Webinar
Op 28 oktober 2025 om 16.00 uur geeft Leony Coppens een webinar over het benutten van de groep voor kinderen met ingrijpende jeugdervaringen, onder de titel 'Veerkracht groeit samen'. In dit webinar krijg je inspiratie en praktische tools om de kracht van de groep optimaal te benutten. Het webinar is gratis te volgen op ons channel ‘Veiligheid in gezinnen’. Meld je hier aan.
Kunnen professionals elkaar hierbij ook helpen?
‘Zeker. Als juf Iris een “moeilijk” kind in de klas heeft, zeg dan niet: pech voor juf Iris, maar vraag hoe je haar kunt helpen. Je kunt afspreken dat je regelmatig even in de klas komt kijken en haar een voorwendsel geeft om buiten de klas tot rust te komen. Je moet als team traumasensitief werken, dat kun je niet in je eentje doen. Vooral in het speciaal onderwijs, waar bijna alle leerlingen meerdere ingrijpende ervaringen hebben, is traumasensitief werken je core business.’
Hoe ga je om met een emotionele uitbarsting in een groep?
‘Blijf kalm en geef woorden aan hoe het kind zich voelt. Straal met je toon en lichaamshouding uit dat het tot rust kan komen. Dan help je het kind zichzelf te reguleren en werk je steeds aan de verbinding. Probeer in de groep te ondertitelen wat er is gebeurd. Zeg bijvoorbeeld: soms is het even te veel, dat kunnen we allemaal weleens hebben. Of: we hebben allemaal iets anders te leren; de een heeft moeite met rekenen, de ander om rustig te worden. En het is fijn als het kind zich even op een rustige plek kan terugtrekken; liefst in dezelfde ruimte, om het contact met de groep te behouden.
Je kunt ook met de klas oefeningen doen om samen rustig te worden. Op die manier leren kinderen hoe ze zichzelf rustig krijgen. Of doe juist een energizer. En geef de groep als boodschap dat je er voor elkaar bent als iemand het moeilijk heeft.’
‘Laat een kind zich terugtrekken - liefst in dezelfde ruimte, om het contact met de groep te behouden’
Traumasensitief werken
‘Kevin zegt: van mijn vrienden heb ik het leven geleerd. Zij waren mijn familie’
Kinderen die ingrijpende dingen meemaken, kunnen herstellen door positieve ervaringen op te doen in een groep, zegt Leony Coppens, grondlegger van het traumasensitief onderwijs in Nederland en België. ‘Als kinderen écht bij een groep horen, kan daar geen therapie tegenop.’
‘Ik wéét hoe belangrijk een sportclub kan zijn’
Abdeljabar Marbah groeide op in een achterstandswijk in Rotterdam-Zuid, zonder vader en met een moeder die niet kon werken. Voetbal werd zijn uitlaatklep en bood hem een steunende groep waarin hij zich gezien en gehoord voelde én onderdeel van een groep voelde. Inmiddels zet hij zich als assistent-trainer in bij Jong Oranje en via de Feyenoord Street League, waar hij kinderen dezelfde kans op verbinding, steun en groei wil geven. Lees hier een interview met Marbah.
Podcast: A sense of belonging
Hoe creëer je als professional een veilige plek voor kinderen die veel hebben meegemaakt - een oever waar ze even op adem kunnen komen? In deze podcast (op Spotify) vertelt systemisch psychotherapeut Sabine Vermeire hoe erkenning en kleine gebaren bijdragen aan herstel en veerkracht.
Werk van Leony Coppens
In Iedereen kan het verschil maken deelt Coppens inzichten over trauma en veerkracht, geïllustreerd met persoonlijke verhalen en praktijkvoorbeelden. Voor iedereen die een positieve impact wil hebben op het leven van een kind, biedt dit boek inzichten en inspiratie.
Getraumatiseerde kinderen hebben vaak moeite met leren, met het reguleren van hun emoties en hun gedrag, en met vertrouwen in zichzelf en anderen. Het boek Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen geeft professionals in het basisonderwijs kennis en praktische richtlijnen om de negatieve spiraal te doorbreken, zodat deze kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Kijktip van Leony Coppens
‘De film The Perks of Being a Wallflower (te zien op Videoland) laat zien hoe een groep kan bijdragen aan veerkracht bij jongeren met traumatische of ingrijpende ervaringen. Het verhaal is gebaseerd op een roman van Stephen Chbosky en gaat over een gevoelige, introverte jongen die veel heeft meegemaakt en zich onzichtbaar en buitengesloten voelt. Als hij wordt opgenomen in een groep excentrieke, oudere leerlingen die hem accepteren, begint zijn herstel. De film laat overtuigend zien dat relaties tussen jongeren een cruciale rol kunnen spelen in het terugvinden van een gevoel van eigenwaarde, veiligheid en vertrouwen.’
Wat moet je vooral níet doen?
‘Nog te vaak hoor ik van kinderen die eindelijk iets over hun thuissituatie hebben durven vertellen, dat de reactie was: wat naar. Maar er wordt niet meer op teruggekomen. Na zo’n ervaring houdt een kind meteen weer jaren zijn mond.
Onderneem ook geen actie zonder het kind te betrekken. En neem de moeite om je relatie met het kind te herstellen, wanneer je iets fout hebt gedaan. Dat is vaak belangrijker dan de vergissing zelf. Als jij zegt: ik heb je in de kou laten staan en ik vind het zó naar, dan weet het kind dat je in ieder geval aan hem gedacht hebt. En het leert dat je fouten ook kunt herstellen.
Reflecteer ook op je eigen “koffer”. Kinderen kunnen soms onbetrouwbaar gedrag laten zien, smoesjes vertellen of afspraken niet nakomen. Als je zelf geleerd hebt dat liegen een doodzonde is, kan dat heftig zijn. Maar het liegen is meestal uit nood geboren: misschien is een kind bang om agressief bejegend of hard gestraft te worden als het de waarheid vertelt. Liegen kan een overlevingsmechanisme zijn.’
Werkt die aanpak altijd?
‘Niet meteen. Maar vertrouw erop dat traumasensitief werken vruchten afwerpt. Wees geduldig. Je kunt een tijdje het gevoel hebben dat je tegen een muur praat, maar op een gegeven moment ga je verandering zien. Ik hoor pleegouders weleens over hun pleegkind zeggen: ze gedraagt zich alsof we haar iets aandoen. Maar een kind dat maanden of jaren met onveiligheid is opgegroeid, is zo gewired. Daar zijn veel herstellende ervaringen voor nodig.’
Hoe kun je zelf een betrouwbare leider zijn van een groep?
‘Om zich rustig te voelen, hebben kinderen die onveilig opgroeien een sterke relatie met een volwassene nodig, bijvoorbeeld met een voetbaltrainer, pleegouder, leraar of buurvrouw. Die kan zorgen dat het kind zich gezien voelt. Ik sprak een meisje dat tijdens de basisschool een nare thuissituatie had. Haar juf liep iedere vrijdag een rondje rondom de school met haar, waarbij ze over van alles kletsten. Het meisje vertelde me hoe belangrijk dat voor haar was geweest. Ze zei: “Als ik die juf niet had gehad, weet ik niet of ik er nu nog was geweest.” Veel kinderen gaat het er niet zozeer om dat die vertrouwde volwassene hun probleem oplost; het feit dat iemand aandacht voor ze heeft, maakt het verschil.’
Ervaren kinderen die zich thuis onveilig voelen ‘de groep’ anders dan andere kinderen?
‘Het functioneren in een groep levert hun vaak veel stress op. Deze kinderen interpreteren gebeurtenissen sneller als onveilig. Ze zijn erg alert op wat anderen doen en kunnen daar heftig op reageren. Ook zoiets onschuldigs als het gooien van een bal kan een automatische stressreactie losmaken. Waar een ander kind zou denken: joh, grapje, hebben deze kinderen de neiging om te vechten of vluchten. Ze dragen een onzichtbare koffer mee. Ze hebben weinig vertrouwen in zichzelf en anderen. Ze hebben nooit geleerd hoe je problemen kunt oplossen met praten, hoe je moet samenwerken, samen plezier kunt hebben of voor jezelf opkomt op een helpende manier.
Door hun ontvlambaarheid vormen deze kinderen een makkelijk doelwit en worden ze slecht begrepen. Ze liggen snel uit de groep. Vaak willen ze het spel bepalen, want bazig zijn is een manier om de controle te hebben die ze thuis niet ervaren. Een kind kan zich ook juist terugtrekken, stil en pleaserig zijn. Ook dat is een manier om controle te krijgen. Het is maar net wat het thuis aangeleerd heeft.’
