Minke van de Kamp, is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam, faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen. Minke is gepromoveerd op het onderwerp psychomotorische therapie en PTSS. Ze begeleidt masterstudenten die onderzoek doen naar vechtkunst en mentale gezondheid.

Tina Bellemans is associate lector bij het Lectoraat Bewegen, Gezondheid en Welzijn van Hogeschool Windesheim. Tina promoveerde op psychomotorische therapie bij een (licht) verstandelijke beperking en is binnen het lectoraat een thema martial arts gestart.

Erik Jumelet-Boom is psychomotorisch therapeut en oprichter van MAHI (Martial Arts & Health Institute) en kennisinstituut TRAP kickboksen.

Essay

5 min.

Erik Jumelet-Boom, Tina Bellemans en Minke van de Kamp

Kinderen in de noodopvang groeien op met chronische stress en voortdurende onzekerheid. Dat laat sporen na in hun lichaam. Wat kan vechtkunst voor hen betekenen? Drie onderzoekers over de grote voordelen van vechtkunst.

In het Veerkrachtlab brengt de Augeo Foundation wetenschap en praktijk samen door onder andere nieuwe inzichten van onderzoekers van het consortium ‘Veerkracht in jeugd’ onder de aandacht te brengen.

Voor kinderen die vooral chaos kennen, werkt de voorspelbaarheid in een dojo regulerend

In een dojo (een trainingsruimte voor vechtkunst) gelden duidelijke rituelen en regels. Voor kinderen die vooral chaos kennen, werkt die voorspelbaarheid regulerend. Binnen heldere kaders mogen zij zich fysiek uiten, spanning kwijtraken en emoties laten stromen. Juist die rituelen creëren veiligheid en structuur: belangrijke voorwaarden om ervaringen te kunnen verwerken en verbinding met anderen te kunnen aangaan.

Erik Jumelet-Boom, Tina Bellemans en Minke van de Kamp zijn drie jonge onderzoekers die zich bezighouden met onderzoek naar veerkracht. Hun conceptuele review is gepubliceerd in het Journal of Sports Psychiatry.

Voor professionals die werken met kinderen die langdurig in onzekerheid leven, is de vraag relevant: welke plaats kunnen lichaamsgerichte activiteiten krijgen in het versterken van veerkracht? Vechtkunst is geen wondermiddel, maar kan - mits traumasensitief aangeboden - een laagdrempelige ingang vormen voor veiligheid, contact en zelfvertrouwen. Soms begint herstel niet met praten over wat er misging, maar met ervaren dat je lichaam een veilige plek kan zijn.

Over de auteurs
Relevante vraag

Vechtkunst is geen universele oplossing. Niet iedere trainer beschikt over de kennis, vaardigheden of sensitiviteit om met kinderen in kwetsbare omstandigheden te werken. Traumasensitief werken vraagt om extra aandacht voor psychologische veiligheid, keuzevrijheid en afstemming. Dit is essentieel voor kinderen die veel stress of onveiligheid hebben meegemaakt. In een prestatiegerichte vechtschool ligt de focus op klaarstomen voor wedstrijden, dit is een compleet andere benadering.

Bovendien past de intensiteit van een vechtsport niet bij ieder kind. Voor kinderen met trauma, ontregeling of complexe problematiek is psychomotorische therapie (PMT) mogelijk een waardevol alternatief. PMT is een goed onderzochte lichaams- en bewegingsgerichte behandeling die aansluit bij dezelfde thema’s, maar met de therapeutische expertise die sommige kinderen nodig hebben.

Niet voor ieder kind

Kinderen in de opvang kunnen veel baat hebben bij wat selectieve preventie wordt genoemd: ondersteuning gericht op groepen met een verhoogd risico, voordat problemen zich (verder) ontwikkelen. Dat deze benadering potentie heeft, zien we ook in recent onderzoek. In een tweejarige Challenge, Change, Confidence-project onderzocht Tina Bellemans samen met collega’s een boks-interventie voor kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KOV). Het samen oefenen binnen duidelijke kaders blijkt bij te dragen aan meer zelfvertrouwen, betere emotieregulatie en sociale verbondenheid. Hoewel deze doelgroep verschilt van kinderen in de noodopvang, delen beide groepen een verhoogde kwetsbaarheid door langdurige, stressvolle omstandigheden.

Ander onderzoek laat zien dat vechtkunst zowel kansen als uitdagingen biedt en dat de manier waarop deze wordt aangeboden bepalend is voor de mogelijke meerwaarde.

Onderzoek naar selectieve preventie

Behalve dat kinderen hun interoceptief bewustzijn ontwikkelen, en stress en emoties leren reguleren, oefenen kinderen bij vechtkunst ook sociaal-emotionele vaardigheden zoals rekening houden met elkaar, samenwerken, fysiek afstemmen en grenzen respecteren. Vaardigheden die je niet uit een boekje kunt leren. De gecontroleerde afwisseling van spanning en ontspanning die de vechtkunst biedt, helpt kinderen een gezonde weg te vinden in andere spannende situaties. Dit zijn vaardigheden die een kind niet alleen moet begrijpen, maar ook moet oefenen en ervaren. Op de mat en ook daarbuiten.

Sociaal-emotionele vaardigheden

Juist omdat veel kinderen in de noodopvang moeilijker toegang hebben tot het regulier sportaanbod, ligt hier een kans voor opvanglocaties, scholen en hulpverleningsorganisaties. En de vechtkunst hoeft niet uitsluitend plaats te vinden in een sportschool of dojo. Binnen opvanglocaties kunnen laagdrempelige, traumasensitieve beweeg- en vechtkunstactiviteiten worden ingezet om kinderen veiligheid, structuur en positieve sociale ervaringen te bieden.

Laagdrempelig

Dit biedt ook mogelijkheden om te begrenzen wanneer dat nodig is, door te vertragen wanneer spanning stijgt, door te laten voelen: je hoeft dit niet alleen te doen. Zonder veel woorden kan een trainer aanpassingen in een oefening maken die invloed heeft op de ervaren spanning van het kind. Zo ontstaat co-regulatie: een gedeeld proces waarin spanning hanteerbaar blijft.

Voor de kinderen kan de trainer een stabiele volwassene zijn die bij hen blijft staan wanneer het moeilijk wordt. Precies dat wat voor velen van hen ontbreekt.

Vechtkunst draait niet om agressie, maar om reguleren, doseren en respect. Kinderen ontdekken hun kracht, leren grenzen herkennen en ervaren dat ze invloed hebben op hun eigen handelen. In onderzoek wordt dit body agency genoemd: het gevoel dat je invloed hebt op wat er in je lichaam gebeurt en hoe je handelt. En misschien wel het belangrijkste: je thuis gaan leren voelen in je eigen lijf.

Een empathische trainer - die persoonlijke groei belangrijker vindt dan prestaties - kan een kind juist in die momenten ondersteunen. Niet door het over te nemen, maar door aanwezig te blijven. De trainer staat dichtbij genoeg om te merken wanneer een ademhaling stokt, schouders verstrakken of een blik wegschiet.

Co-regulatie

Veel van deze kinderen staan in de overlevingsstand; ze zijn chronisch hyperalert of juist afwezig. Vechtkunst kan een gecontroleerde manier zijn om die spanning te onderzoeken. Tijdens de beoefening ervaren kinderen voortdurend korte pieken en dalen in spanning. Dit biedt kansen om te ontdekken wat spanning is en hoe die hun functioneren beïnvloedt. Ze ervaren dat spanning niet alleen bedreigend of vervelend is, maar ook iets waar je mee kunt werken.

Wat hier gebeurt, sluit aan bij wat in onderzoek interoceptief bewustzijn wordt genoemd: het vermogen om signalen uit je lichaam op te merken en te begrijpen. Juist dat vermogen staat vaak onder druk bij kinderen die langdurig stress of onveiligheid ervaren. Veel kinderen in de noodopvang hebben meerdere relatiebreuken meegemaakt. Ze hebben ervaren hoe moeilijk het is om er alleen voor te staan in moeilijke situaties. In de dojo kunnen zij positieve, nieuwe ervaringen opdoen.

Pieken en dalen

Tegen deze achtergrond lijkt vechtkunst misschien een verrassende keuze. Wie bij vechtkunst vooral denkt aan agressie, zal er niet direct een bron van veiligheid in zien. Toch blijken juist uiteenlopende stijlen van vechtkunst en bewegen - mits goed begeleid - krachtige bronnen van herstel en ontwikkeling.

De vechtkunst bestaat uit uiteenlopende vormen van zelfverdediging, waarbij innerlijke ontwikkeling en gezondheid belangrijke speerpunten zijn. Vechtsport vallen vaak ook onder de bredere term vechtkunst.

Het aantal kinderen in de noodopvang is sinds 2022 verdrievoudigd (zie NOS.nl). Door het afbouwen van structurele opvanglocaties belanden steeds meer kinderen op tijdelijke plekken waartussen ze in korte tijd soms zes tot acht keer moeten verhuizen. Veel van deze kinderen gaan niet naar school, missen leeftijdsgenoten en leven in een omgeving die voortdurend verandert. Ook kinderen die met hun moeder in een vrouwenopvang wonen omdat ze moesten vluchten voor geweld, verblijven vaak op een tijdelijke plek waar ze onvoldoende rust en ruimte krijgen. Psychische hulp voor deze kinderen ontbreekt vaak (zie NOS.nl) Wat doet het met een kind als veiligheid, continuïteit en steun maanden- of zelfs jarenlang ontbreken?

Wetenschappers beschrijven al jarenlang hoe chronische stress en voortdurende onzekerheid hun sporen nalaten in het lichaam van kinderen. Opgroeien zonder stabiliteit bemoeilijkt het reguleren van emoties en het ontwikkelen van een gevoel van veiligheid. Deze kinderen ervaren vaak weinig emotionele bedding en leven noodgedwongen in sociaal isolement. Een kind zonder eigen plek leeft in een lichaam dat nooit echt kan landen.

Bron van herstel en ontwikkeling
Een kind zonder eigen plek leeft in een lichaam dat nooit kan landen

Zonder veel woorden kan een trainer de ervaren spanning van het kind beïnvloeden

In het Veerkrachtlab brengt de Augeo Foundation wetenschap en praktijk samen door onder andere nieuwe inzichten van onderzoekers van het consortium ‘Veerkracht in jeugd’ onder de aandacht te brengen.

Minke van de Kamp, is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam, faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen. Minke is gepromoveerd op het onderwerp psychomotorische therapie en PTSS. Ze begeleidt masterstudenten die onderzoek doen naar vechtkunst en mentale gezondheid.

Tina Bellemans is associate lector bij het Lectoraat Bewegen, Gezondheid en Welzijn van Hogeschool Windesheim. Tina promoveerde op psychomotorische therapie bij een (licht) verstandelijke beperking en is binnen het lectoraat een thema martial arts gestart.

Erik Jumelet-Boom is psychomotorisch therapeut en oprichter van MAHI (Martial Arts & Health Institute) en kennisinstituut TRAP kickboksen.

Erik Jumelet-Boom, Tina Bellemans en Minke van de Kamp zijn drie jonge onderzoekers die zich bezighouden met onderzoek naar veerkracht. Hun conceptuele review is gepubliceerd in het Journal of Sports Psychiatry.

Over de auteurs

Voor professionals die werken met kinderen die langdurig in onzekerheid leven, is de vraag relevant: welke plaats kunnen lichaamsgerichte activiteiten krijgen in het versterken van veerkracht? Vechtkunst is geen wondermiddel, maar kan - mits traumasensitief aangeboden - een laagdrempelige ingang vormen voor veiligheid, contact en zelfvertrouwen. Soms begint herstel niet met praten over wat er misging, maar met ervaren dat je lichaam een veilige plek kan zijn.

Relevante vraag

Vechtkunst is geen universele oplossing. Niet iedere trainer beschikt over de kennis, vaardigheden of sensitiviteit om met kinderen in kwetsbare omstandigheden te werken. Traumasensitief werken vraagt om extra aandacht voor psychologische veiligheid, keuzevrijheid en afstemming. Dit is essentieel voor kinderen die veel stress of onveiligheid hebben meegemaakt. In een prestatiegerichte vechtschool ligt de focus op klaarstomen voor wedstrijden, dit is een compleet andere benadering.

Bovendien past de intensiteit van een vechtsport niet bij ieder kind. Voor kinderen met trauma, ontregeling of complexe problematiek is psychomotorische therapie (PMT) mogelijk een waardevol alternatief. PMT is een goed onderzochte lichaams- en bewegingsgerichte behandeling die aansluit bij dezelfde thema’s, maar met de therapeutische expertise die sommige kinderen nodig hebben.

Niet voor ieder kind

Kinderen in de opvang kunnen veel baat hebben bij wat selectieve preventie wordt genoemd: ondersteuning gericht op groepen met een verhoogd risico, voordat problemen zich (verder) ontwikkelen. Dat deze benadering potentie heeft, zien we ook in recent onderzoek. In een tweejarige Challenge, Change, Confidence-project onderzocht Tina Bellemans samen met collega’s een boks-interventie voor kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KOV). Het samen oefenen binnen duidelijke kaders blijkt bij te dragen aan meer zelfvertrouwen, betere emotieregulatie en sociale verbondenheid. Hoewel deze doelgroep verschilt van kinderen in de noodopvang, delen beide groepen een verhoogde kwetsbaarheid door langdurige, stressvolle omstandigheden.

Ander onderzoek laat zien dat vechtkunst zowel kansen als uitdagingen biedt en dat de manier waarop deze wordt aangeboden bepalend is voor de mogelijke meerwaarde.

Onderzoek naar selectieve preventie

Behalve dat kinderen hun interoceptief bewustzijn ontwikkelen, en stress en emoties leren reguleren, oefenen kinderen bij vechtkunst ook sociaal-emotionele vaardigheden zoals rekening houden met elkaar, samenwerken, fysiek afstemmen en grenzen respecteren. Vaardigheden die je niet uit een boekje kunt leren. De gecontroleerde afwisseling van spanning en ontspanning die de vechtkunst biedt, helpt kinderen een gezonde weg te vinden in andere spannende situaties. Dit zijn vaardigheden die een kind niet alleen moet begrijpen, maar ook moet oefenen en ervaren. Op de mat en ook daarbuiten.

Sociaal-emotionele vaardigheden

Juist omdat veel kinderen in de noodopvang moeilijker toegang hebben tot het regulier sportaanbod, ligt hier een kans voor opvanglocaties, scholen en hulpverleningsorganisaties. En de vechtkunst hoeft niet uitsluitend plaats te vinden in een sportschool of dojo. Binnen opvanglocaties kunnen laagdrempelige, traumasensitieve beweeg- en vechtkunstactiviteiten worden ingezet om kinderen veiligheid, structuur en positieve sociale ervaringen te bieden.

Laagdrempelig

Dit biedt ook mogelijkheden om te begrenzen wanneer dat nodig is, door te vertragen wanneer spanning stijgt, door te laten voelen: je hoeft dit niet alleen te doen. Zonder veel woorden kan een trainer aanpassingen in een oefening maken die invloed heeft op de ervaren spanning van het kind. Zo ontstaat co-regulatie: een gedeeld proces waarin spanning hanteerbaar blijft.

Voor de kinderen kan de trainer een stabiele volwassene zijn die bij hen blijft staan wanneer het moeilijk wordt. Precies dat wat voor velen van hen ontbreekt.

Vechtkunst draait niet om agressie, maar om reguleren, doseren en respect. Kinderen ontdekken hun kracht, leren grenzen herkennen en ervaren dat ze invloed hebben op hun eigen handelen. In onderzoek wordt dit body agency genoemd: het gevoel dat je invloed hebt op wat er in je lichaam gebeurt en hoe je handelt. En misschien wel het belangrijkste: je thuis gaan leren voelen in je eigen lijf.

Zonder veel woorden kan een trainer de ervaren spanning van het kind beïnvloeden

Een empathische trainer - die persoonlijke groei belangrijker vindt dan prestaties - kan een kind juist in die momenten ondersteunen. Niet door het over te nemen, maar door aanwezig te blijven. De trainer staat dichtbij genoeg om te merken wanneer een ademhaling stokt, schouders verstrakken of een blik wegschiet.

Co-regulatie

Veel van deze kinderen staan in de overlevingsstand; ze zijn chronisch hyperalert of juist afwezig. Vechtkunst kan een gecontroleerde manier zijn om die spanning te onderzoeken. Tijdens de beoefening ervaren kinderen voortdurend korte pieken en dalen in spanning. Dit biedt kansen om te ontdekken wat spanning is en hoe die hun functioneren beïnvloedt. Ze ervaren dat spanning niet alleen bedreigend of vervelend is, maar ook iets waar je mee kunt werken.

Wat hier gebeurt, sluit aan bij wat in onderzoek interoceptief bewustzijn wordt genoemd: het vermogen om signalen uit je lichaam op te merken en te begrijpen. Juist dat vermogen staat vaak onder druk bij kinderen die langdurig stress of onveiligheid ervaren. Veel kinderen in de noodopvang hebben meerdere relatiebreuken meegemaakt. Ze hebben ervaren hoe moeilijk het is om er alleen voor te staan in moeilijke situaties. In de dojo kunnen zij positieve, nieuwe ervaringen opdoen.

Pieken en dalen

In een dojo (een trainingsruimte voor vechtkunst) gelden duidelijke rituelen en regels. Voor kinderen die vooral chaos kennen, werkt die voorspelbaarheid regulerend. Binnen heldere kaders mogen zij zich fysiek uiten, spanning kwijtraken en emoties laten stromen. Juist die rituelen creëren veiligheid en structuur: belangrijke voorwaarden om ervaringen te kunnen verwerken en verbinding met anderen te kunnen aangaan.

Voor kinderen die vooral chaos kennen, werkt de voorspelbaarheid in een dojo regulerend

Tegen deze achtergrond lijkt vechtkunst misschien een verrassende keuze. Wie bij vechtkunst vooral denkt aan agressie, zal er niet direct een bron van veiligheid in zien. Toch blijken juist uiteenlopende stijlen van vechtkunst en bewegen - mits goed begeleid - krachtige bronnen van herstel en ontwikkeling.

De vechtkunst bestaat uit uiteenlopende vormen van zelfverdediging, waarbij innerlijke ontwikkeling en gezondheid belangrijke speerpunten zijn. Vechtsport vallen vaak ook onder de bredere term vechtkunst.

Bron van herstel en ontwikkeling

Het aantal kinderen in de noodopvang is sinds 2022 verdrievoudigd (zie NOS.nl). Door het afbouwen van structurele opvanglocaties belanden steeds meer kinderen op tijdelijke plekken waartussen ze in korte tijd soms zes tot acht keer moeten verhuizen. Veel van deze kinderen gaan niet naar school, missen leeftijdsgenoten en leven in een omgeving die voortdurend verandert. Ook kinderen die met hun moeder in een vrouwenopvang wonen omdat ze moesten vluchten voor geweld, verblijven vaak op een tijdelijke plek waar ze onvoldoende rust en ruimte krijgen. Psychische hulp voor deze kinderen ontbreekt vaak (zie NOS.nl) Wat doet het met een kind als veiligheid, continuïteit en steun maanden- of zelfs jarenlang ontbreken?

Wetenschappers beschrijven al jarenlang hoe chronische stress en voortdurende onzekerheid hun sporen nalaten in het lichaam van kinderen. Opgroeien zonder stabiliteit bemoeilijkt het reguleren van emoties en het ontwikkelen van een gevoel van veiligheid. Deze kinderen ervaren vaak weinig emotionele bedding en leven noodgedwongen in sociaal isolement. Een kind zonder eigen plek leeft in een lichaam dat nooit echt kan landen.

Essay

5 min.

Erik Jumelet-Boom,
Tina Bellemans
en Minke van de Kamp

Kinderen in de noodopvang groeien op met chronische stress en voortdurende onzekerheid. Dat laat sporen na in hun lichaam. Wat kan vechtkunst voor hen betekenen? Drie onderzoekers over de grote voordelen van vechtkunst.

Een kind zonder eigen plek leeft in een lichaam dat nooit kan landen

deel dit artikel

Augeo Magazine: Hét online tijdschrift over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo Foundation al 15 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo Magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm