‘Niemand zag wat er thuis gebeurde’

Ted Kloosterboer werd vanaf haar geboorte psychisch mishandeld en verwaarloosd door haar moeder en van haar vijfde tot haar achtste jaar verkracht door haar vader. ‘Ik leerde als kind dat ik onbelangrijk was, want niemand greep in.’

Ervaringsverhaal

Auteur: Petra Wolthuis
Fotografie: Dingena Mol
Leestijd: 5 minuten

‘Inmiddels zijn mijn ouders overleden. Ik ben gelukkig, maar beschadigd. Ik heb geen partner, omdat ik niet in staat ben om een intieme relatie met een ander aan te gaan. Elke keer pas ik mezelf zó aan dat ik mijzelf verlies. Er was mij veel leed bespaard gebleven als volwassenen in mijn omgeving tijdig aan de bel hadden getrokken. Ik weet het, het is not done om je met een ander te bemoeien. Ook de angst om iemand onterecht te beschuldigen van kindermishandeling is groot. Dat ís ook afschuwelijk. Maar het is nog afschuwelijker als een kind mishandeld wordt en niemand doet iets. Als niemand ingrijpt, loop je levenslang rond met een trauma. Om het belang van tijdig ingrijpen te verduidelijken, zeg ik wel eens dat er ook niet getwijfeld wordt over het weghalen van een kind uit een oorlogsgebied. Een kind dat geestelijk of lichamelijk mishandeld wordt, leeft in een oorlogssituatie en verdient ook redding.’ 

‘Om meer aandacht te vragen voor de ernst van kindermishandeling heb ik een stichting opgericht en deel ik mijn persoonlijke ervaring op scholen, bij de kinderopvang, in ziekenhuizen, bij vrijwilligersorganisaties en bij EHBO-cursussen. Ik wil dat kindermishandeling bespreekbaar wordt. Het is goed om te bedenken dat ouders geen monsters zijn, ook mijn ouders waren dat niet. Hun gedrag heeft te maken met onvermogen, stress, armoede en frustratie. Door de lezingen en manifestaties die ik organiseer, hoop ik dat mensen niet meer wegkijken als ze een kind zien lijden én dat ze milder naar zichzelf kijken als zij ooit mishandeld zijn.’

Eenzaam

‘Mijn ouders hadden een akkerbouwbedrijf en zes kinderen. Ik was een nakomertje, een ongelukje. Mijn moeder zei dat ze blij met me was, maar uit alles bleek het tegendeel. Niets was goed aan mij; ze vond me dik en lelijk. Mijn vader was gefrustreerd over zijn leven en hield er buitenechtelijke relaties op na. Ik moest bij zijn vriendinnen logeren zodat hij tweemaal een excuus had om naar ze toe te gaan: een keer brengen en een keer halen. Op mijn vijfde begon hij mij seksueel te misbruiken. Ik stond doodsangsten uit als hij me verkrachtte. Meestal gebeurde dat in de badkamer of in de schuur. Als hij bezig was, verbeeldde ik me dat ik een vogel was die uit mijn lichaam vloog en ergens op een tak wachtte tot het voorbij was. Als hij klaar was, keerde ik terug in mijn lichaam. Mijn vader zei dat ik tegen niemand iets mocht zeggen. Als ik dat toch deed, zou iedereen mij verlaten. De gedachte alleen al was ondraaglijk. Dus zweeg ik.’

‘De eerste keer dat mijn vader mij verkrachtte, was ik zo in shock dat mijn lichaam de dag erna spontaan begon te trillen en te schudden. Zo jong als ik was, wist ik dat mijn lichaam mij hiermee kon verraden. Iemand zou zo kunnen ontdekken wat mijn vader met me deed. Dus leerde ik mijn lichaam onder controle te houden. Met spierspanning stopte het beven. Daarnaast prentte ik mezelf in dat het misbruik niet echt was gebeurd. Zo zorgde ik ervoor dat niemand wat aan mij merkte.  Mijn ouders gingen scheiden toen ik acht jaar was. Daarmee hield het seksuele misbruik op, maar de geestelijke mishandeling en verwaarlozing door mijn moeder gingen gewoon door. Ik deed alle huishoudelijke taken in huis: wassen, boodschappen doen, koken, schoonmaken. Toch was het nooit goed. Niets deugde. Als ik de ramen lapte, vond ze een streepje, als ik aardappels bakte, vertelde ze dat mijn zus het beter deed. Ik probeerde mijn moeder gelukkig te maken, maar faalde keer op keer.’

‘Het aller- allerergste van alles vind ik de onnoemelijke eenzaamheid die ik als kind gevoeld heb. Omdat niemand zag wat zich afspeelde bij ons thuis en omdat niemand ingreep, leerde ik dat ik niet belangrijk was. Alle nare ervaringen overtuigden mij ervan dat ik slecht was en dat alles wat in mijn leven gebeurde mijn eigen schuld was.  Op een bepaald moment kreeg ik onverklaarbare buikpijn. De huisarts kon geen fysieke oorzaak vinden. Hij vroeg me verder helemaal niets. Ik kon weer naar huis en dat was het. Vreemd, want hij kende onze situatie. Hij kwam regelmatig bij ons over de vloer omdat mijn moeder soms wekenlang haar bed niet uitkwam. Hij vertelde ook niet wat mijn moeder mankeerde. Het enige wat hij deed was op norse toon koffie eisen. Dan ging hij aan de keukentafel zitten, dronk zwijgzaam zijn koffie en vertrok weer.’

‘‘Ik had het fijn gevonden als hij aan me had gevraagd hoe het met mij ging, of dat hij me een compliment had gegeven voor de zorg die ik toonde voor mijn moeder. Een positief woord van een volwassene betekent zoveel voor een kind in de verdrukking. Korte tijd later kreeg mijn moeder valiumpillen voorgeschreven. En weer zweeg de huisarts. Een kind dat alleen leeft met een moeder die regelmatig valium krijgt, daar moet je als huisarts toch iets mee?  Hoewel ik op mijn zeventiende het ouderlijke huis had verlaten, kwam ik mentaal niet los van mijn moeder. Ik kon haar dwingende verzoeken om langs te komen niet negeren, terwijl ze mij nog steeds beledigde en kleineerde. Doordat ik me voortdurend aanpaste aan mijn moeder en aan anderen, voelde ik me op den duur helemaal leeg van binnen. Ik voelde niets meer. Na een zelfmoordpoging op mijn  zevenentwintigste besloot ik in therapie te gaan. Toen pas kon ik het seksuele misbruik door mijn vader verwerken. Tijdens jarenlange sessies waarin ik flink van me afgeschreeuwd en afgeschopt heb, raakte ik al die woede en onmacht kwijt. Pas nadat anderen zeiden: Ja, het is écht heel erg wat je meegemaakt hebt, was ik in staat te accepteren dat ik geestelijk en lichamelijk misbruikt ben. Dankzij de therapie kon ik eindelijk in de spiegel kijken en van mijn lichaam houden. Mijn moeder zag ik nog af en toe. Ze was voor mij een oudere dame die ik soms bezocht, maar met wie ik geen enkele emotionele band meer had.’

‘Ik heb flink van me afgeschreeuwd om die woede kwijt te raken’

Compliment

Redding

‘Een kind dat geestelijk of lichamelijk mishandeld wordt, leeft in een oorlogssituatie en verdient ook redding’

Ted Kloosterboer is directeur en oprichter van Stichting Praat. Via workshops en publieke acties wil zij kindermishandeling bespreekbaar maken. Dit jaar ontving zij de Van Dantzig-penning, die jaarlijks wordt uitgereikt aan mensen die zich verdienstelijk maken in de aanpak van kindermishandeling. Daarnaast werkt zij als hovenier. www.praatoverkindermishandeling.nl

Auteur: Petra Wolthuis
Fotografie: Dingena Mol
Leestijd: 5 minuten

‘Niemand zag wat er thuis gebeurde’

Ted Kloosterboer werd vanaf haar geboorte psychisch mishandeld en verwaarloosd door haar moeder en van haar vijfde tot haar achtste jaar verkracht door haar vader. ‘Ik leerde als kind dat ik onbelangrijk was, want niemand greep in.’

