ervaringsverhaal

Auteur: Annemarie van Dijk   |  Leestijd: 6 minuten

Nog steeds zet ze af en toe een masker op voor de buitenwereld. Want emoties laten zien, dat heeft Robijn (26) nooit geleerd. Haar jeugd draaide immers om haar psychische zieke vader en de problemen die daarmee gepaard gingen. ‘Hoe het met mij ging, was mijn laatste zorg.’

‘Mijn vader begreep ons niet - en wij hem niet’

Reactie

Marjon Donkers, adviseur kinderrechten, jeugdbeleid en preventie kindermishandeling:

‘Voor mij illustreert het verhaal van Robijn goed hoe veerkracht werkt. Zij heeft, vermoed ik, vooral geput uit bronnen in zichzelf die haar geholpen hebben om als kind te overleven en zich te kunnen blijven ontwikkelen, ondanks de ingrijpende ervaringen die ze meemaakte en de geringe hoeveelheid liefdevolle steun die ze kreeg binnen haar gezin. 

Doordat ze het voor elkaar kreeg om steeds terug te veren na onveiligheid en tegenslag, door haar middelbare school af te maken, door toekomstdromen te hebben, door te blijven groeien en haar blikveld te verruimen, is ze geworden tot wie ze nu is: iemand die betekenis creëert, zowel voor zichzelf als voor anderen.’

‘Het ging pas echt beter met me toen ik na de middelbare school ging studeren in een andere stad. Ik kon letterlijk en figuurlijk afstand nemen van de situatie. Sinds die tijd heb ik nauwelijks contact meer met mijn vader gehad. Alleen in een manische periode wil hij wel iets afspreken, of vraagt hij mij om hulp. 

De band met mijn moeder is op zich goed, maar het is geen normale moeder-dochterrelatie. Ik weet dat ik bij haar terecht kan, toch zal ik daar niet snel gebruik van maken. Waarom? Dat weet ik niet eens. Waarschijnlijk omdat ik vroeger thuis nooit die ruimte wilde innemen en dus niet leerde hoe dat moet.’

‘Nog steeds worstel ik vaak met het herkennen en toelaten van mijn emoties, ik stop ze liever weg. Om hulp vragen en me kwetsbaar opstellen, vind ik moeilijk. Dat heb ik thuis nooit geleerd en voelt nog steeds niet veilig. 

Ik heb sinds een jaar gesprekken met een psycholoog, die doen me goed. Eerst kreeg ik de vraag of ik EMDR wilde doen, maar ik wist niet bij welke herinnering ik moest beginnen. Er is veel gebeurd in mijn jeugd.

De laatste tijd word ik af en toe op een onverwacht moment overvallen door verdriet, woede of frustratie. Bijvoorbeeld als ik hoor of zie dat vriendinnen of collega’s een goede band met hun vader hebben. Dat raakt me nog steeds meer dan ik eigenlijk zou willen.’

‘Mijn vader kampt met bipolariteit, maar dat wisten we vroeger eerst niet. Als hij in een manische periode zat, was hij sneller geprikkeld dan normaal. Hij nam weinig nachtrust, gaf veel geld uit, bleef steeds vaker weg van huis en wilde allerlei nieuwe projecten oppakken. Mijn moeder probeerde hem te helpen, maar hij leek ons niet meer te begrijpen - en wij begrepen hem niet. 

Doordat hij een aantal keren op rij zijn baan kwijtraakte, hadden we ook financiële stress. Behandeld worden wilde hij niet. Dat wil hij nog steeds niet, voor zover ik weet. Een vriend van hem pleegde ooit suïcide toen hij met medicatie tegen bipolariteit begon, dat zit er denk ik achter.

Als ik nu terugkijk, zie ik een man die altijd worstelde met het vinden van zijn weg in het leven. Maar vroeger snapte ik er niks van. Thuis spraken we er maar weinig over, we waren druk met ons leven enigszins op de rails houden. 

Mijn moeder raakte door de situatie overbelast en opgebrand. Ik voelde me erg verantwoordelijk, niet alleen voor haar, maar ook voor mijn broer en jongere broertje die het moeilijk hadden met de situatie. Om mijn moeder te ontlasten, hielp ik mee in het huishouden. Hoe het met mij ging of hoe ik me voelde, was mijn laatste zorg.’

‘In de loop der jaren werden de manische perioden van mijn vader extremer, en werd het steeds moeilijker om in contact met hem te blijven. Hij bleef zomaar dagen en nachten weg van huis zonder dat we wisten waar hij was. Als hij weer thuiskwam, maakte hij een verwarde indruk en ging hij meteen naar bed. Op andere momenten had hij de gekste ideeën en was hij heel gestrest en prikkelbaar, dan konden we niks goed doen. 

Vanwege zijn heftige stemmingswisselingen en doordat hij veel alcohol dronk, voelde het niet veilig thuis. Na een vervelend voorval zei mijn moeder dat hij voorlopig niet meer welkom was. Hij begreep dit niet en werd zo agressief dat hij onze voordeur intrapte. De politie moest eraan te pas komen.

Later zijn mijn ouders gescheiden, 16 was ik toen. Niet dat mijn vader dat wilde, mijn moeder heeft de scheiding aangevraagd. Daarna werd het thuis iets rustiger. 

Maar doordat de structuur van thuis wegviel, ging het met mijn vader bergafwaarts. Hij kreeg psychoses en achtervolgingswanen. Hij had geen werk, geen huis en sliep bij vrienden of in de nacht- of daklozenopvang. Later woonde hij in een appartement in de buurt van mijn school. Hij dronk in die tijd erg veel, maar sliep en at des te minder. In een tussenuur ging ik vaak even bij hem langs om een broodje voor hem te smeren. Ik voelde me enorm verantwoordelijk. Achteraf denk ik: wat was ik nog jong, maar toen voelde dat helemaal niet zo.’

‘Ik bouwde een muurtje om me heen en leidde een soort dubbelleven. Mijn schoolresultaten vielen in die tijd nogal tegen, maar ik werd nog liever van school gestuurd dan dat ik eerlijk vertelde wat er allemaal speelde. Toen ik vanwege de alcoholproblemen van mijn vader werd ontslagen bij het café waar ik werkte, vertelde ik mijn vriendinnen dat het aan mij lag.

Dat ik er niet over sprak, had niet alleen te maken met de loyaliteit naar mijn ouders en gevoelens van schaamte, maar ook met het simpelweg niet weten hóé ik erover kon praten. Ik kreeg geen grip op de situatie. Dat uitte zich in zelfdestructief gedrag.

Zo kwam ik bij een psycholoog terecht. Maar ik stond ik er totaal niet voor open om een wildvreemde volwassene te vertellen over de problemen thuis. Liever had ik met iemand gesproken die in een soortgelijke situatie had gezeten. Dan was het nog niet makkelijk geweest, maar had ik zeker meer gedeeld over wat er speelde en hoe ik me daarbij voelde.’

‘Jarenlang stopte ik de nare gebeurtenissen weg en ging ik maar “gewoon” door met het leven zoals het kwam. Nu mijn leven meer op orde is - ik heb een leuke baan voor 34 uur per week en woon samen met mijn vriend - kom ik pas toe aan de verwerking. De ene dag gaat het best prima, maar er zitten ook zware dagen tussen. Dan ben ik geneigd om een masker op te zetten naar de buitenwereld toe. Dat voelt wel veilig, maar ik zou me liever iets kwetsbaarder opstellen.

Ik worstel met hechtingsproblemen en het gevoel “het is goed zoals het is” ontbreekt. De komende tijd hoop ik in therapie te leren hoe ik beter mijn eigen emoties en grenzen herken en beter voor mezelf zorg. Ook zou ik graag leren loslaten en mijn rust pakken. Ik merk dat ik altijd “aan” sta en erg bang ben dat er dingen fout gaan - al helemaal als ik er geen controle over heb. Terwijl die angst eigenlijk niet meer nodig is met de stabiele basis die ik nu heb.

Mijn jeugd zie ik als mijn grootste kwetsbaarheid, maar ik put er ook kracht uit. Ik heb er een groot verantwoordelijkheidsgevoel en veel doorzettingsvermogen aan overgehouden. Daarnaast leerde ik al jong om voor mezelf te zorgen en zelfstandig te zijn. 

Met mijn ervaringen kan ik anderen helpen. Sinds drie jaar zet ik mij als vrijwilliger in voor andere jongvolwassen kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen. Het is heel fijn om iets te doen voor anderen die vergelijkbare ervaringen hebben als ik.’

Manische perioden

De gekste ideeën

Loyaliteit, schaamte en onmacht

Afstand nemen van thuis

Masker opzetten

‘Ik voelde me erg verantwoordelijk voor mijn moeder, broer en jongere broertje’

‘In een tussenuur ging ik een broodje voor mijn vader smeren’

‘Een wildvreemde volwassene vertellen over de problemen thuis? Daar stond ik niet open voor’

‘Ik merk dat ik altijd “aan” sta en bang ben dat er dingen fout gaan’

Auteur: Annemarie van Dijk   |  Leestijd: 6 minuten

Nog steeds zet ze af en toe een masker op voor de buitenwereld. Want emoties laten zien, dat heeft Robijn (26) nooit geleerd. Haar jeugd draaide immers om haar psychische zieke vader en de problemen die daarmee gepaard gingen. ‘Hoe het met mij ging, was mijn laatste zorg.’

‘Mijn vader begreep ons niet - en wij hem niet’

ervaringsverhaal

‘Nog steeds worstel ik vaak met het herkennen en toelaten van mijn emoties, ik stop ze liever weg. Om hulp vragen en me kwetsbaar opstellen, vind ik moeilijk. Dat heb ik thuis nooit geleerd en voelt nog steeds niet veilig. 

Ik heb sinds een jaar gesprekken met een psycholoog, die doen me goed. Eerst kreeg ik de vraag of ik EMDR wilde doen, maar ik wist niet bij welke herinnering ik moest beginnen. Er is veel gebeurd in mijn jeugd.

De laatste tijd word ik af en toe op een onverwacht moment overvallen door verdriet, woede of frustratie. Bijvoorbeeld als ik hoor of zie dat vriendinnen of collega’s een goede band met hun vader hebben. Dat raakt me nog steeds meer dan ik eigenlijk zou willen.’

Manische perioden

‘Mijn vader kampt met bipolariteit, maar dat wisten we vroeger eerst niet. Als hij in een manische periode zat, was hij sneller geprikkeld dan normaal. Hij nam weinig nachtrust, gaf veel geld uit, bleef steeds vaker weg van huis en wilde allerlei nieuwe projecten oppakken. Mijn moeder probeerde hem te helpen, maar hij leek ons niet meer te begrijpen - en wij begrepen hem niet. 

Doordat hij een aantal keren op rij zijn baan kwijtraakte, hadden we ook financiële stress. Behandeld worden wilde hij niet. Dat wil hij nog steeds niet, voor zover ik weet. Een vriend van hem pleegde ooit suïcide toen hij met medicatie tegen bipolariteit begon, dat zit er denk ik achter.

Als ik nu terugkijk, zie ik een man die altijd worstelde met het vinden van zijn weg in het leven. Maar vroeger snapte ik er niks van. Thuis spraken we er maar weinig over, we waren druk met ons leven enigszins op de rails houden. 

Mijn moeder raakte door de situatie overbelast en opgebrand. Ik voelde me erg verantwoordelijk, niet alleen voor haar, maar ook voor mijn broer en jongere broertje die het moeilijk hadden met de situatie. Om mijn moeder te ontlasten, hielp ik mee in het huishouden. Hoe het met mij ging of hoe ik me voelde, was mijn laatste zorg.’

‘Ik voelde me erg verantwoordelijk voor mijn moeder, broer en jongere broertje’

De gekste ideeën

‘In de loop der jaren werden de manische perioden van mijn vader extremer, en werd het steeds moeilijker om in contact met hem te blijven. Hij bleef zomaar dagen en nachten weg van huis zonder dat we wisten waar hij was. Als hij weer thuiskwam, maakte hij een verwarde indruk en ging hij meteen naar bed. Op andere momenten had hij de gekste ideeën en was hij heel gestrest en prikkelbaar, dan konden we niks goed doen. 

Vanwege zijn heftige stemmingswisselingen en doordat hij veel alcohol dronk, voelde het niet veilig thuis. Na een vervelend voorval zei mijn moeder dat hij voorlopig niet meer welkom was. Hij begreep dit niet en werd zo agressief dat hij onze voordeur intrapte. De politie moest eraan te pas komen.

‘In een tussenuur ging ik een broodje voor mijn vader smeren’

Later zijn mijn ouders gescheiden, 16 was ik toen. Niet dat mijn vader dat wilde, mijn moeder heeft de scheiding aangevraagd. Daarna werd het thuis iets rustiger. 

Maar doordat de structuur van thuis wegviel, ging het met mijn vader bergafwaarts. Hij kreeg psychoses en achtervolgingswanen. Hij had geen werk, geen huis en sliep bij vrienden of in de nacht- of daklozenopvang. Later woonde hij in een appartement in de buurt van mijn school. Hij dronk in die tijd erg veel, maar sliep en at des te minder. In een tussenuur ging ik vaak even bij hem langs om een broodje voor hem te smeren. Ik voelde me enorm verantwoordelijk. Achteraf denk ik: wat was ik nog jong, maar toen voelde dat helemaal niet zo.’

Loyaliteit, schaamte en onmacht

Reactie

Marjon Donkers, adviseur kinderrechten, jeugdbeleid en preventie kindermishandeling:

‘Voor mij illustreert het verhaal van Robijn goed hoe veerkracht werkt. Zij heeft, vermoed ik, vooral geput uit bronnen in zichzelf die haar geholpen hebben om als kind te overleven en zich te kunnen blijven ontwikkelen, ondanks de ingrijpende ervaringen die ze meemaakte en de geringe hoeveelheid liefdevolle steun die ze kreeg binnen haar gezin. 

Doordat ze het voor elkaar kreeg om steeds terug te veren na onveiligheid en tegenslag, door haar middelbare school af te maken, door toekomstdromen te hebben, door te blijven groeien en haar blikveld te verruimen, is ze geworden tot wie ze nu is: iemand die betekenis creëert, zowel voor zichzelf als voor anderen.’

‘Ik bouwde een muurtje om me heen en leidde een soort dubbelleven. Mijn schoolresultaten vielen in die tijd nogal tegen, maar ik werd nog liever van school gestuurd dan dat ik eerlijk vertelde wat er allemaal speelde. Toen ik vanwege de alcoholproblemen van mijn vader werd ontslagen bij het café waar ik werkte, vertelde ik mijn vriendinnen dat het aan mij lag.

Dat ik er niet over sprak, had niet alleen te maken met de loyaliteit naar mijn ouders en gevoelens van schaamte, maar ook met het simpelweg niet weten hóé ik erover kon praten. Ik kreeg geen grip op de situatie. Dat uitte zich in zelfdestructief gedrag.

‘Een wildvreemde volwassene vertellen over de problemen thuis? Daar stond ik niet open voor’

Zo kwam ik bij een psycholoog terecht. Maar ik stond ik er totaal niet voor open om een wildvreemde volwassene te vertellen over de problemen thuis. Liever had ik met iemand gesproken die in een soortgelijke situatie had gezeten. Dan was het nog niet makkelijk geweest, maar had ik zeker meer gedeeld over wat er speelde en hoe ik me daarbij voelde.’

Afstand nemen van thuis

‘Het ging pas echt beter met me toen ik na de middelbare school ging studeren in een andere stad. Ik kon letterlijk en figuurlijk afstand nemen van de situatie. Sinds die tijd heb ik nauwelijks contact meer met mijn vader gehad. Alleen in een manische periode wil hij wel iets afspreken, of vraagt hij mij om hulp. 

De band met mijn moeder is op zich goed, maar het is geen normale moeder-dochterrelatie. Ik weet dat ik bij haar terecht kan, toch zal ik daar niet snel gebruik van maken. Waarom? Dat weet ik niet eens. Waarschijnlijk omdat ik vroeger thuis nooit die ruimte wilde innemen en dus niet leerde hoe dat moet.’

Masker opzetten

‘Jarenlang stopte ik de nare gebeurtenissen weg en ging ik maar “gewoon” door met het leven zoals het kwam. Nu mijn leven meer op orde is - ik heb een leuke baan voor 34 uur per week en woon samen met mijn vriend - kom ik pas toe aan de verwerking. De ene dag gaat het best prima, maar er zitten ook zware dagen tussen. Dan ben ik geneigd om een masker op te zetten naar de buitenwereld toe. Dat voelt wel veilig, maar ik zou me liever iets kwetsbaarder opstellen.

‘Ik merk dat ik altijd “aan” sta en bang ben dat er dingen fout gaan’

Ik worstel met hechtingsproblemen en het gevoel “het is goed zoals het is” ontbreekt. De komende tijd hoop ik in therapie te leren hoe ik beter mijn eigen emoties en grenzen herken en beter voor mezelf zorg. Ook zou ik graag leren loslaten en mijn rust pakken. Ik merk dat ik altijd “aan” sta en erg bang ben dat er dingen fout gaan - al helemaal als ik er geen controle over heb. Terwijl die angst eigenlijk niet meer nodig is met de stabiele basis die ik nu heb.

Mijn jeugd zie ik als mijn grootste kwetsbaarheid, maar ik put er ook kracht uit. Ik heb er een groot verantwoordelijkheidsgevoel en veel doorzettingsvermogen aan overgehouden. Daarnaast leerde ik al jong om voor mezelf te zorgen en zelfstandig te zijn. 

Met mijn ervaringen kan ik anderen helpen. Sinds drie jaar zet ik mij als vrijwilliger in voor andere jongvolwassen kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen. Het is heel fijn om iets te doen voor anderen die vergelijkbare ervaringen hebben als ik.’

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm