‘Kinderletsel beoordelen is een vak apart’

Een blauwe plek of ander letsel bij een kind is voor een arts soms lastig uit te leggen. Want is de oorzaak een ongeluk, mishandeling of een ziekte? Het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) helpt artsen met het duiden van medische bevindingen, vertelt directeur Mascha Kamphuis.

Interview

Auteur: Annemarie van Dijk
Fotografie: Dirk Jansen
Leestijd: 4 minuten

‘Bijna alle aanvragen gaan om kindermishandeling met letsel of fysieke verwaarlozing. Soms krijgen we een vraag over PCF (Pediatric Condition Falsification, ook wel bekend als Münchhausen by Proxy, red.). Artsen vragen ons vaak: denken jullie bij dit letsel aan een ongeluk of aan toegebracht letsel? En: past dit letsel wel bij het verhaal van de ouder?’

‘Wij proberen elke vraag zo objectief en zuiver mogelijk te beoordelen. We beoordelen primair het letsel, zonder de context. Vaak wordt die context wel gemeld, bijvoorbeeld of een gezin al bekend is bij Veilig Thuis. Daarom bestaat ons advies uit twee lagen: de ene laag is puur wetenschappelijk op basis van het letsel en de literatuur; de andere laag neemt ook andere informatie mee, zoals de ontwikkelingsleeftijd en de context. Op basis van de combinatie geven we ons advies. We concluderen niet: dit is wel of geen kindermishandeling. Wat wij doen, is de kans aangeven, bijvoorbeeld: bij dit letsel is de kans groter dat het is toegebracht dan dat het een ongeluk is. Het gaat om een puzzelstukje in het hele verhaal, want we kennen niet alle feiten. De arts bepaalt vervolgens zelf wat hij hiermee gaat doen. Hij kan met meer vertrouwen zeggen: oké, dan ga ik wel of juist niet melden bij Veilig Thuis. Artsen zijn blij dat we letsel op deze manier beoordelen, blijkt uit een tevredenheidsmeting die we zelf deden over de toegevoegde waarde van ons centrum.’

‘In 2014 kregen we er 144 binnen, in 2019 waren het er 247, in 2020 in totaal 261. Elk jaar stijgen de cijfers. Hoewel de aanvragen oplopen, zou je toch verwachten dat het er meer zijn als je kijkt naar de landelijke cijfers van lichamelijke kindermishandeling. De spreiding van aanvragen is heel verschillend: soms zijn het er drie per dag, soms is het maar een per week. Daar is geen peil op te trekken.

Het zijn vooral kinderartsen en vertrouwensartsen die bij ons advies vragen. Veel minder jeugdartsen, huisartsen, SEH-artsen en chirurgen leggen contact met ons – slechts enkele procenten. We zien wel dat artsen die ons eerder belden vaak weer terugkomen met een adviesvraag. Misschien zijn er ook veel artsen die in hun eigen regio een deskundige inschakelen. Dat is op zich prima, maar ik denk wel dat wij toegevoegde waarde hebben doordat we altijd vanuit de medische en vanuit de forensisch-medische hoek kijken en zo’n hoog expertiseniveau bieden. Ik zou tegen artsen willen zeggen: voel je ook maar de geringste twijfel, bel ons. We kunnen met meer zekerheid een medische onderbouwing geven.’

‘Het antwoord is er altijd binnen 24 uur, maar vaak sneller. Die snelheid is nodig, want soms is een kind op de eerste hulp en vragen artsen zich af of het wel veilig naar huis toe kan. We geven wel altijd aan dat er soms nog een vervolgadvies kan komen. Eén keer per week bespreken we alle lopende casussen met de hele groep LECK-artsen. Dan lopen we alles nog een keer door, en soms verdiepen we ons nog eens extra in de literatuur. Uiteindelijk bereiken we altijd consensus. Soms komen we dan alsnog tot een net iets ander advies – maar dit gebeurt niet vaak.’

‘Stel, een kind heeft een snee rondom de anus met veel bloed, waarbij de ouders zeggen dat het door een skateboardongeluk komt. Een arts kan dan ook denken aan seksueel misbruik. Wij komen dan bijvoorbeeld tot de conclusie dat dit soort letsel inderdaad kan voorkomen bij een val van een skateboard. Sommige kinderen zijn in het ziekenhuis opgenomen met meerdere letsels: drie breuken, een bloeding in het oog en schedelletsel. Ouders laten weten dat het om een val van de trap gaat, maar daarbij zit het letsel vaak aan één kant, weten wij. De diverse letsels van het kind kunnen erop wijzen dat het hersenletsel door iemand is toegebracht. Ik herinner me verder een iets ouder kind met een striem in de hals. Het leek of er sprake was van een poging tot wurging. De vertrouwensarts was al bij het kind thuis geweest en had een foto gemaakt van het hek waar het kind volgens de ouders doorheen zou zijn gerend. Op het hek zagen we staaldraad ter hoogte van de nek van het kind. Het kon dus heel goed zijn dat de ouders gelijk hadden.’

‘Artsen kunnen ons 24/7 bellen op 0900-444 54 44. Wie belt, krijgt een kinderarts aan de telefoon die een eerste analyse doet aan de hand van het verhaal en de foto’s van het letsel. Alle noodzakelijke informatie van de adviesvrager wordt gemaild naar de kinderarts. Daarna overlegt de kinderarts met de forensisch arts en soms ook met de kinderradioloog om tot een schriftelijk advies te komen binnen 24 uur.’

Welke disciplines werken bij het LECK en hoe vullen ze elkaar aan?

‘Ons team bestaat uit gespecialiseerde kinderartsen, forensisch artsen en kinderradiologen. Zij beoordelen dagelijks casussen uit de praktijk waarbij een vermoeden van kindermishandeling speelt. De kinderartsen hebben een specialisatie sociale pediatrie, waaronder kindermishandeling valt. De forensisch arts en de hoogleraar forensische kinderradiologie kijken met een forensische blik mee naar foto’s en radiologische foto’s van letsel. Ze zijn extra geschoold om kinderletsel te beoordelen – dat ziet er namelijk vaak anders uit dan bij volwassenen.’

Bij een jong meisje zitten allerlei blauwe plekken aan de binnenkant van de bovenbenen. ‘Komt door een speeltoestel’, zeggen de ouders. Een baby heeft een gebroken beentje, wat volgens de vader gebeurde bij het verschonen van de luier. Artsen krijgen regelmatig kinderen met dergelijk letsel op hun spreekuur, waarbij ze zich afvragen of het verhaal wel klopt. Het is een vak apart om dan te beoordelen of het letsel kindermishandeling zou kunnen zijn. Bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) zijn ze erin gespecialiseerd. Het is een samenwerkingsverband tussen het Amsterdam UMC, UMC Utrecht, Erasmus MC Rotterdam en het Nederlands Forensisch Instituut. Directeur Mascha Kamphuis: ‘We zijn in oktober 2014 van start gegaan om artsen in heel Nederland te helpen bij het duiden van signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling. Dat onderbouwen we wetenschappelijk met literatuur en met onze klinische expertise. Bij vrijwel alle aanvragen die we binnenkrijgen, gaat het om een vermoeden van kindermishandeling met letsel. In ons centrum integreren we de kennis van kinderartsen met die van forensisch artsen. Zo bieden we de meest hoogwaardige kennis en kunde, en dat geeft veel meerwaarde als het gaat om duiden van letsel.’

Hoeveel adviesvragen krijgen jullie per jaar? 

Hoe lang duurt het voor een arts antwoord krijgt?

Hoe gaat een adviesvraag in zijn werk?

Mascha Kamphuis is jeugdarts en medisch directeur bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling en werkte ruim 10 jaar als jeugdarts op een consultatiebureau. Tot eind 2018 was zij voorzitter van AJN. Momenteel heeft ze zitting in de VWS-coalitie Actieprogramma Kansrijke Start.

Met welk soort vragen nemen artsen contact op?

Hoe komen jullie tot een advies?

Kun je voorbeelden geven?

Auteur: Annemarie van Dijk
Fotografie: Dirk Jansen
Leestijd: 4 minuten

‘Kinderletsel beoordelen is een vak apart’

Een blauwe plek of ander letsel bij een kind is voor een arts soms lastig uit te leggen. Want is de oorzaak een ongeluk, mishandeling of een ziekte? Het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) helpt artsen met het duiden van medische bevindingen, vertelt directeur Mascha Kamphuis.

Interview

Bij een jong meisje zitten allerlei blauwe plekken aan de binnenkant van de bovenbenen. ‘Komt door een speeltoestel’, zeggen de ouders. Een baby heeft een gebroken beentje, wat volgens de vader gebeurde bij het verschonen van de luier. Artsen krijgen regelmatig kinderen met dergelijk letsel op hun spreekuur, waarbij ze zich afvragen of het verhaal wel klopt. Het is een vak apart om dan te beoordelen of het letsel kindermishandeling zou kunnen zijn. Bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) zijn ze erin gespecialiseerd. Het is een samenwerkingsverband tussen het Amsterdam UMC, UMC Utrecht, Erasmus MC Rotterdam en het Nederlands Forensisch Instituut. Directeur Mascha Kamphuis: ‘We zijn in oktober 2014 van start gegaan om artsen in heel Nederland te helpen bij het duiden van signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling. Dat onderbouwen we wetenschappelijk met literatuur en met onze klinische expertise. Bij vrijwel alle aanvragen die we binnenkrijgen, gaat het om een vermoeden van kindermishandeling met letsel. In ons centrum integreren we de kennis van kinderartsen met die van forensisch artsen. Zo bieden we de meest hoogwaardige kennis en kunde, en dat geeft veel meerwaarde als het gaat om duiden van letsel.’

Mascha Kamphuis is jeugdarts en medisch directeur bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling en werkte ruim 10 jaar als jeugdarts op een consultatiebureau. Tot eind 2018 was zij voorzitter van AJN. Momenteel heeft ze zitting in de VWS-coalitie Actieprogramma Kansrijke Start.

Welke disciplines werken bij het LECK en hoe vullen ze elkaar aan?

‘Stel, een kind heeft een snee rondom de anus met veel bloed, waarbij de ouders zeggen dat het door een skateboardongeluk komt. Een arts kan dan ook denken aan seksueel misbruik. Wij komen dan bijvoorbeeld tot de conclusie dat dit soort letsel inderdaad kan voorkomen bij een val van een skateboard. Sommige kinderen zijn in het ziekenhuis opgenomen met meerdere letsels: drie breuken, een bloeding in het oog en schedelletsel. Ouders laten weten dat het om een val van de trap gaat, maar daarbij zit het letsel vaak aan één kant, weten wij. De diverse letsels van het kind kunnen erop wijzen dat het hersenletsel door iemand is toegebracht. Ik herinner me verder een iets ouder kind met een striem in de hals. Het leek of er sprake was van een poging tot wurging. De vertrouwensarts was al bij het kind thuis geweest en had een foto gemaakt van het hek waar het kind volgens de ouders doorheen zou zijn gerend. Op het hek zagen we staaldraad ter hoogte van de nek van het kind. Het kon dus heel goed zijn dat de ouders gelijk hadden.’

‘In 2014 kregen we er 144 binnen, in 2019 waren het er 247, in 2020 in totaal 261. Elk jaar stijgen de cijfers. Hoewel de aanvragen oplopen, zou je toch verwachten dat het er meer zijn als je kijkt naar de landelijke cijfers van lichamelijke kindermishandeling. De spreiding van aanvragen is heel verschillend: soms zijn het er drie per dag, soms is het maar een per week. Daar is geen peil op te trekken.

Het zijn vooral kinderartsen en vertrouwensartsen die bij ons advies vragen. Veel minder jeugdartsen, huisartsen, SEH-artsen en chirurgen leggen contact met ons – slechts enkele procenten. We zien wel dat artsen die ons eerder belden vaak weer terugkomen met een adviesvraag. Misschien zijn er ook veel artsen die in hun eigen regio een deskundige inschakelen. Dat is op zich prima, maar ik denk wel dat wij toegevoegde waarde hebben doordat we altijd vanuit de medische en vanuit de forensisch-medische hoek kijken en zo’n hoog expertiseniveau bieden. Ik zou tegen artsen willen zeggen: voel je ook maar de geringste twijfel, bel ons. We kunnen met meer zekerheid een medische onderbouwing geven.’

Hoe komen jullie tot een advies?

‘Het antwoord is er altijd binnen 24 uur, maar vaak sneller. Die snelheid is nodig, want soms is een kind op de eerste hulp en vragen artsen zich af of het wel veilig naar huis toe kan. We geven wel altijd aan dat er soms nog een vervolgadvies kan komen. Eén keer per week bespreken we alle lopende casussen met de hele groep LECK-artsen. Dan lopen we alles nog een keer door, en soms verdiepen we ons nog eens extra in de literatuur. Uiteindelijk bereiken we altijd consensus. Soms komen we dan alsnog tot een net iets ander advies – maar dit gebeurt niet vaak.’

Hoe lang duurt het voor een arts antwoord krijgt?

‘Wij proberen elke vraag zo objectief en zuiver mogelijk te beoordelen. We beoordelen primair het letsel, zonder de context. Vaak wordt die context wel gemeld, bijvoorbeeld of een gezin al bekend is bij Veilig Thuis. Daarom bestaat ons advies uit twee lagen: de ene laag is puur wetenschappelijk op basis van het letsel en de literatuur; de andere laag neemt ook andere informatie mee, zoals de ontwikkelingsleeftijd en de context. Op basis van de combinatie geven we ons advies. We concluderen niet: dit is wel of geen kindermishandeling. Wat wij doen, is de kans aangeven, bijvoorbeeld: bij dit letsel is de kans groter dat het is toegebracht dan dat het een ongeluk is. Het gaat om een puzzelstukje in het hele verhaal, want we kennen niet alle feiten. De arts bepaalt vervolgens zelf wat hij hiermee gaat doen. Hij kan met meer vertrouwen zeggen: oké, dan ga ik wel of juist niet melden bij Veilig Thuis. Artsen zijn blij dat we letsel op deze manier beoordelen, blijkt uit een tevredenheidsmeting die we zelf deden over de toegevoegde waarde van ons centrum.’

Hoeveel adviesvragen krijgen jullie per jaar? 

Kun je voorbeelden geven?

‘Ons team bestaat uit gespecialiseerde kinderartsen, forensisch artsen en kinderradiologen. Zij beoordelen dagelijks casussen uit de praktijk waarbij een vermoeden van kindermishandeling speelt. De kinderartsen hebben een specialisatie sociale pediatrie, waaronder kindermishandeling valt. De forensisch arts en de hoogleraar forensische kinderradiologie kijken met een forensische blik mee naar foto’s en radiologische foto’s van letsel. Ze zijn extra geschoold om kinderletsel te beoordelen – dat ziet er namelijk vaak anders uit dan bij volwassenen.’

‘Bijna alle aanvragen gaan om kindermishandeling met letsel of fysieke verwaarlozing. Soms krijgen we een vraag over PCF (Pediatric Condition Falsification, ook wel bekend als Münchhausen by Proxy, red.). Artsen vragen ons vaak: denken jullie bij dit letsel aan een ongeluk of aan toegebracht letsel? En: past dit letsel wel bij het verhaal van de ouder?’

Met welk soort vragen nemen artsen contact op?

‘Artsen kunnen ons 24/7 bellen op 0900-444 54 44. Wie belt, krijgt een kinderarts aan de telefoon die een eerste analyse doet aan de hand van het verhaal en de foto’s van het letsel. Alle noodzakelijke informatie van de adviesvrager wordt gemaild naar de kinderarts. Daarna overlegt de kinderarts met de forensisch arts en soms ook met de kinderradioloog om tot een schriftelijk advies te komen binnen 24 uur.’

Hoe gaat een adviesvraag in zijn werk?

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm