Zó werkt samenwerken echt

In Maassluis namen huisartsenpraktijk, wijkteam, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en Zorgorganisatie Eerste Lijn het initiatief om elkaars werkwijze beter te leren kennen. Opbrengsten: begrip voor elkaar, een snellere informatie-uitwisseling en laagdrempeliger contact bij vermoedens van kindermishandeling en het inzetten van hulp.

Reportage

Auteur: Annette Wiesman  |  Leestijd: 8 minuten

‘Fijn dat je ons opzocht’, reageert Astrid Saenen, de jeugdverpleegkundige uit het wijkteam in Maassluis. ‘Als jeugdverpleegkundigen weten we veel van kwetsbare gezinnen. Dat is ook onze taak.’ Antoinet Smallegange, projectadviseur bij Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL, een regionale ondersteuningsorganisatie voor de eerstelijnszorg), laat weten dit een mooi voorbeeld te vinden van wat samenwerking oplevert: ‘Hoe meer iedereen in de eerste lijn met elkaar samenwerkt, hoe minder jullie Veilig Thuis nodig hebben.’

Ivana Glavas van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond legt uit dat ook bij het zelf inzetten van hulp het volgen van de meldcode altijd van belang is. Niet alleen heeft Veilig Thuis vertrouwensartsen in dienst, waar de huisarts advies kan vragen, maar ook vanwege de radarfunctie. ‘Veilig Thuis kan signalen van verschillende melders combineren en veiligheid over een langere periode volgen.’

Mooi voorbeeld

We zijn aanwezig bij de tweede online bijeenkomst van eerstelijns professionals en Veilig Thuis in Maassluis over kindermishandeling. De deelnemers zijn POH’s-GGZ uit verschillende praktijken, een jeugdverpleegkundige van het CJG in het wijkteam, de kaderhuisarts GGZ en procesregisseurs van Veilig Thuis. Tijdens een eerdere bijeenkomst vertelden zij ieder over hun werkwijze, vandaag over hun wederzijdse verwachtingen. ‘Kort geleden vroeg ik Astrid van het wijkteam of zij contact kon opnemen met een gezin waarover ik me zorgen maakte’, zegt een praktijkondersteuner (POH-GGZ). ‘Dat dat kan, is heel prettig.’

Carla van Beurden
Kaderhuisarts GGZ & Huisarts in Maassluis

Antoinet Smallegange
Projectadviseur bij Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL)

“Als ik weet hoe het bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en het wijkteam eraan toe gaat, wordt het samenwerken makkelijker”

Praktijkondersteuners

In overleg met Glavas werd besloten om bij elkaar te komen. Op aanraden van Smallegange werd ervoor gekozen om de groep klein te houden. Dan zit je met partners bij elkaar die ook in het echt met elkaar zullen samenwerken, legt Smallegange uit. ‘Ik wilde ook graag de banden met POH’s-GGZ aanhalen. Zij zien veel ouders, maar de ervaring leert dat zij niet of nauwelijks melden en weinig om advies vragen, dus daar zit nog een leemte. Bovendien hebben POH’s-GGZ meer tijd dan huisartsen om problemen op te pakken en een zorgketen op te zetten. Daarom hebben we er een soort scholing voor POH GGZ van gemaakt.’

Een van de initiatiefnemers van deze bijeenkomsten is kaderhuisarts GGZ Carla van Beurden, tevens huisarts in Maassluis. De aanleiding: voor haar is de werkwijze van Veilig Thuis soms een soort black box. ‘Bijvoorbeeld als ik graag een terugkoppeling wil over een melding en te horen krijg dat het onderzoek nog gaande is, of als ik na een melding hoor dat het verslag onvoldoende gedocumenteerd is. Als ik weet hoe het bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en het wijkteam eraan toe gaat, wordt het samenwerken makkelijker.’

Kindcheck

Maar wat als de huisarts of POH-GGZ alleen informant was en geen melder? Dan weegt Veilig Thuis af of een terugkoppeling voor het goed uitvoeren van de huisartsentaak noodzakelijk is

Een ander hot item dat aan bod komt: de terugkoppeling door Veilig Thuis na een melding. De melder wordt volgens het handelingsprotocol van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond op de hoogte gebracht wat er met de melding is gedaan. Maar wat als de huisarts of POH-GGZ alleen informant was en geen melder? Daarbij maakt Veilig Thuis de afweging of het voor het goed uitvoeren van de huisartsentaak noodzakelijk is om ook aan hem of haar een terugkoppeling te geven, kwam tijdens de vorige bijeenkomst al aan de orde. Als er verder geen sprake is van onveiligheid en er verder niet zoveel aan de hand is, is dat ook niet nodig, is de gedachte. Toch krijgt Van Beurden niet altijd een terugkoppeling als zij dat vanwege de aard van de melding wel zouden verwachten, zegt ze. Dat is soms een lastige afweging, erkennen de twee Veilig Thuis-medewerkers.

Tijdens de bijeenkomst informeert POH-GGZ Marit Toledo bij haar collega’s van andere huisartsenpraktijken of zij de ‘kindcheck’ wel eens toepassen. Vragen zij aan patiënten die met bijvoorbeeld een langdurige depressie of verslaving kampen, of zij kinderen hebben? Het levert een korte stilte op. Volgens een collega komt het niet zo vaak voor. Ze vraagt er wel eens naar, maar patiënten zeggen meestal dat het prima met hen gaat. ‘Als ik zorgen heb, overleg ik met de huisarts.’ Toledo reageert: ‘De kindcheck is maar een eerste stap, hè? Stel jezelf de vraag: als het lang duurt, is de ouder dan in staat om adequate zorg te bieden? Dat betekent niet meteen een melding, maar wel dat je de aandacht op de situatie vestigt.’

Ook de contactpersonen worden doorgenomen: wie onderhoudt in de huisartsenpraktijk het contact met het wijkteam? Antwoord: soms de POH-GGZ, soms de huisarts via een beveiligde app van Siilo. Maar wat te doen, zegt iemand, als de ouders niet willen dat het wijkteam wordt betrokken? Zijn er mogelijkheden om die toch te betrekken? Glavas benadrukt dat je altijd moet proberen de ouder het belang daarvan te laten inzien. ‘Je kunt bijvoorbeeld zeggen: toch ben ik ongerust, vind je het goed als ik deze informatie deel, om mijn zorgen weg te nemen?’

Opbrengsten

‘De drempel voor samenwerken is door deze bijeenkomsten een stuk verlaagd’

Volgens haar wordt er aan beide kanten – zorg en hulpverlening – veel zelf opgelost. ‘Bij huisartsen is er soms een houding van: we doen het zelf wel, of juist: doe jij het maar. En omgekeerd komt het voor dat de huisarts soms geen informatie heeft om te delen, als Veilig Thuis onderzoek doet naar een dossier. Samenwerking kan dan veel opleveren, voor beide kanten. Denk aan de POH-GGZ, die op verzoek van Veilig Thuis na het maken van veiligheidsafspraken een oogje in het zeil houdt. De drempel voor samenwerken is door deze bijeenkomsten een stuk verlaagd.’

Wat de belangrijkste opbrengsten zijn van bijeenkomsten zoals deze? Volgens Glavas zijn ze niet alleen belangrijk om elkaars gezicht te leren kennen, maar ook voor de beeldvorming. ‘Als aandachtsfunctionaris voor deze gemeente heb ik nauw contact met het wijkteam en ik bespreek casuïstiek met het lokale veld. Daarbij merk ik dat huisartsen soms sceptisch zijn over de dienstverlening van Veilig Thuis, vanwege negatieve ervaringen of door onbekendheid. Hopelijk wordt het beeld dankzij deze bijeenkomsten bijgesteld. Wanneer POH’s-GGZ en huisartsen ons vaker om advies gaan vragen, omdat ze beseffen dat wij vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld onderzoeken en proberen hulp op gang te brengen, ben ik al heel blij.’

Elkaars werkwijze kennen is een andere opbrengst. Volgens Smallegange is dat cruciaal voor een goede samenwerking. Neem bijvoorbeeld het verschil in werkwijze tussen Veilig Thuis en het wijkteam. Waar het bij Veilig Thuis om kortdurende trajecten gaat, die gericht zijn op onderzoek en veiligheid – Veilig Thuis verleent geen hulp, maar organiseert het – kijkt een wijkteam breed naar wat er nodig is in het gezin, en blijft het er soms langdurig bij betrokken. ‘Dat onderscheid is voor de huisarts niet altijd duidelijk.’

‘Ik wil me niet overal mee bemoeien, maar bij ernstige zaken wil ik weten: loopt het?’

Overzicht

Kaderhuisarts GGZ en huisarts Carla van Beurden vindt het een fijn idee dat ze voortaan, als ze organisatorische zaken wil overleggen met Veilig Thuis of als een melding een keer niet lekker loopt, dat kan afstemmen met iemand die ze kent. Ook is ze blij dat ze de belangrijke rol van de huisarts in het onderzoek na een melding nog eens heeft kunnen benadrukken.

‘Ik merk elke keer hoe belangrijk samenwerking is. We zijn nu bezig met een meisje van 12, dat misbruikt is door haar vader. Het wijkteam heeft dat gemeld bij Veilig Thuis. De moeder is naar onze POH-GGZ gestuurd. Van haar hebben we gehoord dat er gesprekken lopen tussen het meisje en de gezinsspecialist op school. Maar ik vraag me af: is dat voldoende? Als er zoveel partijen betrokken zijn, is het fijn als ik ook een beetje overzicht heb. Ik heb met de gezinsregisseur van het wijkteam geappt, en die heeft me beloofd dat ze me gaat terugbellen. Ik wil me niet overal mee bemoeien, maar bij ernstige zaken wil ik weten: loopt het?’

Huisarts Miriam Smit, huisartsenpraktijk Wheermolen Purmerend over Wijkoverleg Jeugd

‘De IB’er van de basisschool benaderde ons omdat zij wist dat de moeder van twee van hun leerlingen een psychose had gehad’

‘Ons wijkoverleg heeft nu al veel opgeleverd’

Toekomst

Hoe nu verder? Vooralsnog blijft het voor de POH-GGZ bij twee bijeenkomsten. ‘We willen dit ook in andere gemeenten gaan doen, juist omdat Veilig Thuis per gemeente anders georganiseerd is’, zegt Smallegange. ZEL heeft te maken Veilig Thuis Rotterdam en Veilig Thuis Haaglanden. ‘Hier in Maassluis willen we de onderlinge contacten zoveel mogelijk beleggen in de bestaande overlegmomenten, zoals het reguliere tweejaarlijkse huisartsenoverleg met wijkteam, aandachtsfunctionaris Veilig Thuis en gemeente.’ Van Beurden zou het geen gek idee vinden om de bijeenkomsten elk jaar te herhalen, om de samenwerking te evalueren. ‘Maar ook vanwege de wisseling van de gezichten.’

Tijdens de rondvraag na afloop van de bijeenkomst zijn de deelnemers positief. ‘Fijn dat jullie kritisch durven te zijn’, klinkt het, en ‘goed om te weten hoe anderen werken’. ‘Interessant om te weten dat er vóór het doen van een melding nog heel veel mogelijk is’, merkt een ander op. Ook laten de POH’s-GGZ weten het fijn te vinden om op de kindcheck geattendeerd te zijn. ‘Ik ga er scherper op letten.’

Het heeft al concrete resultaten opgeleverd. Zo hadden wij grote zorgen over een gezin met multiproblemen, waar we via familieleden uit onze praktijk over hoorden. De baby en moeder zaten niet in onze praktijk. Ik nam contact op met de jeugdarts uit ons Wijkoverleg jeugd met de vraag of de baby bij hen bekend was. Hij kon me geruststellen. Ander voorbeeld: de IB’er van de basisschool benaderde ons omdat zij wist dat de moeder van twee van hun leerlingen een psychose had gehad. Mijn collega heeft haar benaderd en zocht uit waar de kinderen waren. Die bleken veilig bij vader te zitten. Het was fijn om door school ingeseind te worden. 

Vanwege de AvG moet je ouders om toestemming vragen om informatie met anderen te delen. Maar als de veiligheid van het kind in het geding is mag het ook zonder die toestemming. Het is niet zo zwart-wit. We zijn nu bezig om die regels scherper in beeld te krijgen: wat mag wel en niet. Het is niet goed werkbaar als meerdere instanties betrokken zijn bij hetzelfde gezin, maar zij elkaar niet mogen vertellen wat ze doen.’

‘In onze achterstandswijk spelen veel medische en maatschappelijke problemen. Als huisartsen vroegen we ons af: wat kunnen we doen als een probleem van een van onze patiënten niet-medisch is? Ook de regio-organisatie voor huisartsen wilde meer wijkgericht gaan werken. De geplande nieuwbouw in de wijk en de bijbehorende veranderingen waren een goede aanleiding om elkaar beter te leren kennen.

Sinds een half jaar hebben we in Wheermolen daarom elke twee maanden een Wijkoverleg Jeugd. Doel is elkaar beter leren kennen en casuïstiek te bespreken, zodat we snel kunnen schakelen als er zorgen zijn over een kind. We signaleren vermoedens van kinderen die nog niet in beeld zijn en proberen te inventariseren welke hulp er is bij kinderen die wél al in beeld zijn. Behalve onze huisartsenpraktijk zit er in het overleg nog een andere huisartsenpraktijk, een IB’er van de basisschool uit de wijk, een jeugdverpleegkundige, een jeugdarts en de POH-Jeugd die werkt voor meerdere praktijken. We krijgen logistieke begeleiding vanuit de regio-organisatie voor huisartsen. Binnenkort komt er nog een derde huisartsenpraktijk bij.

Reportage

Auteur: Annette Wiesman  |  Leestijd: 8 minuten

Zó werkt samenwerken echt

In Maassluis namen huisartsenpraktijk, wijkteam, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en Zorgorganisatie Eerste Lijn het initiatief om elkaars werkwijze beter te leren kennen. Opbrengsten: begrip voor elkaar, een snellere informatie-uitwisseling en laagdrempeliger contact bij vermoedens van kindermishandeling en het inzetten van hulp.

‘Fijn dat je ons opzocht’, reageert Astrid Saenen, de jeugdverpleegkundige uit het wijkteam in Maassluis. ‘Als jeugdverpleegkundigen weten we veel van kwetsbare gezinnen. Dat is ook onze taak.’ Antoinet Smallegange, projectadviseur bij Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL, een regionale ondersteuningsorganisatie voor de eerstelijnszorg), laat weten dit een mooi voorbeeld te vinden van wat samenwerking oplevert: ‘Hoe meer iedereen in de eerste lijn met elkaar samenwerkt, hoe minder jullie Veilig Thuis nodig hebben.’

Ivana Glavas van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond legt uit dat ook bij het zelf inzetten van hulp het volgen van de meldcode altijd van belang is. Niet alleen heeft Veilig Thuis vertrouwensartsen in dienst, waar de huisarts advies kan vragen, maar ook vanwege de radarfunctie. ‘Veilig Thuis kan signalen van verschillende melders combineren en veiligheid over een langere periode volgen.’

Mooi voorbeeld

We zijn aanwezig bij de tweede online bijeenkomst van eerstelijns professionals en Veilig Thuis in Maassluis over kindermishandeling. De deelnemers zijn POH’s-GGZ uit verschillende praktijken, een jeugdverpleegkundige van het CJG in het wijkteam, de kaderhuisarts GGZ en procesregisseurs van Veilig Thuis. Tijdens een eerdere bijeenkomst vertelden zij ieder over hun werkwijze, vandaag over hun wederzijdse verwachtingen. ‘Kort geleden vroeg ik Astrid van het wijkteam of zij contact kon opnemen met een gezin waarover ik me zorgen maakte’, zegt een praktijkondersteuner (POH-GGZ). ‘Dat dat kan, is heel prettig.’

In overleg met Glavas werd besloten om bij elkaar te komen. Op aanraden van Smallegange werd ervoor gekozen om de groep klein te houden. Dan zit je met partners bij elkaar die ook in het echt met elkaar zullen samenwerken, legt Smallegange uit. ‘Ik wilde ook graag de banden met POH’s-GGZ aanhalen. Zij zien veel ouders, maar de ervaring leert dat zij niet of nauwelijks melden en weinig om advies vragen, dus daar zit nog een leemte. Bovendien hebben POH’s-GGZ meer tijd dan huisartsen om problemen op te pakken en een zorgketen op te zetten. Daarom hebben we er een soort scholing voor POH GGZ van gemaakt.’

“Als ik weet hoe het bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en het wijkteam eraan toe gaat, wordt het samenwerken makkelijker”

Een van de initiatiefnemers van deze bijeenkomsten is kaderhuisarts GGZ Carla van Beurden, tevens huisarts in Maassluis. De aanleiding: voor haar is de werkwijze van Veilig Thuis soms een soort black box. ‘Bijvoorbeeld als ik graag een terugkoppeling wil over een melding en te horen krijg dat het onderzoek nog gaande is, of als ik na een melding hoor dat het verslag onvoldoende gedocumenteerd is. Als ik weet hoe het bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en het wijkteam eraan toe gaat, wordt het samenwerken makkelijker.’

Praktijkondersteuners

Carla van Beurden
Kaderhuisarts GGZ & Huisarts in Maassluis

Antoinet Smallegange
Projectadviseur bij Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL)

Een ander hot item dat aan bod komt: de terugkoppeling door Veilig Thuis na een melding. De melder wordt volgens het handelingsprotocol van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond op de hoogte gebracht wat er met de melding is gedaan. Maar wat als de huisarts of POH-GGZ alleen informant was en geen melder? Daarbij maakt Veilig Thuis de afweging of het voor het goed uitvoeren van de huisartsentaak noodzakelijk is om ook aan hem of haar een terugkoppeling te geven, kwam tijdens de vorige bijeenkomst al aan de orde. Als er verder geen sprake is van onveiligheid en er verder niet zoveel aan de hand is, is dat ook niet nodig, is de gedachte. Toch krijgt Van Beurden niet altijd een terugkoppeling als zij dat vanwege de aard van de melding wel zouden verwachten, zegt ze. Dat is soms een lastige afweging, erkennen de twee Veilig Thuis-medewerkers.

Maar wat als de huisarts of POH-GGZ alleen informant was en geen melder? Dan weegt Veilig Thuis af of een terugkoppeling voor het goed uitvoeren van de huisartsentaak noodzakelijk is

Tijdens de bijeenkomst informeert POH-GGZ Marit Toledo bij haar collega’s van andere huisartsenpraktijken of zij de ‘kindcheck’ wel eens toepassen. Vragen zij aan patiënten die met bijvoorbeeld een langdurige depressie of verslaving kampen, of zij kinderen hebben? Het levert een korte stilte op. Volgens een collega komt het niet zo vaak voor. Ze vraagt er wel eens naar, maar patiënten zeggen meestal dat het prima met hen gaat. ‘Als ik zorgen heb, overleg ik met de huisarts.’ Toledo reageert: ‘De kindcheck is maar een eerste stap, hè? Stel jezelf de vraag: als het lang duurt, is de ouder dan in staat om adequate zorg te bieden? Dat betekent niet meteen een melding, maar wel dat je de aandacht op de situatie vestigt.’

Ook de contactpersonen worden doorgenomen: wie onderhoudt in de huisartsenpraktijk het contact met het wijkteam? Antwoord: soms de POH-GGZ, soms de huisarts via een beveiligde app van Siilo. Maar wat te doen, zegt iemand, als de ouders niet willen dat het wijkteam wordt betrokken? Zijn er mogelijkheden om die toch te betrekken? Glavas benadrukt dat je altijd moet proberen de ouder het belang daarvan te laten inzien. ‘Je kunt bijvoorbeeld zeggen: toch ben ik ongerust, vind je het goed als ik deze informatie deel, om mijn zorgen weg te nemen?’

Kindcheck

Volgens haar wordt er aan beide kanten – zorg en hulpverlening – veel zelf opgelost. ‘Bij huisartsen is er soms een houding van: we doen het zelf wel, of juist: doe jij het maar. En omgekeerd komt het voor dat de huisarts soms geen informatie heeft om te delen, als Veilig Thuis onderzoek doet naar een dossier. Samenwerking kan dan veel opleveren, voor beide kanten. Denk aan de POH-GGZ, die op verzoek van Veilig Thuis na het maken van veiligheidsafspraken een oogje in het zeil houdt. De drempel voor samenwerken is door deze bijeenkomsten een stuk verlaagd.’

‘De drempel voor samenwerken is door deze bijeenkomsten een stuk verlaagd’

Wat de belangrijkste opbrengsten zijn van bijeenkomsten zoals deze? Volgens Glavas zijn ze niet alleen belangrijk om elkaars gezicht te leren kennen, maar ook voor de beeldvorming. ‘Als aandachtsfunctionaris voor deze gemeente heb ik nauw contact met het wijkteam en ik bespreek casuïstiek met het lokale veld. Daarbij merk ik dat huisartsen soms sceptisch zijn over de dienstverlening van Veilig Thuis, vanwege negatieve ervaringen of door onbekendheid. Hopelijk wordt het beeld dankzij deze bijeenkomsten bijgesteld. Wanneer POH’s-GGZ en huisartsen ons vaker om advies gaan vragen, omdat ze beseffen dat wij vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld onderzoeken en proberen hulp op gang te brengen, ben ik al heel blij.’

Elkaars werkwijze kennen is een andere opbrengst. Volgens Smallegange is dat cruciaal voor een goede samenwerking. Neem bijvoorbeeld het verschil in werkwijze tussen Veilig Thuis en het wijkteam. Waar het bij Veilig Thuis om kortdurende trajecten gaat, die gericht zijn op onderzoek en veiligheid – Veilig Thuis verleent geen hulp, maar organiseert het – kijkt een wijkteam breed naar wat er nodig is in het gezin, en blijft het er soms langdurig bij betrokken. ‘Dat onderscheid is voor de huisarts niet altijd duidelijk.’

Opbrengsten

‘Ik wil me niet overal mee bemoeien, maar bij ernstige zaken wil ik weten: loopt het?’

Kaderhuisarts GGZ en huisarts Carla van Beurden vindt het een fijn idee dat ze voortaan, als ze organisatorische zaken wil overleggen met Veilig Thuis of als een melding een keer niet lekker loopt, dat kan afstemmen met iemand die ze kent. Ook is ze blij dat ze de belangrijke rol van de huisarts in het onderzoek na een melding nog eens heeft kunnen benadrukken.

‘Ik merk elke keer hoe belangrijk samenwerking is. We zijn nu bezig met een meisje van 12, dat misbruikt is door haar vader. Het wijkteam heeft dat gemeld bij Veilig Thuis. De moeder is naar onze POH-GGZ gestuurd. Van haar hebben we gehoord dat er gesprekken lopen tussen het meisje en de gezinsspecialist op school. Maar ik vraag me af: is dat voldoende? Als er zoveel partijen betrokken zijn, is het fijn als ik ook een beetje overzicht heb. Ik heb met de gezinsregisseur van het wijkteam geappt, en die heeft me beloofd dat ze me gaat terugbellen. Ik wil me niet overal mee bemoeien, maar bij ernstige zaken wil ik weten: loopt het?’

Overzicht

Het heeft al concrete resultaten opgeleverd. Zo hadden wij grote zorgen over een gezin met multiproblemen, waar we via familieleden uit onze praktijk over hoorden. De baby en moeder zaten niet in onze praktijk. Ik nam contact op met de jeugdarts uit ons Wijkoverleg jeugd met de vraag of de baby bij hen bekend was. Hij kon me geruststellen. Ander voorbeeld: de IB’er van de basisschool benaderde ons omdat zij wist dat de moeder van twee van hun leerlingen een psychose had gehad. Mijn collega heeft haar benaderd en zocht uit waar de kinderen waren. Die bleken veilig bij vader te zitten. Het was fijn om door school ingeseind te worden. 

Vanwege de AvG moet je ouders om toestemming vragen om informatie met anderen te delen. Maar als de veiligheid van het kind in het geding is mag het ook zonder die toestemming. Het is niet zo zwart-wit. We zijn nu bezig om die regels scherper in beeld te krijgen: wat mag wel en niet. Het is niet goed werkbaar als meerdere instanties betrokken zijn bij hetzelfde gezin, maar zij elkaar niet mogen vertellen wat ze doen.’

‘De IB’er van de basisschool benaderde ons omdat zij wist dat de moeder van twee van hun leerlingen een psychose had gehad’

‘In onze achterstandswijk spelen veel medische en maatschappelijke problemen. Als huisartsen vroegen we ons af: wat kunnen we doen als een probleem van een van onze patiënten niet-medisch is? Ook de regio-organisatie voor huisartsen wilde meer wijkgericht gaan werken. De geplande nieuwbouw in de wijk en de bijbehorende veranderingen waren een goede aanleiding om elkaar beter te leren kennen.

Sinds een half jaar hebben we in Wheermolen daarom elke twee maanden een Wijkoverleg Jeugd. Doel is elkaar beter leren kennen en casuïstiek te bespreken, zodat we snel kunnen schakelen als er zorgen zijn over een kind. We signaleren vermoedens van kinderen die nog niet in beeld zijn en proberen te inventariseren welke hulp er is bij kinderen die wél al in beeld zijn. Behalve onze huisartsenpraktijk zit er in het overleg nog een andere huisartsenpraktijk, een IB’er van de basisschool uit de wijk, een jeugdverpleegkundige, een jeugdarts en de POH-Jeugd die werkt voor meerdere praktijken. We krijgen logistieke begeleiding vanuit de regio-organisatie voor huisartsen. Binnenkort komt er nog een derde huisartsenpraktijk bij.

‘Ons wijkoverleg heeft nu al veel opgeleverd’

Huisarts Miriam Smit, huisartsenpraktijk Wheermolen Purmerend over Wijkoverleg Jeugd

Hoe nu verder? Vooralsnog blijft het voor de POH-GGZ bij twee bijeenkomsten. ‘We willen dit ook in andere gemeenten gaan doen, juist omdat Veilig Thuis per gemeente anders georganiseerd is’, zegt Smallegange. ZEL heeft te maken Veilig Thuis Rotterdam en Veilig Thuis Haaglanden. ‘Hier in Maassluis willen we de onderlinge contacten zoveel mogelijk beleggen in de bestaande overlegmomenten, zoals het reguliere tweejaarlijkse huisartsenoverleg met wijkteam, aandachtsfunctionaris Veilig Thuis en gemeente.’ Van Beurden zou het geen gek idee vinden om de bijeenkomsten elk jaar te herhalen, om de samenwerking te evalueren. ‘Maar ook vanwege de wisseling van de gezichten.’

Tijdens de rondvraag na afloop van de bijeenkomst zijn de deelnemers positief. ‘Fijn dat jullie kritisch durven te zijn’, klinkt het, en ‘goed om te weten hoe anderen werken’. ‘Interessant om te weten dat er vóór het doen van een melding nog heel veel mogelijk is’, merkt een ander op. Ook laten de POH’s-GGZ weten het fijn te vinden om op de kindcheck geattendeerd te zijn. ‘Ik ga er scherper op letten.’

Toekomst

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm