We mogen onze mooie rituelen koesteren, meer waarderen en vieren
Rites de passage maken
van een kind een volwassene
Column
3 min.
Antropoloog
Danielle Braun
Vorige pagina
Volgende pagina
Wat ons onderwijs kan leren van Afrikaanse tribes.
Sluiten we in of sluiten we uit?
Ook in het onderwijs, de kinderopvang en het welzijn hebben we van oudsher rituelen. Denk maar aan ‘overvliegen’ van de kleuters naar groep 1. Verjaardagen met liedjes. Groep 8-rituelen die zo belangrijk zijn om de fase van kind naar jongere in te luiden. We moeten die koesteren en misschien zelfs meer waarderen en vieren.
Danielle Braun reist als antropoloog de wereld rond om mensen in organisaties te vertellen wat we eigenlijk al lang weten: hoe we met elkaar samenleven en samenwerken en welke oude rituelen en omgangsvormen daarbij behulpzaam zijn. Ze schreef verschillende boeken en is directeur van de Academie voor Organisatiecultuur. Danielle post dagelijks antropologische weetjes en inzichten op Linkedin.
Onder sociale druk van de samenleving en ouders komt controle en veiligheid steeds meer boven zingeving en ritueel te staan. Droppings: wie is er niet groot mee geworden? Maar steeds minder leerkrachten en schoolleiders durven het aan, een dropping tijdens het groep 8-kamp, om discussies met bezorgde ouders te voorkomen. En de eindmusical? Scholen maken steeds vaker een film, want dat scheelt zenuwen voor erg gevoelige kinderen.
Gooi het kind niet weg met het badwater. Wees als leerkracht ook een beetje een rituelenbegeleider. Help kinderen niet alleen door de rekentoets heen, maar bereid hen voor op het leven. Een leven waarin je mag leren, fouten mag maken, de tribe je steunt en er overgangen zijn. Daar horen rituelen bij die onze diepste kernwaarden voor eeuwig in die koppies tekenen. Wees geen bondgenoot van overmatige bureaucratie. Durf bovenal sjamaan, stamoudste en voorganger voor jonge mensen te zijn.
Bij veel volken met sterke initiatierituelen zijn er nauwelijks puberteitsproblemen. Omdat het volstrekt helder is wanneer je kind bent, en wanneer volwassen. Omdat de tussentijd, het ondertussen, zorgvuldig wordt begeleid. Bij de Ndembu door een sjamaan. Die heeft geen Cito-score of mijlpalenplanning in z’n hand, maar vertelt steeds opnieuw de narrative of change: ‘We zijn hier in het bos met als doel dat jullie volwassen worden.’
Wij hebben in Nederland ook heel mooie rituelen. Bij de geboorte van een kind: beschuit met muisjes. Bij doop: een witte jurk. Bij huwelijken: taart, ringen en een feest. Bij overlijden: toespraken en muziek.
Pas als iedereen alle vaardigheden heeft geleerd, en het volgens de voorouders die geraadpleegd worden, tijd is, keren de kinderen terug in het dorp. Daar volgt een groot inwijdingsritueel. En dan... ben je volwassen en mag je meedoen met besluitvorming en bestuur van de tribe.
Nee, de leden van de tribe geven hem complimenten. ‘Wat was je een lieve baby.’ ‘Wat hielp je als kleuter je moeder altijd goed.’ ‘Wat heb je brede schouders.’ ‘Wat kun je goed jagen.’ Ondertussen wordt het dorp geactiveerd. Er wordt een baantje bij de geitenhouder geregeld, zodat hij geen melk meer hoeft te stelen. De jongen wordt gekoppeld aan een oudere man, die hem leert hoe je meisjes versiert zonder er zomaar in te knijpen als je langsloopt.
Het raakt. Aan diepe overtuigingen. Waarvan je je misschien niet eens bewust bent dat je ze hebt. In ons westers, Nederlands, cultureel gedachtegoed staat gegrift dat je moet leren om individuele regie te pakken voor je daden en emoties. Wij hebben tegeltjes hangen met lessen als: ‘Je bent de baas over je eigen emoties.’ En: ‘Succes is een keuze.’ Of: ‘Je bent verantwoordelijk voor je daden.’ Dat leren we kinderen ook in de klas. En als dat niet goed gaat, dan sluiten we uit. Tegen kinderen zeggen we op school: ‘Ga maar even op het bankje in de gang zitten tot je weer rustig mee kunt doen.’ Als je volwassen bent en de regels van het sociale spel met voeten treedt, ga je naar de gevangenis. Doe je in een organisatie niet goed mee, dan ga je, via de mobiliteitspool, exit.
Als er bij de Masai iets misgaat, sluiten ze niet uit maar in. Ze kennen een collectivistische cultuur. Als deze jongen zo buiten de lijntjes kleurt, hebben wij als dorp niet goed op hem gelet en moeten we dat repareren. Dus gaan we om hem heen staan. Letterlijk.
Er zijn scholen in Amsterdam-Zuidoost, de Bijlmer, waar gewerkt wordt met de regel: wij sluiten niemand buiten. Nooit. Omdat de leerlingenpopulatie bestaat uit kinderen van migranten- en vluchtelingenouders. Deze ouders en kinderen hebben al heel veel met uitsluiting te maken gehad. Dus als een kind lastig is, gaat het niet de gang op. In plaats daarvan zegt de docent tegen het tafelgroepje: ‘Ricardo is een beetje druk vandaag, willen jullie er met elkaar voor zorgen dat hij weer rustig wordt?’ De resultaten zijn verbluffend.
We kunnen in het onderwijs meer leren van rituelen van tribes. Zo kennen volkeren overal op de wereld rites de passage: overgangsrituelen waarin een kind een volwassen man of vrouw wordt. Deze kinderen gaan met een groepje een tijd in een boomhut in het bos wonen, leren allerlei vaardigheden zoals op wild jagen, een oorlogsdans dansen, verhalen over de voorouders vertellen en met geld omgaan. Die tussentijd noemen we liminale tijd. Van ‘limits’, een drempel of grens waar je over stapt. Je bent een tijd in het niks, in het ‘ondertussen’. Je bent geen kind en geen volwassene. En daar... wordt je ziel gevormd, zeggen ze bij de Ndembu, een volk in Centraal-Afrika.
In een Masai-dorp staat een jongen van een jaar of 17 op het hete, stoffige dorpsplein. Een kring van dorpsbewoners staat om hem heen. Twee dagen lang. Fysiek een zware exercitie. De jongen heeft dingen gedaan die niet door de beugel kunnen. Geitenmelk gestolen. Te veel aan de meisjes van het dorp gezeten. De jongen wordt niet verstoten, niet gestraft.
Danielle Braun reist als antropoloog de wereld rond om mensen in organisaties te vertellen wat we eigenlijk al lang weten: hoe we met elkaar samenleven en samenwerken en welke oude rituelen en omgangsvormen daarbij behulpzaam zijn. Ze schreef verschillende boeken en is directeur van de Academie voor Organisatiecultuur. Danielle post dagelijks antropologische weetjes en inzichten op Linkedin.
Onder sociale druk van de samenleving en ouders komt controle en veiligheid steeds meer boven zingeving en ritueel te staan. Droppings: wie is er niet groot mee geworden? Maar steeds minder leerkrachten en schoolleiders durven het aan, een dropping tijdens het groep 8-kamp, om discussies met bezorgde ouders te voorkomen. En de eindmusical? Scholen maken steeds vaker een film, want dat scheelt zenuwen voor erg gevoelige kinderen.
Gooi het kind niet weg met het badwater. Wees als leerkracht ook een beetje een rituelenbegeleider. Help kinderen niet alleen door de rekentoets heen, maar bereid hen voor op het leven. Een leven waarin je mag leren, fouten mag maken, de tribe je steunt en er overgangen zijn. Daar horen rituelen bij die onze diepste kernwaarden voor eeuwig in die koppies tekenen. Wees geen bondgenoot van overmatige bureaucratie. Durf bovenal sjamaan, stamoudste en voorganger voor jonge mensen te zijn.
Ook in het onderwijs, de kinderopvang en het welzijn hebben we van oudsher rituelen. Denk maar aan ‘overvliegen’ van de kleuters naar groep 1. Verjaardagen met liedjes. Groep 8-rituelen die zo belangrijk zijn om de fase van kind naar jongere in te luiden. We moeten die koesteren en misschien zelfs meer waarderen en vieren.
We mogen onze mooie rituelen koesteren, meer waarderen en vieren
Bij veel volken met sterke initiatierituelen zijn er nauwelijks puberteitsproblemen. Omdat het volstrekt helder is wanneer je kind bent, en wanneer volwassen. Omdat de tussentijd, het ondertussen, zorgvuldig wordt begeleid. Bij de Ndembu door een sjamaan. Die heeft geen Cito-score of mijlpalenplanning in z’n hand, maar vertelt steeds opnieuw de narrative of change: ‘We zijn hier in het bos met als doel dat jullie volwassen worden.’
Wij hebben in Nederland ook heel mooie rituelen. Bij de geboorte van een kind: beschuit met muisjes. Bij doop: een witte jurk. Bij huwelijken: taart, ringen en een feest. Bij overlijden: toespraken en muziek.
Pas als iedereen alle vaardigheden heeft geleerd, en het volgens de voorouders die geraadpleegd worden, tijd is, keren de kinderen terug in het dorp. Daar volgt een groot inwijdingsritueel. En dan... ben je volwassen en mag je meedoen met besluitvorming en bestuur van de tribe.
Rites de passage maken van een kind een volwassene
Nee, de leden van de tribe geven hem complimenten. ‘Wat was je een lieve baby.’ ‘Wat hielp je als kleuter je moeder altijd goed.’ ‘Wat heb je brede schouders.’ ‘Wat kun je goed jagen.’ Ondertussen wordt het dorp geactiveerd. Er wordt een baantje bij de geitenhouder geregeld, zodat hij geen melk meer hoeft te stelen. De jongen wordt gekoppeld aan een oudere man, die hem leert hoe je meisjes versiert zonder er zomaar in te knijpen als je langsloopt.
Het raakt. Aan diepe overtuigingen. Waarvan je je misschien niet eens bewust bent dat je ze hebt. In ons westers, Nederlands, cultureel gedachtegoed staat gegrift dat je moet leren om individuele regie te pakken voor je daden en emoties. Wij hebben tegeltjes hangen met lessen als: ‘Je bent de baas over je eigen emoties.’ En: ‘Succes is een keuze.’ Of: ‘Je bent verantwoordelijk voor je daden.’ Dat leren we kinderen ook in de klas. En als dat niet goed gaat, dan sluiten we uit. Tegen kinderen zeggen we op school: ‘Ga maar even op het bankje in de gang zitten tot je weer rustig mee kunt doen.’ Als je volwassen bent en de regels van het sociale spel met voeten treedt, ga je naar de gevangenis. Doe je in een organisatie niet goed mee, dan ga je, via de mobiliteitspool, exit.
Als er bij de Masai iets misgaat, sluiten ze niet uit maar in. Ze kennen een collectivistische cultuur. Als deze jongen zo buiten de lijntjes kleurt, hebben wij als dorp niet goed op hem gelet en moeten we dat repareren. Dus gaan we om hem heen staan. Letterlijk.
Er zijn scholen in Amsterdam-Zuidoost, de Bijlmer, waar gewerkt wordt met de regel: wij sluiten niemand buiten. Nooit. Omdat de leerlingenpopulatie bestaat uit kinderen van migranten- en vluchtelingenouders. Deze ouders en kinderen hebben al heel veel met uitsluiting te maken gehad. Dus als een kind lastig is, gaat het niet de gang op. In plaats daarvan zegt de docent tegen het tafelgroepje: ‘Ricardo is een beetje druk vandaag, willen jullie er met elkaar voor zorgen dat hij weer rustig wordt?’ De resultaten zijn verbluffend.
We kunnen in het onderwijs meer leren van rituelen van tribes. Zo kennen volkeren overal op de wereld rites de passage: overgangsrituelen waarin een kind een volwassen man of vrouw wordt. Deze kinderen gaan met een groepje een tijd in een boomhut in het bos wonen, leren allerlei vaardigheden zoals op wild jagen, een oorlogsdans dansen, verhalen over de voorouders vertellen en met geld omgaan. Die tussentijd noemen we liminale tijd. Van ‘limits’, een drempel of grens waar je over stapt. Je bent een tijd in het niks, in het ‘ondertussen’. Je bent geen kind en geen volwassene. En daar... wordt je ziel gevormd, zeggen ze bij de Ndembu, een volk in Centraal-Afrika.
In een Masai-dorp staat een jongen van een jaar of 17 op het hete, stoffige dorpsplein. Een kring van dorpsbewoners staat om hem heen. Twee dagen lang. Fysiek een zware exercitie. De jongen heeft dingen gedaan die niet door de beugel kunnen. Geitenmelk gestolen. Te veel aan de meisjes van het dorp gezeten. De jongen wordt niet verstoten, niet gestraft.
Sluiten we in of sluiten we uit?
Wat ons onderwijs kan leren van Afrikaanse tribes.
Column
3 min.
Antropoloog
Danielle Braun
Vorige pagina
Volgende pagina
Deel dit artikel: