ging er bizar mee om. Mijn relaas werd niet goed geregistreerd. De agenten deden geen letselonderzoek en vroegen niks aan de kinderen. Na een kort gesprekje werd ik die nacht weer bij hem achtergelaten. Ik stond doodsangsten uit. De politie had hem moeten meenemen voor verhoor. Mij hadden ze moeten aanraden om aangifte te doen. Ik heb er nog steeds last van dat ik dat toen niet gedaan heb, want dan had ik nu misschien op een veroordeling kunnen terugvallen.
Toen ik met de kinderen in de auto wegvluchtte naar een vakantiehuis, belde hij me nog twaalf keer. Later heb ik alsnog aangifte gedaan, maar daarvoor kon ik alleen terecht bij de wijkagent. Alsof ik een klacht had over de kattenpoep van de buren. Mijn aangifte kreeg de kwalificatie “lichte mishandeling”.’
De politie heeft een stopgesprek met hem gevoerd. Dat leek me riskant, omdat zoiets een trigger kan zijn, maar volgens hen zou dat heus wel goed gaan. Mijn ex beschuldigde me daarna bij de politie van smaad, laster en stalken; precies wat hij zelf bij mij deed. De politie adviseerde me om me koest te houden, om zo mijn ex-partner minder te triggeren om mij lastig te vallen.
Ik heb gemerkt dat wanneer ik incidenten meld, dit de zaak alleen maar verergert. Voor mij is het gedrag van mijn ex een voortzetting van het geweld tijdens de relatie, maar de politie ziet dat patroon van dwingende controle niet.’
Toen er een rechtszaak van kwam, vroeg de familierechter waarom we er drie jaar na de scheiding nog niet uit waren. Mijn advocaat had me al gewaarschuwd niet over het geweld te beginnen, dat zou alleen maar irritatie wekken. De rechter had er inderdaad geen boodschap aan. Ze zei: ik ben geen strafrechter, ik doe niet aan waarheidsvinding. Zo werd ik ermee geconfronteerd dat mijn ex als niet-veroordeeld geweldpleger in alle delen van het systeem zijn gang kon gaan, doordat het zo gefragmenteerd is.
Mijn beste vriendin was tijdens de financiële afwikkeling contactpersoon voor de advocaat. Zo voorkwam ze dat de pleger via de advocaat vat op mij kreeg.’
Anna heet in werkelijkheid anders.
Het is niet voorbij. Deze geschiedenis heeft mijn besluitvaardigheid aangetast, ik twijfel regelmatig aan mijn eigen morele kompas. Het heeft me depressief, angstig en oplettend gemaakt. Nog steeds heb ik vaak last van stress: ik ben overgeleverd aan het gedrag van de pleger en kan nergens terecht voor bescherming. De politie ziet mij als dader of als onderdeel van het probleem. Ik heb een geheim adres en ben nog steeds bang dat hij me iets aandoet.
Mijn kinderen hebben mij vergoelijkend zien omgaan met het gedrag van de pleger. Door zijn manipulaties praatte ik ontoelaatbaar gedrag goed. Ze hebben me kwalijk genomen dat ze mij lang deels kwijt zijn geweest. Ze zijn nog steeds in intensieve therapie, maar het gaat veel beter met ze.’
Nog altijd geen bescherming
‘Ik kwam er berooid vanaf. Tijdens de relatie was ik erachter gekomen dat er duizenden euro’s van de gezamenlijke rekening verdwenen waren. Na de relatie weigerde mijn ex mee te werken aan een nette financiële afwikkeling rond de gezamenlijke woning. Naar buiten toe zei hij dat er met mij niks viel af te spreken over de financiën, maar hij hield mediation af. Uiteindelijk heb ik hem via de rechter gedwongen mij om de overwaarde uit de woning te betalen. Met de opbrengsten van een crowdfunding kon ik een deel van de advocaatkosten én die voor een rechtszaak betalen.
Crowdfunding
‘Mijn ex vertelde iedereen dat hij mij uit huis had gezet, omdat ik vreemdging. Tegen mij zei hij: “Iedereen heeft een hekel aan jou. Iedereen weet dat je gek bent, niemand gelooft je.”
Zelfs toen ik al weg was, controleerde hij me nog. Sinds mijn vertrek is hij constant bezig geweest mijn geloofwaardigheid bij kennissen, professionals, politie en justitie aan te tasten. Hij beweert dat ik hem belaag en stalk. Als ik naar vrienden van mij, die bij hem in de straat wonen, fiets, neemt hij daar foto’s van en meldt het bij de politie. In plaats van dat politie hem aanspreekt op de continue controle, spreken ze mij aan op mijn fietsroute. Het is de wereld op zijn kop.
Stalken
‘Uiteindelijk heb ik mijn vertrek aangekondigd, het stomste wat je kunt doen. Die avond heeft hij me mishandeld. Mijn vriendin raadde me aan om 112 te bellen. Ik moest een enorme schaamte overwinnen. Je weet: straks ligt alles op straat en wordt bekend dat ik als moeder mijn kinderen hieraan heb blootgesteld.
112 bellen
Kort daarvoor ging ik met mijn jongste dochter naar een systeemtherapeut. Ze kampte met verdriet en woede. De therapeut had door dat de mensen aan tafel niet het probleem waren; ze wilde graag contact met mijn partner. Ze nodigde ons uit voor een aantal gezamenlijke gesprekken. In een ‘normale’, gelijkwaardige relatie had dat kunnen werken, maar niet in dit geval. Hij richtte zich volledig op de therapeut en vertelde haar allerlei onzin over mij - dat alles op zijn kop stond sinds ik in zijn leven was. Ik was verdrietig, in de war en schoot vaak in de verdediging. Als hij dit soort dingen tegen hulpverleners zei, kon ik alleen maar huilen, omdat het zó bizar was wat hij zei. Of ik riep dat hij loog. Dan verzuchtte hij: “Zie je, hier heb ik dus steeds mee te maken.”
‘De laatste maanden van de relatie las ik online over gaslighten en psychopathie. Ik begon te denken dat het misschien toch niet allemaal aan mij lag. Een kennis zei tegen me: “Als je nú bij hem weggaat, kun je nog mooie jaren met je kinderen hebben.”
Vertrek
‘Het mishandelen begon vrij snel nadat we gingen samenwonen. Hij heeft me uitgescholden, gespuugd, geslagen. Hij heeft me aangerand en verkracht en probeerde me meerdere keren te wurgen. Hij zei altijd dat het kwam door mijn gedrag, dat zijn woede mijn schuld was. En hij dreigde me kapot te maken als ik anderen hierover vertelde.
We hadden ook fijne momenten, bijvoorbeeld als we als gezin gingen sporten of kamperen. Maar die werden steeds vaker afgewisseld met psychisch geweld en controle. Wat er ook gebeurde, het narratief was altijd dat ík het probleem veroorzaakte. Daarin was hij heel overtuigend. Als je dat steeds hoort, ga je twijfelen aan wie je ten diepste bent. Hij beweerde een beter persoon van me te willen maken. Hij zag zichzelf als mijn opvoeder, mijn redder.
Twijfel
‘Zijn relatie met zijn ex bleek erg slecht; er was doorlopend ruzie en chaos. Mijn kinderen, toen 10 en 11 jaar, en ik kwamen terecht in een giftig patroon van controle en geweld. We mochten niet zonder zijn toestemming boodschappen doen. Hij controleerde mijn telefoon en de rekeningen. Zodra hij thuis was, moest iedereen naar beneden komen. Ik was niet de enige die hij treiterde en strafte: hij deed dit ook bij zijn eigen kinderen en de mijne. Mijn kinderen vertelden me dat hij hen appjes stuurde om te vragen waar ze waren. Hij bemoeide zich met mijn werktijden en veroordeelde de mensen met wie ik omging. Als ik thuiskwam en vertelde over een leuk gesprek met iemand in de buurt, ging hij ernstig naast me zitten en zei: “Anna, ik maak me zorgen over dat contact, Het zijn geen betrouwbare mensen.”
Zo was hij continue als een poppenspeler aan touwtjes aan het trekken. Hij werd boos als ik met anderen omging en mijn eigen keuzes maakte. Hij was extreem jaloers, stuurde me appjes op mijn werk. Als ik niet op tijd thuis was, “verwaarloosde ik mijn gezin”. Ik moest elke stap overleggen, anders werd hij woedend. In het begin paste ik me aan, maar ik merkte dat het nooit genoeg was.’
‘Aan het begin van onze relatie kwam hij soms onaangekondigd langs. Niet als leuke verrassing, maar om te checken of er geen andere mannen waren, zoals hij zei. Ik duwde mijn gevoel daarover weg, want ik vond hem leuk. Hij straalde rust uit. In gesprekken had hij de houding van een soort alwetende pedagoog. Ik dacht eindelijk rust te krijgen. We hadden vier jaar een latrelatie toen we besloten om te gaan samenwonen, we werden een samengestelde gezin. Maar in de drie jaar daarna ging alles mis.’
Anna’s tips
‘Ga bij een aangifte als een onderzoeksjournalist te werk. Vraag alles: “Wat deed hij? Help het me begrijpen.” Neem de tijd om patronen te kunnen zien. Als je van incident naar incident gaat, zie je het patroon niet. In mijn geval hadden ze gezien: niet-fatale verwurgingen, mishandelingen, isolatie, dat zijn hoog-risicogedragingen.’
‘Agenten moeten weten: als een slachtoffer belt, is het menens. Dan is er al veel geweld aan vooraf gegaan. Dat zou reden moeten zijn om onderzoek te doen en de rechtspositie van het slachtoffer veilig te stellen. Als de pleger niet wordt veroordeeld, verzeil je later in bemoeizorg-achtige constructies.’
‘Woorden doen ertoe. In mijn aangifte stond ‘‘Vrouw verlaat na ruzie met haar man het huis”. Over het jarenlange geweld dat ervoor had plaatsgevonden, werd niets gezegd. Als slachtoffer heb je de energie niet om te letten op hoe verslagen en aangiften verwoord worden. Terwijl die woorden allesbepalend zijn voor het vervolg.’
‘Zorg voor een regiehouder. Die kan een slachtoffer begeleiden en houdt het overzicht. Besef hoeveel er van slachtoffers wordt gevraagd. Na mijn vertrek kreeg ik het gebiedsteam op bezoek, moest ik bellen met Veilig Thuis en Slachtofferhulp, de kinderen moesten naar de hulpverlening en ik naar therapie. Ik heb tientallen agenten gesproken, moest tijdlijnen maken. Dat was veel, want ik moest ook gewoon werken. Een regiehouder had me kunnen helpen.’
‘Kies een kant. Schijn licht op de pleger. De geforceerde neutraliteit van politie en hulpverlening heeft me genekt. Want daardoor kon de pleger zijn gang blijven gaan.’
‘Vraag door. Als een puber zegt: ‘‘Mijn stiefvader vraagt altijd waar ik ben’’, dan kan dat een doorsnee puberuitspraak zijn. Maar denk ook eens: laat ik dit verhaal bij moeder en een ander kind checken. Misschien zie je wel drie haakjes.’
Toestemming vragen
‘Door ons gefragmenteerde systeem kon hij eindeloos zijn gang gaan’
‘Als ik incidenten bij de politie meld, verergert dat de zaak alleen maar’
‘Na een kort gesprekje met de politie werd ik die nacht bij hem achtergelaten’
‘De hulpverlener
gaf mij en mijn dochter tips alsof er met óns iets mis was’
‘Tegen anderen zei hij, bleek later, dat ik vreemdging en labiel was’
Vorige pagina
Inhoudsopgave
Colofon
Volgende pagina
Ervaringsverhaal
7 min.
Annette Wiesman
Anna (48) en haar kinderen waren zeven jaar lang slachtoffer van psychische en fysieke mishandeling. Haar partner gaf Anna voortdurend de schuld, waardoor ze hem bijna ging geloven. ‘Een kennis zei tegen me: als je nú bij hem weggaat, kun je nog mooie jaren hebben met je kinderen.’
‘Hij zette mij neer als dader’
deel dit artikel
Colofon
Inhoudsopgave
Vorige pagina
Volgende pagina
Anna’s tips
‘Ga bij een aangifte als een onderzoeksjournalist te werk. Vraag alles: “Wat deed hij? Help het me begrijpen.” Neem de tijd om patronen te kunnen zien. Als je van incident naar incident gaat, zie je het patroon niet. In mijn geval hadden ze gezien: niet-fatale verwurgingen, mishandelingen, isolatie, dat zijn hoog-risicogedragingen.’
‘Agenten moeten weten: als een slachtoffer belt, is het menens. Dan is er al veel geweld aan vooraf gegaan. Dat zou reden moeten zijn om onderzoek te doen en de rechtspositie van het slachtoffer veilig te stellen. Als de pleger niet wordt veroordeeld, verzeil je later in bemoeizorg-achtige constructies.’
‘Woorden doen ertoe. In mijn aangifte stond ‘‘Vrouw verlaat na ruzie met haar man het huis”. Over het jarenlange geweld dat ervoor had plaatsgevonden, werd niets gezegd. Als slachtoffer heb je de energie niet om te letten op hoe verslagen en aangiften verwoord worden. Terwijl die woorden allesbepalend zijn voor het vervolg.’
‘Zorg voor een regiehouder. Die kan een slachtoffer begeleiden en houdt het overzicht. Besef hoeveel er van slachtoffers wordt gevraagd. Na mijn vertrek kreeg ik het gebiedsteam op bezoek, moest ik bellen met Veilig Thuis en Slachtofferhulp, de kinderen moesten naar de hulpverlening en ik naar therapie. Ik heb tientallen agenten gesproken, moest tijdlijnen maken. Dat was veel, want ik moest ook gewoon werken. Een regiehouder had me kunnen helpen.’
‘Kies een kant. Schijn licht op de pleger. De geforceerde neutraliteit van politie en hulpverlening heeft me genekt. Want daardoor kon de pleger zijn gang blijven gaan.’
‘Vraag door. Als een puber zegt: ‘‘Mijn stiefvader vraagt altijd waar ik ben’’, dan kan dat een doorsnee puberuitspraak zijn. Maar denk ook eens: laat ik dit verhaal bij moeder en een ander kind checken. Misschien zie je wel drie haakjes.’
Anna heet in werkelijkheid anders.
Het is niet voorbij. Deze geschiedenis heeft mijn besluitvaardigheid aangetast, ik twijfel regelmatig aan mijn eigen morele kompas. Het heeft me depressief, angstig en oplettend gemaakt. Nog steeds heb ik vaak last van stress: ik ben overgeleverd aan het gedrag van de pleger en kan nergens terecht voor bescherming. De politie ziet mij als dader of als onderdeel van het probleem. Ik heb een geheim adres en ben nog steeds bang dat hij me iets aandoet.
Mijn kinderen hebben mij vergoelijkend zien omgaan met het gedrag van de pleger. Door zijn manipulaties praatte ik ontoelaatbaar gedrag goed. Ze hebben me kwalijk genomen dat ze mij lang deels kwijt zijn geweest. Ze zijn nog steeds in intensieve therapie, maar het gaat veel beter met ze.’
Nog altijd geen bescherming
Toen er een rechtszaak van kwam, vroeg de familierechter waarom we er drie jaar na de scheiding nog niet uit waren. Mijn advocaat had me al gewaarschuwd niet over het geweld te beginnen, dat zou alleen maar irritatie wekken. De rechter had er inderdaad geen boodschap aan. Ze zei: ik ben geen strafrechter, ik doe niet aan waarheidsvinding. Zo werd ik ermee geconfronteerd dat mijn ex als niet-veroordeeld geweldpleger in alle delen van het systeem zijn gang kon gaan, doordat het zo gefragmenteerd is.
Mijn beste vriendin was tijdens de financiële afwikkeling contactpersoon voor de advocaat. Zo voorkwam ze dat de pleger via de advocaat vat op mij kreeg.’
‘Door ons gefragmenteerde systeem kon hij eindeloos zijn gang gaan’
Crowdfunding
‘Ik kwam er berooid vanaf. Tijdens de relatie was ik erachter gekomen dat er duizenden euro’s van de gezamenlijke rekening verdwenen waren. Na de relatie weigerde mijn ex mee te werken aan een nette financiële afwikkeling rond de gezamenlijke woning. Naar buiten toe zei hij dat er met mij niks viel af te spreken over de financiën, maar hij hield mediation af. Uiteindelijk heb ik hem via de rechter gedwongen mij om de overwaarde uit de woning te betalen. Met de opbrengsten van een crowdfunding kon ik een deel van de advocaatkosten én die voor een rechtszaak betalen.
De politie heeft een stopgesprek met hem gevoerd. Dat leek me riskant, omdat zoiets een trigger kan zijn, maar volgens hen zou dat heus wel goed gaan. Mijn ex beschuldigde me daarna bij de politie van smaad, laster en stalken; precies wat hij zelf bij mij deed. De politie adviseerde me om me koest te houden, om zo mijn ex-partner minder te triggeren om mij lastig te vallen.
Ik heb gemerkt dat wanneer ik incidenten meld, dit de zaak alleen maar verergert. Voor mij is het gedrag van mijn ex een voortzetting van het geweld tijdens de relatie, maar de politie ziet dat patroon van dwingende controle niet.’
‘Als ik incidenten bij de politie meld, verergert dat de zaak alleen maar’
‘Mijn ex vertelde iedereen dat hij mij uit huis had gezet, omdat ik vreemdging. Tegen mij zei hij: “Iedereen heeft een hekel aan jou. Iedereen weet dat je gek bent, niemand gelooft je.”
Zelfs toen ik al weg was, controleerde hij me nog. Sinds mijn vertrek is hij constant bezig geweest mijn geloofwaardigheid bij kennissen, professionals, politie en justitie aan te tasten. Hij beweert dat ik hem belaag en stalk. Als ik naar vrienden van mij, die bij hem in de straat wonen, fiets, neemt hij daar foto’s van en meldt het bij de politie. In plaats van dat politie hem aanspreekt op de continue controle, spreken ze mij aan op mijn fietsroute. Het is de wereld op zijn kop.
Stalken
De politie ging er bizar mee om. Mijn relaas werd niet goed geregistreerd. De agenten deden geen letselonderzoek en vroegen niks aan de kinderen. Na een kort gesprekje werd ik die nacht weer bij hem achtergelaten. Ik stond doodsangsten uit. De politie had hem moeten meenemen voor verhoor. Mij hadden ze moeten aanraden om aangifte te doen. Ik heb er nog steeds last van dat ik dat toen niet gedaan heb, want dan had ik nu misschien op een veroordeling kunnen terugvallen.
Toen ik met de kinderen in de auto wegvluchtte naar een vakantiehuis, belde hij me nog twaalf keer. Later heb ik alsnog aangifte gedaan, maar daarvoor kon ik alleen terecht bij de wijkagent. Alsof ik een klacht had over de kattenpoep van de buren. Mijn aangifte kreeg de kwalificatie “lichte mishandeling”.’
‘Na een kort gesprekje met de politie werd ik die nacht bij hem achtergelaten’
‘Uiteindelijk heb ik mijn vertrek aangekondigd, het stomste wat je kunt doen. Die avond heeft hij me mishandeld. Mijn vriendin raadde me aan om 112 te bellen. Ik moest een enorme schaamte overwinnen. Je weet: straks ligt alles op straat en wordt bekend dat ik als moeder mijn kinderen hieraan heb blootgesteld.
Eén keer ging hij alleen naar de systeemtherapeut toe, in een poging om mij in diskrediet te brengen. Bij terugkomst beweerde hij dat uit het gesprek was gebleken dat er met hem niets mis was, maar dat ik allerlei psychische problemen had. Daar zouden ze met meerdere deskundigen over hebben gesproken. Dat was niet waar, maar het lukte hem wel degelijk de aandacht weer naar de kinderen en mij te verschuiven. In een andere situatie gaf de hulpverlener mij en mijn dochter tips alsof er met óns iets mis was.’
‘De hulpverlener
gaf mij en mijn dochter tips alsof er met óns iets mis was’
Kort daarvoor ging ik met mijn jongste dochter naar een systeemtherapeut. Ze kampte met verdriet en woede. De therapeut had door dat de mensen aan tafel niet het probleem waren; ze wilde graag contact met mijn partner. Ze nodigde ons uit voor een aantal gezamenlijke gesprekken. In een ‘normale’, gelijkwaardige relatie had dat kunnen werken, maar niet in dit geval. Hij richtte zich volledig op de therapeut en vertelde haar allerlei onzin over mij - dat alles op zijn kop stond sinds ik in zijn leven was. Ik was verdrietig, in de war en schoot vaak in de verdediging. Als hij dit soort dingen tegen hulpverleners zei, kon ik alleen maar huilen, omdat het zó bizar was wat hij zei. Of ik riep dat hij loog. Dan verzuchtte hij: “Zie je, hier heb ik dus steeds mee te maken.”
112 bellen
Zij lijkt het probleem.
De educatieve film Zij lijkt het probleem te zijn (60 min.) brengt in beeld hoe dwingende controle ontstaat, hoe je het signaleert en wat er aan te doen is.
‘De laatste maanden van de relatie las ik online over gaslighten en psychopathie. Ik begon te denken dat het misschien toch niet allemaal aan mij lag. Een kennis zei tegen me: “Als je nú bij hem weggaat, kun je nog mooie jaren met je kinderen hebben.”
Vertrek
Mijn kinderen wezen me erop dat zijn gedrag niet normaal was. Maar ik was zo mijn best aan het doen om me aan te passen, dat ik het bijna niet hoorde.
Hij was heel erg bezig met hoe de buitenwereld ons zag. Tegen anderen zei hij, bleek later, dat ik vreemdging en labiel was. Hij heeft me een keer mishandeld en daarna doodleuk een van zijn vrienden gebeld met de vraag of hij misschien daar kon slapen, omdat hij zogenaamd door mij werd geterroriseerd.’
‘Tegen anderen zei hij, bleek later, dat ik vreemdging en labiel was’
‘Het mishandelen begon vrij snel nadat we gingen samenwonen. Hij heeft me uitgescholden, gespuugd, geslagen. Hij heeft me aangerand en verkracht en probeerde me meerdere keren te wurgen. Hij zei altijd dat het kwam door mijn gedrag, dat zijn woede mijn schuld was. En hij dreigde me kapot te maken als ik anderen hierover vertelde.
We hadden ook fijne momenten, bijvoorbeeld als we als gezin gingen sporten of kamperen. Maar die werden steeds vaker afgewisseld met psychisch geweld en controle. Wat er ook gebeurde, het narratief was altijd dat ík het probleem veroorzaakte. Daarin was hij heel overtuigend. Als je dat steeds hoort, ga je twijfelen aan wie je ten diepste bent. Hij beweerde een beter persoon van me te willen maken. Hij zag zichzelf als mijn opvoeder, mijn redder.
Twijfel
‘Zijn relatie met zijn ex bleek erg slecht; er was doorlopend ruzie en chaos. Mijn kinderen, toen 10 en 11 jaar, en ik kwamen terecht in een giftig patroon van controle en geweld. We mochten niet zonder zijn toestemming boodschappen doen. Hij controleerde mijn telefoon en de rekeningen. Zodra hij thuis was, moest iedereen naar beneden komen. Ik was niet de enige die hij treiterde en strafte: hij deed dit ook bij zijn eigen kinderen en de mijne. Mijn kinderen vertelden me dat hij hen appjes stuurde om te vragen waar ze waren. Hij bemoeide zich met mijn werktijden en veroordeelde de mensen met wie ik omging. Als ik thuiskwam en vertelde over een leuk gesprek met iemand in de buurt, ging hij ernstig naast me zitten en zei: “Anna, ik maak me zorgen over dat contact, Het zijn geen betrouwbare mensen.”
Zo was hij continue als een poppenspeler aan touwtjes aan het trekken. Hij werd boos als ik met anderen omging en mijn eigen keuzes maakte. Hij was extreem jaloers, stuurde me appjes op mijn werk. Als ik niet op tijd thuis was, “verwaarloosde ik mijn gezin”. Ik moest elke stap overleggen, anders werd hij woedend. In het begin paste ik me aan, maar ik merkte dat het nooit genoeg was.’
Toestemming vragen
‘Aan het begin van onze relatie kwam hij soms onaangekondigd langs. Niet als leuke verrassing, maar om te checken of er geen andere mannen waren, zoals hij zei. Ik duwde mijn gevoel daarover weg, want ik vond hem leuk. Hij straalde rust uit. In gesprekken had hij de houding van een soort alwetende pedagoog. Ik dacht eindelijk rust te krijgen. We hadden vier jaar een latrelatie toen we besloten om te gaan samenwonen, we werden een samengestelde gezin. Maar in de drie jaar daarna ging alles mis.’
Ervaringsverhaal
7 min.
Annette Wiesman
Anna (48) en haar kinderen waren zeven jaar lang slachtoffer van psychische en fysieke mishandeling. Haar partner gaf Anna voortdurend de schuld, waardoor ze hem bijna ging geloven. ‘Een kennis zei tegen me: als je nú bij hem weggaat, kun je nog mooie jaren hebben met je kinderen.’
‘Hij zette mij neer als dader’