Kijktip van Barbara Godwaldt
‘In de documentaire Femicide delen nabestaanden van slachtoffers hun persoonlijke verhalen: wat er gebeurde, wat het met hen deed én hoe de samenleving omgaat met het begrip femicide. Wat opvalt is dat het totaal verschillende families zijn, maar er veel overlap in hun verhalen zit. Ik geef deze docu vaak op als huiswerk aan de professionals die ik train.’
In haar Aanpakplan pleit Godwaldt voor een landelijk expertisecentrum bij de Raad voor de Kinderbescherming en bij de GI’s voor jeugdbescherming. ‘Zo’n centrum kan professionals adviseren, ondersteunen en zorgen voor de juiste kennis en begeleiding.’
Een goede aanpak vraagt ook om betere samenwerking tussen instanties. ‘Professionals moeten elkaar en elkaars rollen goed kennen,’ zegt Godwaldt. ‘Beleidsmakers hebben een sleutelpositie: met voldoende kennis over intieme terreur en femicide, kunnen ze het werkveld ondersteunen met de juiste tools, kennis en samenwerking.’
In sommige Zuid-Amerikaanse landen hebben kinderen van femicideslachtoffers levenslang recht op scholing, financiële steun en psychische zorg. Ze worden daar erkend als directe slachtoffers. Dat is een belangrijk voorbeeld voor hoe structurele ondersteuning eruit kan zien, vindt Godwaldt. ‘We moeten aandacht blijven houden, ook op de lange termijn. Door regelmatig te vragen wat een kind nodig heeft, passende ondersteuning te bieden en ervoor te zorgen dat het kind zich gezien en gehoord weet.’
Vanuit een Gecertificeerde Instelling kan een jeugdbeschermingsmaatregel uitgevoerd worden die wordt opgelegd door een rechter. ‘Ik heb hier geen ervaring mee,’ hoort Godwaldt nog te vaak van jeugdzorgprofessionals die een casus van femicide krijgen toegewezen. ‘En zonder ervaring moet je ook eigenlijk niet aan zo’n zware casus beginnen. Verkeerde beslissingen kunnen grote en langdurige gevolgen hebben voor het welzijn van een kind. Het is goed om binnen je organisatie aan te geven: ik wil graag meewerken maar wel onder begeleiding van een collega die meer ervaring heeft.’
Expertise
achtergrond
6,5 min.
Diana Eijsermans
Annemarie van Dijk
Femicide: waar hebben we het precies over?
Hoeveel van de circa 43 jaarlijks in Nederland vermoorde vrouwen door femicide om het leven komen, hangt af van hoe je die term definieert, zegt Barbara Godwaldt. ‘Bij ongeveer 60 procent van de vrouwelijke slachtoffers is de pleger een (ex-)partner met wie ze een geregistreerde relatie had.’ In dit artikel gaat het om de vrouwen uit deze slachtoffergroep - die kinderen hebben.
Daarnaast worden vrouwen vermoord door mannen met wie ze geen formele relatie hadden, door mannen die een relatie wilden maar werden afgewezen, en na seksuele misdrijven. En dan is er ook nog eergerelateerde moord.
Als je femicide breder ziet, namelijk als ‘een moord op een vrouw omdat ze vrouw is’, is er dus in meer dan 60 procent sprake van.’
Volg Barbara op LinkedIn
Barbara Godwaldt verloor zelf haar zus door femicide. Daardoor is ze sterk gemotiveerd om femicide en intieme terreur zichtbaar te maken en te bestrijden. Ze werkt als specialist intieme terreur en femicide bij Blijf Groep, een organisatie die hulp biedt aan slachtoffers, kinderen en plegers van huiselijk geweld.
Bij de moord op een vrouw door haar (ex-)partner raken eventuele kinderen niet alleen hun moeder kwijt, maar wordt ook hun relatie met de pleger - hun (stief)vader - ernstig geschaad. Specialist intieme terreur en femicide Barbara Godwaldt weet welke hulp deze kinderen nodig hebben.
Een moeder vermoord
Het verhoor moet wel zorgvuldig gebeuren, en passend bij de leeftijd van het kind, zodat het kind geen extra trauma oploopt. Godwaldt: ‘Kinderen worden - in tegenstelling tot bij seksueel misbruik – nog nauwelijks of niet traumasensitief gehoord. Dat horen we terug van kinderen en we zien het aan voorbeelden uit de praktijk. Ze worden bijvoorbeeld urenlang verhoord op een politiebureau, zonder psychische ondersteuning en zonder vertrouwde personen om zich heen. Zeker vlak na zo’n traumatische gebeurtenis kan dat zeer schadelijk zijn. Het is hard nodig om hier betere protocollen of richtlijnen voor te maken.’
‘Goedbedoelde acties kunnen pijnlijk uitpakken’
Wat heeft een kind nodig aan steun?
De eerste weken
op de lange termijn
De eerste 72 uur
Blijf met het kind praten; het trauma kan later in zijn leven weer naar boven komen. En blijf het kind ondersteunen, ook na zijn 18e, als het wordt losgelaten door jeugdzorg.
Er moet traumasensitief naar de wensen van het kind worden geluisterd. Vraag het kind of je met hem mag praten over wat er is gebeurd. We denken soms dat we het kind moeten beschermen door er niet over te beginnen, maar sommige kinderen willen er juist wel over praten.
Het kind is zijn vertrouwde thuis kwijt en moet een goede nieuwe plek krijgen zoals bij een pleeggezin of een vertrouwd familielid. Broertjes en zusjes moeten bij voorkeur bij elkaar blijven. Op de nieuwe plek zijn meestal geen vertrouwde spullen, zoals knuffels en kleren. De telefoon wordt vaak in beslag genomen voor het onderzoek. Zorg dus dat die vertrouwde spullen meegaan met het kind of vind een oplossing hiervoor, zoals een andere telefoon regelen.
Uiteraard heeft een 3-jarige iets anders nodig dan een jongvolwassene. Wel hebben alle kinderen en jongeren een traumasensitieve benadering, goede (na)zorg en begeleiding naar een nieuw veilig bestaan nodig.
Het is belangrijk om geen aannames te doen. ‘Goedbedoelde acties kunnen pijnlijk uitpakken als ze niet aansluiten bij wat een kind aankan.’ In de documentaire Blauwdruk vertelt Roser bijvoorbeeld dat zij moest verhuizen en het heel moeilijk vond dat bij het afscheid van haar klas niemand over haar moeder sprak.
Een andere jonge vrouw die haar moeder verloor, kreeg onaangekondigd een college over moordzaken, terwijl de docent wist wat zij kort daarvoor had meegemaakt. ‘Dit soort ervaringen versterken het gevoel van eenzaamheid, terwijl dat vaak te voorkomen is door vooraf af te stemmen.’
‘Verplichte ontmoetingen met de pleger zijn niet helpend’
‘De gedachte dat een kind na het verlies van zijn moeder contact zou moeten onderhouden met zijn vader, de pleger, om niet beide ouders te verliezen, wordt door het kind zelf vaak niet gedeeld. Kinderen willen vooral veiligheid en rust, voor hen zijn verplichte ontmoetingen met de pleger niet helpend.’
We moeten naar kinderen luisteren in wat ze zelf aangeven te willen en dit zwaar laten meewegen in de beslissing, vindt Godwaldt. ‘Ze hebben daar wel begeleiding bij nodig. Soms willen ze zelf contact met de pleger, bijvoorbeeld uit loyaliteit of om antwoorden te krijgen die hen helpen verder te leven. De behoefte aan contact krijgen ze soms pas als ze volwassen zijn.
Dat vraagt om zorgvuldig meedenken door ervaren professionals. Hierover deed ik voorstellen in het Aanpakplan: kinderen van femicide slachtoffers en femicide overlevers (zie kader, red.). Gelukkig gaat de overheid hier nu goed naar kijken.’
Zo’n verplichting tot contact wordt soms opgelegd in gerechtelijke uitspraken of het is een beslissing van de Gecertificeerde Instelling (GI) die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert.
Sommige kinderen proberen zich na de moord op hun moeder snel aan nieuwe verzorgers te hechten, simpelweg om te kunnen overleven. Anderen voelen zich niet veilig genoeg om zich opnieuw aan iemand te hechten. Volgens Godwaldt gaat het vaak mis bij de opvang van deze kinderen, zowel op de korte als op de lange termijn. ‘Broers en zussen worden vaak uit elkaar gehaald, kinderen worden ondergebracht bij familie of bekenden van de pleger, of moeten soms zelfs gedwongen contact hebben met de pleger. Dat kan doodsbang maken.’
Hechten
Kinderen zijn door de gebeurtenis de volledige regie kwijtgeraakt, zegt Godwaldt. Naar hen luisteren en hun wensen zwaar laten meewegen in vervolgstappen, maakt dat de behoefte en het gebodene beter op elkaar aansluiten. Wat een kind nodig heeft, verschilt per situatie en per leeftijd. Daarom is het belangrijk om het kind zelf te vragen wat helpend is. Daarbij moet altijd eerst gekeken worden naar de lichamelijke en psychische toestand. ‘Door goed te luisteren en zorgvuldig te handelen, kunnen professionals voorkomen dat kinderen na het geweld opnieuw of nog meer getraumatiseerd raken.’
Vraag het
Zolang een kind in een overlevingsstand staat, lijkt het meestal vrij normaal te functioneren. De gevolgen van het trauma zijn niet altijd meteen zichtbaar, maar zullen bijvoorbeeld pas aan het licht komen als het kind in de puberteit komt of zelf kinderen krijgt. Daarom hebben kinderen die hun moeder verliezen door femicide vaak jarenlang ondersteuning nodig. ‘Die hulp moet allesomvattend zijn,’ zegt Godwaldt. ‘Denk daarbij aan traumabegeleiding en het contact stimuleren tussen kind en betrouwbare vertrouwde personen in zijn omgeving. Wij richten ons nu nog nauwelijks op de achterblijvers.’
Langdurige steun nodig
Na de moord op hun moeder worden kinderen lang niet altijd gehoord door de politie. Daar leeft nog steeds het idee dat kinderen door loyaliteit aan hun ouders geen betrouwbare getuigen zijn, merkt Godwaldt. ‘Dat is een gemiste kans. Niet alleen voor het onderzoek, ook voor het kind. Gehoord worden kan juist helpen bij verwerking.’ Want gehoord worden, betekent voor het kind dat anderen je zien en je serieus nemen. Het kind krijgt daarmee erkenning en wat regie terug in een situatie waarin het alles kwijt is geraakt.
In Nederland worden elk jaar zo’n 43 vrouwen vermoord, blijkt uit cijfers van het CBS. Ongeveer 62 procent van hen had een kind of meerdere kinderen. Vaak zijn de kinderen thuis als het geweld plaatsvindt. Bij 1 op de 10 van deze moorden overlijden ook kinderen of andere omstanders.
Meemaken dat je moeder om het leven wordt gebracht door je vader of door de vriend van je moeder: voor een kind is het een verschrikkelijke ervaring. Uit gesprekken die Barbara Godwaldt met deze kinderen voert, blijkt dat ze vaak van een korte shockfase in een overlevingsstand terechtkomen. ‘Ze zijn ineens hun belangrijkste verzorger kwijtgeraakt. Tegelijkertijd hebben ze gezien hoe gewelddadig mensen kunnen zijn. Hun wereld wordt in één klap extreem onveilig. Dat werkt vaak hun hele leven door.’
Politieverhoor
‘Kinderen worden soms urenlang verhoord zonder ondersteuning’
Vorige pagina
Inhoudsopgave
Colofon
Volgende pagina
De documentaire Blauwdruk maakt de levenslange impact van femicide op kinderen zichtbaar. De film volgt volwassenen die als kind hun moeder verloren nadat die door hun (ex-)partner werd vermoord. Door persoonlijke verhalen en reconstructies van hun gezinshuis toont de docu hoe ingrijpend dit verlies is, zowel emotioneel als praktisch.
Reconstructie van femicide
In deze aflevering van Pauw & De Wit vraagt hoogleraar Marieke van Liem aandacht voor de kinderen van femicideslachtoffers. Aan het woord komt ook Roser Vlug; zij was 7 jaar oud toen haar vader haar moeder vermoordde.
Kinderen van femicideslachtoffers
Voor de vierdelige documentaireserie Fase 8: Femicide interviewden de makers Henk van der Aa en Jessica Villerius verschillende betrokkenen bij femicide. Aflevering 4 gaat over Sven, wiens moeder vermoord werd door haar ex-partner toen hij 8 jaar oud was. Op NPO Start zie je de hele serie.
Docu: als je moeder vermoord is
deel dit artikel
Vorige pagina
Colofon
Inhoudsopgave
Volgende pagina
De documentaire Blauwdruk maakt de levenslange impact van femicide op kinderen zichtbaar. De film volgt volwassenen die als kind hun moeder verloren nadat die door hun (ex-)partner werd vermoord. Door persoonlijke verhalen en reconstructies van hun gezinshuis toont de docu hoe ingrijpend dit verlies is, zowel emotioneel als praktisch.
Reconstructie van femicide
In deze aflevering van Pauw & De Wit vraagt hoogleraar Marieke van Liem aandacht voor de kinderen van femicideslachtoffers. Aan het woord komt ook Roser Vlug; zij was 7 jaar oud toen haar vader haar moeder vermoordde.
Kinderen van femicideslachtoffers
Voor de vierdelige documentaireserie Fase 8: Femicide interviewden de makers Henk van der Aa en Jessica Villerius verschillende betrokkenen bij femicide. Aflevering 4 gaat over Sven, wiens moeder vermoord werd door haar ex-partner toen hij 8 jaar oud was. Op NPO Start zie je de hele serie.
Docu: als je moeder vermoord is
Kijktip van Barbara Godwaldt
‘In de documentaire Femicide delen nabestaanden van slachtoffers hun persoonlijke verhalen: wat er gebeurde, wat het met hen deed én hoe de samenleving omgaat met het begrip femicide. Wat opvalt is dat het totaal verschillende families zijn, maar er veel overlap in hun verhalen zit. Ik geef deze docu vaak op als huiswerk aan de professionals die ik train.’
In haar Aanpakplan pleit Godwaldt voor een landelijk expertisecentrum bij de Raad voor de Kinderbescherming en bij de GI’s voor jeugdbescherming. ‘Zo’n centrum kan professionals adviseren, ondersteunen en zorgen voor de juiste kennis en begeleiding.’
Een goede aanpak vraagt ook om betere samenwerking tussen instanties. ‘Professionals moeten elkaar en elkaars rollen goed kennen,’ zegt Godwaldt. ‘Beleidsmakers hebben een sleutelpositie: met voldoende kennis over intieme terreur en femicide, kunnen ze het werkveld ondersteunen met de juiste tools, kennis en samenwerking.’
In sommige Zuid-Amerikaanse landen hebben kinderen van femicideslachtoffers levenslang recht op scholing, financiële steun en psychische zorg. Ze worden daar erkend als directe slachtoffers. Dat is een belangrijk voorbeeld voor hoe structurele ondersteuning eruit kan zien, vindt Godwaldt. ‘We moeten aandacht blijven houden, ook op de lange termijn. Door regelmatig te vragen wat een kind nodig heeft, passende ondersteuning te bieden en ervoor te zorgen dat het kind zich gezien en gehoord weet.’
Vanuit een Gecertificeerde Instelling kan een jeugdbeschermingsmaatregel uitgevoerd worden die wordt opgelegd door een rechter. ‘Ik heb hier geen ervaring mee,’ hoort Godwaldt nog te vaak van jeugdzorgprofessionals die een casus van femicide krijgen toegewezen. ‘En zonder ervaring moet je ook eigenlijk niet aan zo’n zware casus beginnen. Verkeerde beslissingen kunnen grote en langdurige gevolgen hebben voor het welzijn van een kind. Het is goed om binnen je organisatie aan te geven: ik wil graag meewerken maar wel onder begeleiding van een collega die meer ervaring heeft.’
Expertise
‘De gedachte dat een kind na het verlies van zijn moeder contact zou moeten onderhouden met zijn vader, de pleger, om niet beide ouders te verliezen, wordt door het kind zelf vaak niet gedeeld. Kinderen willen vooral veiligheid en rust, voor hen zijn verplichte ontmoetingen met de pleger niet helpend.’
We moeten naar kinderen luisteren in wat ze zelf aangeven te willen en dit zwaar laten meewegen in de beslissing, vindt Godwaldt. ‘Ze hebben daar wel begeleiding bij nodig. Soms willen ze zelf contact met de pleger, bijvoorbeeld uit loyaliteit of om antwoorden te krijgen die hen helpen verder te leven. De behoefte aan contact krijgen ze soms pas als ze volwassen zijn.
Dat vraagt om zorgvuldig meedenken door ervaren professionals. Hierover deed ik voorstellen in het Aanpakplan: kinderen van femicide slachtoffers en femicide overlevers (zie kader, red.). Gelukkig gaat de overheid hier nu goed naar kijken.’
Zo’n verplichting tot contact wordt soms opgelegd in gerechtelijke uitspraken of het is een beslissing van de Gecertificeerde Instelling (GI) die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert.
Wat heeft een kind nodig aan steun?
De eerste weken
op de lange termijn
De eerste 72 uur
Blijf met het kind praten; het trauma kan later in zijn leven weer naar boven komen. En blijf het kind ondersteunen, ook na zijn 18e, als het wordt losgelaten door jeugdzorg.
Er moet traumasensitief naar de wensen van het kind worden geluisterd. Vraag het kind of je met hem mag praten over wat er is gebeurd. We denken soms dat we het kind moeten beschermen door er niet over te beginnen, maar sommige kinderen willen er juist wel over praten.
Het kind is zijn vertrouwde thuis kwijt en moet een goede nieuwe plek krijgen zoals bij een pleeggezin of een vertrouwd familielid. Broertjes en zusjes moeten bij voorkeur bij elkaar blijven. Op de nieuwe plek zijn meestal geen vertrouwde spullen, zoals knuffels en kleren. De telefoon wordt vaak in beslag genomen voor het onderzoek. Zorg dus dat die vertrouwde spullen meegaan met het kind of vind een oplossing hiervoor, zoals een andere telefoon regelen.
Uiteraard heeft een 3-jarige iets anders nodig dan een jongvolwassene. Wel hebben alle kinderen en jongeren een traumasensitieve benadering, goede (na)zorg en begeleiding naar een nieuw veilig bestaan nodig.
Het is belangrijk om geen aannames te doen. ‘Goedbedoelde acties kunnen pijnlijk uitpakken als ze niet aansluiten bij wat een kind aankan.’ In de documentaire Blauwdruk vertelt Roser bijvoorbeeld dat zij moest verhuizen en het heel moeilijk vond dat bij het afscheid van haar klas niemand over haar moeder sprak.
Een andere jonge vrouw die haar moeder verloor, kreeg onaangekondigd een college over moordzaken, terwijl de docent wist wat zij kort daarvoor had meegemaakt. ‘Dit soort ervaringen versterken het gevoel van eenzaamheid, terwijl dat vaak te voorkomen is door vooraf af te stemmen.’
‘Goedbedoelde acties kunnen pijnlijk uitpakken’
Kinderen zijn door de gebeurtenis de volledige regie kwijtgeraakt, zegt Godwaldt. Naar hen luisteren en hun wensen zwaar laten meewegen in vervolgstappen, maakt dat de behoefte en het gebodene beter op elkaar aansluiten. Wat een kind nodig heeft, verschilt per situatie en per leeftijd. Daarom is het belangrijk om het kind zelf te vragen wat helpend is. Daarbij moet altijd eerst gekeken worden naar de lichamelijke en psychische toestand. ‘Door goed te luisteren en zorgvuldig te handelen, kunnen professionals voorkomen dat kinderen na het geweld opnieuw of nog meer getraumatiseerd raken.’
Vraag het
Zolang een kind in een overlevingsstand staat, lijkt het meestal vrij normaal te functioneren. De gevolgen van het trauma zijn niet altijd meteen zichtbaar, maar zullen bijvoorbeeld pas aan het licht komen als het kind in de puberteit komt of zelf kinderen krijgt. Daarom hebben kinderen die hun moeder verliezen door femicide vaak jarenlang ondersteuning nodig. ‘Die hulp moet allesomvattend zijn,’ zegt Godwaldt. ‘Denk daarbij aan traumabegeleiding en het contact stimuleren tussen kind en betrouwbare vertrouwde personen in zijn omgeving. Wij richten ons nu nog nauwelijks op de achterblijvers.’
Langdurige steun nodig
‘Verplichte ontmoetingen met de pleger zijn niet helpend’
Sommige kinderen proberen zich na de moord op hun moeder snel aan nieuwe verzorgers te hechten, simpelweg om te kunnen overleven. Anderen voelen zich niet veilig genoeg om zich opnieuw aan iemand te hechten. Volgens Godwaldt gaat het vaak mis bij de opvang van deze kinderen, zowel op de korte als op de lange termijn. ‘Broers en zussen worden vaak uit elkaar gehaald, kinderen worden ondergebracht bij familie of bekenden van de pleger, of moeten soms zelfs gedwongen contact hebben met de pleger. Dat kan doodsbang maken.’
Hechten
Het verhoor moet wel zorgvuldig gebeuren, en passend bij de leeftijd van het kind, zodat het kind geen extra trauma oploopt. Godwaldt: ‘Kinderen worden - in tegenstelling tot bij seksueel misbruik – nog nauwelijks of niet traumasensitief gehoord. Dat horen we terug van kinderen en we zien het aan voorbeelden uit de praktijk. Ze worden bijvoorbeeld urenlang verhoord op een politiebureau, zonder psychische ondersteuning en zonder vertrouwde personen om zich heen. Zeker vlak na zo’n traumatische gebeurtenis kan dat zeer schadelijk zijn. Het is hard nodig om hier betere protocollen of richtlijnen voor te maken.’
‘Kinderen worden soms urenlang verhoord zonder ondersteuning’
Na de moord op hun moeder worden kinderen lang niet altijd gehoord door de politie. Daar leeft nog steeds het idee dat kinderen door loyaliteit aan hun ouders geen betrouwbare getuigen zijn, merkt Godwaldt. ‘Dat is een gemiste kans. Niet alleen voor het onderzoek, ook voor het kind. Gehoord worden kan juist helpen bij verwerking.’ Want gehoord worden, betekent voor het kind dat anderen je zien en je serieus nemen. Het kind krijgt daarmee erkenning en wat regie terug in een situatie waarin het alles kwijt is geraakt.
Politieverhoor
Femicide: waar hebben we het precies over?
Hoeveel van de circa 43 jaarlijks in Nederland vermoorde vrouwen door femicide om het leven komen, hangt af van hoe je die term definieert, zegt Barbara Godwaldt. ‘Bij ongeveer 60 procent van de vrouwelijke slachtoffers is de pleger een (ex-)partner met wie ze een geregistreerde relatie had.’ In dit artikel gaat het om de vrouwen uit deze slachtoffergroep - die kinderen hebben.
Daarnaast worden vrouwen vermoord door mannen met wie ze geen formele relatie hadden, door mannen die een relatie wilden maar werden afgewezen, en na seksuele misdrijven. En dan is er ook nog eergerelateerde moord.
Als je femicide breder ziet, namelijk als ‘een moord op een vrouw omdat ze vrouw is’, is er dus in meer dan 60 procent sprake van.’
In Nederland worden elk jaar zo’n 43 vrouwen vermoord, blijkt uit cijfers van het CBS. Ongeveer 62 procent van hen had een kind of meerdere kinderen. Vaak zijn de kinderen thuis als het geweld plaatsvindt. Bij 1 op de 10 van deze moorden overlijden ook kinderen of andere omstanders.
Meemaken dat je moeder om het leven wordt gebracht door je vader of door de vriend van je moeder: voor een kind is het een verschrikkelijke ervaring. Uit gesprekken die Barbara Godwaldt met deze kinderen voert, blijkt dat ze vaak van een korte shockfase in een overlevingsstand terechtkomen. ‘Ze zijn ineens hun belangrijkste verzorger kwijtgeraakt. Tegelijkertijd hebben ze gezien hoe gewelddadig mensen kunnen zijn. Hun wereld wordt in één klap extreem onveilig. Dat werkt vaak hun hele leven door.’
Volg Barbara op LinkedIn
Barbara Godwaldt verloor zelf haar zus door femicide. Daardoor is ze sterk gemotiveerd om femicide en intieme terreur zichtbaar te maken en te bestrijden. Ze werkt als specialist intieme terreur en femicide bij Blijf Groep, een organisatie die hulp biedt aan slachtoffers, kinderen en plegers van huiselijk geweld.
achtergrond
6,5 min.
Diana Eijsermans
Annemarie van Dijk
Bij de moord op een vrouw door haar (ex-)partner raken eventuele kinderen niet alleen hun moeder kwijt, maar wordt ook hun relatie met de pleger - hun (stief)vader - ernstig geschaad. Specialist intieme terreur en femicide Barbara Godwaldt weet welke hulp deze kinderen nodig hebben.
Een moeder vermoord