Ervaringsverhaal

‘Inmiddels zijn mijn ouders overleden. Ik ben gelukkig, maar beschadigd. Ik heb geen partner, omdat ik niet in staat ben om een intieme relatie met een ander aan te gaan. Elke keer pas ik mezelf zó aan dat ik mijzelf verlies. Er was mij veel leed bespaard gebleven als volwassenen in mijn omgeving tijdig aan de bel hadden getrokken. Ik weet het, het is not done om je met een ander te bemoeien. Ook de angst om iemand onterecht te beschuldigen van kindermishandeling is groot. Dat ís ook afschuwelijk. Maar het is nog afschuwelijker als een kind mishandeld wordt en niemand doet iets. Als niemand ingrijpt, loop je levenslang rond met een trauma. Om het belang van tijdig ingrijpen te verduidelijken, zeg ik wel eens dat er ook niet getwijfeld wordt over het weghalen van een kind uit een oorlogsgebied. Een kind dat geestelijk of lichamelijk mishandeld wordt, leeft in een oorlogssituatie en verdient ook redding.’ 

‘Om meer aandacht te vragen voor de ernst van kindermishandeling heb ik een stichting opgericht en deel ik mijn persoonlijke ervaring op scholen, bij de kinderopvang, in ziekenhuizen, bij vrijwilligersorganisaties en bij EHBO-cursussen. Ik wil dat kindermishandeling bespreekbaar wordt. Het is goed om te bedenken dat ouders geen monsters zijn, ook mijn ouders waren dat niet. Hun gedrag heeft te maken met onvermogen, stress, armoede en frustratie. Door de lezingen en manifestaties die ik organiseer, hoop ik dat mensen niet meer wegkijken als ze een kind zien lijden én dat ze milder naar zichzelf kijken als zij ooit mishandeld zijn.’

Redding

‘Ik heb flink van me afgeschreeuwd om die woede kwijt te raken’

‘‘Ik had het fijn gevonden als hij aan me had gevraagd hoe het met mij ging, of dat hij me een compliment had gegeven voor de zorg die ik toonde voor mijn moeder. Een positief woord van een volwassene betekent zoveel voor een kind in de verdrukking. Korte tijd later kreeg mijn moeder valiumpillen voorgeschreven. En weer zweeg de huisarts. Een kind dat alleen leeft met een moeder die regelmatig valium krijgt, daar moet je als huisarts toch iets mee?  Hoewel ik op mijn zeventiende het ouderlijke huis had verlaten, kwam ik mentaal niet los van mijn moeder. Ik kon haar dwingende verzoeken om langs te komen niet negeren, terwijl ze mij nog steeds beledigde en kleineerde. Doordat ik me voortdurend aanpaste aan mijn moeder en aan anderen, voelde ik me op den duur helemaal leeg van binnen. Ik voelde niets meer. Na een zelfmoordpoging op mijn  zevenentwintigste besloot ik in therapie te gaan. Toen pas kon ik het seksuele misbruik door mijn vader verwerken. Tijdens jarenlange sessies waarin ik flink van me afgeschreeuwd en afgeschopt heb, raakte ik al die woede en onmacht kwijt. Pas nadat anderen zeiden: Ja, het is écht heel erg wat je meegemaakt hebt, was ik in staat te accepteren dat ik geestelijk en lichamelijk misbruikt ben. Dankzij de therapie kon ik eindelijk in de spiegel kijken en van mijn lichaam houden. Mijn moeder zag ik nog af en toe. Ze was voor mij een oudere dame die ik soms bezocht, maar met wie ik geen enkele emotionele band meer had.’

Compliment

‘Het aller- allerergste van alles vind ik de onnoemelijke eenzaamheid die ik als kind gevoeld heb. Omdat niemand zag wat zich afspeelde bij ons thuis en omdat niemand ingreep, leerde ik dat ik niet belangrijk was. Alle nare ervaringen overtuigden mij ervan dat ik slecht was en dat alles wat in mijn leven gebeurde mijn eigen schuld was.  Op een bepaald moment kreeg ik onverklaarbare buikpijn. De huisarts kon geen fysieke oorzaak vinden. Hij vroeg me verder helemaal niets. Ik kon weer naar huis en dat was het. Vreemd, want hij kende onze situatie. Hij kwam regelmatig bij ons over de vloer omdat mijn moeder soms wekenlang haar bed niet uitkwam. Hij vertelde ook niet wat mijn moeder mankeerde. Het enige wat hij deed was op norse toon koffie eisen. Dan ging hij aan de keukentafel zitten, dronk zwijgzaam zijn koffie en vertrok weer.’

Eenzaam

‘Een kind dat geestelijk of lichamelijk mishandeld wordt, leeft in een oorlogssituatie en verdient ook redding’

‘De eerste keer dat mijn vader mij verkrachtte, was ik zo in shock dat mijn lichaam de dag erna spontaan begon te trillen en te schudden. Zo jong als ik was, wist ik dat mijn lichaam mij hiermee kon verraden. Iemand zou zo kunnen ontdekken wat mijn vader met me deed. Dus leerde ik mijn lichaam onder controle te houden. Met spierspanning stopte het beven. Daarnaast prentte ik mezelf in dat het misbruik niet echt was gebeurd. Zo zorgde ik ervoor dat niemand wat aan mij merkte.  Mijn ouders gingen scheiden toen ik acht jaar was. Daarmee hield het seksuele misbruik op, maar de geestelijke mishandeling en verwaarlozing door mijn moeder gingen gewoon door. Ik deed alle huishoudelijke taken in huis: wassen, boodschappen doen, koken, schoonmaken. Toch was het nooit goed. Niets deugde. Als ik de ramen lapte, vond ze een streepje, als ik aardappels bakte, vertelde ze dat mijn zus het beter deed. Ik probeerde mijn moeder gelukkig te maken, maar faalde keer op keer.’

‘Mijn ouders hadden een akkerbouwbedrijf en zes kinderen. Ik was een nakomertje, een ongelukje. Mijn moeder zei dat ze blij met me was, maar uit alles bleek het tegendeel. Niets was goed aan mij; ze vond me dik en lelijk. Mijn vader was gefrustreerd over zijn leven en hield er buitenechtelijke relaties op na. Ik moest bij zijn vriendinnen logeren zodat hij tweemaal een excuus had om naar ze toe te gaan: een keer brengen en een keer halen. Op mijn vijfde begon hij mij seksueel te misbruiken. Ik stond doodsangsten uit als hij me verkrachtte. Meestal gebeurde dat in de badkamer of in de schuur. Als hij bezig was, verbeeldde ik me dat ik een vogel was die uit mijn lichaam vloog en ergens op een tak wachtte tot het voorbij was. Als hij klaar was, keerde ik terug in mijn lichaam. Mijn vader zei dat ik tegen niemand iets mocht zeggen. Als ik dat toch deed, zou iedereen mij verlaten. De gedachte alleen al was ondraaglijk. Dus zweeg ik.’

Ted Kloosterboer is directeur en oprichter van Stichting Praat. Via workshops en publieke acties wil zij kindermishandeling bespreekbaar maken. Dit jaar ontving zij de Van Dantzig-penning, die jaarlijks wordt uitgereikt aan mensen die zich verdienstelijk maken in de aanpak van kindermishandeling. Daarnaast werkt zij als hovenier. www.praatoverkindermishandeling.nl

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm