Artikel 6 – Leven en ontwikkeling
Kinderen hebben het recht om te leven, en op een optimale lichamelijke, geestelijke, sociale en emotionele ontwikkeling.
Artikel 28 – Onderwijs
Kinderen hebben recht op onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld en het leerniveau van het kind, en basisonderwijs moet gratis beschikbaar zijn.
Artikel 29 – Doel van onderwijs
Onderwijs moet bijdragen aan de ontwikkeling van het kind, zijn of haar persoonlijkheid, talenten en mentale en sociale vaardigheden, en respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden bevorderen.
Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.
Kinderrechten die passen bij dit artikel
‘Het gaat steeds over wie wat moet betalen, terwijl het over het kind moet gaan’
Balans is de oudervereniging voor ouders van kinderen en jongeren die net iets meer of iets anders nodig hebben bij het leren of in de opvoeding. Bij de Balans advieslijn kunnen ouders terecht bij een ervaringsdeskundige ouder of professional met vragen over o.a. passend onderwijs, zorg, opvoeding en ouderschap.
In Rotterdam onderzocht Kinderombudsman Stands Goudsmit de situatie van thuiszitters. Naar schatting 2500 kinderen in de stad volgen geen school. De gevolgen zijn groot, zowel voor hun ontwikkeling als hun welzijn. Het onderzoek belicht deze problematiek vanuit het perspectief van kinderrechten. Lees het rapport of bekijk de bijbehorende video.
Voor advies en begrip
Alle kinderen in Nederland zijn tussen de 5 en 16 jaar leerplichting - ook kinderen met een andere nationaliteit en kinderen van asielzoekers en vreemdelingen. Jongeren tussen de 16 en 18 jaar zonder startkwalificatie zijn kwalitifcatieplichting. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). De kwalificatieplicht geldt niet voor jongeren die praktijkonderwijs gevolgd hebben. Of onderwijs hebben gevolgd in de uitstroomprofielen arbeidsmarktgericht of dagbesteding op het voortgezet speciaal onderwijs.
Alle scholen moeten ongeoorloofd verzuim melden bij de overheid.
De leerplichtambtenaar werkt voor de gemeente en houdt toezicht op naleving van de leerplicht. Dat doet de leerplichtambtenaar door ouders en leerlingen te informeren over het belang van naar school gaan en de gevolgen wanneer zij dit niet doen, en door achterliggende problemen en oorzaken van het niet naar school gaan te onderzoeken en aan te pakken.
De leerplichtambtenaar maakt een proces-verbaal op tegen de leerling en/of ouders bij ongeoorloofd verzuim voor langere tijd.
Scholen kunnen contact opnemen met de leerplichtambtenaar voor advies.
De leerplichtambtenaar is onafhankelijk en staat niet aan de kant van de school of ouders.
Hoe zit het ook alweer met de leerplicht?
Het aantal jongeren dat thuiszit, is in de laatste vijf jaar flink gestegen. Ook zijn de problemen ernstiger geworden. De 15-jarige Jamie is al jaren niet meer in een klaslokaal geweest, vertelt ze in deze korte video van Omroep Gelderland. Als ze weer wil proberen om naar school te gaan, wil niemand haar hebben. Zo kwam ze terecht bij Ponderosa, een gemeenschap voor jongeren die zijn vastgelopen op school.
Hoe Jamie geen school meer vond
Een themanummer van ZonMw Kennismagazine Jeugd verkent hoe jeugdhulp en onderwijs beter op elkaar kunnen aansluiten. Het magazine belicht voorbeelden uit de praktijk, zoals transfercoaches bij mbo-overstappen, interventies voor kinderen die niet thuis opgroeien en manieren om schoolklimaat en zelfgestuurd leren te verbeteren. Ook aandacht voor schoolaanwezigheid komt hierin terug.
Kennismagazine Jeugd – In verbinding met het onderwijs
‘Fijn dat je er bent’
Verbinding en partnerschap zijn ook van belang tussen professionals onderling, vindt Kelderman. Ik nodig collega’s uit om te kijken vanuit leerrecht in plaats van alleen leerplicht, en ik coach teams om het gesprek met ouders en leerlingen opener en gelijkwaardiger te voeren.’
Kelderman is veel op scholen te vinden, zoekt dan een plek in de schoolkantine en gaat daar aan het werk. Naarmate ze vaker komt, zoekt het schoolpersoneel meer toenadering. ‘Dan zeggen ze: “Mag ik met je overleggen over een leerling?” Zo maak je elkaar deskundig vanuit verschillende rollen.
Soms schakelt een school Kelderman pas in als er al langer problemen zijn. ‘Dan heb ik alleen nog handhaving in mijn pakket, wat meestal niet helpt.’ Om eerder inzicht te krijgen, kan verzuimregistratie helpen. ‘Daaruit kun je soms een patroon opmaken. Is een leerling er standaard elke vrijdagmiddag niet, of juist op maandag vaak afwezig? Dat zegt iets over het verhaal erachter. Verdiep je daarin. Ik adviseer schoolpersoneel om de leerling te leren kennen, en in verbinding te komen.’
Zoals bij die ene leerling die structureel ‘s ochtends te laat kwam. ‘In gesprek met hem bleek dat hij in de ochtend al bergen verzet had als mantelzorger voor zijn moeder. Dan kwam hij op school en kreeg te horen: je bent weer te laat. Daarmee benadruk je het negatieve, terwijl je ook kunt zeggen: wat fijn dat je er bent.’
Wat heb je nodig?
‘Ik bied rust, duidelijkheid en regie in een proces dat voelt als een wirwar van regels en tegenstrijdige adviezen’
De eerste vragen die Kelderman stelt zijn: wat heb je nodig? Wat wil je? Wat lukt wél? ‘Daarnaast zeg ik wat ik doe, en ik doe wat ik zeg. Dat creëert veiligheid en openheid. Ik ben bijvoorbeeld eerlijk over wanneer ik vanuit leerplicht contact opneem met hulpverlening, of wanneer hulpverlening of school contact zoekt met mij, als leerplichtambtenaar. Ouders vertel ik welke mogelijkheden er zijn en geef ik het gevoel dat hun stem ertoe doet. Dat biedt rust, duidelijkheid en regie in een proces dat vaak voelt als een wirwar van regels en tegenstrijdige adviezen.’
Kelderman bekijkt de situatie van elk kind met een frisse blik. ‘Ik wil de hele context in beeld hebben. Het gaat naast het kind ook om ouders. Wat is hun achtergrond, wat hebben zij meegemaakt? Pas als het plaatje compleet is, kun je hulp organiseren die aansluit op wat er nodig is.’
Ze betrekt ouders als volwaardige partner. ‘Ouders zijn dé experts als het om hun kind gaat. Praat niet over hen, maar met hen. Dat geldt ook voor kinderen, tenzij ze te jong zijn of het gesprek niet aankunnen. Dan zijn ouders de stem van het kind.’
Dromen waarmaken
Kelderman vertelt over een jongen van 17 die het bedrijf van zijn vader wilde overnemen. ‘Hij was met moeite door het voortgezet onderwijs gekomen en had één droom: bij zijn vader werken. Een goudeerlijke jongen met een goede werknemersmentaliteit. Maar hij moest tot zijn 18e naar school. Ik had kunnen zeggen: je moet je inschrijven voor het mbo. Dan heb ik mijn vinkjes gezet, maar sla ik zijn droom plat. En hij was waarschijnlijk niet in de schoolbanken gaan zitten.’
Samen keken ze hoe hij zijn droom toch kon waarmaken: ‘We hebben zijn werknemersvaardigheden getoetst. Een jobcoach begeleidde hem op de werkvloer en ik keek op welke manier hij vaardigheden als Nederlands, rekenen en burgerschap in de praktijk kon inzetten en verder kon ontwikkelen.’ Deze extra begeleiding kon Kelderman bieden vanuit haar achtergrond als docent. ‘Hij hielp zijn vader met de boekhouding, daarmee deed hij rekenvaardigheden op. Dat is ook onderwijstijd, en daarmee waarborgden we dus zijn recht op leren ontwikkelen. Je kan die tijd op allerlei manieren invullen. We mogen daarin best wat meer meebewegen met leerlingen.’
Diversiteit aan mogelijkheden
‘Onderwijs draagt eraan bij dat kinderen als zelfstandige burgers kunnen deelnemen aan de maatschappij. Er zijn veel manieren om dat doel te bereiken,’ zegt Kelderman. Die diversiteit aan mogelijkheden zien en benutten vraagt om maatwerk, flexibiliteit en samenwerking. ‘In het onderwijs en sociaal domein moet je niet bang zijn om tegen de stroom in te gaan. Vanuit mijn rol probeer ik een schakel te zijn tussen de systemen. Ik verbind ouders, school en hulpverlening, zodat we samen kijken hoe het kind in ontwikkeling blijft of weer komt.’
Kelderman noemt zichzelf daarom ook liever leerrechtambtenaar dan leerplichtambtenaar. ‘Een “plicht” gaat over dingen moeten, en soms moet er juist even helemaal niks. Geef eens wat ruimte en vertrouwen, en kijk hoe kinderen kunnen opbloeien terwijl je tegelijkertijd hun recht op onderwijs en ontwikkeling waarborgt.’
Tegen de (geld)stroom in
Neem de verschillende geldstromen. ‘Het gaat steeds over wie wat moet betalen, terwijl het over het kind moet gaan. Nu moet een kind soms volledig uitvallen op school voordat er financiering vanuit de jeugdhulp op gang komt. Daar kan ik met mijn hoofd niet bij. Mensen moeten ervoor gaan staan en zeggen: “We kijken wat wél kan, en we zien wel hoe we de financiering rondkrijgen.”
We maken het onszelf vaak te moeilijk. Als ik zie wat er nodig is voor een kind of ouder, waarom moet er dan eerst een aanmelding komen bij het wijkteam of de jeugdconsulent, om vervolgens acht weken op de wachtlijst te staan voor het eerste keukentafelgesprek? Kan het echt niet efficiënter en minder protocollair?’
Geen kinderen fixen
Bovenliggend probleem is volgens Kelderman dat het huidige onderwijssysteem niet bij iedereen past. ‘Voor alle scholen en leerlingen gelden dezelfde regels en protocollen. Maar leerplichtige kinderen vormen een gemêleerde groep, en soms sluit het onderwijs niet aan. Denk aan hoogbegaafde leerlingen die thuiszitten. Ik zie dat niet als problematiek rond hoogbegaafdheid, maar als onderwijsproblematiek. Omdat wij geen passend aanbod hebben voor deze kinderen.’
Als kinderen niet naar school gaan, heeft dat allerlei gevolgen voor hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. En het drukt op hun recht op (passend) onderwijs. De overheid moet zorgen voor een ‘inclusief’ onderwijssysteem dat gebaseerd is op gelijke kansen. En kinderen moeten de zorg en ondersteuning krijgen die nodig is om volwaardig mee te kunnen doen op school. Kelderman: ‘Het is niet zo dat we de kinderen moeten fixen. De kinderen die uitvallen op school laten juist zien dat we kritisch naar de systemen moeten kijken van onderwijs, leerplicht en hulpverlening.’
Dit is nog maar het topje van de ijsberg, zegt Desiree Kelderman: ‘Officieel geldt vanuit de Leerplichtwet dat wij ons alleen bezighouden met ongeoorloofde afwezigheid. Dus we tellen alleen de kinderen die volgens de school zonder geldige reden en dus zonder toestemming van school afwezig zijn. We tellen niet de kinderen die geoorloofd - dus met toestemming - thuiszitten. Bij wie het niet lukt op school, maar die wel zijn ingeschreven. Die groep is enorm.’
De oorzaken voor schooluitval zijn divers. ‘Soms hebben ouders schulden en gaat hun kind werken in plaats van naar school. En de psychische problematiek onder jongeren is toegenomen. Veel van hen komen op maandenlange wachtlijsten te staan voor hulpverlening, en ondertussen is onderwijs niet mogelijk. En ik zie jongeren die worden geronseld voor criminele activiteiten en daardoor in de problemen komen.
Prestatiedruk en sociale media spelen ook een rol. De druk om te presteren is groot, en sociale media versterken dat beeld van “altijd goed moeten zijn”. Jongeren vergelijken zichzelf voortdurend met anderen en raken gestrest, ontwikkelen faalangst of krijgen een laag zelfbeeld van het idee dat ze nooit goed genoeg zijn of zullen worden, waardoor hun motivatie en schoolgang onder druk komen te staan.’
Volgens het rapport Thuiszitters tellen 2024 zitten minimaal 70.000 kinderen in de leerplichtige leeftijd drie maanden of langer thuis. Daarnaast zijn er minimaal 280.000 kinderen die geen volwaardig onderwijs ontvangen: dat is 11 procent van het aantal kinderen in de schoolgaande leeftijd.
Desiree Kelderman is leerplichtambtenaar en zelfstandig werkend adviseur, coach en docent. Vanuit haar lange ervaring in het onderwijs en de leerplicht helpt ze ouders van (dreigend) thuiszittende kinderen om vanuit rust en regie hun weg te vinden. Ook adviseert ze scholen en gemeenten die vastlopen rond onderwijs en leerplicht en zoeken naar nieuwe perspectieven.
Vorige pagina
Volgende pagina
‘Leerplicht is meer dan regels en aanwezigheid’
Fotografie: Suzan Albert
Hoe laten we het onderwijs beter aansluiten bij al die kinderen die nu thuiszitten? Van leerplichtambtenaar Desiree Kelderman mogen de systemen rond onderwijs en leerplicht wel wat elastischer: ‘Ik handel in de geest van de wet, niet naar de letter van de wet.’
interview
9 min.
Anya Boelhouwer
Balans is de oudervereniging voor ouders van kinderen en jongeren die net iets meer of iets anders nodig hebben bij het leren of in de opvoeding. Bij de Balans advieslijn kunnen ouders terecht bij een ervaringsdeskundige ouder of professional met vragen over o.a. passend onderwijs, zorg, opvoeding en ouderschap.
In Rotterdam onderzocht Kinderombudsman Stands Goudsmit de situatie van thuiszitters. Naar schatting 2500 kinderen in de stad volgen geen school. De gevolgen zijn groot, zowel voor hun ontwikkeling als hun welzijn. Het onderzoek belicht deze problematiek vanuit het perspectief van kinderrechten. Lees het rapport of bekijk de bijbehorende video.
Voor advies en begrip
Alle kinderen in Nederland zijn tussen de 5 en 16 jaar leerplichting - ook kinderen met een andere nationaliteit en kinderen van asielzoekers en vreemdelingen. Jongeren tussen de 16 en 18 jaar zonder startkwalificatie zijn kwalitifcatieplichting. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). De kwalificatieplicht geldt niet voor jongeren die praktijkonderwijs gevolgd hebben. Of onderwijs hebben gevolgd in de uitstroomprofielen arbeidsmarktgericht of dagbesteding op het voortgezet speciaal onderwijs.
Alle scholen moeten ongeoorloofd verzuim melden bij de overheid.
De leerplichtambtenaar werkt voor de gemeente en houdt toezicht op naleving van de leerplicht. Dat doet de leerplichtambtenaar door ouders en leerlingen te informeren over het belang van naar school gaan en de gevolgen wanneer zij dit niet doen, en door achterliggende problemen en oorzaken van het niet naar school gaan te onderzoeken en aan te pakken.
De leerplichtambtenaar maakt een proces-verbaal op tegen de leerling en/of ouders bij ongeoorloofd verzuim voor langere tijd.
Scholen kunnen contact opnemen met de leerplichtambtenaar voor advies.
De leerplichtambtenaar is onafhankelijk en staat niet aan de kant van de school of ouders.
Hoe zit het ook alweer met de leerplicht?
Een themanummer van ZonMw Kennismagazine Jeugd verkent hoe jeugdhulp en onderwijs beter op elkaar kunnen aansluiten. Het magazine belicht voorbeelden uit de praktijk, zoals transfercoaches bij mbo-overstappen, interventies voor kinderen die niet thuis opgroeien en manieren om schoolklimaat en zelfgestuurd leren te verbeteren. Ook aandacht voor schoolaanwezigheid komt hierin terug.
Kennismagazine Jeugd – In verbinding met het onderwijs
Vorige pagina
Deel dit artikel:
Volgende pagina
Het aantal jongeren dat thuiszit, is in de laatste vijf jaar flink gestegen. Ook zijn de problemen ernstiger geworden. De 15-jarige Jamie is al jaren niet meer in een klaslokaal geweest, vertelt ze in deze korte video van Omroep Gelderland. Als ze weer wil proberen om naar school te gaan, wil niemand haar hebben. Zo kwam ze terecht bij Ponderosa, een gemeenschap voor jongeren die zijn vastgelopen op school.
Hoe Jamie geen school meer vond
Artikel 6 – Leven en ontwikkeling
Kinderen hebben het recht om te leven, en op een optimale lichamelijke, geestelijke, sociale en emotionele ontwikkeling.
Artikel 28 – Onderwijs
Kinderen hebben recht op onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld en het leerniveau van het kind, en basisonderwijs moet gratis beschikbaar zijn.
Artikel 29 – Doel van onderwijs
Onderwijs moet bijdragen aan de ontwikkeling van het kind, zijn of haar persoonlijkheid, talenten en mentale en sociale vaardigheden, en respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden bevorderen.
Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.
Kinderrechten die passen bij dit artikel
Verbinding en partnerschap zijn ook van belang tussen professionals onderling, vindt Kelderman. Ik nodig collega’s uit om te kijken vanuit leerrecht in plaats van alleen leerplicht, en ik coach teams om het gesprek met ouders en leerlingen opener en gelijkwaardiger te voeren.’
Kelderman is veel op scholen te vinden, zoekt dan een plek in de schoolkantine en gaat daar aan het werk. Naarmate ze vaker komt, zoekt het schoolpersoneel meer toenadering. ‘Dan zeggen ze: “Mag ik met je overleggen over een leerling?” Zo maak je elkaar deskundig vanuit verschillende rollen.
Soms schakelt een school Kelderman pas in als er al langer problemen zijn. ‘Dan heb ik alleen nog handhaving in mijn pakket, wat meestal niet helpt.’ Om eerder inzicht te krijgen, kan verzuimregistratie helpen. ‘Daaruit kun je soms een patroon opmaken. Is een leerling er standaard elke vrijdagmiddag niet, of juist op maandag vaak afwezig? Dat zegt iets over het verhaal erachter. Verdiep je daarin. Ik adviseer schoolpersoneel om de leerling te leren kennen, en in verbinding te komen.’
Zoals bij die ene leerling die structureel ‘s ochtends te laat kwam. ‘In gesprek met hem bleek dat hij in de ochtend al bergen verzet had als mantelzorger voor zijn moeder. Dan kwam hij op school en kreeg te horen: je bent weer te laat. Daarmee benadruk je het negatieve, terwijl je ook kunt zeggen: wat fijn dat je er bent.’
‘Fijn dat je er bent’
De eerste vragen die Kelderman stelt zijn: wat heb je nodig? Wat wil je? Wat lukt wél? ‘Daarnaast zeg ik wat ik doe, en ik doe wat ik zeg. Dat creëert veiligheid en openheid. Ik ben bijvoorbeeld eerlijk over wanneer ik vanuit leerplicht contact opneem met hulpverlening, of wanneer hulpverlening of school contact zoekt met mij, als leerplichtambtenaar. Ouders vertel ik welke mogelijkheden er zijn en geef ik het gevoel dat hun stem ertoe doet. Dat biedt rust, duidelijkheid en regie in een proces dat vaak voelt als een wirwar van regels en tegenstrijdige adviezen.’
‘Ik bied rust, duidelijkheid en regie in een proces dat voelt als een wirwar van regels en tegenstrijdige adviezen’
Kelderman bekijkt de situatie van elk kind met een frisse blik. ‘Ik wil de hele context in beeld hebben. Het gaat naast het kind ook om ouders. Wat is hun achtergrond, wat hebben zij meegemaakt? Pas als het plaatje compleet is, kun je hulp organiseren die aansluit op wat er nodig is.’
Ze betrekt ouders als volwaardige partner. ‘Ouders zijn dé experts als het om hun kind gaat. Praat niet over hen, maar met hen. Dat geldt ook voor kinderen, tenzij ze te jong zijn of het gesprek niet aankunnen. Dan zijn ouders de stem van het kind.’
Wat heb je nodig?
Kelderman vertelt over een jongen van 17 die het bedrijf van zijn vader wilde overnemen. ‘Hij was met moeite door het voortgezet onderwijs gekomen en had één droom: bij zijn vader werken. Een goudeerlijke jongen met een goede werknemersmentaliteit. Maar hij moest tot zijn 18e naar school. Ik had kunnen zeggen: je moet je inschrijven voor het mbo. Dan heb ik mijn vinkjes gezet, maar sla ik zijn droom plat. En hij was waarschijnlijk niet in de schoolbanken gaan zitten.’
Samen keken ze hoe hij zijn droom toch kon waarmaken: ‘We hebben zijn werknemersvaardigheden getoetst. Een jobcoach begeleidde hem op de werkvloer en ik keek op welke manier hij vaardigheden als Nederlands, rekenen en burgerschap in de praktijk kon inzetten en verder kon ontwikkelen.’ Deze extra begeleiding kon Kelderman bieden vanuit haar achtergrond als docent. ‘Hij hielp zijn vader met de boekhouding, daarmee deed hij rekenvaardigheden op. Dat is ook onderwijstijd, en daarmee waarborgden we dus zijn recht op leren ontwikkelen. Je kan die tijd op allerlei manieren invullen. We mogen daarin best wat meer meebewegen met leerlingen.’
Dromen waarmaken
‘Onderwijs draagt eraan bij dat kinderen als zelfstandige burgers kunnen deelnemen aan de maatschappij. Er zijn veel manieren om dat doel te bereiken,’ zegt Kelderman. Die diversiteit aan mogelijkheden zien en benutten vraagt om maatwerk, flexibiliteit en samenwerking. ‘In het onderwijs en sociaal domein moet je niet bang zijn om tegen de stroom in te gaan. Vanuit mijn rol probeer ik een schakel te zijn tussen de systemen. Ik verbind ouders, school en hulpverlening, zodat we samen kijken hoe het kind in ontwikkeling blijft of weer komt.’
Kelderman noemt zichzelf daarom ook liever leerrechtambtenaar dan leerplichtambtenaar. ‘Een “plicht” gaat over dingen moeten, en soms moet er juist even helemaal niks. Geef eens wat ruimte en vertrouwen, en kijk hoe kinderen kunnen opbloeien terwijl je tegelijkertijd hun recht op onderwijs en ontwikkeling waarborgt.’
Diversiteit aan mogelijkheden
Neem de verschillende geldstromen. ‘Het gaat steeds over wie wat moet betalen, terwijl het over het kind moet gaan. Nu moet een kind soms volledig uitvallen op school voordat er financiering vanuit de jeugdhulp op gang komt. Daar kan ik met mijn hoofd niet bij. Mensen moeten ervoor gaan staan en zeggen: “We kijken wat wél kan, en we zien wel hoe we de financiering rondkrijgen.”
We maken het onszelf vaak te moeilijk. Als ik zie wat er nodig is voor een kind of ouder, waarom moet er dan eerst een aanmelding komen bij het wijkteam of de jeugdconsulent, om vervolgens acht weken op de wachtlijst te staan voor het eerste keukentafelgesprek? Kan het echt niet efficiënter en minder protocollair?’
Tegen de (geld)stroom in
‘Het gaat steeds over wie wat moet betalen, terwijl het over het kind moet gaan’
Bovenliggend probleem is volgens Kelderman dat het huidige onderwijssysteem niet bij iedereen past. ‘Voor alle scholen en leerlingen gelden dezelfde regels en protocollen. Maar leerplichtige kinderen vormen een gemêleerde groep, en soms sluit het onderwijs niet aan. Denk aan hoogbegaafde leerlingen die thuiszitten. Ik zie dat niet als problematiek rond hoogbegaafdheid, maar als onderwijsproblematiek. Omdat wij geen passend aanbod hebben voor deze kinderen.’
Als kinderen niet naar school gaan, heeft dat allerlei gevolgen voor hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. En het drukt op hun recht op (passend) onderwijs. De overheid moet zorgen voor een ‘inclusief’ onderwijssysteem dat gebaseerd is op gelijke kansen. En kinderen moeten de zorg en ondersteuning krijgen die nodig is om volwaardig mee te kunnen doen op school. Kelderman: ‘Het is niet zo dat we de kinderen moeten fixen. De kinderen die uitvallen op school laten juist zien dat we kritisch naar de systemen moeten kijken van onderwijs, leerplicht en hulpverlening.’
Geen kinderen fixen
Dit is nog maar het topje van de ijsberg, zegt Desiree Kelderman: ‘Officieel geldt vanuit de Leerplichtwet dat wij ons alleen bezighouden met ongeoorloofde afwezigheid. Dus we tellen alleen de kinderen die volgens de school zonder geldige reden en dus zonder toestemming van school afwezig zijn. We tellen niet de kinderen die geoorloofd - dus met toestemming - thuiszitten. Bij wie het niet lukt op school, maar die wel zijn ingeschreven. Die groep is enorm.’
De oorzaken voor schooluitval zijn divers. ‘Soms hebben ouders schulden en gaat hun kind werken in plaats van naar school. En de psychische problematiek onder jongeren is toegenomen. Veel van hen komen op maandenlange wachtlijsten te staan voor hulpverlening, en ondertussen is onderwijs niet mogelijk. En ik zie jongeren die worden geronseld voor criminele activiteiten en daardoor in de problemen komen.
Prestatiedruk en sociale media spelen ook een rol. De druk om te presteren is groot, en sociale media versterken dat beeld van “altijd goed moeten zijn”. Jongeren vergelijken zichzelf voortdurend met anderen en raken gestrest, ontwikkelen faalangst of krijgen een laag zelfbeeld van het idee dat ze nooit goed genoeg zijn of zullen worden, waardoor hun motivatie en schoolgang onder druk komen te staan.’
Volgens het rapport Thuiszitters tellen 2024 zitten minimaal 70.000 kinderen in de leerplichtige leeftijd drie maanden of langer thuis. Daarnaast zijn er minimaal 280.000 kinderen die geen volwaardig onderwijs ontvangen: dat is 11 procent van het aantal kinderen in de schoolgaande leeftijd.
Desiree Kelderman is leerplichtambtenaar en zelfstandig werkend adviseur, coach en docent. Vanuit haar lange ervaring in het onderwijs en de leerplicht helpt ze ouders van (dreigend) thuiszittende kinderen om vanuit rust en regie hun weg te vinden. Ook adviseert ze scholen en gemeenten die vastlopen rond onderwijs en leerplicht en zoeken naar nieuwe perspectieven.
Fotografie: Suzan Albert
interview
9 min.
Anya Boelhouwer
‘Leerplicht is meer dan regels en aanwezigheid’
Hoe laten we het onderwijs beter aansluiten bij al die kinderen die nu thuiszitten? Van leerplichtambtenaar Desiree Kelderman mogen de systemen rond onderwijs en leerplicht wel wat elastischer: ‘Ik handel in de geest van de wet, niet naar de letter van de wet.’