‘Wij zetten hier een knip in de intergenerationele overdracht’
De stichting wordt gefinancierd door gemeenten, aangevuld met steun van fondsen, bedrijven en particulieren. Kijk voor meer informatie op de website.
Sinds 2013 biedt de stichting opvang, behandeling en begeleiding aan (aanstaande) moeders in een huiselijke en veilige omgeving, met als doel een veilige hechting tussen moeder en kind en het voorkomen van onnodige uithuisplaatsingen. Op de locaties in Dordrecht en Leiden is tijdelijke woonruimte en 24-uurs begeleiding aan moeders van alle leeftijden uit het hele land. In totaal zijn er 26 moeder-kindplaatsen. Toelating is op vrijwillige basis. Bij actieve verslaving, agressie of suïcidaliteit is opname niet mogelijk.
Over Stichting het Babyhuis
‘Linda’s angst dat haar kindje opnieuw zou worden weggehaald, heeft haar echt gevormd’
Veel aandacht voor hechting
De namen van sommige moeders zijn om privacyredenen aangepast.
Het gros van wat wij daarin doen, is de simpele dingen in het leven voordoen. Dus laten zien dat een maaltijd een sociale aangelegenheid is, laten zien dat wanneer je goed voor jezelf zorgt, dat betekent dat je daarna ook weer goed voor je kindje kunt zorgen. Zaken die misschien heel normaal lijken, maar de moeders soms nooit geleerd hebben.’ Van Donkelaar knikt: ‘Een moeder vertelde pas dat ze nog nooit een verjaardagscadeautje had gekregen. Ze was 27 jaar.’
De begeleiding van beide groepen moeders die hier komen, dus zwanger of herenigd met hun jonge kind, gaat over van alles: over praktische zaken, zoals: hoe doe ik mijn baby in bad, tot hulp bij het aanvragen van een uitkering en het zoeken naar een geschikte woonruimte. Maar ook de hechting tussen moeder en kind krijgt veel aandacht. Van Donkelaar verduidelijkt: ‘We zien soms dat de moeders niet zo goed inspelen op de behoeftes van hun kindje; soms troosten ze het niet, maken weinig contact of lopen zomaar van tafel zonder bijvoorbeeld aan mij te vragen of ik even op de baby wil letten.’
Veel moeders in het Babyhuis hebben zelf thuis niet echt een goed voorbeeld gekregen. Directeur Daniëlle Kiele: ‘Ze zijn soms zelf niet goed gehecht, of worstelen nog met trauma’s uit het verleden.’ Sommigen krijgen hier ook traumabehandeling. Het team weet heel goed dat trauma’s de hechting tussen moeder en kind vaak in de weg zitten.
Ondanks de vaak flinke bagage is het mogelijk om te voorkomen dat de geschiedenis van hechtingsproblematiek zich blijft herhalen. Kiele: ‘Soms vele generaties lang, maar wij zetten hier een knip in die intergenerationele overdracht. En dat kan.
Vrijwillig, maar toch
Het Babyhuis is ook de plek waar moeders van wie de baby na de bevalling direct uit huis is geplaatst, met hun kind herenigen en voor het eerst samen in een huis wonen. ‘Dan werken we aan de hechtingsrelatie,’ zegt Van Donkelaar. Ze vertelt over Linda, die haar zoontje pas na vier maanden terugzag. ‘Meteen na de geboorte waren ze gescheiden. De eerste dag hield ze hem alleen maar vast. Als hij in de box lag, bleef ze voor de box ijsberen. Haar angst dat haar kindje opnieuw zou worden weggehaald, heeft haar echt gevormd.’ Het gaat inmiddels goed met Linda, weet Van Donkelaar. Veel moeders die afscheid nemen, houden contact. Met de mentoren, of met die ene vrijwilliger.
De begeleiding van de moeders is intensief. In de maanden dat moeder en baby hier wonen, gaan ze serieus aan de slag. Elke moeder heeft een eigen mentor, en een heel team van vrijwilligers en professionals - zoals gedragswetenschappers, sociotherapeuten, pedagogen - staat klaar om moeder en kind te begeleiden. Aanmelding bij het Babyhuis gebeurt op vrijwillige basis, maar de vrouwen - die vaak via de huisarts, de gynaecoloog, het wijkteam of de kinderbescherming binnenkomen - weten maar al te goed wat er op het spel staat. Ze willen echt niet dat de kinderbescherming later op de stoep staat.
In 2024 gaf de kinderrechter voor 3760 kinderen en jongeren een nieuwe machtiging uithuisplaatsing af, wat wil zeggen dat deze kinderen tijdelijk ergens anders moesten gaan wonen, blijkt uit cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut. Hoeveel baby’s al na de geboorte uit huis worden geplaatst is niet bekend.
Na een uithuisplaatsing gaat de meerderheid van de kinderen naar een pleeggezin; ongeveer een kwart komt in een instelling of crisisgroep terecht. Ruim 40 procent wordt later nog eens overgeplaatst.
Ondersteuning voor ouders blijkt cruciaal: wanneer ouders therapie of begeleiding krijgen, is de kans dat een kind terugkeert naar huis meer dan twee keer zo groot.
Toch wordt slechts 4 op de 10 kinderen uiteindelijk teruggeplaatst, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden.
Uithuisplaatsing in cijfers
Baby’s en peuters kunnen al trauma ervaren voordat ze taal hebben ontwikkeld. Zo’n preverbaal trauma kan sporen achterlaten in emoties, gedrag en hechting, en wordt op allerlei manieren in het lijf en brein opgeslagen. Vroege interventie is cruciaal: hoe eerder kinderen en ouders ondersteuning krijgen, hoe groter de kans dat de impact beperkt blijft. In dit interview met Augeo Magazine vertelden psychologen Anja Dumoulin en Gerinda van Haaften hoe ze deze kinderen behandelen met methoden zoals EMDR en zich tegelijk richten op ouder-kindinteractie.
Preverbaal trauma bij jonge kinderen
Jurist Susanne Höfte schreef haar proefschrift over hoe kinderrechten centraal staan in het handelen van professionals in de gesloten jeugdzorg. Ze laat zien dat kinderrechten niet alleen de positie van kinderen beschermen, maar ook de ruimte van professionals kunnen vergroten. In de praktijk staan deze rechten nog vaak op de achtergrond, terwijl ze juist kunnen helpen bij het realiseren van pedagogische doelen en maatwerk in de gesloten jeugdhulp, blijkt ook uit dit artikel.
Kennis van kinderrechten versterkt professioneel handelen
In de documentaireserie ‘Een valse start’ draait Nicolaas Veul honderd dagen mee in een jeugdzorginstelling en volgt kinderen die tijdelijk uit huis zijn geplaatst en hun gezinnen. De serie laat zien hoe kinderen reageren op nieuwe routines, hoe kleine keuzes van hulpverleners een groot verschil kunnen maken, en welke uitdagingen en dilemma’s er zijn. Je krijgt een blik op de dagelijkse praktijk: van de gesprekken die het verloop van een dag bepalen tot de momenten waarop moeilijke keuzes gemaakt moeten worden.
Een valse start – 100 dagen in de jeugdzorg
Vers geschilderde muren
Het Babyhuis betekent veel voor haar, vertelt ze. ‘Ik heb zelf ambulante begeleiding om me een beetje te helpen met alles. De vader van Livay is niet in beeld en ik wilde echt geen abortus en ook niet dat mijn kindje uit huis zou worden geplaatst - dat heeft een vriendin van mij meegemaakt, vreselijk. Toen hoorde ik over deze plek.’ Ze geeft haar zoontje, die braaf op schoot zit, een kusje op zijn hoofd.
Charina heeft de afgelopen maanden veel geleerd. ‘In het begin vond ik het bijvoorbeeld heel spannend om Livay aan te kleden. Met die rompertjes en dan moet je daar een armpje door wurmen.’
In het Babyhuis worden de baby’s tijdens het badderen en aankleden soms gefilmd. Later bespreekt de behandelaar de beelden met de moeder, zodat ze zelf kan zien dat ze bijvoorbeeld geen contact maakt met de baby. ‘Beelden zeggen dan meer dan woorden,’ zegt Van Donkelaar. Charina heeft ook geleerd om veel met Livay te praten. ‘Ik vertel wat ik ga doen. En ik kan hem nu ook beter lezen. Als hij aan z’n oortje zit, dan heeft hij slaap, dat weet ik nu.’
Artikel 3 – Belang van het kind
Bij alle maatregelen die kinderen raken, moet het belang van het kind voorop staan.
Artikel 5 – Rol van ouders bij ontwikkeling
Ouders of verzorgers hebben de primaire verantwoordelijkheid om kinderen in hun ontwikkeling te begeleiden en voor hen te zorgen. De overheid moet ervoor zorgen dat ouders toegang hebben tot voorzieningen en diensten voor hun kinderen en moet ondersteuning bieden.
Artikel 9 – Scheiding ouder en kind
Kinderen mogen niet zonder gegronde reden gescheiden worden van hun ouders of verzorgers, tenzij dit in het belang is van het kind en volgens vastgestelde procedures gebeurt.
Artikel 18 – Verantwoordelijkheid ouders
Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kind, de overheid moet dit respecteren en ondersteunen.
Artikel 19 – Geweld, mishandeling en verwaarlozing
Kinderen moeten beschermd worden tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, misbruik of verwaarlozing door ouders, verzorgers of anderen.
Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.
Kinderrechten die passen bij dit artikel
Van Donkelaar laat een slaapkamer zien. Ook hier vallen de details op: de commode, de hartjes voor het raam, het kussentje op de stoel, een schoon bed. Elke keer weer, wanneer een moeder vertrekt, wordt de kamer opnieuw geschilderd. Ze vertelt hoe de zwangere vrouwen of nieuwe moeders vaak ontroerd raken door al die positieve aandacht en mooie spullen. ‘Ze zijn soms helemaal niet gewend aan mensen die gewoon aardig zijn zonder er iets voor terug te willen. In het begin vertrouwen ze het niet.’
Maar die aandacht hoort ook bij de aanpak van het Babyhuis: verjaardagen, geboortes en ook het afscheid van moeder en baby worden hier gevierd. ‘Met taart en cadeautjes. We maken er altijd echt wat van.’
De 30-jarige Charina hoort Van Donkelaar praten en knikt. Zij heeft vorige week ‘na negen maanden en vier dagen’ met haar zoontje Livay afscheid genomen van het Babyhuis. Vandaag is ze op bezoek. ‘Heel fijn om weer even hier te zijn. Ik moest in het begin wennen aan de drukte op de groep en nu mis ik het. Vooral de eerste dagen vond ik het heel stil thuis. Maar nu begint het wel weer als thuis te voelen. Mijn moeder, die in het begin niet blij was met de zwangerschap, is dol op Livay en helpt veel.’
Kleuren in de huiskamer
Moeder en kind stabiel
In de keuken staat de kraamhulp. Ook de samenwerking met de kraamzorg bestaat al sinds jaar en dag, vertelt Van Donkelaar. Een moeder is vannacht bevallen van een zoontje. ‘Pas op bij het openen, er kan een baby achter liggen’ staat er op een grappig briefje op de deur. Het mag duidelijk zijn: kruipende baby’s hebben hier voorrang.
Idealiter komen zwangere vrouwen een paar weken voor de bevalling hier binnen. Er wordt samen gekookt en gezorgd. Een flink team van vrijwilligers helpt bij de praktische zaken, doet samen boodschappen, helpt koken en biedt een luisterend oor voor de bewoners. ‘We hebben ruim 25 vrijwilligers, jong en oud. Sommige mensen zetten zich al jaren in voor het Babyhuis. Zij werken nauw samen met de andere collega’s, allemaal met hetzelfde doel voor ogen: de moeder weer in haar kracht zetten.’
Vrijwilligerscoördinator Odile van Donkelaar geeft een rondleiding door het enorme pand, dat bestaat uit vijf woonhuizen aan elkaar. De vrolijke en lichte inrichting van de huiskamers valt op. Gezellige banken, stoelen met mooie kussentjes, knuffels en bij elk zitje een box of een buggy. Aan een lange tafel in een huiskamer zitten een begeleider en drie moeders te kleuren. Hun baby’s zijn in de buurt: een jongetje met donkere krullen kruipt rond en in de box ligt een baby te brabbelen.
Dat is een totaal andere situatie dan wanneer een baby meteen na de bevalling door de Raad voor de Kinderbescherming wordt meegenomen. Een uithuisplaatsing is zeer ingrijpend en traumatisch, voor kinderen en ouders, zo staat ook in de Richtlijnen Jeugdhulp: er ontstaat een breuk in de ouder-kindrelatie en in het familiesysteem. Zowel ouders als kind kunnen een gevoel van rouw en immens verlies ervaren.
Stichting het Babyhuis, met locaties in Dordrecht en Leiden, biedt moeders opvang en intensieve begeleiding. Gemiddelde duur: acht maanden. Het doel: onnodige uithuisplaatsing voorkomen. En dat werkt, zegt operationeel directeur Daniëlle Kiele. Gemiddeld stroomt 90 procent van de moeders van het Babyhuis succesvol uit. ‘Dat houdt in dat moeder en kind stabiel zijn en niet gescheiden hoeven te worden. We zijn ervan overtuigd dat elke scheiding van moeder en kind, waarbij de moeder niet de kans heeft gekregen om met hulp een betere situatie neer te zetten, onnodig is.’ Slechts een aantal keer per jaar moet de conclusie worden getrokken dat het beter is om het kind toch in een andere setting te laten opgroeien. ‘In die gevallen proberen we te bereiken dat moeder ook inziet dat dat beter is voor haar kindje.’
Inmiddels gaat het goed met de jonge vrouw, weet Van Donkelaar. Ze heeft haar verhaal een tijdje terug zelfs gedaan op het tienjarig jubileum van Stichting het Babyhuis. Van Donkelaar zelf zit ook vol verhalen. Over vrouwen die overvallen werden door een zwangerschap, over ongezonde relaties, over vrouwen met een licht verstandelijke beperking.
‘Wat er ook gebeurt, hier kun je opnieuw beginnen’ is de veelzeggende spreuk die in het keukentje beneden hangt. Aan de muur ook krantenartikelen: verhalen van jonge moeders die hier een nieuw begin hebben gevonden. Odile van Donkelaar, vrijwilligerscoördinator en een van de drijvende krachten, wijst naar een artikel uit 2018 met een stralende moeder. ‘Oh, haar herinner ik me nog zo goed. Ze stond hier voor de deur met alleen een plastic tasje met haar spullen. Ze was er nét achter gekomen dat ze zwanger was. Twee weken later is haar baby, een dag voor kerst, geboren.’
Kinderwagens in allerlei soorten en maten in de gang. Een jonge moeder - kort haar, opvallende tatoeage in haar nek - gaat er net vandoor. Haar zoontje zit al met zijn jasje aan in de buggy. ‘Zo, ik ga naar mijn moeder toe. Tot straks.’ Ze steekt haar hand op naar een andere moeder die zich ook klaarmaakt voor vertrek. Op naar het consultatiebureau. Haar kleintje ligt braaf met een speen in de kinderwagen. Dit is het Babyhuis, locatie Dordrecht.
‘Als de moeder niet de kans heeft gekregen om met hulp een betere situatie neer te zetten, is scheiding van moeder en kind onnodig’
Vorige pagina
Volgende pagina
‘In het Babyhuis doen we simpele dingen in het leven voor’
Volgens artikel 5 van de Rechten van het Kind zijn ouders primair verantwoordelijk voor de begeleiding en zorg van hun kinderen. Maar lang niet alle ouders kunnen dit (alleen) aan. Zwangere vrouwen met veel bagage en zonder veilige plek om hun kind op de wereld te zetten, zijn daarom welkom in het Babyhuis.
reportage
11 min.
Elizabeth Wattimena
Jessica Maas
Vorige pagina
Deel dit artikel:
Volgende pagina
Jurist Susanne Höfte schreef haar proefschrift over hoe kinderrechten centraal staan in het handelen van professionals in de gesloten jeugdzorg. Ze laat zien dat kinderrechten niet alleen de positie van kinderen beschermen, maar ook de ruimte van professionals kunnen vergroten. In de praktijk staan deze rechten nog vaak op de achtergrond, terwijl ze juist kunnen helpen bij het realiseren van pedagogische doelen en maatwerk in de gesloten jeugdhulp, blijkt ook uit dit artikel.
Kennis van kinderrechten versterkt professioneel handelen
In de documentaireserie ‘Een valse start’ draait Nicolaas Veul honderd dagen mee in een jeugdzorginstelling en volgt kinderen die tijdelijk uit huis zijn geplaatst en hun gezinnen. De serie laat zien hoe kinderen reageren op nieuwe routines, hoe kleine keuzes van hulpverleners een groot verschil kunnen maken, en welke uitdagingen en dilemma’s er zijn. Je krijgt een blik op de dagelijkse praktijk: van de gesprekken die het verloop van een dag bepalen tot de momenten waarop moeilijke keuzes gemaakt moeten worden.
Een valse start – 100 dagen in de jeugdzorg
Baby’s en peuters kunnen al trauma ervaren voordat ze taal hebben ontwikkeld. Zo’n preverbaal trauma kan sporen achterlaten in emoties, gedrag en hechting, en wordt op allerlei manieren in het lijf en brein opgeslagen. Vroege interventie is cruciaal: hoe eerder kinderen en ouders ondersteuning krijgen, hoe groter de kans dat de impact beperkt blijft. In dit interview met Augeo Magazine vertelden psychologen Anja Dumoulin en Gerinda van Haaften hoe ze deze kinderen behandelen met methoden zoals EMDR en zich tegelijk richten op ouder-kindinteractie.
Preverbaal trauma bij jonge kinderen
Artikel 3 – Belang van het kind
Bij alle maatregelen die kinderen raken, moet het belang van het kind voorop staan.
Artikel 5 – Rol van ouders bij ontwikkeling
Ouders of verzorgers hebben de primaire verantwoordelijkheid om kinderen in hun ontwikkeling te begeleiden en voor hen te zorgen. De overheid moet ervoor zorgen dat ouders toegang hebben tot voorzieningen en diensten voor hun kinderen en moet ondersteuning bieden.
Artikel 9 – Scheiding ouder en kind
Kinderen mogen niet zonder gegronde reden gescheiden worden van hun ouders of verzorgers, tenzij dit in het belang is van het kind en volgens vastgestelde procedures gebeurt.
Artikel 18 – Verantwoordelijkheid ouders
Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kind, de overheid moet dit respecteren en ondersteunen.
Artikel 19 – Geweld, mishandeling en verwaarlozing
Kinderen moeten beschermd worden tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, misbruik of verwaarlozing door ouders, verzorgers of anderen.
Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.
Kinderrechten die passen bij dit artikel
De namen van sommige moeders zijn om privacyredenen aangepast.
Het gros van wat wij daarin doen, is de simpele dingen in het leven voordoen. Dus laten zien dat een maaltijd een sociale aangelegenheid is, laten zien dat wanneer je goed voor jezelf zorgt, dat betekent dat je daarna ook weer goed voor je kindje kunt zorgen. Zaken die misschien heel normaal lijken, maar de moeders soms nooit geleerd hebben.’ Van Donkelaar knikt: ‘Een moeder vertelde pas dat ze nog nooit een verjaardagscadeautje had gekregen. Ze was 27 jaar.’
‘Wij zetten hier een knip in de intergenerationele overdracht’
De begeleiding van beide groepen moeders die hier komen, dus zwanger of herenigd met hun jonge kind, gaat over van alles: over praktische zaken, zoals: hoe doe ik mijn baby in bad, tot hulp bij het aanvragen van een uitkering en het zoeken naar een geschikte woonruimte. Maar ook de hechting tussen moeder en kind krijgt veel aandacht. Van Donkelaar verduidelijkt: ‘We zien soms dat de moeders niet zo goed inspelen op de behoeftes van hun kindje; soms troosten ze het niet, maken weinig contact of lopen zomaar van tafel zonder bijvoorbeeld aan mij te vragen of ik even op de baby wil letten.’
Veel moeders in het Babyhuis hebben zelf thuis niet echt een goed voorbeeld gekregen. Directeur Daniëlle Kiele: ‘Ze zijn soms zelf niet goed gehecht, of worstelen nog met trauma’s uit het verleden.’ Sommigen krijgen hier ook traumabehandeling. Het team weet heel goed dat trauma’s de hechting tussen moeder en kind vaak in de weg zitten.
Ondanks de vaak flinke bagage is het mogelijk om te voorkomen dat de geschiedenis van hechtingsproblematiek zich blijft herhalen. Kiele: ‘Soms vele generaties lang, maar wij zetten hier een knip in die intergenerationele overdracht. En dat kan.
Veel aandacht voor hechting
De stichting wordt gefinancierd door gemeenten, aangevuld met steun van fondsen, bedrijven en particulieren. Kijk voor meer informatie op de website.
Sinds 2013 biedt de stichting opvang, behandeling en begeleiding aan (aanstaande) moeders in een huiselijke en veilige omgeving, met als doel een veilige hechting tussen moeder en kind en het voorkomen van onnodige uithuisplaatsingen. Op de locaties in Dordrecht en Leiden is tijdelijke woonruimte en 24-uurs begeleiding aan moeders van alle leeftijden uit het hele land. In totaal zijn er 26 moeder-kindplaatsen. Toelating is op vrijwillige basis. Bij actieve verslaving, agressie of suïcidaliteit is opname niet mogelijk.
Over Stichting het Babyhuis
‘Linda’s angst dat haar kindje opnieuw zou worden weggehaald, heeft haar echt gevormd’
Het Babyhuis is ook de plek waar moeders van wie de baby na de bevalling direct uit huis is geplaatst, met hun kind herenigen en voor het eerst samen in een huis wonen. ‘Dan werken we aan de hechtingsrelatie,’ zegt Van Donkelaar. Ze vertelt over Linda, die haar zoontje pas na vier maanden terugzag. ‘Meteen na de geboorte waren ze gescheiden. De eerste dag hield ze hem alleen maar vast. Als hij in de box lag, bleef ze voor de box ijsberen. Haar angst dat haar kindje opnieuw zou worden weggehaald, heeft haar echt gevormd.’ Het gaat inmiddels goed met Linda, weet Van Donkelaar. Veel moeders die afscheid nemen, houden contact. Met de mentoren, of met die ene vrijwilliger.
Het Babyhuis betekent veel voor haar, vertelt ze. ‘Ik heb zelf ambulante begeleiding om me een beetje te helpen met alles. De vader van Livay is niet in beeld en ik wilde echt geen abortus en ook niet dat mijn kindje uit huis zou worden geplaatst - dat heeft een vriendin van mij meegemaakt, vreselijk. Toen hoorde ik over deze plek.’ Ze geeft haar zoontje, die braaf op schoot zit, een kusje op zijn hoofd.
Charina heeft de afgelopen maanden veel geleerd. ‘In het begin vond ik het bijvoorbeeld heel spannend om Livay aan te kleden. Met die rompertjes en dan moet je daar een armpje door wurmen.’
In het Babyhuis worden de baby’s tijdens het badderen en aankleden soms gefilmd. Later bespreekt de behandelaar de beelden met de moeder, zodat ze zelf kan zien dat ze bijvoorbeeld geen contact maakt met de baby. ‘Beelden zeggen dan meer dan woorden,’ zegt Van Donkelaar. Charina heeft ook geleerd om veel met Livay te praten. ‘Ik vertel wat ik ga doen. En ik kan hem nu ook beter lezen. Als hij aan z’n oortje zit, dan heeft hij slaap, dat weet ik nu.’
De begeleiding van de moeders is intensief. In de maanden dat moeder en baby hier wonen, gaan ze serieus aan de slag. Elke moeder heeft een eigen mentor, en een heel team van vrijwilligers en professionals - zoals gedragswetenschappers, sociotherapeuten, pedagogen - staat klaar om moeder en kind te begeleiden. Aanmelding bij het Babyhuis gebeurt op vrijwillige basis, maar de vrouwen - die vaak via de huisarts, de gynaecoloog, het wijkteam of de kinderbescherming binnenkomen - weten maar al te goed wat er op het spel staat. Ze willen echt niet dat de kinderbescherming later op de stoep staat.
Vrijwillig, maar toch
Van Donkelaar laat een slaapkamer zien. Ook hier vallen de details op: de commode, de hartjes voor het raam, het kussentje op de stoel, een schoon bed. Elke keer weer, wanneer een moeder vertrekt, wordt de kamer opnieuw geschilderd. Ze vertelt hoe de zwangere vrouwen of nieuwe moeders vaak ontroerd raken door al die positieve aandacht en mooie spullen. ‘Ze zijn soms helemaal niet gewend aan mensen die gewoon aardig zijn zonder er iets voor terug te willen. In het begin vertrouwen ze het niet.’
Maar die aandacht hoort ook bij de aanpak van het Babyhuis: verjaardagen, geboortes en ook het afscheid van moeder en baby worden hier gevierd. ‘Met taart en cadeautjes. We maken er altijd echt wat van.’
De 30-jarige Charina hoort Van Donkelaar praten en knikt. Zij heeft vorige week ‘na negen maanden en vier dagen’ met haar zoontje Livay afscheid genomen van het Babyhuis. Vandaag is ze op bezoek. ‘Heel fijn om weer even hier te zijn. Ik moest in het begin wennen aan de drukte op de groep en nu mis ik het. Vooral de eerste dagen vond ik het heel stil thuis. Maar nu begint het wel weer als thuis te voelen. Mijn moeder, die in het begin niet blij was met de zwangerschap, is dol op Livay en helpt veel.’
Vers geschilderde muren
In 2024 gaf de kinderrechter voor 3760 kinderen en jongeren een nieuwe machtiging uithuisplaatsing af, wat wil zeggen dat deze kinderen tijdelijk ergens anders moesten gaan wonen, blijkt uit cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut. Hoeveel baby’s al na de geboorte uit huis worden geplaatst is niet bekend.
Na een uithuisplaatsing gaat de meerderheid van de kinderen naar een pleeggezin; ongeveer een kwart komt in een instelling of crisisgroep terecht. Ruim 40 procent wordt later nog eens overgeplaatst.
Ondersteuning voor ouders blijkt cruciaal: wanneer ouders therapie of begeleiding krijgen, is de kans dat een kind terugkeert naar huis meer dan twee keer zo groot.
Toch wordt slechts 4 op de 10 kinderen uiteindelijk teruggeplaatst, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden.
Uithuisplaatsing in cijfers
Dat is een totaal andere situatie dan wanneer een baby meteen na de bevalling door de Raad voor de Kinderbescherming wordt meegenomen. Een uithuisplaatsing is zeer ingrijpend en traumatisch, voor kinderen en ouders, zo staat ook in de Richtlijnen Jeugdhulp: er ontstaat een breuk in de ouder-kindrelatie en in het familiesysteem. Zowel ouders als kind kunnen een gevoel van rouw en immens verlies ervaren.
Stichting het Babyhuis, met locaties in Dordrecht en Leiden, biedt moeders opvang en intensieve begeleiding. Gemiddelde duur: acht maanden. Het doel: onnodige uithuisplaatsing voorkomen. En dat werkt, zegt operationeel directeur Daniëlle Kiele. Gemiddeld stroomt 90 procent van de moeders van het Babyhuis succesvol uit. ‘Dat houdt in dat moeder en kind stabiel zijn en niet gescheiden hoeven te worden. We zijn ervan overtuigd dat elke scheiding van moeder en kind, waarbij de moeder niet de kans heeft gekregen om met hulp een betere situatie neer te zetten, onnodig is.’ Slechts een aantal keer per jaar moet de conclusie worden getrokken dat het beter is om het kind toch in een andere setting te laten opgroeien. ‘In die gevallen proberen we te bereiken dat moeder ook inziet dat dat beter is voor haar kindje.’
Moeder en kind stabiel
Inmiddels gaat het goed met de jonge vrouw, weet Van Donkelaar. Ze heeft haar verhaal een tijdje terug zelfs gedaan op het tienjarig jubileum van Stichting het Babyhuis. Van Donkelaar zelf zit ook vol verhalen. Over vrouwen die overvallen werden door een zwangerschap, over ongezonde relaties, over vrouwen met een licht verstandelijke beperking.
In de keuken staat de kraamhulp. Ook de samenwerking met de kraamzorg bestaat al sinds jaar en dag, vertelt Van Donkelaar. Een moeder is vannacht bevallen van een zoontje. ‘Pas op bij het openen, er kan een baby achter liggen’ staat er op een grappig briefje op de deur. Het mag duidelijk zijn: kruipende baby’s hebben hier voorrang.
Idealiter komen zwangere vrouwen een paar weken voor de bevalling hier binnen. Er wordt samen gekookt en gezorgd. Een flink team van vrijwilligers helpt bij de praktische zaken, doet samen boodschappen, helpt koken en biedt een luisterend oor voor de bewoners. ‘We hebben ruim 25 vrijwilligers, jong en oud. Sommige mensen zetten zich al jaren in voor het Babyhuis. Zij werken nauw samen met de andere collega’s, allemaal met hetzelfde doel voor ogen: de moeder weer in haar kracht zetten.’
Vrijwilligerscoördinator Odile van Donkelaar geeft een rondleiding door het enorme pand, dat bestaat uit vijf woonhuizen aan elkaar. De vrolijke en lichte inrichting van de huiskamers valt op. Gezellige banken, stoelen met mooie kussentjes, knuffels en bij elk zitje een box of een buggy. Aan een lange tafel in een huiskamer zitten een begeleider en drie moeders te kleuren. Hun baby’s zijn in de buurt: een jongetje met donkere krullen kruipt rond en in de box ligt een baby te brabbelen.
Kleuren in de huiskamer
‘Als de moeder niet de kans heeft gekregen om met hulp een betere situatie neer te zetten, is scheiding van moeder en kind onnodig’
‘Wat er ook gebeurt, hier kun je opnieuw beginnen’ is de veelzeggende spreuk die in het keukentje beneden hangt. Aan de muur ook krantenartikelen: verhalen van jonge moeders die hier een nieuw begin hebben gevonden. Odile van Donkelaar, vrijwilligerscoördinator en een van de drijvende krachten, wijst naar een artikel uit 2018 met een stralende moeder. ‘Oh, haar herinner ik me nog zo goed. Ze stond hier voor de deur met alleen een plastic tasje met haar spullen. Ze was er nét achter gekomen dat ze zwanger was. Twee weken later is haar baby, een dag voor kerst, geboren.’
Kinderwagens in allerlei soorten en maten in de gang. Een jonge moeder - kort haar, opvallende tatoeage in haar nek - gaat er net vandoor. Haar zoontje zit al met zijn jasje aan in de buggy. ‘Zo, ik ga naar mijn moeder toe. Tot straks.’ Ze steekt haar hand op naar een andere moeder die zich ook klaarmaakt voor vertrek. Op naar het consultatiebureau. Haar kleintje ligt braaf met een speen in de kinderwagen. Dit is het Babyhuis, locatie Dordrecht.
‘In het Babyhuis doen we simpele dingen in het leven voor’
Volgens artikel 5 van de Rechten van het Kind zijn ouders primair verantwoordelijk voor de begeleiding en zorg van hun kinderen. Maar lang niet alle ouders kunnen dit (alleen) aan. Zwangere vrouwen met veel bagage en zonder veilige plek om hun kind op de wereld te zetten, zijn daarom welkom in het Babyhuis.
reportage
11 min.
Elizabeth Wattimena
Jessica Maas