Kun je als professional stimuleren dat een kind zijn plek vindt in een groep?
‘Kinderen die onveilig opgroeien, zijn erg alert op wat anderen doen en kunnen daar heftig op reageren’
‘Vriendschappen zijn moeilijker te regisseren, maar je kunt wel een veilige setting creëren en een kind het gevoel geven dat het erbij hoort. Volwassenen hebben daarbij een leidende rol. Stuur conflicten bij en zorg dat de basisomgeving veilig en voorspelbaar is. Laat het kind samenwerken met iemand met wie het klikt. Wees er alert op dat niemand wordt uitgesloten en benadruk dat je samen een groep vormt. Vraag de groep, klas of het voetbalteam bijvoorbeeld: hoe zorgen we ervoor dat het hier voor iedereen weer fijn wordt? Als je docent bent, is het je verantwoordelijkheid om pesten en buitensluiten aan te pakken. Wanneer kinderen eenmaal leren een echte groep te vormen, is dat uiteindelijk voor álle kinderen goed.’
Heb je daarvan een voorbeeld uit je eigen praktijk?
Waaruit bestaat die positieve invloed van de groep?
Kevin vertelde me dat zijn leerkrachten op de basisschool geen extra aandacht aan hem besteedden, terwijl ze wisten van zijn onveilige thuissituatie. Op zijn eerste schooldag durfde hij zijn strenge leraar niet om een puntenslijper te vragen. De jongen naast hem leende hem zijn potlood, en vanaf die dag waren ze vriendjes. Dankzij die vriendschap is Kevin de school goed doorgekomen. Op de middelbare school breidde de vriendschap zich uit tot een groepje. Kevin zegt: van mijn vrienden heb ik het leven geleerd. Zij waren mijn familie.’
‘Neem Kevin, een jongen met cerebrale parese (een aangeboren hersenaandoening, red.) waardoor hij moeilijker loopt. Zijn moeder heeft een schizofrene stoornis en een verstandelijke beperking. Ze gedraagt zich soms extreem. Ze heeft eens een schaar in haar keel gestoken. Zijn vader was drugsverslaafd en pleegde kort na de geboorte van Kevin suïcide.
‘Dat zit hem vooral in het gevoel van erbij horen. Voor adolescenten zijn leeftijdsgenoten belangrijker dan familie, maar ook op jonge leeftijd kan de groep voor herstellende ervaringen zorgen. In een veilige groep ontdekken kinderen waar ze goed in zijn, leren ze beter reageren op moeilijke situaties en zien ze voorbeeldgedrag om zich heen. Ze helpen elkaar emoties te reguleren, door te zeggen: laat die ander toch. Dat gaat spontaan en spelenderwijs. Dat zie ik zelfs bij jonge kinderen gebeuren. In zo’n groep kan een kind alsnog basisvertrouwen ontwikkelen. Als kinderen écht bij een groep horen, kan daar geen therapie tegenop. Die ervaringen zijn veel belangrijker dan wat een therapeut kan doen.’
interview
6,5 min.
Annette Wiesman
In haar boek Iedereen kan het verschil maken tekent psycholoog Leony Coppens het verhaal van David op. Zijn thuissituatie is onveilig en David raakt als jonge tiener al aan de drugs. Op een gegeven moment biedt zijn baas hem een kamer aan in een dorp verderop, met de woorden: ‘Je kunt kiezen: hier ten onder gaan aan je verslaving of verhuizen.’ De jongen verhuist naar het dorp en krijgt er nieuwe vrienden. ‘Die groep is volgens hem zijn redding geweest,’ zegt Coppens nu. ‘Het idee dat anderen zagen dat hij bij een groepje stond en geen loner was, dat hij bij een groepje hoorde, was ontzettend belangrijk voor hem. Soms kan een groep levensreddend zijn.’
‘Een veilige groep kan helend zijn’
Vorige pagina
Volgende pagina
Leony Coppens is klinisch psycholoog, orthopedagoog en NtVP-psychotraumatherapeut. Ook is ze supervisor bij Vereniging EMDR Nederland en Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt). Ze heeft een praktijk voor traumabehandeling van kinderen en jongeren en gezinnen.
‘Ik wéét hoe belangrijk een sportclub kan zijn’
Abdeljabar Marbah groeide op in een achterstandswijk in Rotterdam-Zuid, zonder vader en met een moeder die niet kon werken. Voetbal werd zijn uitlaatklep en bood hem een steunende groep waarin hij zich gezien en gehoord voelde én onderdeel van een groep voelde. Inmiddels zet hij zich als assistent-trainer in bij Jong Oranje en via de Feyenoord Street League, waar hij kinderen dezelfde kans op verbinding, steun en groei wil geven. Lees hier een interview met Marbah.
Podcast: A sense of belonging
Hoe creëer je als professional een veilige plek voor kinderen die veel hebben meegemaakt - een oever waar ze even op adem kunnen komen? In deze podcast (op Spotify) vertelt systemisch psychotherapeut Sabine Vermeire hoe erkenning en kleine gebaren bijdragen aan herstel en veerkracht.
Werk van Leony Coppens
In Iedereen kan het verschil maken deelt Coppens inzichten over trauma en veerkracht, geïllustreerd met persoonlijke verhalen en praktijkvoorbeelden. Voor iedereen die een positieve impact wil hebben op het leven van een kind, biedt dit boek inzichten en inspiratie.
Getraumatiseerde kinderen hebben vaak moeite met leren, met het reguleren van hun emoties en hun gedrag, en met vertrouwen in zichzelf en anderen. Het boek Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen geeft professionals in het basisonderwijs kennis en praktische richtlijnen om de negatieve spiraal te doorbreken, zodat deze kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Kijktip van Leony Coppens
‘De film The Perks of Being a Wallflower (te zien op Videoland) laat zien hoe een groep kan bijdragen aan veerkracht bij jongeren met traumatische of ingrijpende ervaringen. Het verhaal is gebaseerd op een roman van Stephen Chbosky en gaat over een gevoelige, introverte jongen die veel heeft meegemaakt en zich onzichtbaar en buitengesloten voelt. Als hij wordt opgenomen in een groep excentrieke, oudere leerlingen die hem accepteren, begint zijn herstel. De film laat overtuigend zien dat relaties tussen jongeren een cruciale rol kunnen spelen in het terugvinden van een gevoel van eigenwaarde, veiligheid en vertrouwen.’
‘Zeker. Als juf Iris een “moeilijk” kind in de klas heeft, zeg dan niet: pech voor juf Iris, maar vraag hoe je haar kunt helpen. Je kunt afspreken dat je regelmatig even in de klas komt kijken en haar een voorwendsel geeft om buiten de klas tot rust te komen. Je moet als team traumasensitief werken, dat kun je niet in je eentje doen. Vooral in het speciaal onderwijs, waar bijna alle leerlingen meerdere ingrijpende ervaringen hebben, is traumasensitief werken je core business.’
Kunnen professionals elkaar hierbij ook helpen?
‘Blijf kalm en geef woorden aan hoe het kind zich voelt. Straal met je toon en lichaamshouding uit dat het tot rust kan komen. Dan help je het kind zichzelf te reguleren en werk je steeds aan de verbinding. Probeer in de groep te ondertitelen wat er is gebeurd. Zeg bijvoorbeeld: soms is het even te veel, dat kunnen we allemaal weleens hebben. Of: we hebben allemaal iets anders te leren; de een heeft moeite met rekenen, de ander om rustig te worden. En het is fijn als het kind zich even op een rustige plek kan terugtrekken; liefst in dezelfde ruimte, om het contact met de groep te behouden.
Je kunt ook met de klas oefeningen doen om samen rustig te worden. Op die manier leren kinderen hoe ze zichzelf rustig krijgen. Of doe juist een energizer. En geef de groep als boodschap dat je er voor elkaar bent als iemand het moeilijk heeft.’
Hoe ga je om met een emotionele uitbarsting in een groep?
‘Laat een kind zich terugtrekken - liefst in dezelfde ruimte, om het contact met de groep te behouden’
‘Nog te vaak hoor ik van kinderen die eindelijk iets over hun thuissituatie hebben durven vertellen, dat de reactie was: wat naar. Maar er wordt niet meer op teruggekomen. Na zo’n ervaring houdt een kind meteen weer jaren zijn mond.
Onderneem ook geen actie zonder het kind te betrekken. En neem de moeite om je relatie met het kind te herstellen, wanneer je iets fout hebt gedaan. Dat is vaak belangrijker dan de vergissing zelf. Als jij zegt: ik heb je in de kou laten staan en ik vind het zó naar, dan weet het kind dat je in ieder geval aan hem gedacht hebt. En het leert dat je fouten ook kunt herstellen.
Reflecteer ook op je eigen “koffer”. Kinderen kunnen soms onbetrouwbaar gedrag laten zien, smoesjes vertellen of afspraken niet nakomen. Als je zelf geleerd hebt dat liegen een doodzonde is, kan dat heftig zijn. Maar het liegen is meestal uit nood geboren: misschien is een kind bang om agressief bejegend of hard gestraft te worden als het de waarheid vertelt. Liegen kan een overlevingsmechanisme zijn.’
Wat moet je vooral níet doen?
Traumasensitief werken
‘Niet meteen. Maar vertrouw erop dat traumasensitief werken vruchten afwerpt. Wees geduldig. Je kunt een tijdje het gevoel hebben dat je tegen een muur praat, maar op een gegeven moment ga je verandering zien. Ik hoor pleegouders weleens over hun pleegkind zeggen: ze gedraagt zich alsof we haar iets aandoen. Maar een kind dat maanden of jaren met onveiligheid is opgegroeid, is zo gewired. Daar zijn veel herstellende ervaringen voor nodig.’
Werkt die aanpak altijd?
‘Om zich rustig te voelen, hebben kinderen die onveilig opgroeien een sterke relatie met een volwassene nodig, bijvoorbeeld met een voetbaltrainer, pleegouder, leraar of buurvrouw. Die kan zorgen dat het kind zich gezien voelt. Ik sprak een meisje dat tijdens de basisschool een nare thuissituatie had. Haar juf liep iedere vrijdag een rondje rondom de school met haar, waarbij ze over van alles kletsten. Het meisje vertelde me hoe belangrijk dat voor haar was geweest. Ze zei: “Als ik die juf niet had gehad, weet ik niet of ik er nu nog was geweest.” Veel kinderen gaat het er niet zozeer om dat die vertrouwde volwassene hun probleem oplost; het feit dat iemand aandacht voor ze heeft, maakt het verschil.’
Hoe kun je zelf een betrouwbare leider zijn van een groep?
Ervaren kinderen die zich thuis onveilig voelen ‘de groep’ anders dan andere kinderen?
‘Kinderen die onveilig opgroeien, zijn erg alert op wat anderen doen en kunnen daar heftig op reageren’
‘Vriendschappen zijn moeilijker te regisseren, maar je kunt wel een veilige setting creëren en een kind het gevoel geven dat het erbij hoort. Volwassenen hebben daarbij een leidende rol. Stuur conflicten bij en zorg dat de basisomgeving veilig en voorspelbaar is. Laat het kind samenwerken met iemand met wie het klikt. Wees er alert op dat niemand wordt uitgesloten en benadruk dat je samen een groep vormt. Vraag de groep, klas of het voetbalteam bijvoorbeeld: hoe zorgen we ervoor dat het hier voor iedereen weer fijn wordt? Als je docent bent, is het je verantwoordelijkheid om pesten en buitensluiten aan te pakken. Wanneer kinderen eenmaal leren een echte groep te vormen, is dat uiteindelijk voor álle kinderen goed.’
Webinar
Op 28 oktober 2025 om 16.00 uur geeft Leony Coppens een webinar over het benutten van de groep voor kinderen met ingrijpende jeugdervaringen, onder de titel 'Veerkracht groeit samen'. In dit webinar krijg je inspiratie en praktische tools om de kracht van de groep optimaal te benutten. Het webinar is gratis te volgen op ons channel ‘Veiligheid in gezinnen’. Meld je hier aan.
Kun je als professional stimuleren dat een kind zijn plek vindt in een groep?
Kevin vertelde me dat zijn leerkrachten op de basisschool geen extra aandacht aan hem besteedden, terwijl ze wisten van zijn onveilige thuissituatie. Op zijn eerste schooldag durfde hij zijn strenge leraar niet om een puntenslijper te vragen. De jongen naast hem leende hem zijn potlood, en vanaf die dag waren ze vriendjes. Dankzij die vriendschap is Kevin de school goed doorgekomen. Op de middelbare school breidde de vriendschap zich uit tot een groepje. Kevin zegt: van mijn vrienden heb ik het leven geleerd. Zij waren mijn familie.’
‘Neem Kevin, een jongen met cerebrale parese (een aangeboren hersenaandoening, red.) waardoor hij moeilijker loopt. Zijn moeder heeft een schizofrene stoornis en een verstandelijke beperking. Ze gedraagt zich soms extreem. Ze heeft eens een schaar in haar keel gestoken. Zijn vader was drugsverslaafd en pleegde kort na de geboorte van Kevin suïcide.
Heb je daarvan een voorbeeld uit je eigen praktijk?
‘Kevin zegt: van mijn vrienden heb ik het leven geleerd. Zij waren mijn familie’
‘Dat zit hem vooral in het gevoel van erbij horen. Voor adolescenten zijn leeftijdsgenoten belangrijker dan familie, maar ook op jonge leeftijd kan de groep voor herstellende ervaringen zorgen. In een veilige groep ontdekken kinderen waar ze goed in zijn, leren ze beter reageren op moeilijke situaties en zien ze voorbeeldgedrag om zich heen. Ze helpen elkaar emoties te reguleren, door te zeggen: laat die ander toch. Dat gaat spontaan en spelenderwijs. Dat zie ik zelfs bij jonge kinderen gebeuren. In zo’n groep kan een kind alsnog basisvertrouwen ontwikkelen. Als kinderen écht bij een groep horen, kan daar geen therapie tegenop. Die ervaringen zijn veel belangrijker dan wat een therapeut kan doen.’
‘Het functioneren in een groep levert hun vaak veel stress op. Deze kinderen interpreteren gebeurtenissen sneller als onveilig. Ze zijn erg alert op wat anderen doen en kunnen daar heftig op reageren. Ook zoiets onschuldigs als het gooien van een bal kan een automatische stressreactie losmaken. Waar een ander kind zou denken: joh, grapje, hebben deze kinderen de neiging om te vechten of vluchten. Ze dragen een onzichtbare koffer mee. Ze hebben weinig vertrouwen in zichzelf en anderen. Ze hebben nooit geleerd hoe je problemen kunt oplossen met praten, hoe je moet samenwerken, samen plezier kunt hebben of voor jezelf opkomt op een helpende manier.
Door hun ontvlambaarheid vormen deze kinderen een makkelijk doelwit en worden ze slecht begrepen. Ze liggen snel uit de groep. Vaak willen ze het spel bepalen, want bazig zijn is een manier om de controle te hebben die ze thuis niet ervaren. Een kind kan zich ook juist terugtrekken, stil en pleaserig zijn. Ook dat is een manier om controle te krijgen. Het is maar net wat het thuis aangeleerd heeft.’
Waaruit bestaat die positieve invloed van de groep?
In haar boek Iedereen kan het verschil maken tekent psycholoog Leony Coppens het verhaal van David op. Zijn thuissituatie is onveilig en David raakt als jonge tiener al aan de drugs. Op een gegeven moment biedt zijn baas hem een kamer aan in een dorp verderop, met de woorden: ‘Je kunt kiezen: hier ten onder gaan aan je verslaving of verhuizen.’ De jongen verhuist naar het dorp en krijgt er nieuwe vrienden. ‘Die groep is volgens hem zijn redding geweest,’ zegt Coppens nu. ‘Het idee dat anderen zagen dat hij bij een groepje stond en geen loner was, dat hij bij een groepje hoorde, was ontzettend belangrijk voor hem. Soms kan een groep levensreddend zijn.’
interview
6,5 min.
Annette Wiesman
‘Een veilige groep kan helend zijn’
Volgende pagina
Vorige pagina
Deel dit artikel:
Leony Coppens is klinisch psycholoog, orthopedagoog en NtVP-psychotraumatherapeut. Ook is ze supervisor bij Vereniging EMDR Nederland en Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt). Ze heeft een praktijk voor traumabehandeling van kinderen en jongeren en gezinnen.
Kinderen die ingrijpende dingen meemaken, kunnen herstellen door positieve ervaringen op te doen in een groep, zegt Leony Coppens, grondlegger van het traumasensitief onderwijs in Nederland en België. ‘Als kinderen écht bij een groep horen, kan daar geen therapie tegenop.’