Vorige pagina
Inhoudsopgave
Volgende pagina
Volg Cynda op LinkedIn
Cynda Rushton is hoogleraar Acute en Chronische zorg van de John Hopkins in Baltimore. Ze bekleedt daar ook de leerstoel Klinische ethiek. Rushton houdt zich o.a. bezig met morele tegenslag en veerkracht bij verpleegkundigen, zoals in haar onderzoek Moral Resilience: Transforming Moral Suffering in Health Care.
interview
6 min.
Mariëlle van Bussel
Cynda Rushton spreekt in dit interview over morele veerkracht. Haar verhaal raakt daarmee aan de bredere vraag: wat heb je als professional nodig om je werk goed, betrokken en duurzaam te blijven doen?
Daarom is het waardevol om de drie begrippen morele veerkracht, professionele veerkracht en zelfzorg in samenhang te bekijken; gezamenlijk belichten ze wat je nodig hebt om je werk met kinderen en volwassenen in moeilijke omstandigheden vol te houden.
Maar het gaat er niet alleen om welke kwaliteiten individuele professionals hebben en hoe zij omgaan met hun werk. Ook collega’s, leidinggevenden en organisaties hebben invloed op de ruimte voor herstel, reflectie, steun en ontwikkeling. Zeker als je geraakt wordt door de nare dingen die kinderen meemaken heb je anderen nodig. Betrokkenheid is een kracht, maar wanneer ingrijpende verhalen zich blijven opdringen of het functioneren beïnvloeden, ligt secundaire traumatisering op de loer.
De veerkracht van professionals is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wie wil dat professionals naast kinderen en gezinnen kunnen blijven staan, investeert niet alleen in hun eigen veerkracht, maar juist ook in de omgeving waarin zij hun werk doen.
‘Er zijn allerlei manieren om morele veerkracht bij jezelf te ontwikkelen’
‘Erken dat je je soms machteloos voelt. Dat betekent niet dat je gefaald hebt’
‘Cynisch, haatdragend of apathisch worden zijn belangrijke signalen’
Dit artikel verscheen eerder in Augeo Magazine 9, juni 2018
‘Dat geldt voor iedereen. We hebben nou eenmaal meer mededogen met anderen dan met onszelf. En ja, mensen die in de zorg werken zijn altijd op anderen gericht. Terwijl je ook moet leren voor jezelf te zorgen, zodat je voor een ander kunt zorgen. Morele tegenslag is onvermijdelijk. Dat erkennen en er zo goed mogelijk mee omgaan, is onze uitdaging.’
‘Ja, en je eigen grenzen. Je hebt immers met allerlei beperkingen te maken. Een professional die werkt met kinderen voelt vaak een zware verantwoordelijkheid voor het oplossen van situaties die niet altijd oplosbaar zijn. Het is dan belangrijk om te erkennen dat je je soms machteloos voelt. Maar dat betekent niet dat je gefaald hebt. De situatie is nu eenmaal complex. Kortom: heb meer compassie voor jezelf en je eigen situatie.’
‘Organisaties hebben een erg belangrijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een werkomgeving die morele tegenslag niet laat uitgroeien tot iets groots. Kijk bijvoorbeeld naar de case load: hoeveel casussen kan iemand tegelijkertijd aan? Welke ondersteuning hebben de professionals nodig bij het omgaan met morele tegenslag? Ik denk dan aan debriefing-sessies, psychologische ondersteuning of een coach die hen helpt bij het in de gaten houden van de eigen grenzen. Het is essentieel dat je niet in je eentje lijdt, maar dat je de spanning die je voelt als je integriteit wordt aangetast kunt delen met mensen die meedenken.’
‘Een manager moet waakzaam zijn op signalen van morele tegenslag en burn-out, variërend van nekklachten tot woede-uitbarstingen en van een verminderde samenwerking in het team tot cynisme. Het is goed als een manager de professionals de ruimte geeft om moeilijke zaken te bespreken met elkaar.’
‘Ik geloof dat iedereen veerkracht in zich heeft, maar niet iedereen weet die aan te boren. Je hebt altijd de mogelijkheid om veerkracht verder te ontwikkelen en uit te diepen. Als je regelmatig met kindermishandeling te maken hebt, loop je een hoog risico op morele tegenslag. Het is dus goed als professionals een aantal mogelijkheden hebben om hiermee om te gaan, zoals mindfulness, zodat het geen last hoeft te worden.’
‘Als je regelmatig in soortgelijke situaties terechtkomt, kun je cynisch worden, haatdragend of apathisch. Dat zijn belangrijke signalen dat er aandacht nodig is, zodat je weer nieuwsgierig kunt zijn in plaats van op de automatische piloot te werken. Doe je hier niets aan, dan kan dat leiden tot een burn-out.’
‘Door mindfulness, dus aandachttraining, merk je op of er spanning is in je lichaam, en waar die precies zit. De spanning kan een teken zijn dat er een belangrijke waarde op het spel staat. Ook emoties leer je beter herkennen. Zaken rondom kindermishandeling roepen vaak sterk negatieve emoties op, zoals boosheid richting de ouders. Als je ze herkent, reageer je minder primair. En voorkom je dat negatieve emoties zich ongemerkt in je zenuwstelsel nestelen, waardoor je bijvoorbeeld minder constructief reageert.’
‘Ja, en dan kan op allerlei manieren. Allereerst moet je jezelf afvragen wat je persoonlijke en professionele waarden zijn, zoals integriteit, respect of zorgzaamheid. Ook kun je je ethische competenties ontwikkelen: het leren herkennen van lastige situaties waarbij je in een gewetensconflict komt, daarover nadenken en reflecteren. Wat is het dat jou aan het wankelen brengt? Je moet zorgdragen voor jezelf, zodat je kunt blijven doorgaan met zorgen voor het welzijn van anderen. En je kunt ook zelfbewustzijn en zelfregulatie ontwikkelen, waardoor je beter kunt omgaan met emoties. Mindfulness kan daar een grote rol bij spelen.’
‘Laat ik een voorbeeld geven. Stel, je krijgt in je werk te maken met een vermoeden van kindermishandeling. Er wordt dan een universele waarde aangetast, want kwetsbare kinderen moeten juist te allen tijde beschermd worden. Je voelt je als professional dus verplicht om het goede te doen voor het kind. Als je dan niet 100 procent zeker weet of je vermoeden klopt, of je het juist hebt, levert dat spanning op. Hoe moet je reageren? Als je fout zit, dan heeft dat gevolgen voor de relatie met de familie en het kind zelf. En als je goed zit, moet je actie ondernemen - wat ook niet makkelijk is. Want je handelt in het belang van het kind, wat niet altijd overeenkomt met het belang van de ouders. Ook dat levert stress op.’
‘Innerlijk kan het gaan om een gebrek aan vertrouwen, een gebrek aan vaardigheden, bezorgdheid of angst. Een externe beperking kan bijvoorbeeld een gebrek aan ondersteuning vanuit de omgeving zijn, kritiek van collega’s of de wetten en regels waar je mee te maken hebt.’
Cynda Rushton: ‘Dat gebeurt bij morele tegenslag, ofwel moral distress. We voelen dan dat onze integriteit wordt aangetast. Bijvoorbeeld als een verpleegkundige geconfronteerd wordt met de wens van de patiënt om een behandeling te staken, terwijl de arts die wil voortzetten. Meestal is er sprake van een moreel probleem. Je ziet iets wat niet door de beugel kan, je voelt de verantwoordelijkheid om daar iets mee te doen, je wikt en je weegt. Maar door een innerlijke of externe beperking kun je niet doen wat je zou willen doen.’
Als je met kinderen en gezinnen werkt die ingrijpende dingen meemaken, krijg je vroeg of laat te maken met de vraag: hoe houd ik dit werk vol, zonder mezelf en mijn professionele waarden kwijt te raken? Drie voorwaarden die met elkaar samenhangen geven antwoord op die vraag: zelfzorg, professionele veerkracht en morele veerkracht.
Zelfzorg gaat over de basis: of je de ruimte neemt om te herstellen en op te laden, of je je grenzen kunt bewaken en of je steun vindt als dat nodig is.
Professionele veerkracht gaat een stap verder. Die helpt je omgaan met de gewone én buitengewone druk van het werk: complexe casussen, hoge werkdruk, veranderingen in de organisatie en situaties die je persoonlijk raken. Voor professionals die werken met getraumatiseerde cliënten komt daar nog een specifieke belasting bij: de verhalen en trauma’s van cliënten kunnen onder je huid kruipen en je professionele veerkracht onder druk zetten.
Morele veerkracht houdt in de kern in: dat je weet wie je bent en waar je voor staat, en dat je er bij ethische onzekerheid, uitdagingen of dilemma's kunt reageren op een manier die past bij je integriteit, zodat je niet – of slechts tijdelijk – in gewetensstrijd komt.
We kennen ze allemaal wel: collega’s die met de jaren steeds cynischer of apathischer reageren op situaties. Begrijpelijk, want werken in zorg en welzijn vraagt heel veel van ons, zegt de Amerikaanse hoogleraar
Cynda Rushton. Maar het kán anders.
Vorige pagina
Inhoudsopgave
Volgende pagina
Cynda Rushton spreekt in dit interview over morele veerkracht. Haar verhaal raakt daarmee aan de bredere vraag: wat heb je als professional nodig om je werk goed, betrokken en duurzaam te blijven doen?
Daarom is het waardevol om de drie begrippen morele veerkracht, professionele veerkracht en zelfzorg in samenhang te bekijken; gezamenlijk belichten ze wat je nodig hebt om je werk met kinderen en volwassenen in moeilijke omstandigheden vol te houden.
Maar het gaat er niet alleen om welke kwaliteiten individuele professionals hebben en hoe zij omgaan met hun werk. Ook collega’s, leidinggevenden en organisaties hebben invloed op de ruimte voor herstel, reflectie, steun en ontwikkeling. Zeker als je geraakt wordt door de nare dingen die kinderen meemaken heb je anderen nodig. Betrokkenheid is een kracht, maar wanneer ingrijpende verhalen zich blijven opdringen of het functioneren beïnvloeden, ligt secundaire traumatisering op de loer.
De veerkracht van professionals is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wie wil dat professionals naast kinderen en gezinnen kunnen blijven staan, investeert niet alleen in hun eigen veerkracht, maar juist ook in de omgeving waarin zij hun werk doen.
Dit artikel verscheen eerder in Augeo Magazine 9, juni 2018
‘Dat geldt voor iedereen. We hebben nou eenmaal meer mededogen met anderen dan met onszelf. En ja, mensen die in de zorg werken zijn altijd op anderen gericht. Terwijl je ook moet leren voor jezelf te zorgen, zodat je voor een ander kunt zorgen. Morele tegenslag is onvermijdelijk. Dat erkennen en er zo goed mogelijk mee omgaan, is onze uitdaging.’
‘Ja, en je eigen grenzen. Je hebt immers met allerlei beperkingen te maken. Een professional die werkt met kinderen voelt vaak een zware verantwoordelijkheid voor het oplossen van situaties die niet altijd oplosbaar zijn. Het is dan belangrijk om te erkennen dat je je soms machteloos voelt. Maar dat betekent niet dat je gefaald hebt. De situatie is nu eenmaal complex. Kortom: heb meer compassie voor jezelf en je eigen situatie.’
‘Erken dat je je soms machteloos voelt. Dat betekent niet dat je gefaald hebt’
‘Organisaties hebben een erg belangrijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een werkomgeving die morele tegenslag niet laat uitgroeien tot iets groots. Kijk bijvoorbeeld naar de case load: hoeveel casussen kan iemand tegelijkertijd aan? Welke ondersteuning hebben de professionals nodig bij het omgaan met morele tegenslag? Ik denk dan aan debriefing-sessies, psychologische ondersteuning of een coach die hen helpt bij het in de gaten houden van de eigen grenzen. Het is essentieel dat je niet in je eentje lijdt, maar dat je de spanning die je voelt als je integriteit wordt aangetast kunt delen met mensen die meedenken.’
‘Een manager moet waakzaam zijn op signalen van morele tegenslag en burn-out, variërend van nekklachten tot woede-uitbarstingen en van een verminderde samenwerking in het team tot cynisme. Het is goed als een manager de professionals de ruimte geeft om moeilijke zaken te bespreken met elkaar.’
‘Ik geloof dat iedereen veerkracht in zich heeft, maar niet iedereen weet die aan te boren. Je hebt altijd de mogelijkheid om veerkracht verder te ontwikkelen en uit te diepen. Als je regelmatig met kindermishandeling te maken hebt, loop je een hoog risico op morele tegenslag. Het is dus goed als professionals een aantal mogelijkheden hebben om hiermee om te gaan, zoals mindfulness, zodat het geen last hoeft te worden.’
‘Als je regelmatig in soortgelijke situaties terechtkomt, kun je cynisch worden, haatdragend of apathisch. Dat zijn belangrijke signalen dat er aandacht nodig is, zodat je weer nieuwsgierig kunt zijn in plaats van op de automatische piloot te werken. Doe je hier niets aan, dan kan dat leiden tot een burn-out.’
‘Cynisch, haatdragend of apathisch worden zijn belangrijke signalen’
‘Er zijn allerlei manieren om morele veerkracht bij jezelf te ontwikkelen’
‘Ja, en dan kan op allerlei manieren. Allereerst moet je jezelf afvragen wat je persoonlijke en professionele waarden zijn, zoals integriteit, respect of zorgzaamheid. Ook kun je je ethische competenties ontwikkelen: het leren herkennen van lastige situaties waarbij je in een gewetensconflict komt, daarover nadenken en reflecteren. Wat is het dat jou aan het wankelen brengt? Je moet zorgdragen voor jezelf, zodat je kunt blijven doorgaan met zorgen voor het welzijn van anderen. En je kunt ook zelfbewustzijn en zelfregulatie ontwikkelen, waardoor je beter kunt omgaan met emoties. Mindfulness kan daar een grote rol bij spelen.’
‘Laat ik een voorbeeld geven. Stel, je krijgt in je werk te maken met een vermoeden van kindermishandeling. Er wordt dan een universele waarde aangetast, want kwetsbare kinderen moeten juist te allen tijde beschermd worden. Je voelt je als professional dus verplicht om het goede te doen voor het kind. Als je dan niet 100 procent zeker weet of je vermoeden klopt, of je het juist hebt, levert dat spanning op. Hoe moet je reageren? Als je fout zit, dan heeft dat gevolgen voor de relatie met de familie en het kind zelf. En als je goed zit, moet je actie ondernemen - wat ook niet makkelijk is. Want je handelt in het belang van het kind, wat niet altijd overeenkomt met het belang van de ouders. Ook dat levert stress op.’
‘Door mindfulness, dus aandachttraining, merk je op of er spanning is in je lichaam, en waar die precies zit. De spanning kan een teken zijn dat er een belangrijke waarde op het spel staat. Ook emoties leer je beter herkennen. Zaken rondom kindermishandeling roepen vaak sterk negatieve emoties op, zoals boosheid richting de ouders. Als je ze herkent, reageer je minder primair. En voorkom je dat negatieve emoties zich ongemerkt in je zenuwstelsel nestelen, waardoor je bijvoorbeeld minder constructief reageert.’
‘Innerlijk kan het gaan om een gebrek aan vertrouwen, een gebrek aan vaardigheden, bezorgdheid of angst. Een externe beperking kan bijvoorbeeld een gebrek aan ondersteuning vanuit de omgeving zijn, kritiek van collega’s of de wetten en regels waar je mee te maken hebt.’
Cynda Rushton: ‘Dat gebeurt bij morele tegenslag, ofwel moral distress. We voelen dan dat onze integriteit wordt aangetast. Bijvoorbeeld als een verpleegkundige geconfronteerd wordt met de wens van de patiënt om een behandeling te staken, terwijl de arts die wil voortzetten. Meestal is er sprake van een moreel probleem. Je ziet iets wat niet door de beugel kan, je voelt de verantwoordelijkheid om daar iets mee te doen, je wikt en je weegt. Maar door een innerlijke of externe beperking kun je niet doen wat je zou willen doen.’
Als je met kinderen en gezinnen werkt die ingrijpende dingen meemaken, krijg je vroeg of laat te maken met de vraag: hoe houd ik dit werk vol, zonder mezelf en mijn professionele waarden kwijt te raken? Drie voorwaarden die met elkaar samenhangen geven antwoord op die vraag: zelfzorg, professionele veerkracht en morele veerkracht.
Zelfzorg gaat over de basis: of je de ruimte neemt om te herstellen en op te laden, of je je grenzen kunt bewaken en of je steun vindt als dat nodig is.
Professionele veerkracht gaat een stap verder. Die helpt je omgaan met de gewone én buitengewone druk van het werk: complexe casussen, hoge werkdruk, veranderingen in de organisatie en situaties die je persoonlijk raken. Voor professionals die werken met getraumatiseerde cliënten komt daar nog een specifieke belasting bij: de verhalen en trauma’s van cliënten kunnen onder je huid kruipen en je professionele veerkracht onder druk zetten.
Morele veerkracht houdt in de kern in: dat je weet wie je bent en waar je voor staat, en dat je er bij ethische onzekerheid, uitdagingen of dilemma's kunt reageren op een manier die past bij je integriteit, zodat je niet – of slechts tijdelijk – in gewetensstrijd komt.
Volg Cynda op LinkedIn
Cynda Rushton is hoogleraar Acute en Chronische zorg van de John Hopkins in Baltimore. Ze bekleedt daar ook de leerstoel Klinische ethiek. Rushton houdt zich o.a. bezig met morele tegenslag en veerkracht bij verpleegkundigen, zoals in haar onderzoek Moral Resilience: Transforming Moral Suffering in Health Care.
interview
6 min.
Mariëlle van Bussel
deel dit artikel
We kennen ze allemaal wel: collega’s die met de jaren steeds cynischer of apathischer reageren op situaties. Begrijpelijk, want werken in zorg en welzijn vraagt heel veel van ons, zegt de Amerikaanse hoogleraar
Cynda Rushton. Maar het kán anders.