5 VRAGEN OVER

Auteur: Annemarie van Dijk  |  Leestijd: 4 minuten

Reageren jongens en meisjes verschillend op huiselijk geweld? En hoe herken je de signalen? 5 vragen aan ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut Steven Pont.

Genderspecifieke signalen bij kinderen

Meisjes internaliseren meer: ze trekken zich terug, voelen zich angstig of depressief en hebben een laag zelfbeeld. Ze vallen vooral zichzelf lastig, bijvoorbeeld door zich uit te hongeren of door zichzelf te snijden. Maar internaliseren komt natuurlijk ook bij jongens voor, en externaliseren bij meisjes. Ook óveraangepast gedrag kan trouwens een signaal zijn.

Een kind dat onveilig opgroeit, geeft dus signalen af. Probeer die op te vangen. En vertrouw daarnaast vooral op je niet-pluisgevoel, bijvoorbeeld bij gedrag dat niet authentiek is. Een plotselinge gedragsverandering kan soms een teken zijn, hoewel die natuurlijk ook met andere nare ervaringen te maken kan hebben.’ 

Steven Pont: ‘In een veilige thuisomgeving bouwt een kind aan een fundament van vertrouwen in zichzelf voor de rest van zijn leven. Als dat ontbreekt, zal het gebouw dat je erop zet ook krakkemikkig zijn. Of in ieder geval kan het niet zo hoog worden als op de tekening staat. Als een kind zich in zijn omgeving continu onveilig voelt, kan het zich door de stress die dat oplevert niet optimaal ontwikkelen.

Huiselijk geweld werkt niet alleen cognitief door, zoals het slechter doen op school, maar op alle ontwikkelingsgebieden. Zo kan het de sociale ontwikkeling van een kind verstoren – het leren vertrouwen van anderen. En zijn emotionele ontwikkeling, waardoor hij zich minder capabel voelt om het leven aan te kunnen.’

1. Wat zijn de belangrijkste gevolgen van huiselijk geweld voor kinderen?

‘Spanning zoekt altijd een uitweg, ontlading. De manier waarop je met spanning omgaat om jezelf te beschermen, noemen we coping. Jongens externaliseren vaker: ze uiten zich naar buiten toe, worden bijvoorbeeld opstandig en boos, zetten een grote mond op en maken ruzie. Als een jongen zich stoer gedraagt, wil dat niet zeggen dat hij een hogere draagkracht heeft, stoer gedrag staat voor angst.

‘Ook óveraangepast gedrag kan trouwens een signaal zijn’

5. Hoe help je een kind om zich veilig te voelen?

2. Zijn de signalen bij jongens en meisjes verschillend?

‘Hoe hoger de draagkracht, hoe beter de coping. Copinggedrag heeft voor een deel met de genetische opmaak te maken, met nature dus. De een heeft een lagere draagkracht dan de ander en dat heeft invloed op de mate waarin hij copinggedrag vertoont. 

Een ander deel komt door nurture: de invloed van de leefomgeving. De ervaringen die je in je leven opdoet, spelen een grote rol in hoe je reageert op onveiligheid. Verkeerde ervaringen met mensen kunnen bijvoorbeeld leiden tot het niet vertrouwen van gezagsfiguren. Of je kunt er een antisociale persoonlijkheidsstoornis door ontwikkelen. 

Bovendien hebben kinderen al te maken met stereotypering. Jongens leren eerder om stoer te zijn, meisjes vooral om aardig te zijn. Dat hangt samen met de heersende opvattingen in de maatschappij over jongens en meisjes. Als een jongen zich meisjesachtig gedraagt, is hij al snel een sissi. En een jongensachtig meisje een tomboy. Dus zullen jongens en meisjes zich eerder gedragen zoals van ze verwacht wordt.’

3. Waardoor komen die verschillende reacties op onveiligheid?

‘Ouders voeden vaak onbewust genderspecifiek op’

‘Jazeker, we voeden jongens en meisjes nog altijd verschillend op. Daar zijn we ons meestal niet van bewust, toch is het zo. Kijk maar naar geboortekaartjes die nog vaak roze en blauw zijn. “We hopen dat Bas een stoere jongen wordt” schrijven ouders dan op zo’n blauw kaartje. Terwijl die tekst al klaar was voor Bas geboren werd. Als hij een zachtaardige jongen blijkt te zijn, stelt hij dus teleur.

In Groot-Brittannië deden onderzoekers een experiment: een meisjesbaby kreeg blauwe kleren aan en kreeg een jongensnaam en een jongensbaby werd gehuld in roze kleren en kreeg een jongensnaam. Vervolgens werd aan vrijwilligers gevraagd om met hen te spelen. Met de baby’s met de blauwe kleren speelden de vrijwilligers veel wilder dan met de baby’s die roze kleren droegen. Daaruit blijkt wel hoe ouders vaak onbewust genderspecifiek opvoeden. 

Ouders zouden zich meer bewust moeten zijn van hun rol hierin. Daar moeten ze wel jong mee beginnen, want hoe jonger het kind, hoe bepalender de gezinscultuur is omdat hun leven zich nog vooral daarin afspeelt. Als kinderen ouder worden, wordt hun leefwereld groter en hebben ouders minder invloed.’

4. Daarin speelt opvoeding vast ook een rol?

‘Door ervoor te zorgen dat het zich geaccepteerd voelt en dat de groep of klas een veilige plek voor hem is. En neem het een kind niet kwalijk als zijn spanning effect heeft op de rest van de groep. Bij kinderen die zich ruw gedragen, kun je uitleggen dat dit gedrag onacceptabel is, maar wijs ze niet als persoon af. Ze zitten nog in hun leer- en ontwikkelingsfase en hebben iemand nodig die ze helpt bij dat leren.

Praat samen over wat de gevolgen zijn van dit gedrag. Leg uit dat er andere manieren zijn om te laten merken wat ze bedoelen: “Je mag boos zijn, maar niet iemand een klap geven.” En overleg hoe een kind een volgende keer beter kan reageren. 

Kinderen die internaliseren functioneren meestal normaal, al kunnen ze wat stiller zijn. Toch kan het vanbinnen bij hen kolken. Probeer als hulpverlener, leerkracht of groepsleider achter de oorzaak van hun onveilige gevoel te komen. Ze hebben vertrouwen nodig om zich te openen. Dat lukt het beste in een-op-eencontact.’

Reageren jongens en meisjes verschillend op huiselijk geweld? En hoe herken je de signalen? 5 vragen aan ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut Steven Pont.

Auteur: Annemarie van Dijk  |  Leestijd: 4 minuten

Genderspecifieke signalen bij kinderen

5 VRAGEN OVER

3. Waardoor komen die verschillende reacties op onveiligheid?

1. Wat zijn de belangrijkste gevolgen van huiselijk geweld voor kinderen?

Steven Pont: ‘In een veilige thuisomgeving bouwt een kind aan een fundament van vertrouwen in zichzelf voor de rest van zijn leven. Als dat ontbreekt, zal het gebouw dat je erop zet ook krakkemikkig zijn. Of in ieder geval kan het niet zo hoog worden als op de tekening staat. Als een kind zich in zijn omgeving continu onveilig voelt, kan het zich door de stress die dat oplevert niet optimaal ontwikkelen.

Huiselijk geweld werkt niet alleen cognitief door, zoals het slechter doen op school, maar op alle ontwikkelingsgebieden. Zo kan het de sociale ontwikkeling van een kind verstoren – het leren vertrouwen van anderen. En zijn emotionele ontwikkeling, waardoor hij zich minder capabel voelt om het leven aan te kunnen.’

2. Zijn de signalen bij jongens en meisjes verschillend?

‘Spanning zoekt altijd een uitweg, ontlading. De manier waarop je met spanning omgaat om jezelf te beschermen, noemen we coping. Jongens externaliseren vaker: ze uiten zich naar buiten toe, worden bijvoorbeeld opstandig en boos, zetten een grote mond op en maken ruzie. Als een jongen zich stoer gedraagt, wil dat niet zeggen dat hij een hogere draagkracht heeft, stoer gedrag staat voor angst.

‘Ook óveraangepast gedrag kan trouwens een signaal zijn’

Meisjes internaliseren meer: ze trekken zich terug, voelen zich angstig of depressief en hebben een laag zelfbeeld. Ze vallen vooral zichzelf lastig, bijvoorbeeld door zich uit te hongeren of door zichzelf te snijden. Maar internaliseren komt natuurlijk ook bij jongens voor, en externaliseren bij meisjes. Ook óveraangepast gedrag kan trouwens een signaal zijn.

Een kind dat onveilig opgroeit, geeft dus signalen af. Probeer die op te vangen. En vertrouw daarnaast vooral op je niet-pluisgevoel, bijvoorbeeld bij gedrag dat niet authentiek is. Een plotselinge gedragsverandering kan soms een teken zijn, hoewel die natuurlijk ook met andere nare ervaringen te maken kan hebben.’ 

‘Hoe hoger de draagkracht, hoe beter de coping. Copinggedrag heeft voor een deel met de genetische opmaak te maken, met nature dus. De een heeft een lagere draagkracht dan de ander en dat heeft invloed op de mate waarin hij copinggedrag vertoont. 

Een ander deel komt door nurture: de invloed van de leefomgeving. De ervaringen die je in je leven opdoet, spelen een grote rol in hoe je reageert op onveiligheid. Verkeerde ervaringen met mensen kunnen bijvoorbeeld leiden tot het niet vertrouwen van gezagsfiguren. Of je kunt er een antisociale persoonlijkheidsstoornis door ontwikkelen. 

Bovendien hebben kinderen al te maken met stereotypering. Jongens leren eerder om stoer te zijn, meisjes vooral om aardig te zijn. Dat hangt samen met de heersende opvattingen in de maatschappij over jongens en meisjes. Als een jongen zich meisjesachtig gedraagt, is hij al snel een sissi. En een jongensachtig meisje een tomboy. Dus zullen jongens en meisjes zich eerder gedragen zoals van ze verwacht wordt.’

Praat samen over wat de gevolgen zijn van dit gedrag. Leg uit dat er andere manieren zijn om te laten merken wat ze bedoelen: “Je mag boos zijn, maar niet iemand een klap geven.” En overleg hoe een kind een volgende keer beter kan reageren. 

Kinderen die internaliseren functioneren meestal normaal, al kunnen ze wat stiller zijn. Toch kan het vanbinnen bij hen kolken. Probeer als hulpverlener, leerkracht of groepsleider achter de oorzaak van hun onveilige gevoel te komen. Ze hebben vertrouwen nodig om zich te openen. Dat lukt het beste in een-op-eencontact.’

4. Daarin speelt opvoeding vast ook een rol?

‘Jazeker, we voeden jongens en meisjes nog altijd verschillend op. Daar zijn we ons meestal niet van bewust, toch is het zo. Kijk maar naar geboortekaartjes die nog vaak roze en blauw zijn. “We hopen dat Bas een stoere jongen wordt” schrijven ouders dan op zo’n blauw kaartje. Terwijl die tekst al klaar was voor Bas geboren werd. Als hij een zachtaardige jongen blijkt te zijn, stelt hij dus teleur.

In Groot-Brittannië deden onderzoekers een experiment: een meisjesbaby kreeg blauwe kleren aan en kreeg een jongensnaam en een jongensbaby werd gehuld in roze kleren en kreeg een jongensnaam. Vervolgens werd aan vrijwilligers gevraagd om met hen te spelen. Met de baby’s met de blauwe kleren speelden de vrijwilligers veel wilder dan met de baby’s die roze kleren droegen. Daaruit blijkt wel hoe ouders vaak onbewust genderspecifiek opvoeden. 

Ouders zouden zich meer bewust moeten zijn van hun rol hierin. Daar moeten ze wel jong mee beginnen, want hoe jonger het kind, hoe bepalender de gezinscultuur is omdat hun leven zich nog vooral daarin afspeelt. Als kinderen ouder worden, wordt hun leefwereld groter en hebben ouders minder invloed.’

‘Ouders voeden vaak onbewust genderspecifiek op’

5. Hoe help je een kind om zich veilig te voelen?

‘Door ervoor te zorgen dat het zich geaccepteerd voelt en dat de groep of klas een veilige plek voor hem is. En neem het een kind niet kwalijk als zijn spanning effect heeft op de rest van de groep. Bij kinderen die zich ruw gedragen, kun je uitleggen dat dit gedrag onacceptabel is, maar wijs ze niet als persoon af. Ze zitten nog in hun leer- en ontwikkelingsfase en hebben iemand nodig die ze helpt bij dat leren.

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm