‘Creativiteit bevrijdt’ is het motto van YOPE. De medewerkers bieden jongeren in én na detentie en gesloten jeugdzorg onder andere creatieve en sportieve workshops, lesprogramma’s, mentoren en hulp, met als doel: hun talenten op een positieve manier inzetten en ontwikkelen. Hun ervaringskennis zetten ze in om professionals te trainen en adviseren - van rechters tot jeugdreclassering en beleidsmakers.

Young Perspectives (YOPE)

Mohammed el Hamdaoui:

Mijn mentor was mijn redding. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me begrepen, gehoord en gezien. Als mens, niet als crimineel’

Artikel 6 – Leven en ontwikkeling
Ieder kind heeft het recht om te leven en om zich te ontwikkelen. De overheid heeft de plicht om een veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien.

Artikel 12 – Mening van het kind
Kinderen hebben het recht om hun mening te geven over alle zaken die hen aangaan. Hun mening moet - passend bij hun leeftijd - serieus meegewogen worden.

Artikel 28 – Onderwijs
Elk kind heeft recht op onderwijs. Dat betekent dat basisonderwijs voor ieder kind gratis beschikbaar moet zijn. De overheid moet er bovendien voor zorgen dat het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs toegankelijk is voor ieder kind.

Artikel 37 – Foltering en vrijheidsbeneming
Kinderen mogen niet onderworpen worden aan foltering, wrede behandeling of vrijheidsbeneming die in strijd is met hun rechten en waardigheid. Dit geldt voor opsluiting in het kader van het jeugdstrafrecht, maar ook voor gesloten jeugdhulp, gesloten plaatsing vanwege een psychiatrische aandoening en migratiedetentie.

Artikel 40 – Jeugdstrafrecht
Kinderen die verdacht of schuldig zijn aan een delict hebben recht op een speciale pedagogische benadering via het jeugdstrafrecht, aangepast aan hun leeftijd en de behoefte aan rehabilitatie.

Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.

Kinderrechten die passen bij dit artikel

Veerle Pieters is creatief strateeg bij YOPE. Ze zoekt in die functie naar continue groei en verbetering van YOPE’s diensten. 

Mohammed el Hamdaoui is coördinator expert bij YOPE. Hij houdt zich bezig met trainings- en adviesopdrachten aan professionals in de jeugd(strafrecht)keten en geeft een-op-een begeleiding aan jongeren in het vinden van werk of een nieuw netwerk.

Nederland kreeg meerdere keren het advies om de minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid
te verhogen naar 14, maar houdt vast aan 12 jaar

Stigma

Eenmaal buiten zou er veel betere nazorg moeten zijn, vindt Berger en bepleit ook YOPE. Want de grote overgang, het stigma dat er aan detentie kleeft en alles dat nog verwerkt moet worden, veroorzaken niet alleen praktische problemen (met wonen, werken) maar vaak ook mentale problemen.

El Hamdaoui: ‘Je leven heeft binnen stilgestaan. Je hebt zo veel gemist: school, bijbaantje, verliefdheden. Maar buiten is het leven gewoon doorgegaan. Dat is heel confronterend. Je bent het gewone leven ook totaal ontwend. Gewone geluiden, dat iemand aan je vraagt wat jij wilt - dat gebeurt in de gevangenis nooit. Daar moet je overal toestemming voor vragen, zelfs om naar de wc te gaan. Ik werd buiten een beetje paranoia, had het gevoel dat iedereen naar me keek. In de gevangenis word je immers ook continue in de gaten gehouden.’

El Hamdaoui was 18+ toen hij vrijkwam. ‘Ik stond letterlijk buiten met een vuilniszak met m’n spullen. Dan kun je naar de daklozenopvang.’ Zijn mentor van YOPE hielp hem op de goede weg (te blijven). El Hamdaoui: ‘Zij was mijn redding. Ik vertrouwde niemand, maar mijn mentor wel. Zij luisterde echt én ik wist dat zij niks doorvertelde. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me begrepen, gehoord en gezien. Als mens, niet als crimineel.’

Maartje Berger: ‘Zie mij, luister echt naar mij, neem me serieus - dat is eigenlijk altijd de boodschap van jongeren. En dat is ook hun recht! Daar kan elke jeugdprofessional vandaag nog mee beginnen.’

Echt iets leren

Op een positieve manier werken aan jezelf, aan je eigen groei en ontwikkeling - daar zou volgens Pieters veel meer aandacht voor moeten zijn. ‘Bied de mogelijkheid dat jongeren écht iets leren en iets bereiken, zodat hun leven niet helemaal stilstaat.’

Hier kan herstelgericht werken ook aan bijdragen, meent Berger. ‘Daarmee laat je jongeren zelf meedenken over hun situatie en over oplossingen. Zo geef je ze meer eigen regie en autonomie.’

Jongeren in detentie zouden volgens het jeugdstrafrecht goed moeten worden voorbereid op terugkeer naar de maatschappij. Maar ook dit schiet er vaak bij in. Personeelstekorten spelen hier weer mee, maar jongeren worden ook te veel verantwoordelijkheden uit handen genomen. Pieters: ‘Binnen wordt alles voor je bedacht, besloten en ook geregeld. Zelfs iets als een OV-kaart opladen, of je verzekeringen regelen. Terwijl jongeren er buiten juist vaak helemaal alleen voor staan. Dat contrast is dan enorm.’

Ondermaats

‘Het onderwijs stelde niet veel voor, het was meer een ontmoetingsplek dan school,’ herinnert El Hamdaoui zich. Zijn detentie bestond vooral uit verveling, wachten en onzekerheid, zegt hij. Vooral de tijd in voorlopige hechtenis. ‘Dan heb je geen verlof en geen hulp of begeleiding. Ik wilde heel graag leren omgaan met wat ik had gedaan en het verwerken, maar daar was nauwelijks aandacht voor. Ik kreeg op een gegeven moment wel een psycholoog, maar doordat ik nog niet was berecht, durfde ik niet vrijuit te spreken.’

Een belangrijk recht van jongeren, ook in detentie, is dat zij ontwikkelmogelijkheden hebben. In de praktijk komt dit recht vaak in de knel. Pieters: ‘Kinderen en jongeren hebben recht op dagbesteding, maar dit lukt lang niet altijd.’ Ook is het onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen veelal beperkt en ondermaats, zo constateerde Onderwijsinspectie meermaals. Personeelstekorten verergeren dit. Hierdoor zitten jongeren soms wel tot 22 uur per dag op hun cel en belanden ze eerder in de isoleercel.

Detentieschade

Mohammed el Hamdaoui:

‘Het onderwijs in detentie stelde niet veel voor. Het was meer een ontmoetingsplek dan school’

Maartje Berger:

‘Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt van de Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd’

Veerle Pieters:

‘Tijdens kortdurende straf leert een jongere meer over de criminele wereld dan hij of zij ervoor wist’

Maartje Berger:

‘Een jongere moet de kans krijgen om te leren van fouten, en om het goed te maken

Een verbetering is in dat opzicht Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd (KVJJ), waarvan er sinds kort zes verspreid over het land zijn. Hier is het regime milder en kunnen jongeren overdag vaak hun dagbesteding houden: werk, school, sport. De minister beslist wie er voor in aanmerking komt. ‘Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt,’ zegt Maartje Berger.

Zo’n kortdurende straf richt volgens Pieters echter meer schade aan dan dat hij goed doet. ‘De tijd is te kort voor hulp of een behandeling, maar ondertussen leert een jongere meer over de criminele wereld dan hij of zij ervoor wist. Bovendien maakt een (korte) straf jongeren vaak nog bozer op de maatschappij, waardoor ze daar nog verder van verwijderd raken.’

El Hamdaoui wijst op de zogenoemde detentieschade. ‘Ook jongeren die ‘maar’ een paar weken vastzitten, raken daardoor vaak hun school, werk en vrienden kwijt.’

Meer dan de helft van de delinquente jongeren valt een of meerdere keren terug. Ook voor Veerle Pieters van YOPE is het een bewijs dat het huidige, op straf gerichte systeem niet goed werkt. Gevraagd naar verbeterpunten, noemt ze als eerste ‘de kortdurende straf’ van een paar weken tot een paar maanden. Het grootste deel van de jongeren in justitiële jeugdinrichtingen zit zo’n kortdurende straf uit. Dat wil zeggen: zij zitten vaak nog in voorlopige hechtenis (voorarrest) waarbij de straf uiteindelijk net zo lang wordt als dit voorarrest.

Vaker herstelrecht

Dit begint vaak met zogenaamde herstelgesprekken, onder leiding van een mediator. ‘Herstelrecht kan worden ingezet ter voorkoming of vervanging van detentie, maar eventueel ook gelijktijdig met detentie of aan het einde, als onderdeel van de re-integratie,’ zegt Berger die zelf ook werkt als mediator. ‘Jonge delinquenten hebben recht op een pedagogische aanpak. Herstelrecht is dat bij uitstek. Een jongere moet de kans krijgen te leren van fouten, en om het goed te maken. Herstelrecht is bovendien ook nog eens veel goedkoper dan detentie.’

‘De politie zou een zaak ook veel vaker buiten het strafrecht om moeten proberen op te lossen,’ zegt Berger. ‘Met een reprimande of waarschuwing, via jeugdbescherming, of een doorverwijzing naar bureau Halt voor een taakstraf.

Berger, aangesloten bij Restorative Justice Nederland, pleit daarnaast voor meer herstelrecht. Anders dan in het strafrecht, staat in het herstelrecht niet de daad centraal, maar de materiële en/of emotionele schade die is veroorzaakt en het (mogelijke) herstel daarvan. Bij slachtoffer én dader.

Politie

Elke jongere die verdacht wordt van een strafbaar feit, krijgt die met de politie te maken. Belangrijk dus dat de rechten van kinderen en jongeren daar goed worden nageleefd. Maar dat is lang niet altijd het geval, zegt Berger. Integendeel. ‘De informatie, de bejegening, de cellen, de arrestaties - eigenlijk schiet het in deze fase qua “kindvriendelijkheid” op alle fronten tekort.’

Volgens het Kinderrechtenverdrag is het beter om kinderen te helpen dan ze te straffen. Met veel kinderen die de wet overtreden, is namelijk meer aan de hand. Maar de nadruk ligt vooral op de daad, zegt Berger. ‘De politie wil een feit bewezen krijgen en kijkt te weinig naar de persoon en de persoonlijke omstandigheden. Het lijkt een open deur, maar achter elk delict zit een mens met een verhaal en vaak is dat een verhaal van gebrek aan goede aandacht, liefde, opvoeding en de juiste hulp. En vergeet niet dat veel daders vaak eerst slachtoffer zijn geweest en slachtoffers niet altijd alleen slachtoffer zijn. Daar komt nog bij dat jongeren die toch al kwetsbaar zijn - zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB), een migratieachtergrond of een problematische thuissituatie - een grotere kans lopen om met justitie in aanraking te komen.’ 

‘Je wordt bij de politie te snel als dader gezien en behandeld, in plaats van als verdachte,’ zegt ook Veerle Pieters, creatief strateeg bij YOPE. Een oorzaak is een tekort aan gespecialiseerde jeugdagenten, maar zeker bij ‘het blauw op straat’ mist ze ‘zelfreflectie over het eigen handelen en vooroordelen’.

Te veel, te jong

Bovendien hanteert Nederland 12 jaar als minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. In veel andere landen is dit 14 jaar. Nederland kreeg meerdere keren het advies om die leeftijd te verhogen, onder andere door de Raad voor Strafrechttoepassing (RJS) en het Comité voor de Rechten van het Kind, maar houdt vooralsnog vast aan 12 jaar. De RJS is van mening dat vrijwillige of gedwongen jeugdhulp voor kinderen tot ten minste 14 jaar de voorkeur geniet boven het strafrecht.

Daar is Berger het mee eens. ‘Kinderen horen niet in de cel.’ Vanaf 12 jaar is bovendien nog onwenselijker omdat in Nederland ook 18 tot 23-jarigen in een justitiële jeugdinrichting geplaatst kunnen worden.

‘Dat is positief,’ zegt Maartje Berger, jurist kinder- en jeugdrecht, want kinderen en jongeren hebben recht op een andere aanpak dan volwassenen. ‘Een belangrijk uitgangspunt in het jeugdstrafrecht is dat rekening wordt gehouden met de leeftijd en ontwikkeling.’

Maar kritiek heeft ze ook, zo zitten er in Nederland te veel jongeren vast: ieder jaar ruim 900 minderjarigen. Berger: ‘Volgens het VN Kinderrechtenverdrag zou detentie voor jongeren een uiterste maatregel moeten zijn. Maar in de praktijk stijgt het aantal jongeren in justitiële jeugdinrichtingen juist.’ En dat is des te opmerkelijker omdat de jeugdcriminaliteit jaren achter elkaar is gedaald en sinds een paar jaar redelijk stabiel is. Er wordt dus te vaak naar het middel detentie gegrepen.

Nederland kent een apart rechtssysteem voor 12- tot 18-jarigen: het jeugdstrafrecht. Met aparte wetten, speciaal opgeleide professionals, zoals een kinderrechter en jeugdreclassering, en aparte justitiële jeugdinstellingen.

‘Een heel vervelende, verrotte tijd,’ noemt Mohammed el Hamdaoui de jaren die hij in detentie zat. ‘Het enige positieve? Dat ik een eigen kamer had, een plek om op mezelf te zijn.’

El Hamdaoui (29) groeide op zonder veel houvast. Thuis liep het vaak mis, en al jong moest hij zichzelf zien te redden. Hij zwierf van bank naar bank en belandde - in de drang naar veel geld voor een ‘onafhankelijk leven’ - via de kleine in de grote criminaliteit, en uiteindelijk in detentie. Vanaf zijn 16e zat hij in totaal bijna drie jaar vast, in verschillende justitiële jeugdinrichtingen.

Hij wil niet meer geassocieerd worden met de jongen die hij toen was. Inmiddels heeft hij zijn leven op de rit. Hij wordt binnenkort vader en werkt als coördinator bij Young Perspectives (YOPE), een belangenvereniging voor en met jongeren in en na detentie en gesloten jeugdhulp. Maar de weg daarnaartoe was lang.

Maartje Berger werkt bij Restorative Justice Nederland. Zij is jurist en mediator op het terrein van jeugd(straf)recht, herstelrecht en kinderrechten. Daarnaast is Berger actief als projectcoördinator, trainer en buurtbemiddelaar.

‘Kinderen horen niet in de cel’

achtergrond

12 min.

Eva Prins

Voor wie geïnteresseerd is in ervaringsverhalen van jongeren die in detentie zitten of hebben gezeten is er de website IK ZIT VAST. Uit hun verhalen blijkt dat zij niet alleen dader, maar vaak ook slachtoffer zijn, en veel onveiligheid hebben meegemaakt. Podcasts, talkshows, en de documentaire Een schone lei geven inzicht in wat zij nodig hebben.

Ik zit vast - verhalen van jongeren

Het huidige systeem biedt daarvoor te weinig mogelijkheden. Jongeren krijgen niet altijd dezelfde kansen, missen soms recht op gratis rechtsbijstand en betrokken instanties hebben niet genoeg kennis over jeugd. De RSJ benadrukt dat het kiezen voor de minst schadelijke optie voor de jeugdige centraal moet staan, om schade en stigmatisering te voorkomen.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) zegt in een advies dat het Nederlandse stelsel van buitenstrafrechtelijke afdoeningen voor jeugdigen niet voldoet aan internationale normen voor kinderrechten. De Raad pleit ervoor dat jongeren vaker buiten het strafrecht worden geholpen - ook bij zwaardere feiten of bij herhaling.

Een nieuw perspectief

Jaarlijks worden ongeveer 5000 jongeren tussen de 12 en 23 jaar begeleid door de jeugdreclassering. In samenwerking met Expect Jeugd ontwikkelde Augeo Foundation twee animaties voor deze jongeren. In de animatie ‘Wat maakt jou gelukkig?’ worden jongeren geprikkeld om na te denken over wat belangrijk is in hun leven. De animatie ‘Wat is jou overkomen?’ maakt duidelijk dat deze jongeren vaak al veel hebben meegemaakt en welke invloed dit kan hebben. Je vindt beide animaties op onze website.

Animaties voor jongeren met crimineel of antisociaal gedrag

In Arnhem-Oost begeleidt Prospect4Cash jongeren die het risico lopen om af te glijden naar de criminaliteit, naar betaald werk. Daarbij maken ze gebruik van talentontwikkeling, ondersteuning bij het onderwijs en sportactiviteiten. De jongeren leren verantwoordelijkheid, samenwerken en omgaan met deadlines. Er is 24/7 iemand beschikbaar voor begeleiding. Zo ervaren ze vertrouwen en zien ze dat er ook een goed pad bestaat, dat kansen biedt.

Naar het goede pad

Deel dit artikel:

Voor wie geïnteresseerd is in ervaringsverhalen van jongeren die in detentie zitten of hebben gezeten is er de website IK ZIT VAST. Uit hun verhalen blijkt dat zij niet alleen dader, maar vaak ook slachtoffer zijn, en veel onveiligheid hebben meegemaakt. Podcasts, talkshows, en de documentaire Een schone lei geven inzicht in wat zij nodig hebben.

Ik zit vast - verhalen van jongeren

Het huidige systeem biedt daarvoor te weinig mogelijkheden. Jongeren krijgen niet altijd dezelfde kansen, missen soms recht op gratis rechtsbijstand en betrokken instanties hebben niet genoeg kennis over jeugd. De RSJ benadrukt dat het kiezen voor de minst schadelijke optie voor de jeugdige centraal moet staan, om schade en stigmatisering te voorkomen.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) zegt in een advies dat het Nederlandse stelsel van buitenstrafrechtelijke afdoeningen voor jeugdigen niet voldoet aan internationale normen voor kinderrechten. De Raad pleit ervoor dat jongeren vaker buiten het strafrecht worden geholpen - ook bij zwaardere feiten of bij herhaling.

Een nieuw perspectief

Jaarlijks worden ongeveer 5000 jongeren tussen de 12 en 23 jaar begeleid door de jeugdreclassering. In samenwerking met Expect Jeugd ontwikkelde Augeo Foundation twee animaties voor deze jongeren. In de animatie ‘Wat maakt jou gelukkig?’ worden jongeren geprikkeld om na te denken over wat belangrijk is in hun leven. De animatie ‘Wat is jou overkomen?’ maakt duidelijk dat deze jongeren vaak al veel hebben meegemaakt en welke invloed dit kan hebben. Je vindt beide animaties op onze website.

Animaties voor jongeren met crimineel of antisociaal gedrag

In Arnhem-Oost begeleidt Prospect4Cash jongeren die het risico lopen om af te glijden naar de criminaliteit, naar betaald werk. Daarbij maken ze gebruik van talentontwikkeling, ondersteuning bij het onderwijs en sportactiviteiten. De jongeren leren verantwoordelijkheid, samenwerken en omgaan met deadlines. Er is 24/7 iemand beschikbaar voor begeleiding. Zo ervaren ze vertrouwen en zien ze dat er ook een goed pad bestaat, dat kansen biedt.

Naar het goede pad

Artikel 6 – Leven en ontwikkeling
Ieder kind heeft het recht om te leven en om zich te ontwikkelen. De overheid heeft de plicht om een veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien.

Artikel 12 – Mening van het kind
Kinderen hebben het recht om hun mening te geven over alle zaken die hen aangaan. Hun mening moet - passend bij hun leeftijd - serieus meegewogen worden.

Artikel 28 – Onderwijs
Elk kind heeft recht op onderwijs. Dat betekent dat basisonderwijs voor ieder kind gratis beschikbaar moet zijn. De overheid moet er bovendien voor zorgen dat het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs toegankelijk is voor ieder kind.

Artikel 37 – Foltering en vrijheidsbeneming
Kinderen mogen niet onderworpen worden aan foltering, wrede behandeling of vrijheidsbeneming die in strijd is met hun rechten en waardigheid. Dit geldt voor opsluiting in het kader van het jeugdstrafrecht, maar ook voor gesloten jeugdhulp, gesloten plaatsing vanwege een psychiatrische aandoening en migratiedetentie.

Artikel 40 – Jeugdstrafrecht
Kinderen die verdacht of schuldig zijn aan een delict hebben recht op een speciale pedagogische benadering via het jeugdstrafrecht, aangepast aan hun leeftijd en de behoefte aan rehabilitatie.

Kinderrechten zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Elk artikel benoemt een specifiek recht of een verplichting voor landen die het verdrag hebben ondertekend. Hieronder lichten we de rechten toe die in dit artikel het meest relevant zijn.

Kinderrechten die passen bij dit artikel

‘Creativiteit bevrijdt’ is het motto van YOPE. De medewerkers bieden jongeren in én na detentie en gesloten jeugdzorg onder andere creatieve en sportieve workshops, lesprogramma’s, mentoren en hulp, met als doel: hun talenten op een positieve manier inzetten en ontwikkelen. Hun ervaringskennis zetten ze in om professionals te trainen en adviseren - van rechters tot jeugdreclassering en beleidsmakers.

Young Perspectives (YOPE)

Mohammed el Hamdaoui:

Mijn mentor was mijn redding. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me begrepen, gehoord en gezien. Als mens, niet als crimineel’

Eenmaal buiten zou er veel betere nazorg moeten zijn, vindt Berger en bepleit ook YOPE. Want de grote overgang, het stigma dat er aan detentie kleeft en alles dat nog verwerkt moet worden, veroorzaken niet alleen praktische problemen (met wonen, werken) maar vaak ook mentale problemen.

El Hamdaoui: ‘Je leven heeft binnen stilgestaan. Je hebt zo veel gemist: school, bijbaantje, verliefdheden. Maar buiten is het leven gewoon doorgegaan. Dat is heel confronterend. Je bent het gewone leven ook totaal ontwend. Gewone geluiden, dat iemand aan je vraagt wat jij wilt - dat gebeurt in de gevangenis nooit. Daar moet je overal toestemming voor vragen, zelfs om naar de wc te gaan. Ik werd buiten een beetje paranoia, had het gevoel dat iedereen naar me keek. In de gevangenis word je immers ook continue in de gaten gehouden.’

El Hamdaoui was 18+ toen hij vrijkwam. ‘Ik stond letterlijk buiten met een vuilniszak met m’n spullen. Dan kun je naar de daklozenopvang.’ Zijn mentor van YOPE hielp hem op de goede weg (te blijven). El Hamdaoui: ‘Zij was mijn redding. Ik vertrouwde niemand, maar mijn mentor wel. Zij luisterde echt én ik wist dat zij niks doorvertelde. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me begrepen, gehoord en gezien. Als mens, niet als crimineel.’

Maartje Berger: ‘Zie mij, luister echt naar mij, neem me serieus - dat is eigenlijk altijd de boodschap van jongeren. En dat is ook hun recht! Daar kan elke jeugdprofessional vandaag nog mee beginnen.’

Stigma

Op een positieve manier werken aan jezelf, aan je eigen groei en ontwikkeling - daar zou volgens Pieters veel meer aandacht voor moeten zijn. ‘Bied de mogelijkheid dat jongeren écht iets leren en iets bereiken, zodat hun leven niet helemaal stilstaat.’

Hier kan herstelgericht werken ook aan bijdragen, meent Berger. ‘Daarmee laat je jongeren zelf meedenken over hun situatie en over oplossingen. Zo geef je ze meer eigen regie en autonomie.’

Jongeren in detentie zouden volgens het jeugdstrafrecht goed moeten worden voorbereid op terugkeer naar de maatschappij. Maar ook dit schiet er vaak bij in. Personeelstekorten spelen hier weer mee, maar jongeren worden ook te veel verantwoordelijkheden uit handen genomen. Pieters: ‘Binnen wordt alles voor je bedacht, besloten en ook geregeld. Zelfs iets als een OV-kaart opladen, of je verzekeringen regelen. Terwijl jongeren er buiten juist vaak helemaal alleen voor staan. Dat contrast is dan enorm.’

Echt iets leren

‘Het onderwijs stelde niet veel voor, het was meer een ontmoetingsplek dan school,’ herinnert El Hamdaoui zich. Zijn detentie bestond vooral uit verveling, wachten en onzekerheid, zegt hij. Vooral de tijd in voorlopige hechtenis. ‘Dan heb je geen verlof en geen hulp of begeleiding. Ik wilde heel graag leren omgaan met wat ik had gedaan en het verwerken, maar daar was nauwelijks aandacht voor. Ik kreeg op een gegeven moment wel een psycholoog, maar doordat ik nog niet was berecht, durfde ik niet vrijuit te spreken.’

Mohammed el Hamdaoui:

‘Het onderwijs in detentie stelde niet veel voor. Het was meer een ontmoetingsplek dan school’

Een belangrijk recht van jongeren, ook in detentie, is dat zij ontwikkelmogelijkheden hebben. In de praktijk komt dit recht vaak in de knel. Pieters: ‘Kinderen en jongeren hebben recht op dagbesteding, maar dit lukt lang niet altijd.’ Ook is het onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen veelal beperkt en ondermaats, zo constateerde Onderwijsinspectie meermaals. Personeelstekorten verergeren dit. Hierdoor zitten jongeren soms wel tot 22 uur per dag op hun cel en belanden ze eerder in de isoleercel.

Ondermaats

Een verbetering is in dat opzicht Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd (KVJJ), waarvan er sinds kort zes verspreid over het land zijn. Hier is het regime milder en kunnen jongeren overdag vaak hun dagbesteding houden: werk, school, sport. De minister beslist wie er voor in aanmerking komt. ‘Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt,’ zegt Maartje Berger.

Maartje Berger:

‘Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt van de Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd’

Zo’n kortdurende straf richt volgens Pieters echter meer schade aan dan dat hij goed doet. ‘De tijd is te kort voor hulp of een behandeling, maar ondertussen leert een jongere meer over de criminele wereld dan hij of zij ervoor wist. Bovendien maakt een (korte) straf jongeren vaak nog bozer op de maatschappij, waardoor ze daar nog verder van verwijderd raken.’

El Hamdaoui wijst op de zogenoemde detentieschade. ‘Ook jongeren die ‘maar’ een paar weken vastzitten, raken daardoor vaak hun school, werk en vrienden kwijt.’

Veerle Pieters:

‘Tijdens kortdurende straf leert een jongere meer over de criminele wereld dan hij of zij ervoor wist’

Meer dan de helft van de delinquente jongeren valt een of meerdere keren terug. Ook voor Veerle Pieters van YOPE is het een bewijs dat het huidige, op straf gerichte systeem niet goed werkt. Gevraagd naar verbeterpunten, noemt ze als eerste ‘de kortdurende straf’ van een paar weken tot een paar maanden. Het grootste deel van de jongeren in justitiële jeugdinrichtingen zit zo’n kortdurende straf uit. Dat wil zeggen: zij zitten vaak nog in voorlopige hechtenis (voorarrest) waarbij de straf uiteindelijk net zo lang wordt als dit voorarrest.

Detentieschade

Maartje Berger:

‘Een jongere moet de kans krijgen om te leren van fouten, en om het goed te maken

‘De politie zou een zaak ook veel vaker buiten het strafrecht om moeten proberen op te lossen,’ zegt Berger. ‘Met een reprimande of waarschuwing, via jeugdbescherming, of een doorverwijzing naar bureau Halt voor een taakstraf.

Berger, aangesloten bij Restorative Justice Nederland, pleit daarnaast voor meer herstelrecht. Anders dan in het strafrecht, staat in het herstelrecht niet de daad centraal, maar de materiële en/of emotionele schade die is veroorzaakt en het (mogelijke) herstel daarvan. Bij slachtoffer én dader.

Vaker herstelrecht

Elke jongere die verdacht wordt van een strafbaar feit, krijgt die met de politie te maken. Belangrijk dus dat de rechten van kinderen en jongeren daar goed worden nageleefd. Maar dat is lang niet altijd het geval, zegt Berger. Integendeel. ‘De informatie, de bejegening, de cellen, de arrestaties - eigenlijk schiet het in deze fase qua “kindvriendelijkheid” op alle fronten tekort.’

Volgens het Kinderrechtenverdrag is het beter om kinderen te helpen dan ze te straffen. Met veel kinderen die de wet overtreden, is namelijk meer aan de hand. Maar de nadruk ligt vooral op de daad, zegt Berger. ‘De politie wil een feit bewezen krijgen en kijkt te weinig naar de persoon en de persoonlijke omstandigheden. Het lijkt een open deur, maar achter elk delict zit een mens met een verhaal en vaak is dat een verhaal van gebrek aan goede aandacht, liefde, opvoeding en de juiste hulp. En vergeet niet dat veel daders vaak eerst slachtoffer zijn geweest en slachtoffers niet altijd alleen slachtoffer zijn. Daar komt nog bij dat jongeren die toch al kwetsbaar zijn - zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB), een migratieachtergrond of een problematische thuissituatie - een grotere kans lopen om met justitie in aanraking te komen.’ 

‘Je wordt bij de politie te snel als dader gezien en behandeld, in plaats van als verdachte,’ zegt ook Veerle Pieters, creatief strateeg bij YOPE. Een oorzaak is een tekort aan gespecialiseerde jeugdagenten, maar zeker bij ‘het blauw op straat’ mist ze ‘zelfreflectie over het eigen handelen en vooroordelen’.

Politie

‘Dat is positief,’ zegt Maartje Berger, jurist kinder- en jeugdrecht, want kinderen en jongeren hebben recht op een andere aanpak dan volwassenen. ‘Een belangrijk uitgangspunt in het jeugdstrafrecht is dat rekening wordt gehouden met de leeftijd en ontwikkeling.’

Maar kritiek heeft ze ook, zo zitten er in Nederland te veel jongeren vast: ieder jaar ruim 900 minderjarigen. Berger: ‘Volgens het VN Kinderrechtenverdrag zou detentie voor jongeren een uiterste maatregel moeten zijn. Maar in de praktijk stijgt het aantal jongeren in justitiële jeugdinrichtingen juist.’ En dat is des te opmerkelijker omdat de jeugdcriminaliteit jaren achter elkaar is gedaald en sinds een paar jaar redelijk stabiel is. Er wordt dus te vaak naar het middel detentie gegrepen.

Dit begint vaak met zogenaamde herstelgesprekken, onder leiding van een mediator. ‘Herstelrecht kan worden ingezet ter voorkoming of vervanging van detentie, maar eventueel ook gelijktijdig met detentie of aan het einde, als onderdeel van de re-integratie,’ zegt Berger die zelf ook werkt als mediator. ‘Jonge delinquenten hebben recht op een pedagogische aanpak. Herstelrecht is dat bij uitstek. Een jongere moet de kans krijgen te leren van fouten, en om het goed te maken. Herstelrecht is bovendien ook nog eens veel goedkoper dan detentie.’

Bovendien hanteert Nederland 12 jaar als minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. In veel andere landen is dit 14 jaar. Nederland kreeg meerdere keren het advies om die leeftijd te verhogen, onder andere door de Raad voor Strafrechttoepassing (RJS) en het Comité voor de Rechten van het Kind, maar houdt vooralsnog vast aan 12 jaar. De RJS is van mening dat vrijwillige of gedwongen jeugdhulp voor kinderen tot ten minste 14 jaar de voorkeur geniet boven het strafrecht.

Daar is Berger het mee eens. ‘Kinderen horen niet in de cel.’ Vanaf 12 jaar is bovendien nog onwenselijker omdat in Nederland ook 18 tot 23-jarigen in een justitiële jeugdinrichting geplaatst kunnen worden.

Nederland kreeg meerdere keren het advies om de minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid
te verhogen naar 14, maar houdt vast aan 12 jaar

Nederland kent een apart rechtssysteem voor 12- tot 18-jarigen: het jeugdstrafrecht. Met aparte wetten, speciaal opgeleide professionals, zoals een kinderrechter en jeugdreclassering, en aparte justitiële jeugdinstellingen.

Te veel, te jong

‘Een heel vervelende, verrotte tijd,’ noemt Mohammed el Hamdaoui de jaren die hij in detentie zat. ‘Het enige positieve? Dat ik een eigen kamer had, een plek om op mezelf te zijn.’

El Hamdaoui (29) groeide op zonder veel houvast. Thuis liep het vaak mis, en al jong moest hij zichzelf zien te redden. Hij zwierf van bank naar bank en belandde - in de drang naar veel geld voor een ‘onafhankelijk leven’ - via de kleine in de grote criminaliteit, en uiteindelijk in detentie. Vanaf zijn 16e zat hij in totaal bijna drie jaar vast, in verschillende justitiële jeugdinrichtingen.

Hij wil niet meer geassocieerd worden met de jongen die hij toen was. Inmiddels heeft hij zijn leven op de rit. Hij wordt binnenkort vader en werkt als coördinator bij Young Perspectives (YOPE), een belangenvereniging voor en met jongeren in en na detentie en gesloten jeugdhulp. Maar de weg daarnaartoe was lang.

Veerle Pieters is creatief strateeg bij YOPE. Ze zoekt in die functie naar continue groei en verbetering van YOPE’s diensten. 

Mohammed el Hamdaoui is coördinator expert bij YOPE. Hij houdt zich bezig met trainings- en adviesopdrachten aan professionals in de jeugd(strafrecht)keten en geeft een-op-een begeleiding aan jongeren in het vinden van werk of een nieuw netwerk.

Maartje Berger werkt bij Restorative Justice Nederland. Zij is jurist en mediator op het terrein van jeugd(straf)recht, herstelrecht en kinderrechten. Daarnaast is Berger actief als projectcoördinator, trainer en buurtbemiddelaar.

achtergrond

12 min.

Eva Prins

‘Kinderen horen niet in de cel’

Augeo Magazine: Hét online tijdschrift over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo Foundation al 15 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo Magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm