D66 diende in juni 2026 een voorstel in voor een ‘kind-eerst-wet’. Deze wetgeving moet de belangen van kinderen met signalen van mishandeling écht vooropstellen. Lees hier meer over de wet en de visie van experts hierop.
Vorige pagina
Inhoudsopgave
Colofon
Volgende pagina
Betekenisvol contact komt niet vanzelf
Willen wij als samenleving daadwerkelijk betekenisvol contact organiseren?
In de praktijk heeft een jeugdbeschermer maximaal twee keer per jaar contact met een kind in pleegzorg
Het klopt dus niet om betekenisvol contact uitsluitend te framen als een kwestie van vakmanschap. Uiteraard doet professioneel handelen ertoe. Maar professionals werken binnen randvoorwaarden die anderen bepalen.
Daarom is betekenisvol contact juist óók een opdracht voor bestuurders van organisaties: stuur niet alleen op dossiers en productie, maar stuur nadrukkelijk op kwaliteit en continuïteit van kindcontact. En het is een opdracht voor gemeenten: organiseer ruimte in contracten en bekostiging. En tot slot vragen we van de overheid om participatierechten, contactfrequentie en monitoring veel beter te verankeren in wet- en regelgeving.
Want zolang wetten, normen en financiële prikkels niet meebewegen, wordt van professionals gevraagd om het onmogelijke te doen. De kernvraag is daarom niet of professionals betekenisvol contact belangrijk vinden. De vraag is of wij als samenleving bereid zijn het daadwerkelijk te organiseren.
Dat vraagt leiderschap. Van bestuurders die durven sturen op relatie in plaats van alleen op productie. Van wetgevers die het vertelrecht van kinderen serieus nemen. En van opdrachtgevers die begrijpen dat veiligheid begint bij contact. Pas dan leggen we betekenisvol contact waar het hoort: niet alleen op het bordje van de professional, maar in het hart van het systeem.
Ander voorbeeld, Veilig Thuis. Slechts een klein deel van de meldingen over huiselijk geweld houdt Veilig Thuis zelf in behandeling. Dan wordt volgens de handelingsprotocollen in principe met het kind gesproken, mits ouders toestemming geven, mits een andere professional niet al zicht heeft op de veiligheid, mits… etc. Of er nog individueel met de duizenden kinderen wordt gesproken die na de eerste Veilig Thuis-melding zijn doorverwezen naar het lokale team, is onnavolgbaar. Dit terwijl we uit onderzoek weten dat deze groep kinderen veel geweld meemaakt. Juist in de fase van melden en signaleren, hebben kinderen geen afdwingbaar recht om hun verhaal te vertellen. Gesprekken met kinderen blijven afhankelijk van professionele zorgvuldigheid. Daarmee leggen we een enorme verantwoordelijkheid bij individuele professionals, zonder hen structureel te steunen.
Kwaliteitskaders vertellen professionals het belang van gespreksvoering met het kind alleen. Maar hoeveel tijd krijgt een jeugdbeschermer daar dan voor? In de landelijke bekostiging wordt gerekend met gemiddeld 4 tot 8 contactmomenten per jaar – inclusief alle gesprekken met ouders. In de praktijk komt dit bijvoorbeeld neer op maximaal twee contactmomenten per jaar met een kind in pleegzorg. Dat is simpelweg onvoldoende om vertrouwen op te bouwen, laat staan om zicht te houden op veiligheid.
De reflex is vaak: professionals moeten beter (leren) luisteren. Maar dat is te kort door de bocht. Want betekenisvol contact gaat over veel meer dan vakmanschap van individuele professionals. Het is een systeemvraagstuk. Deskundige professionals hebben organisaties nodig die hen in staat stellen om betekenisvol contact met kinderen vorm te geven. En organisaties hebben nodig dat wetgeving en financiers hen aansturen op het realiseren van betekenisvol contact.
Maar de huidige wetten, organisatieopdrachten en bekostigingsnormen belonen iets anders: productie, snelheid, overdracht, afvinken.
Neem de jeugdbescherming. Gecertificeerde instellingen worden door gemeenten en het keurmerkinstituut afgerekend op een handjevol wettelijk vastgelegde ‘Key Performance Indicators’. Die blijken vooral te gaan over de beginfase van een jeugdbeschermingsmaatregel: is er een eerste gesprek binnen vijf werkdagen en een gezinsplan binnen zes weken? Daarna verdwijnt het kind-perspectief grotendeels uit beeld en praten beschermingsorganisaties niet meer met hun opdrachtgevers en toezichthouders over een gerealiseerde contactfrequentie.
En toch laten inspectierapporten, zoals naar aanleiding van het ernstig mishandelde meisje in Vlaardingen, keer op keer hetzelfde zien: juist dát contact staat structureel onder druk. Kinderen in jeugdbescherming en pleegzorg worden te weinig alleen gesproken. Hun zienswijze verdampt in protocollen, dossiers en overdrachten. Met als gevolg dat professionals onvoldoende zicht hebben op hoe het écht met een kind gaat – en of het veilig is.
Iedere professional in de jeugdzorg zal beamen dat betekenisvol contact met kinderen doorslaggevend is. Echt contact. Niet vluchtig, niet procedureel, maar persoonlijk, veilig en met ruimte voor het verhaal van een kind. Contact waarin een kind zich gezien en gehoord kan voelen, en waarin het merkt: wat ik zeg, doet ertoe.
column
3 min.
Directeur Augeo Foundation
Mariëlle Dekker
Vorige pagina
Colofon
Inhoudsopgave
Volgende pagina
deel dit artikel
D66 diende in juni 2026 een voorstel in voor een ‘kind-eerst-wet’. Deze wetgeving moet de belangen van kinderen met signalen van mishandeling écht vooropstellen. Lees hier meer over de wet en de visie van experts hierop.
Daarom is betekenisvol contact juist óók een opdracht voor bestuurders van organisaties: stuur niet alleen op dossiers en productie, maar stuur nadrukkelijk op kwaliteit en continuïteit van kindcontact. En het is een opdracht voor gemeenten: organiseer ruimte in contracten en bekostiging. En tot slot vragen we van de overheid om participatierechten, contactfrequentie en monitoring veel beter te verankeren in wet- en regelgeving.
Want zolang wetten, normen en financiële prikkels niet meebewegen, wordt van professionals gevraagd om het onmogelijke te doen. De kernvraag is daarom niet of professionals betekenisvol contact belangrijk vinden. De vraag is of wij als samenleving bereid zijn het daadwerkelijk te organiseren.
Dat vraagt leiderschap. Van bestuurders die durven sturen op relatie in plaats van alleen op productie. Van wetgevers die het vertelrecht van kinderen serieus nemen. En van opdrachtgevers die begrijpen dat veiligheid begint bij contact. Pas dan leggen we betekenisvol contact waar het hoort: niet alleen op het bordje van de professional, maar in het hart van het systeem.
Het klopt dus niet om betekenisvol contact uitsluitend te framen als een kwestie van vakmanschap. Uiteraard doet professioneel handelen ertoe. Maar professionals werken binnen randvoorwaarden die anderen bepalen.
Willen wij als samenleving daadwerkelijk betekenisvol contact organiseren?
Ander voorbeeld, Veilig Thuis. Slechts een klein deel van de meldingen over huiselijk geweld houdt Veilig Thuis zelf in behandeling. Dan wordt volgens de handelingsprotocollen in principe met het kind gesproken, mits ouders toestemming geven, mits een andere professional niet al zicht heeft op de veiligheid, mits… etc. Of er nog individueel met de duizenden kinderen wordt gesproken die na de eerste Veilig Thuis-melding zijn doorverwezen naar het lokale team, is onnavolgbaar. Dit terwijl we uit onderzoek weten dat deze groep kinderen veel geweld meemaakt. Juist in de fase van melden en signaleren, hebben kinderen geen afdwingbaar recht om hun verhaal te vertellen. Gesprekken met kinderen blijven afhankelijk van professionele zorgvuldigheid. Daarmee leggen we een enorme verantwoordelijkheid bij individuele professionals, zonder hen structureel te steunen.
Kwaliteitskaders vertellen professionals het belang van gespreksvoering met het kind alleen. Maar hoeveel tijd krijgt een jeugdbeschermer daar dan voor? In de landelijke bekostiging wordt gerekend met gemiddeld 4 tot 8 contactmomenten per jaar – inclusief alle gesprekken met ouders. In de praktijk komt dit bijvoorbeeld neer op maximaal twee contactmomenten per jaar met een kind in pleegzorg. Dat is simpelweg onvoldoende om vertrouwen op te bouwen, laat staan om zicht te houden op veiligheid.
In de praktijk heeft een jeugdbeschermer maximaal twee keer per jaar contact met een kind in pleegzorg
De reflex is vaak: professionals moeten beter (leren) luisteren. Maar dat is te kort door de bocht. Want betekenisvol contact gaat over veel meer dan vakmanschap van individuele professionals. Het is een systeemvraagstuk. Deskundige professionals hebben organisaties nodig die hen in staat stellen om betekenisvol contact met kinderen vorm te geven. En organisaties hebben nodig dat wetgeving en financiers hen aansturen op het realiseren van betekenisvol contact.
Maar de huidige wetten, organisatieopdrachten en bekostigingsnormen belonen iets anders: productie, snelheid, overdracht, afvinken.
Neem de jeugdbescherming. Gecertificeerde instellingen worden door gemeenten en het keurmerkinstituut afgerekend op een handjevol wettelijk vastgelegde ‘Key Performance Indicators’. Die blijken vooral te gaan over de beginfase van een jeugdbeschermingsmaatregel: is er een eerste gesprek binnen vijf werkdagen en een gezinsplan binnen zes weken? Daarna verdwijnt het kind-perspectief grotendeels uit beeld en praten beschermingsorganisaties niet meer met hun opdrachtgevers en toezichthouders over een gerealiseerde contactfrequentie.
En toch laten inspectierapporten, zoals naar aanleiding van het ernstig mishandelde meisje in Vlaardingen, keer op keer hetzelfde zien: juist dát contact staat structureel onder druk. Kinderen in jeugdbescherming en pleegzorg worden te weinig alleen gesproken. Hun zienswijze verdampt in protocollen, dossiers en overdrachten. Met als gevolg dat professionals onvoldoende zicht hebben op hoe het écht met een kind gaat – en of het veilig is.
column
3 min.
Directeur Augeo Foundation
Mariëlle Dekker
Iedere professional in de jeugdzorg zal beamen dat betekenisvol contact met kinderen doorslaggevend is. Echt contact. Niet vluchtig, niet procedureel, maar persoonlijk, veilig en met ruimte voor het verhaal van een kind. Contact waarin een kind zich gezien en gehoord kan voelen, en waarin het merkt: wat ik zeg, doet ertoe.
Betekenisvol contact komt niet vanzelf