Download de
5-stappen-pdf
Van (mentale) gezondheidzorg tot onderwijs tot politiek… Kinderen en jongeren krijgen steeds vaker de kans om hun stem te laten horen. Ze mogen actief meepraten en meebeslissen over onderwerpen die hen aangaan of over plekken waar zij vaak komen. Jongeren hebben daar recht op, het is de plicht van volwassenen om dat ook mogelijk te maken. Je leest er alles over in het Kennisdossier Jeugdparticipatie van het Nederlands Jeugdinstituut.
Hoe doe je dat eigenlijk, een kind betrekken dat nog heel jong is, of laagbegaafd? Of als het niet met je wil praten omdat de ouders dat verboden hebben? In dit artikel uit Augeo magazine vertellen zes professionals hoe ze met deze en andere lastige situaties omgaan.
De online Veerkracht-praatplaat helpt je om samen met jongeren te onderzoeken tegen welke uitdagingen zij aanlopen en welke hulpbronnen zij kunnen inzetten om hun veerkracht te versterken. Bekijk ook de bijbehorende handleiding.
Hoe waarborg je de participatie van kinderen in de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld? Daarvoor geeft deze handreiking negen actiepunten.
‘Hoewel jeugdzorg op de hoogte was van het fysieke geweld van mijn moeder richting ons, hebben ze dit bij de rechtbank verzwegen. Daarnaast dwongen ze mijn zus en mij om toch één nacht per twee weken naar mijn moeder te gaan, hoewel wij hadden aangegeven dat niet te willen. De woorden van de rechtbank waren daarbij letterlijk: “Als ze van vrijdag op zaterdag daar slapen, dan hebben ze de zondag om bij te komen.” Dat was natuurlijk iets wat in alle opzichten verkeerd was en nooit had mogen gebeuren. Maar ik had geen idee dat ik bezwaar kon maken tegen de rechtbank.’
Het is belangrijk dat kinderen weten welke klacht-, bezwaar- en beroepsprocedures er beschikbaar zijn als zij vinden dat ze onvoldoende gelegenheid hebben gekregen om hun mening te geven of die onvoldoende is meegewogen.
‘Eindelijk had ik verteld wat er thuis speelde. Toen gebeurde er ineens van alles. Zonder dat ik het wist waren mijn ouders gebeld en kreeg ik thuis de volle laag. Later nam Veilig Thuis contact op en gebeurde weer hetzelfde. Ik had überhaupt geen idee dat er een melding was gedaan en snapte niet waarom daar nooit met mij over gesproken was. Ik heb nooit meer iets verteld, mijn vertrouwen was weg.’
‘Hulpverleners vroegen wel naar mijn mening, maar ja, uiteindelijk deden ze toch wat ze zelf wilden. En het ging wel om belangrijke dingen in mijn leven. Dus ja, als je met een kind praat, laat dan ook weten wat je met zijn mening doet.’
Het is belangrijk om open en eerlijk te zijn over hoe je de mening van een kind hebt meegewogen. En als je anders moet beslissen dan het kind wilde, is het belangrijk ook dat goed uit te leggen. Deze terugkoppeling is cruciaal: zo kan een kind zich serieus genomen voelen, begrijpen waarom de beslissing zo genomen is en het krijgt de gelegenheid om te reageren op de beslissing. Kinderen merken door de terugkoppeling ook dat het praten met hen, het vragen naar hun mening, geen formaliteit is voor jou, maar dat je oprecht geïnteresseerd bent en het juiste besluit wilt nemen.
‘Ik heb mijn verhaal meer dan twintig keer moeten doen omdat ik telkens een andere begeleider kreeg. Vaak had ik geen idee wat er gebeurde met de informatie die ik gaf. Ook hoorde ik het pas achteraf als er beslissingen waren genomen. Dit maakte het moeilijk voor mij om open te zijn en ook stak ik er geen moeite meer in om een goede band te vormen met mijn begeleiders.’
‘Ik dacht als kind heel groot. Ik dacht: als ik dat vertel, dan moet ik meteen ergens anders wonen. Ik had als kind wel graag meer voorlichting gekregen over dat dat niet altijd zo is. Dat er ook stappen tussen zijn. Dat je niet meteen uit huis geplaatst hoeft te worden. Dat je ook thuis geholpen kunt worden. Dat wist ik toen echt niet.’
‘Voor de scheiding gingen wij regelmatig met het hele gezin naar een orthopedagoog. Hoewel zij moest helpen om de dynamiek in het hele gezin te verbeteren, was zij eigenlijk vooral gericht op de dingen die mijn ouders anders wilden. Wij moesten aan het begin van elke sessie één positief punt opschrijven en één verbeterpunt, zodat we daarmee aan de slag konden. Maar de praktijk was dat alleen de verbeterpunten van mijn ouders werden meegenomen en niet die van ons als kinderen. Ook waren de gesprekken altijd met z’n vijven en nooit eens afzonderlijk, waardoor je ook niet altijd de kans kreeg om te zeggen wat je écht wilde zeggen.’
Kinderen moeten niet alleen de mogelijkheid krijgen om hun mening te geven, je moet natuurlijk ook iets dóén met wat ze je vertellen. Geef passend gewicht aan de mening van het kind. Dit betekent dat je hun oplossingen en wensen serieus in overweging neemt in de vervolgstappen. Hoe zwaar en op welke manier hun mening precies meeweegt, hangt van verschillende factoren af. Bijvoorbeeld of de veiligheid van het kind daarmee voldoende gewaarborgd is en of de oplossing haalbaar is. Zorg er in ieder geval voor dat het kind begrijpt dat je niet kunt beloven dat het besluit ook precies is wat hij of zij wil, maar dat je je uiterste best zult doen het beste besluit te nemen.
Het uitgangspunt is dat ieder kind in staat is zijn mening te geven als de professional aansluit bij de mogelijkheden van het kind. Het is dus belangrijk dat je je inleeft in zijn of haar belevingswereld. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de omgeving waar een gesprek plaatsvindt, aan een open en uitnodigende houding en aan je eigen luister- en gespreksvaardigheden.
Om kinderen in staat te stellen om hun mening vrijelijk te uiten, is het belangrijk om ook een gesprek met het kind apart voeren. Zorg op zijn minst voor één vast en vertrouwd aanspreekpunt. Het vertrouwen van mishandelde kinderen is geschaad, waardoor het extra belangrijk is dat kinderen merken dat volwassenen er onvoorwaardelijk voor hen zijn en dat ze zich gezien, gesteund en gehoord voelen.
‘Kinderen moeten niet onder druk gezet worden om te praten. Als het kind het er niet over wil hebben of echt niet praat, dan moet je niet gaan pushen. Maak contact en wacht een beter moment af, maar laat het er niet bij zitten. Het moet op een gegeven moment uit het kind zelf komen. Als je gaat pushen, verlies je het vertrouwen. Ik was heel loyaal naar mijn ouders. Als kind weet je dat iemand anders iets vermoedt, maar je wilt ook je ouders in bescherming nemen. Geef het kind de tijd en voer de druk niet op, want dan slaat het helemaal dicht en bereik je het tegenovergestelde.’
‘Binnen de hulpverlening vond ik het vaak een onveilig gevoel als ik niet wist wat hulpverleners met mijn informatie gingen doen, waar het opgeschreven werd en wie daar wel en niet bij kon. En als ik dat niet wist, was vertrouwen lastiger en zei ik minder.’
In het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind(IVRK) is een groot aantal kinderrechten vastgelegd. Deze kinderrechten hebben betrekking op vrijwel alle terreinen van het leven van een kind. Centraal in het Kinderrechtenverdrag staat het belang van het kind. Dit hoort de eerste overweging te zijn bij elke beslissing die een kind raakt (artikel 3).
Een belangrijke voorwaarde voor betekenisvolle participatie is dat het zich voltrekt als een continu proces en zich niet beperkt tot één geïsoleerd moment. Alleen wanneer kinderen in het gehele proces de mogelijkheid krijgen te participeren, kan er sprake zijn van betrokkenheid bij de besluitvorming, en daarmee van betekenisvolle participatie. Participatie is dus niet één moment waarop het kind gesproken wordt om informatie te geven of te verkrijgen, maar een voortdurend proces van wederzijdse informatie-uitwisseling.
Aan het IVRK zijn commentaren toegevoegd die handvatten bieden voor het uitvoeren van bepaalde kinderrechten in de praktijk. Het recht op participatie is uitgewerkt in het algemeen commentaar 12, The right of the Child to be heard. Kort gezegd betekent het dat participatie betekenisvol is als kinderen ervaren dat er naar hen wordt geluisterd en dat ze serieus genomen worden.
Het VN-Kinderrechtencomité geeft de volgende vijf noodzakelijke stappen voor betekenisvolle participatie van kinderen.
‘Er werd in het hele proces twee keer gevraagd wat mijn mening was en wat ik wilde dat er zou gebeuren. En één gesprek daarvan was in het bijzijn van mijn ouders. Dit gaf mij niet echt de mogelijkheid om te vertellen wat ik echt wilde. Betekenisvolle participatie zou geweest zijn als ik vanaf het begin tot het einde meegenomen zou zijn met wat er allemaal gebeurde en dat ik hierop invloed zou hebben gehad. En dat dit onafhankelijk van mijn ouders zou zijn gebeurd. Ik denk dat alles anders zou zijn geweest nu.’
‘Ik gaf aan dat er niet ingegrepen mocht worden, want mijn moeder had gedreigd met suïcide als dat zou gebeuren. De juf koos ervoor mijn mening te volgen. Hierdoor gebeurde er niks en bleef het nog jaren onveilig. De juf heeft mijn mening te zwaar laten meewegen: door de loyaliteit naar mijn moeder had ik nooit toestemming kunnen geven voor een melding. Toch was een melding wel noodzakelijk, er was immers sprake van structurele onveiligheid.’
‘Ook kinderen van 5 jaar kunnen al voor zichzelf praten, dus betrek een kind vooral bij beslissingen. Vraag een kind wat er aan de hand is, wat zou het zelf willen dat er gaat gebeuren? Als dat niet mogelijk is, geef dan uitleg in kindertaal en zeg wat er wel kan en gaat gebeuren. Het allerbelangrijkste voor mij is dat er naar het belang van het kind wordt gekeken en dat het ook echt gehoord wordt.’
‘De Kinderbescherming besloot – overigens deels ook op ons verzoek – het onderzoeksgesprek met mijn zus, broertje en mij tegelijkertijd te doen. Dat was een vrij algemeen gesprek en de vragen op individueel niveau over het geweld werden vervolgens maar via de mail aan ons gesteld, waarbij mijn ouders altijd mee konden kijken en ik dus niet eerlijk antwoord durfde te geven.’
‘Als professional moet je echt zeggen: het is belangrijk dat er met jou wordt gesproken, dat jij geholpen en gehoord wordt. Want ik wist helemaal niet dat ik daar recht op had. Eigenlijk dacht ik eerder: ik ben maar een kind, zij zijn de volwassenen…’
Vorige pagina
Inhoudsopgave
Colofon
Volgende pagina
Betekenisvolle participatie start met kinderen vertellen dat zij het recht hebben hun mening te geven. Leg daarom uit op welke momenten en waarover zij hun mening kunnen geven (zelf of via een vertegenwoordiger) en hoe die wordt meegewogen.
Creëer realistische verwachtingen bij kinderen, want als kinderen denken dat zij mogen beslissen, kan het tegenvallen als jij je genoodzaakt ziet andere keuzes te maken. Bovendien voorkom je zo dat kinderen beslissingen als een te zware last ervaren: de verantwoordelijkheid ervoor ligt niet bij hen, maar bij professionals.
Een goede voorbereiding betekent dat het kind weet wanneer, hoe, waar en met wie het praat over te nemen beslissingen Realiseer je daarbij dat kinderen hun mening mógen geven. Het is een recht, geen verplichting. Als professional heb jij de taak je best te doen kinderen de mogelijkheid te geven hun stem te laten horen.
Theorie & praktijk
6 x 1,5 min.
Angeliek Caelen
Edith Geurts
Betrokken worden bij beslissingen, is onderdeel van de Rechten van het Kind. Hoe doe je dat als professional? Een uitleg in 5 stappen (die een plekje op je bureaublad verdient).
Download de 5-stappen-pdf
Van (mentale) gezondheidzorg tot onderwijs tot politiek… Kinderen en jongeren krijgen steeds vaker de kans om hun stem te laten horen. Ze mogen actief meepraten en meebeslissen over onderwerpen die hen aangaan of over plekken waar zij vaak komen. Jongeren hebben daar recht op, het is de plicht van volwassenen om dat ook mogelijk te maken. Je leest er alles over in het Kennisdossier Jeugdparticipatie van het Nederlands Jeugdinstituut.
Hoe doe je dat eigenlijk, een kind betrekken dat nog heel jong is, of laagbegaafd? Of als het niet met je wil praten omdat de ouders dat verboden hebben? In dit artikel uit Augeo magazine vertellen zes professionals hoe ze met deze en andere lastige situaties omgaan.
De online Veerkracht-praatplaat helpt je om samen met jongeren te onderzoeken tegen welke uitdagingen zij aanlopen en welke hulpbronnen zij kunnen inzetten om hun veerkracht te versterken. Bekijk ook de bijbehorende handleiding.
Hoe waarborg je de participatie van kinderen in de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld? Daarvoor geeft deze handreiking negen actiepunten.
deel dit artikel
Volgende pagina
Inhoudsopgave
Colofon
Vorige pagina
‘Hoewel jeugdzorg op de hoogte was van het fysieke geweld van mijn moeder richting ons, hebben ze dit bij de rechtbank verzwegen. Daarnaast dwongen ze mijn zus en mij om toch één nacht per twee weken naar mijn moeder te gaan, hoewel wij hadden aangegeven dat niet te willen. De woorden van de rechtbank waren daarbij letterlijk: “Als ze van vrijdag op zaterdag daar slapen, dan hebben ze de zondag om bij te komen.” Dat was natuurlijk iets wat in alle opzichten verkeerd was en nooit had mogen gebeuren. Maar ik had geen idee dat ik bezwaar kon maken tegen de rechtbank.’
Het is belangrijk om open en eerlijk te zijn over hoe je de mening van een kind hebt meegewogen. En als je anders moet beslissen dan het kind wilde, is het belangrijk ook dat goed uit te leggen. Deze terugkoppeling is cruciaal: zo kan een kind zich serieus genomen voelen, begrijpen waarom de beslissing zo genomen is en het krijgt de gelegenheid om te reageren op de beslissing. Kinderen merken door de terugkoppeling ook dat het praten met hen, het vragen naar hun mening, geen formaliteit is voor jou, maar dat je oprecht geïnteresseerd bent en het juiste besluit wilt nemen.
‘Hulpverleners vroegen wel naar mijn mening, maar ja, uiteindelijk deden ze toch wat ze zelf wilden. En het ging wel om belangrijke dingen in mijn leven. Dus ja, als je met een kind praat, laat dan ook weten wat je met zijn mening doet.’
‘Ik heb mijn verhaal meer dan twintig keer moeten doen omdat ik telkens een andere begeleider kreeg. Vaak had ik geen idee wat er gebeurde met de informatie die ik gaf. Ook hoorde ik het pas achteraf als er beslissingen waren genomen. Dit maakte het moeilijk voor mij om open te zijn en ook stak ik er geen moeite meer in om een goede band te vormen met mijn begeleiders.’
Het is belangrijk dat kinderen weten welke klacht-, bezwaar- en beroepsprocedures er beschikbaar zijn als zij vinden dat ze onvoldoende gelegenheid hebben gekregen om hun mening te geven of die onvoldoende is meegewogen.
‘Ik dacht als kind heel groot. Ik dacht: als ik dat vertel, dan moet ik meteen ergens anders wonen. Ik had als kind wel graag meer voorlichting gekregen over dat dat niet altijd zo is. Dat er ook stappen tussen zijn. Dat je niet meteen uit huis geplaatst hoeft te worden. Dat je ook thuis geholpen kunt worden. Dat wist ik toen echt niet.’
‘Voor de scheiding gingen wij regelmatig met het hele gezin naar een orthopedagoog. Hoewel zij moest helpen om de dynamiek in het hele gezin te verbeteren, was zij eigenlijk vooral gericht op de dingen die mijn ouders anders wilden. Wij moesten aan het begin van elke sessie één positief punt opschrijven en één verbeterpunt, zodat we daarmee aan de slag konden. Maar de praktijk was dat alleen de verbeterpunten van mijn ouders werden meegenomen en niet die van ons als kinderen. Ook waren de gesprekken altijd met z’n vijven en nooit eens afzonderlijk, waardoor je ook niet altijd de kans kreeg om te zeggen wat je écht wilde zeggen.’
‘Ook kinderen van 5 jaar kunnen al voor zichzelf praten, dus betrek een kind vooral bij beslissingen. Vraag een kind wat er aan de hand is, wat zou het zelf willen dat er gaat gebeuren? Als dat niet mogelijk is, geef dan uitleg in kindertaal en zeg wat er wel kan en gaat gebeuren. Het allerbelangrijkste voor mij is dat er naar het belang van het kind wordt gekeken en dat het ook echt gehoord wordt.’
‘Er werd in het hele proces twee keer gevraagd wat mijn mening was en wat ik wilde dat er zou gebeuren. En één gesprek daarvan was in het bijzijn van mijn ouders. Dit gaf mij niet echt de mogelijkheid om te vertellen wat ik echt wilde. Betekenisvolle participatie zou geweest zijn als ik vanaf het begin tot het einde meegenomen zou zijn met wat er allemaal gebeurde en dat ik hierop invloed zou hebben gehad. En dat dit onafhankelijk van mijn ouders zou zijn gebeurd. Ik denk dat alles anders zou zijn geweest nu.’
‘De Kinderbescherming besloot – overigens deels ook op ons verzoek – het onderzoeksgesprek met mijn zus, broertje en mij tegelijkertijd te doen. Dat was een vrij algemeen gesprek en de vragen op individueel niveau over het geweld werden vervolgens maar via de mail aan ons gesteld, waarbij mijn ouders altijd mee konden kijken en ik dus niet eerlijk antwoord durfde te geven.’
‘Eindelijk had ik verteld wat er thuis speelde. Toen gebeurde er ineens van alles. Zonder dat ik het wist waren mijn ouders gebeld en kreeg ik thuis de volle laag. Later nam Veilig Thuis contact op en gebeurde weer hetzelfde. Ik had überhaupt geen idee dat er een melding was gedaan en snapte niet waarom daar nooit met mij over gesproken was. Ik heb nooit meer iets verteld, mijn vertrouwen was weg.’
Het uitgangspunt is dat ieder kind in staat is zijn mening te geven als de professional aansluit bij de mogelijkheden van het kind. Het is dus belangrijk dat je je inleeft in zijn of haar belevingswereld. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de omgeving waar een gesprek plaatsvindt, aan een open en uitnodigende houding en aan je eigen luister- en gespreksvaardigheden.
Om kinderen in staat te stellen om hun mening vrijelijk te uiten, is het belangrijk om ook een gesprek met het kind apart voeren. Zorg op zijn minst voor één vast en vertrouwd aanspreekpunt. Het vertrouwen van mishandelde kinderen is geschaad, waardoor het extra belangrijk is dat kinderen merken dat volwassenen er onvoorwaardelijk voor hen zijn en dat ze zich gezien, gesteund en gehoord voelen.
‘Ik gaf aan dat er niet ingegrepen mocht worden, want mijn moeder had gedreigd met suïcide als dat zou gebeuren. De juf koos ervoor mijn mening te volgen. Hierdoor gebeurde er niks en bleef het nog jaren onveilig. De juf heeft mijn mening te zwaar laten meewegen: door de loyaliteit naar mijn moeder had ik nooit toestemming kunnen geven voor een melding. Toch was een melding wel noodzakelijk, er was immers sprake van structurele onveiligheid.’
Kinderen moeten niet alleen de mogelijkheid krijgen om hun mening te geven, je moet natuurlijk ook iets dóén met wat ze je vertellen. Geef passend gewicht aan de mening van het kind. Dit betekent dat je hun oplossingen en wensen serieus in overweging neemt in de vervolgstappen. Hoe zwaar en op welke manier hun mening precies meeweegt, hangt van verschillende factoren af. Bijvoorbeeld of de veiligheid van het kind daarmee voldoende gewaarborgd is en of de oplossing haalbaar is. Zorg er in ieder geval voor dat het kind begrijpt dat je niet kunt beloven dat het besluit ook precies is wat hij of zij wil, maar dat je je uiterste best zult doen het beste besluit te nemen.
‘Kinderen moeten niet onder druk gezet worden om te praten. Als het kind het er niet over wil hebben of echt niet praat, dan moet je niet gaan pushen. Maak contact en wacht een beter moment af, maar laat het er niet bij zitten. Het moet op een gegeven moment uit het kind zelf komen. Als je gaat pushen, verlies je het vertrouwen. Ik was heel loyaal naar mijn ouders. Als kind weet je dat iemand anders iets vermoedt, maar je wilt ook je ouders in bescherming nemen. Geef het kind de tijd en voer de druk niet op, want dan slaat het helemaal dicht en bereik je het tegenovergestelde.’
‘Binnen de hulpverlening vond ik het vaak een onveilig gevoel als ik niet wist wat hulpverleners met mijn informatie gingen doen, waar het opgeschreven werd en wie daar wel en niet bij kon. En als ik dat niet wist, was vertrouwen lastiger en zei ik minder.’
‘Als professional moet je echt zeggen: het is belangrijk dat er met jou wordt gesproken, dat jij geholpen en gehoord wordt. Want ik wist helemaal niet dat ik daar recht op had. Eigenlijk dacht ik eerder: ik ben maar een kind, zij zijn de volwassenen…’
Betekenisvolle participatie start met kinderen vertellen dat zij het recht hebben hun mening te geven. Leg daarom uit op welke momenten en waarover zij hun mening kunnen geven (zelf of via een vertegenwoordiger) en hoe die wordt meegewogen.
Creëer realistische verwachtingen bij kinderen, want als kinderen denken dat zij mogen beslissen, kan het tegenvallen als jij je genoodzaakt ziet andere keuzes te maken. Bovendien voorkom je zo dat kinderen beslissingen als een te zware last ervaren: de verantwoordelijkheid ervoor ligt niet bij hen, maar bij professionals.
Een goede voorbereiding betekent dat het kind weet wanneer, hoe, waar en met wie het praat over te nemen beslissingen Realiseer je daarbij dat kinderen hun mening mógen geven. Het is een recht, geen verplichting. Als professional heb jij de taak je best te doen kinderen de mogelijkheid te geven hun stem te laten horen.
In het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind(IVRK) is een groot aantal kinderrechten vastgelegd. Deze kinderrechten hebben betrekking op vrijwel alle terreinen van het leven van een kind. Centraal in het Kinderrechtenverdrag staat het belang van het kind. Dit hoort de eerste overweging te zijn bij elke beslissing die een kind raakt (artikel 3).
Een belangrijke voorwaarde voor betekenisvolle participatie is dat het zich voltrekt als een continu proces en zich niet beperkt tot één geïsoleerd moment. Alleen wanneer kinderen in het gehele proces de mogelijkheid krijgen te participeren, kan er sprake zijn van betrokkenheid bij de besluitvorming, en daarmee van betekenisvolle participatie. Participatie is dus niet één moment waarop het kind gesproken wordt om informatie te geven of te verkrijgen, maar een voortdurend proces van wederzijdse informatie-uitwisseling.
Aan het IVRK zijn commentaren toegevoegd die handvatten bieden voor het uitvoeren van bepaalde kinderrechten in de praktijk. Het recht op participatie is uitgewerkt in het algemeen commentaar 12, The right of the Child to be heard. Kort gezegd betekent het dat participatie betekenisvol is als kinderen ervaren dat er naar hen wordt geluisterd en dat ze serieus genomen worden.
Het VN-Kinderrechtencomité geeft de volgende vijf noodzakelijke stappen voor betekenisvolle participatie van kinderen.
Theorie & praktijk
6 x 1,5 min.
Angeliek Caelen
Edith Geurts
Betrokken worden bij beslissingen, is onderdeel van de Rechten van het Kind. Hoe doe je dat als professional? Een uitleg in 5 stappen (die een plekje op je bureaublad verdient).