Moet ik het kind zélf spreken?
Dilemma 1:

De Kinderombudsman ontwikkelde informatiemateriaal voor ouders, kinderen en professionals dat hen kan helpen als er een besluit moet worden genomen waar kinderen bij betrokken zijn: Het beste besluit voor het kind. Er zijn twee versies: een voor jongeren (met o.a. een checklist) en een voor professionals die besluiten voor kinderen en jongeren nemen (met o.a. een stappenplan).

Het beste besluit
ervaringen

8,5 min.

Wie beter dan jongeren die zelf ingrijpende dingen hebben meegemaakt kunnen vertellen wat wel en niet werkt? Daarom is er de Augeo Jongerentaskforce. De jongeren maken hun visie o.a. kenbaar aan politici, in campagnes, in onderzoeken, op congressen en in klaslokalen. Altijd met de boodschap: zie ons, hoor ons, steun ons! Lees hier meer.

Hoeveel vraag je aan een kind? Wat deel je met de ouders? Robin, Sita en Julia van onze Jongerentaskforce reageren vanuit hun eigen ervaring op drie dilemma’s van professionals Welke spelen ook in jouw eigen sector?

Wat is de Jongerentaskforce?
Dilemma’s rondom praten met kinderen
Zal ik ‘heftige’ informatie via de moeder geven?
Dilemma 3:
Licht ik de moeder van een 16-jarige in?
Dilemma 2:

Vorig dilemma

Door niet met een kind te praten, ontneem je het een gevoel van regie. Het kan de indruk krijgen dat zijn verhaal wel interessant is, maar hijzelf niet meer. Het lijkt alsof er over je besloten kan worden zonder dat jij nog iets hoeft te zeggen. En dat werkt door tot in de volwassenheid.

Praten met het kind hoeft niet te betekenen dat een kind alles opnieuw moet vertellen, laat het maar bij een kind wat hij wel of niet vertelt. Voor alles is een tijd en een plek. Voor mij zit daar de kern: je spreekt een kind niet alleen om informatie op te halen, maar ook om te laten merken dat het kind ertoe doet. Het heeft misschien al té vaak gevoeld dat dat niet zo was.

Doordat mensen de moeite namen om de wereld om mij heen uit te leggen en samen over het alledaagse te praten, durfde ik steeds meer te vertellen. Ik wilde graag praten over waar ik mee bezig was en over mijn vriendinnen. Juist doordat ik die aandacht thuis niet kreeg, gaf het mij vertrouwen dat er mensen naar mij luisterden. Alsof ik niet alleen naar de wereld keek, maar er ook een plek in had.

Robin: Vanuit mijn eigen ervaring zou mijn antwoord zijn: spreek het kind altijd zelf, ook als je maar kort betrokken bent. Maar ik begrijp heel goed dat je twijfelt. Als een kind zijn verhaal al vaak heeft verteld en veel heftige dingen heeft meegemaakt, wil je het niet onnodig belasten en dingen naar boven laten halen. Maar het niet spreken van een kind doet vaak meer kwaad dan het wel spreken.

Je leert als kind namelijk van elke hulpverlener iets. Over hoe die naar jou en je situatie kijkt, maar ook over wat blijkbaar normaal is. Zelf ben ik geen van mijn 31 hulpverleners vergeten. Niet doordat ze allemaal lang betrokken waren, maar doordat elk contact iets bij mij achterliet. Juist ook de korte momenten. Een concreet voorbeeld: soms vroeg de hulpverlener van mijn ouders even kort aan mij hoe het op school ging of wat ik leuk vond. Wat mij ook hielp, was wanneer hulpverleners mijn gedrag koppelden aan ‘volgens mij ben je nu een beetje...’ en me daarna ontschuldigden. Zo leerde ik wel mijn gevoel herkennen, maar werd ik niet overvraagd.

Er werden aan mij te vaak grote vragen gesteld zoals: wat heb je nodig? Rationeel kon ik die beantwoorden, maar het enige wat ik ten diepste wilde, was mijn ouders niet tot last zijn en ze niet boos maken. Dus ik zou nooit eerlijk antwoord hebben gegeven op die vraag.

Bovendien was ik te druk met overleven om mijn situatie te overzien en te weten wat ik nodig had. Je hoefde mij ook niet te vragen wat ik voelde, want ik voelde niks of kon het niet verwoorden.

Reactie vanuit de Jongerentaskforce

Moet ik als raadsonderzoeker zelf in gesprek gaan met een kind, terwijl ik maar heel kort in contact ben met het kind en ook weet dat het zijn verhaal misschien al heel vaak heeft gedaan? Ik kan er immers ook voor kiezen om voor mijn onderzoek op basis van eerdere verslagen een beeld te vormen van het kind.

Moet ik het kind zélf spreken?
Dilemma 1:

‘Juist doordat ik die aandacht thuis niet kreeg, gaf het mij vertrouwen dat er mensen naar mij luisterden’

Ik heb te vaak gehoord dat behandelaren een cliënt niet actief betrekken bij een probleem. Er worden grove keuzes gemaakt zonder openlijke en transparante communicatie. Praat mét in plaats van óver.

Mijn psychotherapie is na vijf jaar eenzijdig afgebroken. Dat had ik niet voorzien, en daar is in al die jaren niet met mij over gesproken. Dat heeft me beschadigd, had gevolgen voor mijn vertrouwen. Bij de instelling waar ik nu ben, is het vanaf de start hierover gegaan. De afspraken zijn duidelijk en ik ervaar daar eerlijke en transparante communicatie en verbinding.

Ik vind jullie beslissing een goeie middenweg als die genomen is in samenspraak met het meisje. Voor toekomstige trajecten zou ik het beter vinden als je de afspraken rondom informatie delen met ouders/verzorgers al in een eerder stadium van de behandeling met je cliënt bespreekt. Maar ik neem aan dat deze casus in jullie praktijk heeft bijgedragen aan de verdere inkadering van het beleid, zodat voor toekomstige cliënten transparant is wat zij kunnen verwachten en waar de zorgplicht van de instelling ligt.

Daarnaast vraag ik me af: heb je jouw dilemma met de cliënt besproken? Dat zou ik zeker doen. Betrek haar er actief bij. Door als therapeut transparant te zijn over jullie afwegingen, blijft de communicatie integer en helder. Als je betrokkenheid toont, erken je de worstelingen van de cliënt en dat versterkt de therapeutische relatie met jou.

Sita: Ik denk dat het op de eerste plaats belangrijk is om te weten waar jullie als praktijk voor staan. Hoewel de leeftijdsgrens van 16 jaar een lastig gegeven blijft, kunnen duidelijke kaders de nodige houvast geven voor zowel de organisatie als de cliënt.

Reactie vanuit de Jongerentaskforce

Als vaktherapeut had ik een jonge meid van 16 in behandeling. Ze vertelde dat ze naast zelfbeschadiging nu ook een suïcidepoging had gedaan. Zij wilde absoluut niet dat haar moeder dit zou weten. Met jonge kinderen is de afspraak in mijn praktijk: alles blijft tussen ons, tenzij het om je veiligheid gaat, dan bespreken we samen hoe we ouders of verzorgers kunnen betrekken. Maar bij een meisje van 16 jaar? Ik legde het voor aan de betrokken behandelteams. Zij waren het niet met elkaar eens. Sommige behandelaars waren van kamp ‘absoluut ouders/verzorgers betrekken’, op dezelfde voorwaarden als bij de jongere kinderen. Het andere kamp vond dat we absoluut de wens van dit meisje moesten volgen. We kozen uiteindelijk een middenweg: duidelijke afspraken over haar veiligheid, samen met mij een gesprek met de betrokken psychiater, samen een locatie zoeken waar ze in crisis heen mocht en toewerken naar een gesprek met haar moeder waarin dit wel gedeeld werd. Hoe denkt de Jongerentaskforce over deze oplossing?

Licht ik de moeder van een 16-jarige in? 
Dilemma 2:

‘Praat mét in plaats van óver het kind

Volgend dilemma

Mijn eerste advies is: investeer in het contact met het kind. Als jeugdbeschermer moet je soms ingrijpende beslissingen nemen voor een kind en juist daarom is het belangrijk dat het kind de jeugdbeschermer goed kent, én de jeugdbeschermer het kind goed kent. In zo’n goede relatie deel je niet alleen heftige informatie, maar komen ook de leuke momenten ter sprake.

Zo krijgt het contact ook niet per definitie een negatieve lading. En zal het kind mogelijk leren dat het zelf invloed heeft op wat er besloten wordt. Dit kan het vertrouwen in de hulpverleners - ook in het latere leven - verbeteren.

Nu over de moeder: waarom denkt zij dat de informatie te belastend zal zijn? Heeft dat puur met de informatie zelf te maken? Waarom is het anders als de moeder het vertelt? Heeft ze geen vertrouwen in hoe het verteld zal worden? Of is ze bang dat haar kind niet met de emoties kan omgaan?

Met de moeder kun je bespreken wat het kind van jou nodig zal hebben. Heeft het bijvoorbeeld meer tijd nodig, helpt het om ondertussen een spelletje te spelen of de hond uit te laten, is er een bepaald moment dat het kind beter in staat is de informatie te ontvangen? De moeder kan zelf ook een rol spelen bij het opvangen van de emoties.

Maar de belangrijkste vraag vind ik: wat vindt het kind zelf? Als het aangeeft dat het de informatie liever van moeder wil ontvangen, is het wel goed om te bespreken hoe en wanneer die informatie gedeeld wordt. Door hier een tussenpersoon in te voegen, ontstaat het risico dat niet alle informatie gedeeld wordt of niet op de juiste manier.

Jullie kunnen ook afspreken dat moeder eerst de informatie met het kind deelt, en dat jij als jeugdbeschermer dit daarna met het kind bespreekt. Zo komt de lading van de informatie - als het goed is - al ter sprake in het gesprek tussen moeder en kind, en kan de jeugdbeschermer checken of alle informatie goed is aangekomen, of dat er dingen ontbreken of verduidelijking nodig is. Geef het kind ook de ruimte om zijn mening te geven of vragen aan jou te stellen.

Natuurlijk is het niet wenselijk om ál het contact via moeder te laten verlopen. Gesprekken tussen de jeugdbeschermer en het kind draaien niet alleen om het informeren van het kind. Ze bieden het kind ook de gelegenheid om belangrijke dingen te bespreken én de jeugdbeschermer krijgt een directe inkijk in de leefwereld van het kind.

Hoe dan ook: er is dit dilemma niet één antwoord mogelijk dat voor alle kinderen geldt. Het basisprincipe van kinderparticipatie is het informeren en betrekken van kinderen in de dingen die over hem of haar gaan. Dat geldt voor de heftige informatie, maar ook voor dit soort keuzes als wie informatie deelt. Stel het kind in staat om zelf zijn mening te vormen en deze te uiten, zoals artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag zegt.

Zelf had ik het graag zo gewild.

Als jeugdbeschermer is jouw rol dus niet gelimiteerd tot het informeren van een kind, maar geef je een kind ook een stem in zaken die over zijn leven gaan. Wanneer het gaat over heftige informatie, is dit misschien zelfs des te belangrijker. Door voor het kind te besluiten om moeder de informatie te laten vertellen, ontneem je het kind de mogelijkheid om op een directe manier te participeren.  

Julia: Ik herken mij in de situatie en had zelf graag informatie via de jeugdbeschermer gekregen. Ik heb vaak meegemaakt dat er dingen over mij werden besproken of besloten, zoals de mate van contact met mijn ouders, de uitspraak van rechtszaken of de inzet van extra hulp, zonder dat de jeugdbeschermer hierover met mij in gesprek ging. Het was voor mij heel belangrijk om een goede band op te bouwen met de jeugdbeschermer, zodat ik uiteindelijk ook zelf meer durfde te vertellen aan diegene. Wanneer ik informatie via mijn ouders kreeg of per mail/brief, kon ik weinig opbouwen met de jeugdbeschermer en voelde ik mij vaak machteloos omdat ik geen vragen kon stellen of mijn eigen mening kon geven. Ik leerde dat mijn mening er niet toe deed en dat anderen alles voor mij beslisten. Pas later, op oudere leeftijd, leerde ik hoe het is om autonomie te hebben, iets wat voor mij nog elke dag belangrijk is want het gaat tenslotte om mijn leven.

Dat het belangrijk is om een kind te betrekken, is ook vastgelegd in artikel 12 van het VN-kinderrechtenverdrag. Daarin hebben kinderen niet alleen recht op informatie, maar ook op participatie. Kinderparticipatie gaat onder andere ook over het raadplegen en meewegen van de mening van het kind over een beslissing. Juist voor kinderen is het belangrijk dat zij leren dat hun stem ertoe doet. Op die manier kunnen zij ervaren dat zij een - bij de leeftijd passende - mate van autonomie hebben over hun leven, wat kan bijdragen aan hun eigenwaarde.

Reactie vanuit de Jongerentaskforce

De moeder van een jongen van 10 vroeg mij, jeugdbeschermer, of ik informatie die bedoeld is voor haar kind, via haar wilde laten lopen. Ze schatte in dat die ‘heftige’ informatie te belastend zou zijn voor haar kind, als hij het van ‘een relatief vreemde’ moest horen. Ik weet dat kinderen op deze manier weggehouden kunnen worden van informatie die ze wel zouden moeten krijgen. Ik vraag me af: in hoeverre kun je een kind van 10 betrekken en informatie geven? En hoe kan ik het beste reageren op het verzoek van de moeder?

Zal ik ‘heftige’ informatie via de moeder geven?
Dilemma 3:

Ontneem het kind niet de mogelijkheid om op een directe manier te participeren’

deel dit artikel

De Kinderombudsman ontwikkelde informatiemateriaal voor ouders, kinderen en professionals dat hen kan helpen als er een besluit moet worden genomen waar kinderen bij betrokken zijn: Het beste besluit voor het kind. Er zijn twee versies: een voor jongeren (met o.a. een checklist) en een voor professionals die besluiten voor kinderen en jongeren nemen (met o.a. een stappenplan).

Het beste besluit

Wie beter dan jongeren die zelf ingrijpende dingen hebben meegemaakt kunnen vertellen wat wel en niet werkt? Daarom is er de Augeo Jongerentaskforce. De jongeren maken hun visie o.a. kenbaar aan politici, in campagnes, in onderzoeken, op congressen en in klaslokalen. Altijd met de boodschap: zie ons, hoor ons, steun ons! Lees hier meer.

Wat is de Jongerentaskforce?

Julia: Ik herken mij in de situatie en had zelf graag informatie via de jeugdbeschermer gekregen. Ik heb vaak meegemaakt dat er dingen over mij werden besproken of besloten, zoals de mate van contact met mijn ouders, de uitspraak van rechtszaken of de inzet van extra hulp, zonder dat de jeugdbeschermer hierover met mij in gesprek ging. Het was voor mij heel belangrijk om een goede band op te bouwen met de jeugdbeschermer, zodat ik uiteindelijk ook zelf meer durfde te vertellen aan diegene. Wanneer ik informatie via mijn ouders kreeg of per mail/brief, kon ik weinig opbouwen met de jeugdbeschermer en voelde ik mij vaak machteloos omdat ik geen vragen kon stellen of mijn eigen mening kon geven. Ik leerde dat mijn mening er niet toe deed en dat anderen alles voor mij beslisten. Pas later, op oudere leeftijd, leerde ik hoe het is om autonomie te hebben, iets wat voor mij nog elke dag belangrijk is want het gaat tenslotte om mijn leven.

Dat het belangrijk is om een kind te betrekken, is ook vastgelegd in artikel 12 van het VN-kinderrechtenverdrag. Daarin hebben kinderen niet alleen recht op informatie, maar ook op participatie. Kinderparticipatie gaat onder andere ook over het raadplegen en meewegen van de mening van het kind over een beslissing. Juist voor kinderen is het belangrijk dat zij leren dat hun stem ertoe doet. Op die manier kunnen zij ervaren dat zij een - bij de leeftijd passende - mate van autonomie hebben over hun leven, wat kan bijdragen aan hun eigenwaarde.

De moeder van een jongen van 10 vroeg mij, jeugdbeschermer, of ik informatie die bedoeld is voor haar kind, via haar wilde laten lopen. Ze schatte in dat die ‘heftige’ informatie te belastend zou zijn voor haar kind, als hij het van ‘een relatief vreemde’ moest horen. Ik weet dat kinderen op deze manier weggehouden kunnen worden van informatie die ze wel zouden moeten krijgen. Ik vraag me af: in hoeverre kun je een kind van 10 betrekken en informatie geven? En hoe kan ik het beste reageren op het verzoek van de moeder?

Zal ik ‘heftige’ informatie via de moeder geven?
Dilemma 3:

‘Praat mét in plaats van óver het kind

Ik heb te vaak gehoord dat behandelaren een cliënt niet actief betrekken bij een probleem. Er worden grove keuzes gemaakt zonder openlijke en transparante communicatie. Praat mét in plaats van óver.

Mijn psychotherapie is na vijf jaar eenzijdig afgebroken. Dat had ik niet voorzien, en daar is in al die jaren niet met mij over gesproken. Dat heeft me beschadigd, had gevolgen voor mijn vertrouwen. Bij de instelling waar ik nu ben, is het vanaf de start hierover gegaan. De afspraken zijn duidelijk en ik ervaar daar eerlijke en transparante communicatie en verbinding.

Ik vind jullie beslissing een goeie middenweg als die genomen is in samenspraak met het meisje. Voor toekomstige trajecten zou ik het beter vinden als je de afspraken rondom informatie delen met ouders/verzorgers al in een eerder stadium van de behandeling met je cliënt bespreekt. Maar ik neem aan dat deze casus in jullie praktijk heeft bijgedragen aan de verdere inkadering van het beleid, zodat voor toekomstige cliënten transparant is wat zij kunnen verwachten en waar de zorgplicht van de instelling ligt.

Daarnaast vraag ik me af: heb je jouw dilemma met de cliënt besproken? Dat zou ik zeker doen. Betrek haar er actief bij. Door als therapeut transparant te zijn over jullie afwegingen, blijft de communicatie integer en helder. Als je betrokkenheid toont, erken je de worstelingen van de cliënt en dat versterkt de therapeutische relatie met jou.

Sita: Ik denk dat het op de eerste plaats belangrijk is om te weten waar jullie als praktijk voor staan. Hoewel de leeftijdsgrens van 16 jaar een lastig gegeven blijft, kunnen duidelijke kaders de nodige houvast geven voor zowel de organisatie als de cliënt.

Door niet met een kind te praten, ontneem je het een gevoel van regie. Het kan de indruk krijgen dat zijn verhaal wel interessant is, maar hijzelf niet meer. Het lijkt alsof er over je besloten kan worden zonder dat jij nog iets hoeft te zeggen. En dat werkt door tot in de volwassenheid.

Praten met het kind hoeft niet te betekenen dat een kind alles opnieuw moet vertellen, laat het maar bij een kind wat hij wel of niet vertelt. Voor alles is een tijd en een plek. Voor mij zit daar de kern: je spreekt een kind niet alleen om informatie op te halen, maar ook om te laten merken dat het kind ertoe doet. Het heeft misschien al té vaak gevoeld dat dat niet zo was.

Doordat mensen de moeite namen om de wereld om mij heen uit te leggen en samen over het alledaagse te praten, durfde ik steeds meer te vertellen. Ik wilde graag praten over waar ik mee bezig was en over mijn vriendinnen. Juist doordat ik die aandacht thuis niet kreeg, gaf het mij vertrouwen dat er mensen naar mij luisterden. Alsof ik niet alleen naar de wereld keek, maar er ook een plek in had.

‘Juist doordat ik die aandacht thuis niet kreeg, gaf het mij vertrouwen dat er mensen naar mij luisterden’

Robin: Vanuit mijn eigen ervaring zou mijn antwoord zijn: spreek het kind altijd zelf, ook als je maar kort betrokken bent. Maar ik begrijp heel goed dat je twijfelt. Als een kind zijn verhaal al vaak heeft verteld en veel heftige dingen heeft meegemaakt, wil je het niet onnodig belasten en dingen naar boven laten halen. Maar het niet spreken van een kind doet vaak meer kwaad dan het wel spreken.

Je leert als kind namelijk van elke hulpverlener iets. Over hoe die naar jou en je situatie kijkt, maar ook over wat blijkbaar normaal is. Zelf ben ik geen van mijn 31 hulpverleners vergeten. Niet doordat ze allemaal lang betrokken waren, maar doordat elk contact iets bij mij achterliet. Juist ook de korte momenten. Een concreet voorbeeld: soms vroeg de hulpverlener van mijn ouders even kort aan mij hoe het op school ging of wat ik leuk vond. Wat mij ook hielp, was wanneer hulpverleners mijn gedrag koppelden aan ‘volgens mij ben je nu een beetje...’ en me daarna ontschuldigden. Zo leerde ik wel mijn gevoel herkennen, maar werd ik niet overvraagd.

Er werden aan mij te vaak grote vragen gesteld zoals: wat heb je nodig? Rationeel kon ik die beantwoorden, maar het enige wat ik ten diepste wilde, was mijn ouders niet tot last zijn en ze niet boos maken. Dus ik zou nooit eerlijk antwoord hebben gegeven op die vraag.

Bovendien was ik te druk met overleven om mijn situatie te overzien en te weten wat ik nodig had. Je hoefde mij ook niet te vragen wat ik voelde, want ik voelde niks of kon het niet verwoorden.

Dilemma 1:

Moet ik als raadsonderzoeker zelf in gesprek gaan met een kind, terwijl ik maar heel kort in contact ben met het kind en ook weet dat het zijn verhaal misschien al heel vaak heeft gedaan? Ik kan er immers ook voor kiezen om voor mijn onderzoek op basis van eerdere verslagen een beeld te vormen van het kind.

Moet ik het kind zélf spreken?
Reactie vanuit de Jongerentaskforce
ervaringen

8,5 min.

Hoeveel vraag je aan een kind? Wat deel je met de ouders? Robin, Sita en Julia van onze Jongerentaskforce reageren vanuit hun eigen ervaring op drie dilemma’s van professionals Welke spelen ook in jouw eigen sector?

Dilemma’s rondom praten met kinderen
Reactie vanuit de Jongerentaskforce

Als vaktherapeut had ik een jonge meid van 16 in behandeling. Ze vertelde dat ze naast zelfbeschadiging nu ook een suïcidepoging had gedaan. Zij wilde absoluut niet dat haar moeder dit zou weten. Met jonge kinderen is de afspraak in mijn praktijk: alles blijft tussen ons, tenzij het om je veiligheid gaat, dan bespreken we samen hoe we ouders of verzorgers kunnen betrekken. Maar bij een meisje van 16 jaar? Ik legde het voor aan de betrokken behandelteams. Zij waren het niet met elkaar eens. Sommige behandelaars waren van kamp ‘absoluut ouders/verzorgers betrekken’, op dezelfde voorwaarden als bij de jongere kinderen. Het andere kamp vond dat we absoluut de wens van dit meisje moesten volgen. We kozen uiteindelijk een middenweg: duidelijke afspraken over haar veiligheid, samen met mij een gesprek met de betrokken psychiater, samen een locatie zoeken waar ze in crisis heen mocht en toewerken naar een gesprek met haar moeder waarin dit wel gedeeld werd. Hoe denkt de Jongerentaskforce over deze oplossing?

Licht ik de moeder van een 16-jarige in? 
Dilemma 2:
Reactie vanuit de Jongerentaskforce

Ontneem het kind niet de mogelijkheid om op een directe manier te participeren’

Als jeugdbeschermer is jouw rol dus niet gelimiteerd tot het informeren van een kind, maar geef je een kind ook een stem in zaken die over zijn leven gaan. Wanneer het gaat over heftige informatie, is dit misschien zelfs des te belangrijker. Door voor het kind te besluiten om moeder de informatie te laten vertellen, ontneem je het kind de mogelijkheid om op een directe manier te participeren.  

Mijn eerste advies is: investeer in het contact met het kind. Als jeugdbeschermer moet je soms ingrijpende beslissingen nemen voor een kind en juist daarom is het belangrijk dat het kind de jeugdbeschermer goed kent, én de jeugdbeschermer het kind goed kent. In zo’n goede relatie deel je niet alleen heftige informatie, maar komen ook de leuke momenten ter sprake.

Zo krijgt het contact ook niet per definitie een negatieve lading. En zal het kind mogelijk leren dat het zelf invloed heeft op wat er besloten wordt. Dit kan het vertrouwen in de hulpverleners - ook in het latere leven - verbeteren.

Nu over de moeder: waarom denkt zij dat de informatie te belastend zal zijn? Heeft dat puur met de informatie zelf te maken? Waarom is het anders als de moeder het vertelt? Heeft ze geen vertrouwen in hoe het verteld zal worden? Of is ze bang dat haar kind niet met de emoties kan omgaan?

Met de moeder kun je bespreken wat het kind van jou nodig zal hebben. Heeft het bijvoorbeeld meer tijd nodig, helpt het om ondertussen een spelletje te spelen of de hond uit te laten, is er een bepaald moment dat het kind beter in staat is de informatie te ontvangen? De moeder kan zelf ook een rol spelen bij het opvangen van de emoties.

Maar de belangrijkste vraag vind ik: wat vindt het kind zelf? Als het aangeeft dat het de informatie liever van moeder wil ontvangen, is het wel goed om te bespreken hoe en wanneer die informatie gedeeld wordt. Door hier een tussenpersoon in te voegen, ontstaat het risico dat niet alle informatie gedeeld wordt of niet op de juiste manier.

Jullie kunnen ook afspreken dat moeder eerst de informatie met het kind deelt, en dat jij als jeugdbeschermer dit daarna met het kind bespreekt. Zo komt de lading van de informatie - als het goed is - al ter sprake in het gesprek tussen moeder en kind, en kan de jeugdbeschermer checken of alle informatie goed is aangekomen, of dat er dingen ontbreken of verduidelijking nodig is. Geef het kind ook de ruimte om zijn mening te geven of vragen aan jou te stellen.

Natuurlijk is het niet wenselijk om ál het contact via moeder te laten verlopen. Gesprekken tussen de jeugdbeschermer en het kind draaien niet alleen om het informeren van het kind. Ze bieden het kind ook de gelegenheid om belangrijke dingen te bespreken én de jeugdbeschermer krijgt een directe inkijk in de leefwereld van het kind.

Hoe dan ook: er is dit dilemma niet één antwoord mogelijk dat voor alle kinderen geldt. Het basisprincipe van kinderparticipatie is het informeren en betrekken van kinderen in de dingen die over hem of haar gaan. Dat geldt voor de heftige informatie, maar ook voor dit soort keuzes als wie informatie deelt. Stel het kind in staat om zelf zijn mening te vormen en deze te uiten, zoals artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag zegt.

Zelf had ik het graag zo gewild.

Augeo Magazine: Hét online tijdschrift over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo Foundation al 15 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo Magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm