ervaringsverhaal-intr...

Auteur: Mariëlle van Bussel | Fotografie: Elizabeth Wattimena | Leestijd: 4,5 minuten

Ervaringsverhaal

btn down

Abdeljabar Marbah (40) is assistent-trainer bij Jong Oranje en leraar. Maar als kind was hij bang dat hij het niet zou redden in de maatschappij. Tot hij ging sporten. 'Wat heeft die voetbalclub me goed gedaan.'

‘Ik wéét hoe belangrijk een sportclub kan zijn’

btn back to hero
btn back to hero (copy)

‘Ik vergeet het nooit meer. Het was de dag nadat we thuiskwamen van een vakantie in Marokko. Mijn ouders, mijn vier jongere broertjes en zusjes en ik. “Ik ga terug naar Marokko,” zei mijn vader plotseling. Hij had al vaker gezegd dat hij naar zijn vaderland wilde, maar ik geloofde nooit dat hij dat zou doen. Die keer vertrok hij echt. En ook meteen. Ik was 11 en had opeens eigenlijk geen vader meer. Heel af en toe ontmoetten we hem als we in Marokko waren, maar in Nederland hoorden we nooit iets van hem. 

Ik had het er moeilijk mee, moest het verlies verwerken. Ondertussen nam ik als oudste kind de vaderrol op me. Mijn moeder is analfabeet, heeft suikerziekte en bronchitis, ze kon niet werken. We moesten dus leven van een uitkering. Er was geen geld voor vakantie of een sportclub, terwijl ik zo graag op voetbal wilde. Dat was mijn grootste hobby, ik was altijd met een bal op straat te vinden.’

‘We woonden in een achterstandswijk in Rotterdam-Zuid. Ik heb daar genoeg jongeren zien afglijden. Tegen mezelf zei ik altijd: ik moet het goede voorbeeld zijn voor mijn jongere broertjes en zusjes. Als ik foute dingen ga doen, doen zij het ook. Dat wil ik mijn moeder niet aandoen. 

Het was best lastig, omdat ik geen vader had, geen rolmodel. En mijn moeder was niet in staat om ons te begeleiden, doordat ze het te druk had met het opvoeden van vijf kinderen. Dus samen dingen doen, knutselen of huiswerk maken gebeurde niet. 

De gymleraar op de Nelson Mandelaschool, mijn basisschool, was de enige met wie ik mijn zorgen kon delen. Zelfs toen ik al van die school af was. Ik was bang dat ik het niet zou redden in de maatschappij, wist niet welke opleiding ik moest gaan volgen. Dat besprak ik dan met hem. Nog steeds zijn we vrienden, maar we werden ook collega’s want ik werk nu op dezelfde school.

Maar mijn prestaties op de middelbare school werden minder. Huiswerk maken lukte niet. Mijn moeder wist niet beter dan dat overgaan voldoende was. Maar dat ik overging en tegelijkertijd afzakte van havo/vwo naar mavo, besefte ze niet. Ik miste wel iemand die mij een schop onder mijn kont gaf, zodat ik beter mijn best zou doen.’

‘Omdat mijn broertje goed kon voetballen, wilde ik geld sparen zodat hij lid kon worden van een voetbalclub. Vanaf mijn 12e werkte ik daarvoor op woensdagmiddag en zaterdagochtend op de markt. Toen ik het geld bij elkaar had, ben ik voor mezelf gaan sparen. Op mijn 16e kon ik eindelijk op voetbal. Elke zaterdagochtend smeerde ik broodjes voor mijn broertje en mezelf, samen gingen we naar de club. Ik zag alle kinderen met hun ouders komen, wij kwamen alleen.  

‘Vooral de trainer van mijn broertje heeft ervoor gezorgd dat ik me thuis voelde bij Spartaan ’20, dat ik een van hen was. Ik kon altijd met hem praten, ook over dingen die thuis speelden. Zelf begon ik daar niet over, maar hij vroeg het gewoon: hoe gaat het eigenlijk met je?

Bij de voetbalclub vond ik het zo leuk om betrokken te zijn dat ik ook vlagger werd bij wedstrijden en begeleider van mijn broertjes team. Later ben ik zelf een team gestart en heb daar cursussen voor gevolgd. Zo ben ik stapje voor stapje opgeklommen tot trainer van het hoogste zaalvoetbalteam van Feyenoord. Inmiddels ben ik assistent-trainer bij Jong Oranje. Tegen de leerlingen op school benadruk ik altijd dat alles mogelijk is. Ook als je denkt dat het níet mogelijk is. “Kijk naar mij,” zeg ik dan.’

‘Omdat ik weet hoe belangrijk een sportclub kan zijn voor kinderen, ben ik als vrijwilliger aan de slag gegaan bij Feyenoord. Er zijn veel kinderen die niet kunnen sporten. Omdat er geen geld is, of omdat er andere problemen spelen. De organisatie #KrachtvanFeyenoord helpt kinderen niet alleen om te gaan sporten, maar ook op het gebied van onderwijs en werk.

Zelf houd ik me bezig met de Feyenoord Street League, een straatvoetbalcompetitie tussen verschillende wijken van Rotterdam. Ik ben trainer/begeleider van het team uit de Afrikanerwijk. Elke zondag spelen de kinderen wedstrijden. Daarnaast kunnen ze punten verdienen met maatschappelijke bezigheden. Een pleintje schoonmaken, een spelletje spelen met bejaarden, een workshop bijwonen over pesten. Het team dat aan het einde van het seizoen de meeste punten bij elkaar heeft gesprokkeld, is winnaar van het ‘Geen woorden maar daden’-klassement.

Ik zie dat deze competitie veel doet met de kinderen. Ze zijn niet alleen van de straat af, maar het geeft ze ook een gevoel van eigenwaarde. Dat voelde ik ook toen ik eindelijk op voetbal kon. Met het Feyenoord-logo op hun shirt stralen ze trots uit. Kinderen die in eerste instantie alleen maar het bejaardenhuis bezochten om punten te scoren, zien later in dat ze daarmee ook een oudere blij hebben gemaakt. Het werkt als een eyeopener.’

‘De kinderen zien me als een vertrouwenspersoon. Ze vertellen bijvoorbeeld dat er thuis veel ruzie is, of dat mama om elf uur ’s avonds nog niet thuis is. Soms bezoeken we een wedstrijd van het Nederlands elftal. Het komt dan wel voor dat kinderen niet opgehaald worden als we ’s avonds terugkomen. Dan breng ik ze thuis en spreek de ouders erop aan. Omdat ik in dezelfde wijk woon, ken ik de ouders goed. Ik bel ze ook weleens op om te vragen hoe het gaat. Als ik onveilige situaties zie, meld ik die bij Veilig Thuis.

Kinderen nemen mijn adviezen vaak aan. Dat komt niet alleen doordat ik zelf een moeilijke jeugd heb gehad, maar ook doordat het uit mijn hart komt. Ik vind het belangrijk om ze vertrouwen te geven door zelf mijn beloften na te komen. Als ik zeg dat we morgen gaan trainen, dan ben ik er ook. Zij komen blij naar het veld toe, het is hun wekelijkse hoogtepunt. Ben ik er niet, dan is hun vertrouwen geschaad.’

Meer informatie over #KrachtvanFeyenoord

Maar wat heeft de voetbalclub me goed gedaan. Ik hoorde ergens bij, we trainden en speelden in een competitie. Hier had ik al die jaren van gedroomd en voor geknokt. You made it, heb ik vaak tegen mezelf gezegd. Linksom of rechtsom, het was gelukt. Wat was ik trots op mezelf, meer dan dat eigenlijk. Emotioneel. Het voelde goed om bezig te zijn. Ik kon eindelijk mijn zorgen opzijzetten, ik werd gezien. Plezier hebben, nieuwe vrienden maken, niks aan je hoofd.’

Geen rolmodel

ervaringsverhaal-2.jpg

Niks aan je hoofd

Vlagger en begeleider

Geen woorden maar daden

Kansen grijpen

quote6-yellow.png

‘Dat ik afzakte van havo/vwo naar mavo, besefte mijn moeder niet’

quote6-yellow.png

‘You made it, heb ik vaak tegen mezelf gezegd’

quote6-yellow.png (copy)

‘Met het Feyenoord-logo op hun shirt stralen de kinderen trots uit’

ervaringsverhaal-intr...

Abdeljabar Marbah (40) is assistent-trainer bij Jong Oranje en leraar. Maar als kind was hij bang dat hij het niet zou redden in de maatschappij. Tot hij ging sporten. 'Wat heeft die voetbalclub me goed gedaan.'

‘Ik wéét hoe belangrijk een sportclub kan zijn’

Auteur: Mariëlle van Bussel | Fotografie: Elizabeth Wattimena | Leestijd: 4,5 minuten

btn down

Ervaringsverhaal

‘Ik vergeet het nooit meer. Het was de dag nadat we thuiskwamen van een vakantie in Marokko. Mijn ouders, mijn vier jongere broertjes en zusjes en ik. “Ik ga terug naar Marokko,” zei mijn vader plotseling. Hij had al vaker gezegd dat hij naar zijn vaderland wilde, maar ik geloofde nooit dat hij dat zou doen. Die keer vertrok hij echt. En ook meteen. Ik was 11 en had opeens eigenlijk geen vader meer. Heel af en toe ontmoetten we hem als we in Marokko waren, maar in Nederland hoorden we nooit iets van hem. 

Ik had het er moeilijk mee, moest het verlies verwerken. Ondertussen nam ik als oudste kind de vaderrol op me. Mijn moeder is analfabeet, heeft suikerziekte en bronchitis, ze kon niet werken. We moesten dus leven van een uitkering. Er was geen geld voor vakantie of een sportclub, terwijl ik zo graag op voetbal wilde. Dat was mijn grootste hobby, ik was altijd met een bal op straat te vinden.’

ervaringsverhaal-2.jpg

Geen rolmodel

‘We woonden in een achterstandswijk in Rotterdam-Zuid. Ik heb daar genoeg jongeren zien afglijden. Tegen mezelf zei ik altijd: ik moet het goede voorbeeld zijn voor mijn jongere broertjes en zusjes. Als ik foute dingen ga doen, doen zij het ook. Dat wil ik mijn moeder niet aandoen. 

Het was best lastig, omdat ik geen vader had, geen rolmodel. En mijn moeder was niet in staat om ons te begeleiden, doordat ze het te druk had met het opvoeden van vijf kinderen. Dus samen dingen doen, knutselen of huiswerk maken gebeurde niet. 

quote6-yellow.png

‘Dat ik afzakte van havo/vwo naar mavo, besefte mijn moeder niet’

De gymleraar op de Nelson Mandelaschool, mijn basisschool, was de enige met wie ik mijn zorgen kon delen. Zelfs toen ik al van die school af was. Ik was bang dat ik het niet zou redden in de maatschappij, wist niet welke opleiding ik moest gaan volgen. Dat besprak ik dan met hem. Nog steeds zijn we vrienden, maar we werden ook collega’s want ik werk nu op dezelfde school.

Maar mijn prestaties op de middelbare school werden minder. Huiswerk maken lukte niet. Mijn moeder wist niet beter dan dat overgaan voldoende was. Maar dat ik overging en tegelijkertijd afzakte van havo/vwo naar mavo, besefte ze niet. Ik miste wel iemand die mij een schop onder mijn kont gaf, zodat ik beter mijn best zou doen.’

Niks aan je hoofd

‘Omdat mijn broertje goed kon voetballen, wilde ik geld sparen zodat hij lid kon worden van een voetbalclub. Vanaf mijn 12e werkte ik daarvoor op woensdagmiddag en zaterdagochtend op de markt. Toen ik het geld bij elkaar had, ben ik voor mezelf gaan sparen. Op mijn 16e kon ik eindelijk op voetbal. Elke zaterdagochtend smeerde ik broodjes voor mijn broertje en mezelf, samen gingen we naar de club. Ik zag alle kinderen met hun ouders komen, wij kwamen alleen.  

Maar wat heeft de voetbalclub me goed gedaan. Ik hoorde ergens bij, we trainden en speelden in een competitie. Hier had ik al die jaren van gedroomd en voor geknokt. You made it, heb ik vaak tegen mezelf gezegd. Linksom of rechtsom, het was gelukt. Wat was ik trots op mezelf, meer dan dat eigenlijk. Emotioneel. Het voelde goed om bezig te zijn. Ik kon eindelijk mijn zorgen opzijzetten, ik werd gezien. Plezier hebben, nieuwe vrienden maken, niks aan je hoofd.’

quote6-yellow.png

‘You made it, heb ik vaak tegen mezelf gezegd’

Vlagger en begeleider

‘Vooral de trainer van mijn broertje heeft ervoor gezorgd dat ik me thuis voelde bij Spartaan ’20, dat ik een van hen was. Ik kon altijd met hem praten, ook over dingen die thuis speelden. Zelf begon ik daar niet over, maar hij vroeg het gewoon: hoe gaat het eigenlijk met je?

Bij de voetbalclub vond ik het zo leuk om betrokken te zijn dat ik ook vlagger werd bij wedstrijden en begeleider van mijn broertjes team. Later ben ik zelf een team gestart en heb daar cursussen voor gevolgd. Zo ben ik stapje voor stapje opgeklommen tot trainer van het hoogste zaalvoetbalteam van Feyenoord. Inmiddels ben ik assistent-trainer bij Jong Oranje. Tegen de leerlingen op school benadruk ik altijd dat alles mogelijk is. Ook als je denkt dat het níet mogelijk is. “Kijk naar mij,” zeg ik dan.’

Geen woorden maar daden

‘Omdat ik weet hoe belangrijk een sportclub kan zijn voor kinderen, ben ik als vrijwilliger aan de slag gegaan bij Feyenoord. Er zijn veel kinderen die niet kunnen sporten. Omdat er geen geld is, of omdat er andere problemen spelen. De organisatie #KrachtvanFeyenoord helpt kinderen niet alleen om te gaan sporten, maar ook op het gebied van onderwijs en werk.

Zelf houd ik me bezig met de Feyenoord Street League, een straatvoetbalcompetitie tussen verschillende wijken van Rotterdam. Ik ben trainer/begeleider van het team uit de Afrikanerwijk. Elke zondag spelen de kinderen wedstrijden. Daarnaast kunnen ze punten verdienen met maatschappelijke bezigheden. Een pleintje schoonmaken, een spelletje spelen met bejaarden, een workshop bijwonen over pesten. Het team dat aan het einde van het seizoen de meeste punten bij elkaar heeft gesprokkeld, is winnaar van het ‘Geen woorden maar daden’-klassement.

Ik zie dat deze competitie veel doet met de kinderen. Ze zijn niet alleen van de straat af, maar het geeft ze ook een gevoel van eigenwaarde. Dat voelde ik ook toen ik eindelijk op voetbal kon. Met het Feyenoord-logo op hun shirt stralen ze trots uit. Kinderen die in eerste instantie alleen maar het bejaardenhuis bezochten om punten te scoren, zien later in dat ze daarmee ook een oudere blij hebben gemaakt. Het werkt als een eyeopener.’

quote6-yellow.png (copy)

‘Met het Feyenoord-logo op hun shirt stralen de kinderen trots uit’

Kansen grijpen

‘De kinderen zien me als een vertrouwenspersoon. Ze vertellen bijvoorbeeld dat er thuis veel ruzie is, of dat mama om elf uur ’s avonds nog niet thuis is. Soms bezoeken we een wedstrijd van het Nederlands elftal. Het komt dan wel voor dat kinderen niet opgehaald worden als we ’s avonds terugkomen. Dan breng ik ze thuis en spreek de ouders erop aan. Omdat ik in dezelfde wijk woon, ken ik de ouders goed. Ik bel ze ook weleens op om te vragen hoe het gaat. Als ik onveilige situaties zie, meld ik die bij Veilig Thuis.

Kinderen nemen mijn adviezen vaak aan. Dat komt niet alleen doordat ik zelf een moeilijke jeugd heb gehad, maar ook doordat het uit mijn hart komt. Ik vind het belangrijk om ze vertrouwen te geven door zelf mijn beloften na te komen. Als ik zeg dat we morgen gaan trainen, dan ben ik er ook. Zij komen blij naar het veld toe, het is hun wekelijkse hoogtepunt. Ben ik er niet, dan is hun vertrouwen geschaad.’

Meer informatie over #KrachtvanFeyenoord

btn back to hero (copy)
btn back to hero

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 6x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm