interview

Auteur: Ditty Eimers  |  Leestijd: 5,5 minuten

‘Kinderen uit de knel’ is een programma dat ex-partners en kinderen helpt die zijn vastgelopen na een conflictscheiding. De ouders krijgen inzicht in de effecten van hun gedrag op de kinderen en leren hun stress te verlagen. De kinderen leren omgaan met stress en conflicten. Klinisch psycholoog Margreet Visser is een van de bedenkers.

‘Kinderen hebben vooral last van de tussenruimte’

Margreet Visser

Margreet Visser, klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij het Kinder- en Jeugdtraumacentrum van Kenter Jeugdhulp. Ze werkt met getraumatiseerde kinderen, volwassenen en gezinnen. 

Inzicht en steun

Bron: R. van der Wall, C. Finkenauer, M. Visser, Reconciling Mixed Findings on Children’s Adjustment Following High-Conflict Divorce, Journal of Child and Family Studies, 2018

‘De meeste ouders willen het beste voor hun kind. Ook als ze verstrikt zijn in een conflictscheiding,’ zegt Visser. Doordat ze ontdekken dat hun eigen gedrag stress geeft bij hun kinderen, staan ze meer open om aan zichzelf te werken. Tijdens de bijeenkomsten krijgen ze inzicht in hun kwetsbare kanten. ‘Door daarover uitleg te geven en steeds naast ze te gaan staan, als de spanning oploopt, kunnen zij de conflicten beter hanteren.’ 

Uit follow-up-metingen van het programma blijkt dat de conflicten tussen ouders volgens kinderen en ouders inderdaad afnemen. Soms zijn ouders ook meer in staat om de ex-partner te begrijpen. Visser: ‘Door handvatten te geven om stress te verlagen bij henzelf, kun je vaak meer bereiken dan wat ouders die elkaar al jarenlang dwarszitten voor mogelijk hielden.’

Tijdens de bijeenkomsten kunnen kinderen luchtpost aan hun ouders sturen, die in een aangrenzende ruimte zitten. Bijvoorbeeld een papieren vliegtuigje met een boodschap: ‘Waarom bel je nooit aan als je me naar papa brengt?’ Als zo’n vliegtuigje arriveert in de oudergroep, wordt de bijeenkomst stilgelegd. Visser: ‘Dat komt vaak hard aan en zet ouders nog meer aan het denken.’ 

Ook de presentaties die kinderen voor hun ouders maken zijn vaak confronterend. Een groepje kinderen maakte een grabbelton met opdrachten: ‘Papa, zeg eens iets aardigs tegen mama,’ stond er op een briefje. ‘Ga aan een tafeltje zitten en doe alsof je een kopje theedrinkt samen, zonder op elkaar te schelden.’

‘Een boodschap van een kind komt vaak hard aan en zet ouders aan het denken’

Luchtpost

‘Het mooie van zo’n groep is dat ouders zich in elkaar herkennen en elkaar daardoor ook kunnen corrigeren’

Straks zeggen ze weer niets tegen elkaar, of gaan ze weer schelden, denken kinderen

Geen afstandsbediening van je ex

Valkuil van veroordeling

Verkeerd geïnterpreteerd

In de kindergroep krijgen kinderen uitleg over belangrijke onderwerpen die spelen in de tussenruimte. Bijvoorbeeld over het wonen in twee huizen, over families die geen contact meer met elkaar hebben, over nare verhalen die ouders over elkaar vertellen. De kinderen kunnen zo uiten waar ze last van hebben. Aan de hand van thema’s als loyaliteit denken ze na over wat ze zelf het liefst willen. En hoe ze dat met hun ouders kunnen bespreken. Visser: ‘Een jongetje vertelde dat hij altijd goed oplet bij wie hij gaat zitten als zijn ouders samen zijn. Hij wilde het eerlijk verdelen: de ene keer bij zijn vader, de volgende keer bij zijn moeder. “Hoe kies je dan?”, vragen wij. “Hoe vaak ben je bezig met hoe het voor papa en mama is?” “Wie van jullie voelt vanbinnen wat je zelf zou willen?”’

Het mantra voor deelname aan de oudergroep is: je hebt geen afstandsbediening van je ex-partner. Je kunt alleen jezelf veranderen. In plaats van steeds naar je partner te wijzen, kun je misschien ook zélf dingen anders doen. 

In de oudergroep ontdekken ouders niet alleen wat hun eigen kwetsbaarheden en overlevingsreacties zijn, waardoor de stress oploopt, maar ook wat ze anders zouden kunnen doen. Visser: ‘De voorbeelden dienen zich voortdurend aan, het is soms een spetterend geheel van oplopende conflicten. Zodra iemand zijn stem verheft, leggen we het groepsgesprek stil: wat gebeurt er nu, wat raakt je zo? En: wat heeft deze vader nodig om weer te kunnen luisteren? Het mooie van zo’n groep is dat ouders zich in elkaar herkennen en elkaar daardoor ook kunnen corrigeren.’

Ouders die deelnemen aan ‘Kind uit de knel’ onderzoeken in een groep van zes gescheiden paren waarom ze steeds op tilt slaan van acties van hun ex-partner en wat dat met hun kinderen doet. Dit gebeurt onder begeleiding van twee therapeuten.

Veel ouders worden verplicht om aan het programma deel te nemen: door de rechtbank of de Raad voor de Kinderbescherming. ‘Ik ga niet met mijn ex in een groep zitten,’ zeggen ze vaak. Visser: ‘Dat hun kinderen zo veel last hebben van de scheiding, trekt ze vaak over de streep: ze willen een goede ouder zijn, ondanks het gedrag van hun ex-partner.’ 

Voorafgaand aan de eerste oudergroep is er een bijeenkomst voor het sociale netwerk van de deelnemers. Visser: ‘Vaak heb je te maken met twee dorpen in oorlog. Daarom geven we vooraf uitgebreid uitleg aan familieleden en vrienden: wat het programma inhoudt en hoe zij kunnen bijdragen aan het verminderen van de strijd tussen ouders en het welzijn van de kinderen.’

Ouders die deelnemen aan het programma hebben vaak al een jarenlang traject van hulpverlening en diverse rechtszaken achter de rug. ‘Veel ouders zijn bang dat wij met het vingertje gaan wijzen,’ vertelt Visser. ‘Wij kiezen geen partij. Door met een team van therapeuten te werken, houden we elkaar scherp om niet in de valkuil van veroordeling te vervallen. We willen alle stemmen horen.’ 

Ook als er eerder geweld in de relatie speelde, kunnen ex-partners deelnemen. ‘Geweld in het verleden is geen criterium om ouders uit te sluiten,’ zegt Visser. ‘Wij weten heel goed wat de risico’s zijn. Als alle gezinsleden zeggen dat er geen sprake meer is van geweld, gaan we met ze in zee. Maar zodra we signalen krijgen dat er opnieuw sprake is van geweld, doen we uitgebreid feitenonderzoek. Als blijkt dat het geweld voortduurt, stoppen we de deelname aan het programma.’

Ouders interpreteren signalen van kinderen vaak niet goed. ‘Als een dochter zegt: “Ik wil niet naar papa”, denkt de moeder meteen: zie je wel, het is daar niet pluis. Maar de vader denkt precies hetzelfde als zijn dochter na het weekend weer naar de moeder gaat en zegt: “Ik wil niet naar mama.” Terwijl hun kind zich vooral zorgen maakt over wat er tussen beide ouders gebeurt.’ 

Samen met klinisch psycholoog Justine van Lawick ontwikkelde Visser een programma voor ouders en kinderen: ‘Kinderen uit de knel’. In 2011 startte het als proef en inmiddels wordt het in Nederland en tien andere landen toegepast. Het is er niet op gericht om de conflicten tussen ouders op te lossen, maar om de situatie leefbaarder en minder stressvol te maken. Vooral voor de kinderen.

De stress die kinderen daardoor ervaren, zorgt ervoor dat ze somber of angstig worden. Bijvoorbeeld als ze weer naar de andere ouder moeten. Straks zeggen ze weer niets tegen elkaar, denken ze. Of gaan ze weer schelden. Vaak voelen ze zichzelf ook schuldig: ze denken dat zij de oorzaak van hun ruzies zijn. Die steeds oplaaiende spanningen zorgen ervoor dat deze kinderen een hoog risico hebben op posttraumatische stressklachten, blijkt uit Vissers onderzoek.

Al jarenlang kreeg Margreet Visser kinderen op haar spreekuur van wie de ouders verstrikt waren geraakt in een conflictscheiding. Vaak waren ze aangemeld vanwege een scala aan klachten: somberheid, angst, stressklachten, gedragsproblemen. Visser: ‘Meestal sloeg de behandeling niet aan doordat de conflicten tussen hun ouders te veel op de voorgrond stonden.’ 

Ze besloot te onderzoeken wat de relatie was tussen de klachten van deze kinderen en de conflictscheiding. Uit haar promotieonderzoek onder 107 gezinnen bleek dat de kinderen vaak met beide ouders een goede relatie hadden. Ook het welzijn van deze kinderen, die vaak afwisselend bij een van beide ouders woonden, was behoorlijk goed. ‘Deze kinderen hebben vooral last van de tussenruimte,’ vertelt Visser. Dat is het relationele gebied waarin gescheiden ouders nog met elkaar te maken hebben. En waarin bijvoorbeeld bepaald moet worden hoe en wanneer het kind van de ene naar de andere ouder gaat, hoe verjaardagen en feestdagen worden gevierd, hoe de vakanties worden verdeeld en wie wat voor de kinderen koopt en betaalt. Juist dan lopen de spanningen op en maken ze ruzie over allerlei dingen die de kinderen aangaan: dat ze hun sportspullen niet bij zich hebben, dat hun haar niet goed zit, dat hun kind te lang achter de computer heeft gezeten.

Auteur: Ditty Eimers  |  Leestijd: 5,5 minuten

‘Kinderen uit de knel’ is een programma dat ex-partners en kinderen helpt die zijn vastgelopen na een conflictscheiding. De ouders krijgen inzicht in de effecten van hun gedrag op de kinderen en leren hun stress te verlagen. De kinderen leren omgaan met stress en conflicten. Klinisch psycholoog Margreet Visser is een van de bedenkers.

‘Kinderen hebben vooral last van de tussenruimte’

interview

Bron: R. van der Wall, C. Finkenauer, M. Visser, Reconciling Mixed Findings on Children’s Adjustment Following High-Conflict Divorce, Journal of Child and Family Studies, 2018

‘De meeste ouders willen het beste voor hun kind. Ook als ze verstrikt zijn in een conflictscheiding,’ zegt Visser. Doordat ze ontdekken dat hun eigen gedrag stress geeft bij hun kinderen, staan ze meer open om aan zichzelf te werken. Tijdens de bijeenkomsten krijgen ze inzicht in hun kwetsbare kanten. ‘Door daarover uitleg te geven en steeds naast ze te gaan staan, als de spanning oploopt, kunnen zij de conflicten beter hanteren.’ 

Uit follow-up-metingen van het programma blijkt dat de conflicten tussen ouders volgens kinderen en ouders inderdaad afnemen. Soms zijn ouders ook meer in staat om de ex-partner te begrijpen. Visser: ‘Door handvatten te geven om stress te verlagen bij henzelf, kun je vaak meer bereiken dan wat ouders die elkaar al jarenlang dwarszitten voor mogelijk hielden.’

Inzicht en steun

Tijdens de bijeenkomsten kunnen kinderen luchtpost aan hun ouders sturen, die in een aangrenzende ruimte zitten. Bijvoorbeeld een papieren vliegtuigje met een boodschap: ‘Waarom bel je nooit aan als je me naar papa brengt?’ Als zo’n vliegtuigje arriveert in de oudergroep, wordt de bijeenkomst stilgelegd. Visser: ‘Dat komt vaak hard aan en zet ouders nog meer aan het denken.’ 

Ook de presentaties die kinderen voor hun ouders maken zijn vaak confronterend. Een groepje kinderen maakte een grabbelton met opdrachten: ‘Papa, zeg eens iets aardigs tegen mama,’ stond er op een briefje. ‘Ga aan een tafeltje zitten en doe alsof je een kopje theedrinkt samen, zonder op elkaar te schelden.’

‘Een boodschap van een kind komt vaak hard aan en zet ouders aan het denken’

In de kindergroep krijgen kinderen uitleg over belangrijke onderwerpen die spelen in de tussenruimte. Bijvoorbeeld over het wonen in twee huizen, over families die geen contact meer met elkaar hebben, over nare verhalen die ouders over elkaar vertellen. De kinderen kunnen zo uiten waar ze last van hebben. Aan de hand van thema’s als loyaliteit denken ze na over wat ze zelf het liefst willen. En hoe ze dat met hun ouders kunnen bespreken. Visser: ‘Een jongetje vertelde dat hij altijd goed oplet bij wie hij gaat zitten als zijn ouders samen zijn. Hij wilde het eerlijk verdelen: de ene keer bij zijn vader, de volgende keer bij zijn moeder. “Hoe kies je dan?”, vragen wij. “Hoe vaak ben je bezig met hoe het voor papa en mama is?” “Wie van jullie voelt vanbinnen wat je zelf zou willen?”’

Luchtpost

Het mantra voor deelname aan de oudergroep is: je hebt geen afstandsbediening van je ex-partner. Je kunt alleen jezelf veranderen. In plaats van steeds naar je partner te wijzen, kun je misschien ook zélf dingen anders doen. 

In de oudergroep ontdekken ouders niet alleen wat hun eigen kwetsbaarheden en overlevingsreacties zijn, waardoor de stress oploopt, maar ook wat ze anders zouden kunnen doen. Visser: ‘De voorbeelden dienen zich voortdurend aan, het is soms een spetterend geheel van oplopende conflicten. Zodra iemand zijn stem verheft, leggen we het groepsgesprek stil: wat gebeurt er nu, wat raakt je zo? En: wat heeft deze vader nodig om weer te kunnen luisteren? Het mooie van zo’n groep is dat ouders zich in elkaar herkennen en elkaar daardoor ook kunnen corrigeren.’

‘Het mooie van zo’n groep is dat ouders zich in elkaar herkennen en elkaar daardoor ook kunnen corrigeren’

Ouders die deelnemen aan ‘Kind uit de knel’ onderzoeken in een groep van zes gescheiden paren waarom ze steeds op tilt slaan van acties van hun ex-partner en wat dat met hun kinderen doet. Dit gebeurt onder begeleiding van twee therapeuten.

Veel ouders worden verplicht om aan het programma deel te nemen: door de rechtbank of de Raad voor de Kinderbescherming. ‘Ik ga niet met mijn ex in een groep zitten,’ zeggen ze vaak. Visser: ‘Dat hun kinderen zo veel last hebben van de scheiding, trekt ze vaak over de streep: ze willen een goede ouder zijn, ondanks het gedrag van hun ex-partner.’ 

Voorafgaand aan de eerste oudergroep is er een bijeenkomst voor het sociale netwerk van de deelnemers. Visser: ‘Vaak heb je te maken met twee dorpen in oorlog. Daarom geven we vooraf uitgebreid uitleg aan familieleden en vrienden: wat het programma inhoudt en hoe zij kunnen bijdragen aan het verminderen van de strijd tussen ouders en het welzijn van de kinderen.’

Geen afstandsbediening van je ex

Ouders die deelnemen aan het programma hebben vaak al een jarenlang traject van hulpverlening en diverse rechtszaken achter de rug. ‘Veel ouders zijn bang dat wij met het vingertje gaan wijzen,’ vertelt Visser. ‘Wij kiezen geen partij. Door met een team van therapeuten te werken, houden we elkaar scherp om niet in de valkuil van veroordeling te vervallen. We willen alle stemmen horen.’ 

Ook als er eerder geweld in de relatie speelde, kunnen ex-partners deelnemen. ‘Geweld in het verleden is geen criterium om ouders uit te sluiten,’ zegt Visser. ‘Wij weten heel goed wat de risico’s zijn. Als alle gezinsleden zeggen dat er geen sprake meer is van geweld, gaan we met ze in zee. Maar zodra we signalen krijgen dat er opnieuw sprake is van geweld, doen we uitgebreid feitenonderzoek. Als blijkt dat het geweld voortduurt, stoppen we de deelname aan het programma.’

Valkuil van veroordeling

Ouders interpreteren signalen van kinderen vaak niet goed. ‘Als een dochter zegt: “Ik wil niet naar papa”, denkt de moeder meteen: zie je wel, het is daar niet pluis. Maar de vader denkt precies hetzelfde als zijn dochter na het weekend weer naar de moeder gaat en zegt: “Ik wil niet naar mama.” Terwijl hun kind zich vooral zorgen maakt over wat er tussen beide ouders gebeurt.’ 

Samen met klinisch psycholoog Justine van Lawick ontwikkelde Visser een programma voor ouders en kinderen: ‘Kinderen uit de knel’. In 2011 startte het als proef en inmiddels wordt het in Nederland en tien andere landen toegepast. Het is er niet op gericht om de conflicten tussen ouders op te lossen, maar om de situatie leefbaarder en minder stressvol te maken. Vooral voor de kinderen.

Verkeerd geïnterpreteerd

De stress die kinderen daardoor ervaren, zorgt ervoor dat ze somber of angstig worden. Bijvoorbeeld als ze weer naar de andere ouder moeten. Straks zeggen ze weer niets tegen elkaar, denken ze. Of gaan ze weer schelden. Vaak voelen ze zichzelf ook schuldig: ze denken dat zij de oorzaak van hun ruzies zijn. Die steeds oplaaiende spanningen zorgen ervoor dat deze kinderen een hoog risico hebben op posttraumatische stressklachten, blijkt uit Vissers onderzoek.

Margreet Visser

Margreet Visser, klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij het Kinder- en Jeugdtraumacentrum van Kenter Jeugdhulp. Ze werkt met getraumatiseerde kinderen, volwassenen en gezinnen. 

Straks zeggen ze weer niets tegen elkaar, of gaan ze weer schelden, denken kinderen

Al jarenlang kreeg Margreet Visser kinderen op haar spreekuur van wie de ouders verstrikt waren geraakt in een conflictscheiding. Vaak waren ze aangemeld vanwege een scala aan klachten: somberheid, angst, stressklachten, gedragsproblemen. Visser: ‘Meestal sloeg de behandeling niet aan doordat de conflicten tussen hun ouders te veel op de voorgrond stonden.’ 

Ze besloot te onderzoeken wat de relatie was tussen de klachten van deze kinderen en de conflictscheiding. Uit haar promotieonderzoek onder 107 gezinnen bleek dat de kinderen vaak met beide ouders een goede relatie hadden. Ook het welzijn van deze kinderen, die vaak afwisselend bij een van beide ouders woonden, was behoorlijk goed. ‘Deze kinderen hebben vooral last van de tussenruimte,’ vertelt Visser. Dat is het relationele gebied waarin gescheiden ouders nog met elkaar te maken hebben. En waarin bijvoorbeeld bepaald moet worden hoe en wanneer het kind van de ene naar de andere ouder gaat, hoe verjaardagen en feestdagen worden gevierd, hoe de vakanties worden verdeeld en wie wat voor de kinderen koopt en betaalt. Juist dan lopen de spanningen op en maken ze ruzie over allerlei dingen die de kinderen aangaan: dat ze hun sportspullen niet bij zich hebben, dat hun haar niet goed zit, dat hun kind te lang achter de computer heeft gezeten.

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm