Om het aantal uithuisplaatsingen te verminderen, zou volgens de ondervraagden moeten worden geïnvesteerd in traumascreening en -behandeling, in het maken van een kwalitatief goede analyse van de gezinsproblematiek en in uitbreiding van gezinsgerichte en kleinschalige specialistische zorg.

Het functioneren van de jeugdbeschermingsketen is al vaker onderzocht en diverse instanties hebben verschillende voorstellen voor verbetering gedaan. Opmerkelijk genoeg blijven verbeteringen uit. Ondertussen groeien 43.000 kinderen (2020) niet in hun oorspronkelijke thuissituatie op. Ruim 18.900 kinderen werden (2020) via de kinderrechter uit huis geplaatst.

De uithuisplaatsingen in het vrijwillige kader van kinderen van wie de ouders de dupe zijn van toeslagenaffaire zijn niet in beeld. Hoe vaak dat is gebeurd binnen deze groep, en hoe vaak dat überhaupt plaatsvindt, wordt niet geregistreerd. Het is dan ook lastig om goed zicht te krijgen op wat hier precies gebeurt en in hoeverre ouders en kinderen de hulp krijgen die nodig is.

Het is dus hoog tijd voor actie: Defence for Children beveelt dringend aan inzichtelijk te maken waarom het niet lukt bestaande verbetervoorstellen op te volgen en belemmeringen weg te nemen. Want Nederland faalt nu in het bieden van passende en tijdige zorg en ondersteuning aan kinderen en gezinnen. Niet alleen voor de 1115 eerder genoemde kinderen, maar voor ieder kind dat uit huis dreigt te worden geplaatst.

COLUMN

Volgens een derde van de professionals krijgen ouders onvoldoende hulp voordat hun kind uit huis wordt geplaatst

Zorgen over uithuisplaatsingen

Leestijd: 2 minuten

Directeur-bestuurder
Defence for Children

Mirjam Blaak

‘Het zijn staatsontvoeringen!’ riep cabaretier Peter Pannekoek in het tv-programma Dit was het nieuws toen het recent aandacht besteedde aan de zeker 1115 uithuisgeplaatste kinderen van toeslagenaffaire-ouders die nog niet zijn teruggekeerd naar huis. Ik begrijp zijn verontwaardiging, want het is onbegrijpelijk dat de overheid een half jaar later de kinderen nog steeds niet in beeld heeft en daardoor niet weet of er een direct verband is tussen hun uithuisplaatsing en het toeslagenschandaal. De situatie van deze kinderen is helaas tekenend voor het huidige functioneren van onze jeugdbeschermingsketen.

Zo zouden kinderen tijdens de eerste fase van de uithuisplaatsing vaak geen contact met hun ouders mogen hebben. Ook zouden gezinnen niet altijd passende hulp en behandeling krijgen, zowel in de periode voor de uithuisplaatsing als daarna.

Aan ons onderzoek namen 95 professionals deel. Volgens een derde van hen krijgen ouders onvoldoende hulp voordat hun kind uit huis wordt geplaatst. Juiste hulp tijdens de uithuisplaatsing zou zelfs volgens bijna de helft van de professionals ontbreken. Ook signaleren professionals twee structurele problemen: de strikte scheiding in Nederland tussen de ggz en de jeugdzorg en de veelheid aan verschillende instanties in de jeugdbeschermingsketen, die niet op dezelfde manier werken. Dit leidt onder meer tot verschil in visie of aanpak en dat komt een goede analyse over wat een gezin nodig heeft niet ten goede.

Elke uithuisplaatsing is een zeer emotionele en ingrijpende gebeurtenis voor kinderen en ouders. Er rust dan ook een zware inspanningsverplichting op de Nederlandse staat om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk gezinnen dit meemaken. En in gevallen waarin dat toch onvermijdelijk is, moet de overheid alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat kinderen zo snel mogelijk kunnen terugkeren naar huis, tenzij dit niet in het belang is van het kind. 

Maar de realiteit is dat de juiste zorg en ondersteuning voor kinderen en ouders bij een (dreigende) uithuisplaatsing vaak uitblijft, blijkt uit onderzoek van Defence for Children naar aanleiding van signalen die we via onze Kinderrechtenhelpdesk ontvingen. 

Om het aantal uithuisplaatsingen te verminderen, zou volgens de ondervraagden moeten worden geïnvesteerd in traumascreening en -behandeling, in het maken van een kwalitatief goede analyse van de gezinsproblematiek en in uitbreiding van gezinsgerichte en kleinschalige specialistische zorg.

Het functioneren van de jeugdbeschermingsketen is al vaker onderzocht en diverse instanties hebben verschillende voorstellen voor verbetering gedaan. Opmerkelijk genoeg blijven verbeteringen uit. Ondertussen groeien 43.000 kinderen (2020) niet in hun oorspronkelijke thuissituatie op. Ruim 18.900 kinderen werden (2020) via de kinderrechter uit huis geplaatst.

De uithuisplaatsingen in het vrijwillige kader van kinderen van wie de ouders de dupe zijn van toeslagenaffaire zijn niet in beeld. Hoe vaak dat is gebeurd binnen deze groep, en hoe vaak dat überhaupt plaatsvindt, wordt niet geregistreerd. Het is dan ook lastig om goed zicht te krijgen op wat hier precies gebeurt en in hoeverre ouders en kinderen de hulp krijgen die nodig is.

Het is dus hoog tijd voor actie: Defence for Children beveelt dringend aan inzichtelijk te maken waarom het niet lukt bestaande verbetervoorstellen op te volgen en belemmeringen weg te nemen. Want Nederland faalt nu in het bieden van passende en tijdige zorg en ondersteuning aan kinderen en gezinnen. Niet alleen voor de 1115 eerder genoemde kinderen, maar voor ieder kind dat uit huis dreigt te worden geplaatst.

Zo zouden kinderen tijdens de eerste fase van de uithuisplaatsing vaak geen contact met hun ouders mogen hebben. Ook zouden gezinnen niet altijd passende hulp en behandeling krijgen, zowel in de periode voor de uithuisplaatsing als daarna.

Aan ons onderzoek namen 95 professionals deel. Volgens een derde van hen krijgen ouders onvoldoende hulp voordat hun kind uit huis wordt geplaatst. Juiste hulp tijdens de uithuisplaatsing zou zelfs volgens bijna de helft van de professionals ontbreken. Ook signaleren professionals twee structurele problemen: de strikte scheiding in Nederland tussen de ggz en de jeugdzorg en de veelheid aan verschillende instanties in de jeugdbeschermingsketen, die niet op dezelfde manier werken. Dit leidt onder meer tot verschil in visie of aanpak en dat komt een goede analyse over wat een gezin nodig heeft niet ten goede.

Volgens een derde van de professionals krijgen ouders onvoldoende hulp voordat hun kind uit huis wordt geplaatst

Elke uithuisplaatsing is een zeer emotionele en ingrijpende gebeurtenis voor kinderen en ouders. Er rust dan ook een zware inspanningsverplichting op de Nederlandse staat om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk gezinnen dit meemaken. En in gevallen waarin dat toch onvermijdelijk is, moet de overheid alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat kinderen zo snel mogelijk kunnen terugkeren naar huis, tenzij dit niet in het belang is van het kind. 

Maar de realiteit is dat de juiste zorg en ondersteuning voor kinderen en ouders bij een (dreigende) uithuisplaatsing vaak uitblijft, blijkt uit onderzoek van Defence for Children naar aanleiding van signalen die we via onze Kinderrechtenhelpdesk ontvingen. 

‘Het zijn staatsontvoeringen!’ riep cabaretier Peter Pannekoek in het tv-programma Dit was het nieuws toen het recent aandacht besteedde aan de zeker 1115 uithuisgeplaatste kinderen van toeslagenaffaire-ouders die nog niet zijn teruggekeerd naar huis. Ik begrijp zijn verontwaardiging, want het is onbegrijpelijk dat de overheid een half jaar later de kinderen nog steeds niet in beeld heeft en daardoor niet weet of er een direct verband is tussen hun uithuisplaatsing en het toeslagenschandaal. De situatie van deze kinderen is helaas tekenend voor het huidige functioneren van onze jeugdbeschermingsketen.

Zorgen over uithuisplaatsingen

Leestijd: 2 minuten

Directeur-bestuurder
Defence for Children

Mirjam Blaak

COLUMN

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm