istockphoto-121968160...

Auteur: Annet Reusink  |  Leestijd: 5,5 minuten

Interview

btn down

In Utrecht denkt het buurtteam op verschillende terreinen mee met gezinnen en overzien ze de samenhang in problemen op alle leefgebieden. De medewerkers zijn dan ook generalisten. ‘Wij vormen een schakel in het netwerk,’ zegt gezinswerker Ilse Huisman.

Wat doen buurt- en wijkteams voor gezinnen? 

Met wat voor soort vragen kloppen mensen bij jullie aan?

Wie heeft tijdens het traject de regie?

‘Schuldenproblematiek, gescheiden ouders die er samen niet uitkomen met betrekking tot het kind, gedragsproblemen van kinderen op school, opvoedproblemen – het kan echt van alles zijn. En een probleem staat zelden op zichzelf. Dus bij een gezin met schuldenproblematiek kijken we ook: hoe gaat het met de kinderen? In hoeverre heeft de stress effect op hun welzijn? Bij het buurtteam doen we een hulpverleningstraject meestal met z’n tweeën. Bij afwezigheid kan de een de ander vervangen. En je houdt elkaar scherp; vier ogen zien meer dan twee.’

‘Het woord regie levert in de praktijk van het vrijwillig kader nogal eens verwarring op. Zelf spreek ik liever over “wie wat doet”. Ouders coördineren zoveel mogelijk zelf, en wij ondersteunen en versterken. Als het de ouders niet meer zelf lukt, nemen wij – als zij dat goed vinden – de coördinatie over totdat ze het zelf weer kunnen.’

Wanneer verwijs je door naar specialistische hulpverlening?

Stap je ook weleens zelf op mensen af?

Komen kinderen of jongeren ook zelf naar jullie toe?

Welke rol heeft jullie buurtteam bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling?

Is het altijd helder welke samenwerkingspartner wat doet?

Wat gaat er minder goed in de samenwerking?

Kun je een voorbeeld geven van een gezin waarvoor jullie veel konden betekenen?

Hoe lang blijft het buurtteam gemiddeld betrokken bij een gezin?

Kloppen mensen weleens meermalen aan?

istockphoto-121702632...

En wanneer wordt het te ingewikkeld voor jullie? 

‘In de Utrechtse buurtteams werken we generalistisch. Daardoor zijn we in staat om op veel verschillende terreinen mee te denken met gezinnen en kunnen we zien hoe dingen met elkaar samenhangen. Pas als het echt te ingewikkeld wordt, halen we er een specialist bij. Maar ook dan blijven we als buurtteam betrokken. Zo vergroten we onze kennis en kunnen we een volgende cliënt met soortgelijke problematiek misschien wat langer zelf helpen.’

‘Jazeker. We werken veel samen met andere partijen. Bijvoorbeeld met de woningbouwvereniging. Als bewoners de huur niet kunnen betalen, gaat de woningbouwvereniging samen met ons bij de bewoners langs om te kijken hoe de problemen opgelost kunnen worden.

Daarnaast werken we intensief samen met andere hulp- en zorgverleners in de wijk. Op vaste tijden zijn we aanwezig in de huisartsenpraktijk. De huisarts kan dan een afspraak met de cliënt bij ons inplannen. Soms is de huisarts zelf ook bij zo’n afspraak aanwezig en betrokken bij het vervolgtraject en soms ook niet. Op diezelfde manier zijn we verbonden aan scholen; ook daar zitten op vaste tijden gezinswerkers. Als een leerkracht signaleert dat een kind vaak verzuimt of niet goed in zijn vel zit, kunnen wij – als de ouders daarmee instemmen – meedenken over hoe we het kind kunnen helpen.’

‘Heel jonge kinderen niet, maar jongeren soms wel. Dat zou wat ons betreft nog wel wat vaker mogen. In de wijken verloopt het contact meestal via de ouders, basisscholen en andere partners. Gezinswerkers zijn ook gelokaliseerd op het voortgezet onderwijs en mbo’s. Dit verlaagt de drempel voor jongeren om ons om ondersteuning te vragen.’

‘Veiligheid van kinderen staat uiteraard ook bij ons bovenaan – het is een leidend principe. Bij de kennismaking met een gezin informeren we uitgebreid naar hoe het met de ouders en kinderen op alle leefgebieden gaat. We leren mensen goed kennen en zien dus ook of de problemen invloed hebben op de veiligheid van de kinderen.

Als wij merken dat die veiligheid in het geding is, werken we volgens de Meldcode. We brengen de onveiligheid ter sprake, vragen hierop door en kijken eerst of het ouders lukt om met onze ondersteuning veiligheid te creëren. Lukt dat niet, dan stellen we het gezin voor om SAVE te betrekken. En bij acute en/of structurele onveiligheid leggen wij het gezin uit dat wij genoodzaakt zijn om te melden bij Veilig Thuis.

‘Natuurlijk hebben we samenwerkingsafspraken met SAVE en zijn er richtlijnen voor de route naar Veilig Thuis, maar toch: wie welke rol vervult, is niet in beton gegoten. Ik vraag SAVE weleens om mee te kijken naar de situatie van een gezin en andersom vraagt SAVE ons soms ook. Iemand met helicopterview kan soms nét dat kantelpunt creëren waardoor je weet wat je moet doen.

Onderweg stemmen we voortdurend met elkaar af: wat spreken we af? Wie doet wat? Dat gesprek voer ik het liefst met het gezin erbij zodat het zoveel mogelijk de regie houdt en het traject ook voor de gezinsleden helder is. Verder is het belangrijk om na afloop als professionals met elkaar de samenwerking te evalueren: wat ging goed? Wat doen we de volgende keer anders? Omdat dit gesprek gaat over het proces en niet over de inhoud, is het gezin hier niet bij.’

‘Soms hebben én creëren professionals onrealistische verwachtingen over de mogelijkheden die wij als buurtteam hebben. Ze verwijzen bijvoorbeeld mensen die op zoek zijn naar een betere woning naar ons door. We kunnen helaas geen huis voor iemand regelen. Wat we wél kunnen, is uitleggen welke route mensen moeten bewandelen en hen hierbij ondersteunen.’

‘Jazeker! Een moeder meldde zich omdat ze zich zorgen maakte over haar dochter. Het meisje spijbelde veel, had depressieve gevoelens en trok zich steeds meer terug. De vrouw had het  gevoel dat ze tekortschoot als moeder en werd steeds onzekerder. Ik zag bij haar ook veel sterke kanten, maar inderdaad: op de moeilijke momenten verviel ze in negatieve patronen.

Door veel te praten met de moeder, kreeg ze zicht op deze patronen en haar sterke kanten. Ze leerde hoe ze die sterke kanten kon benutten om de patronen te doorbreken en kreeg meer zelfvertrouwen. De dochter ziet nu, ook op de moeilijke momenten, een zelfverzekerde moeder aan wie ze steun heeft. Zo’n verandering heeft invloed op allerlei leefgebieden. Het is thuis gezelliger, het gaat beter op school, het meisje komt weer onder de mensen. Vaak kunnen we als buurtteam een kleine verandering teweegbrengen die uiteindelijk een groot effect heeft.' 

‘Natuurlijk evalueren we regelmatig of onze hulp nog zinvol is, maar we blijven betrokken zo lang het nodig is. Dat vind ik heel fijn. Een hulpverleningstraject is bijna altijd een kwestie van vallen en opstaan. Doordat ik mensen goed leer kennen, kan ik ze in de mindere perioden eraan helpen herinneren wat ze deden toen het wél goed ging. Voor hen is het ook prettig: ze hoeven niet telkens opnieuw hun verhaal te vertellen.’

‘Jazeker, dat gebeurt. Soms met dezelfde vraag, soms met een andere vraag. Dan kun je twee dingen denken: mijn hulp heeft niet geholpen. Of: goed dat ze ons weten te vinden. Ik houd het op het laatste.

Natuurlijk: soms is het lastig dat mensen maar moeilijk uit oude patronen komen. Maar het mooie van een buurtteam is dat ze dat zelf ook gaan zien. Ze denken: hee, ik zit alweer bij het buurtteam… Nu moet ik toch écht iets gaan veranderen.’

Hoewel ik dit werk al heel lang doe, blijven dit moeilijke situaties. Wat mij helpt is het dagelijkse overleg met mijn collega’s; zo blijven we scherp en leren we van elkaar. 

Daarnaast helpt het om samen met het gezin op te trekken met mensen die voor hen belangrijk zijn. Buren, familie, vrienden, leerkrachten huisartsen; ieders perspectief, inzet en steun is belangrijk bij de veiligheid van kinderen. Bij complexe situaties bereik je alleen iets als je intensief samenwerkt. Als gezinswerkers zijn we hierin een schakel.’

‘Als onze begeleiding onvoldoende verbetering brengt. Daarbij kunnen verschillende factoren een rol spelen. Wat heeft de buurtteammedewerker in huis, wat willen de ouders, wat levert de dynamiek tussen de buurtteammedewerker en het gezin op? Om het hulpverleningsplan goed te laten aansluiten, is soms diagnostisch onderzoek nodig. In dat geval betrekken wij ook een specialist, wij doen geen diagnostiek.’

‘Bij complexe situaties bereik je alleen iets als je intensief samenwerkt’

quote4-blue.png
btn back to hero
btn back to hero (copy)

In Utrecht bieden twintig buurtteams hulp in specifieke postcodegebieden. Elk buurtteam bestaat weer uit twee  teams: het ene is verantwoordelijk voor de sociale basiszorg aan volwassenen, het andere bestaat uit gezinswerkers die basishulp verlenen aan de jeugd en gezinnen in de wijken en op scholen. Waar nodig werken professionals uit beide teams samen. 

De professionals hebben expertise op verschillende gebieden. Denk aan: (psychische) zorg, welzijn, opvoeding, woonbegeleiding, verslaving, werk en inkomen. Elke medewerker is een generalist en kan over de grenzen van zijn of haar eigen discipline heen kijken: een T-shaped professional.

Buurtteams in Utrecht

Sinds de decentralisatie in 2015 bepalen gemeenten zelf hoe zij preventie, ondersteuning en eerstelijnshulp organiseren. Veel gemeenten hebben gekozen voor een wijkteam, waarin professionals uit verschillende disciplines een rol spelen. Hoe deze teams georganiseerd zijn, verschilt per gemeente en dat geldt ook voor de naam. Wat in de ene gemeente een wijkteam heet, wordt in de andere gemeente een sociaal (wijk)team, buurtteam of gebiedsteam genoemd. 

Sommige gemeenten hebben gekozen voor een apart jeugd- en gezinsteam. Professionals van deze teams kunnen in dienst zijn bij de gemeente, of bij een zelfstandige stichting of coöperatie. Sommige teams verlenen zoveel mogelijk hulp zelf, andere jeugd- en gezinsteams zorgen dat tijdig de juiste hulp wordt ingezet.

Verder richten sommige teams zich alleen op gezinnen met meervoudige en complexe problemen, terwijl andere teams zich ook richten op gezinnen die enkelvoudige vragen hebben. In gemeenten zonder (wijk)team is de toegang tot zorg en ondersteuning vaak geregeld via een centraal punt, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), het Wmo-/zorgloket, de GGD/huisarts of een aparte stichting.

Meer weten over het functioneren van wijkteams in Nederland? Movisie deed vorig jaar deze peiling.

Wijkteams, buurtteams, gebiedsteams… hoe zit het nu? 

ilse_huisman_buurttea...

Ilse Huisman is sinds 2014 gezinswerker bij buurtteam jeugd en gezin in de Utrechtse wijk Overvecht. Daarvoor werkte ze voor Bureau Jeugdzorg.

quote4-blue.png

‘Door veel te praten met de moeder, leerde zij haar sterke kanten benutten en kreeg ze meer zelfvertrouwen’

istockphoto-121968160...

In Utrecht denkt het buurtteam op verschillende terreinen mee met gezinnen en overzien ze de samenhang in problemen op alle leefgebieden. De medewerkers zijn dan ook generalisten. ‘Wij vormen een schakel in het netwerk,’ zegt gezinswerker Ilse Huisman.

Wat doen buurt- en wijkteams voor gezinnen? 

Auteur: Annet Reusink  |  Leestijd: 5,5 minuten

btn down

Interview

btn back to hero
btn back to hero (copy)
ilse_huisman_buurttea...

Ilse Huisman is sinds 2014 gezinswerker bij buurtteam jeugd en gezin in de Utrechtse wijk Overvecht. Daarvoor werkte ze voor Bureau Jeugdzorg.

Met wat voor soort vragen kloppen mensen bij jullie aan?

‘Schuldenproblematiek, gescheiden ouders die er samen niet uitkomen met betrekking tot het kind, gedragsproblemen van kinderen op school, opvoedproblemen – het kan echt van alles zijn. En een probleem staat zelden op zichzelf. Dus bij een gezin met schuldenproblematiek kijken we ook: hoe gaat het met de kinderen? In hoeverre heeft de stress effect op hun welzijn? Bij het buurtteam doen we een hulpverleningstraject meestal met z’n tweeën. Bij afwezigheid kan de een de ander vervangen. En je houdt elkaar scherp; vier ogen zien meer dan twee.’

Wie heeft tijdens het traject de regie?

‘Het woord regie levert in de praktijk van het vrijwillig kader nogal eens verwarring op. Zelf spreek ik liever over “wie wat doet”. Ouders coördineren zoveel mogelijk zelf, en wij ondersteunen en versterken. Als het de ouders niet meer zelf lukt, nemen wij – als zij dat goed vinden – de coördinatie over totdat ze het zelf weer kunnen.’

Welke rol heeft jullie buurtteam bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling?

Wanneer verwijs je door naar specialistische hulpverlening?

‘In de Utrechtse buurtteams werken we generalistisch. Daardoor zijn we in staat om op veel verschillende terreinen mee te denken met gezinnen en kunnen we zien hoe dingen met elkaar samenhangen. Pas als het echt te ingewikkeld wordt, halen we er een specialist bij. Maar ook dan blijven we als buurtteam betrokken. Zo vergroten we onze kennis en kunnen we een volgende cliënt met soortgelijke problematiek misschien wat langer zelf helpen.’

En wanneer wordt het te ingewikkeld voor jullie? 

‘Als onze begeleiding onvoldoende verbetering brengt. Daarbij kunnen verschillende factoren een rol spelen. Wat heeft de buurtteammedewerker in huis, wat willen de ouders, wat levert de dynamiek tussen de buurtteammedewerker en het gezin op? Om het hulpverleningsplan goed te laten aansluiten, is soms diagnostisch onderzoek nodig. In dat geval betrekken wij ook een specialist, wij doen geen diagnostiek.’

Stap je ook weleens zelf op mensen af?

‘Jazeker, dat gebeurt. Soms met dezelfde vraag, soms met een andere vraag. Dan kun je twee dingen denken: mijn hulp heeft niet geholpen. Of: goed dat ze ons weten te vinden. Ik houd het op het laatste.

Natuurlijk: soms is het lastig dat mensen maar moeilijk uit oude patronen komen. Maar het mooie van een buurtteam is dat ze dat zelf ook gaan zien. Ze denken: hee, ik zit alweer bij het buurtteam… Nu moet ik toch écht iets gaan veranderen.’

Komen kinderen of jongeren ook zelf naar jullie toe?

‘Heel jonge kinderen niet, maar jongeren soms wel. Dat zou wat ons betreft nog wel wat vaker mogen. In de wijken verloopt het contact meestal via de ouders, basisscholen en andere partners. Gezinswerkers zijn ook gelokaliseerd op het voortgezet onderwijs en mbo’s. Dit verlaagt de drempel voor jongeren om ons om ondersteuning te vragen.’

istockphoto-121702632...

‘Veiligheid van kinderen staat uiteraard ook bij ons bovenaan – het is een leidend principe. Bij de kennismaking met een gezin informeren we uitgebreid naar hoe het met de ouders en kinderen op alle leefgebieden gaat. We leren mensen goed kennen en zien dus ook of de problemen invloed hebben op de veiligheid van de kinderen.

Als wij merken dat die veiligheid in het geding is, werken we volgens de Meldcode. We brengen de onveiligheid ter sprake, vragen hierop door en kijken eerst of het ouders lukt om met onze ondersteuning veiligheid te creëren. Lukt dat niet, dan stellen we het gezin voor om SAVE te betrekken. En bij acute en/of structurele onveiligheid leggen wij het gezin uit dat wij genoodzaakt zijn om te melden bij Veilig Thuis.

‘Bij complexe situaties bereik je alleen iets als je intensief samenwerkt’

quote4-blue.png

Hoewel ik dit werk al heel lang doe, blijven dit moeilijke situaties. Wat mij helpt is het dagelijkse overleg met mijn collega’s; zo blijven we scherp en leren we van elkaar. 

Daarnaast helpt het om samen met het gezin op te trekken met mensen die voor hen belangrijk zijn. Buren, familie, vrienden, leerkrachten huisartsen; ieders perspectief, inzet en steun is belangrijk bij de veiligheid van kinderen. Bij complexe situaties bereik je alleen iets als je intensief samenwerkt. Als gezinswerkers zijn we hierin een schakel.’

Is het altijd helder welke samenwerkingspartner wat doet?

‘Natuurlijk evalueren we regelmatig of onze hulp nog zinvol is, maar we blijven betrokken zo lang het nodig is. Dat vind ik heel fijn. Een hulpverleningstraject is bijna altijd een kwestie van vallen en opstaan. Doordat ik mensen goed leer kennen, kan ik ze in de mindere perioden eraan helpen herinneren wat ze deden toen het wél goed ging. Voor hen is het ook prettig: ze hoeven niet telkens opnieuw hun verhaal te vertellen.’

quote4-blue.png

‘Door veel te praten met de moeder, leerde zij haar sterke kanten benutten en kreeg ze meer zelfvertrouwen’

Wat gaat er minder goed in de samenwerking?

‘Soms hebben én creëren professionals onrealistische verwachtingen over de mogelijkheden die wij als buurtteam hebben. Ze verwijzen bijvoorbeeld mensen die op zoek zijn naar een betere woning naar ons door. We kunnen helaas geen huis voor iemand regelen. Wat we wél kunnen, is uitleggen welke route mensen moeten bewandelen en hen hierbij ondersteunen.’

Kun je een voorbeeld geven van een gezin waarvoor jullie veel konden betekenen?

‘Jazeker! Een moeder meldde zich omdat ze zich zorgen maakte over haar dochter. Het meisje spijbelde veel, had depressieve gevoelens en trok zich steeds meer terug. De vrouw had het  gevoel dat ze tekortschoot als moeder en werd steeds onzekerder. Ik zag bij haar ook veel sterke kanten, maar inderdaad: op de moeilijke momenten verviel ze in negatieve patronen.

Door veel te praten met de moeder, kreeg ze zicht op deze patronen en haar sterke kanten. Ze leerde hoe ze die sterke kanten kon benutten om de patronen te doorbreken en kreeg meer zelfvertrouwen. De dochter ziet nu, ook op de moeilijke momenten, een zelfverzekerde moeder aan wie ze steun heeft. Zo’n verandering heeft invloed op allerlei leefgebieden. Het is thuis gezelliger, het gaat beter op school, het meisje komt weer onder de mensen. Vaak kunnen we als buurtteam een kleine verandering teweegbrengen die uiteindelijk een groot effect heeft.' 

In Utrecht bieden twintig buurtteams hulp in specifieke postcodegebieden. Elk buurtteam bestaat weer uit twee  teams: het ene is verantwoordelijk voor de sociale basiszorg aan volwassenen, het andere bestaat uit gezinswerkers die basishulp verlenen aan de jeugd en gezinnen in de wijken en op scholen. Waar nodig werken professionals uit beide teams samen. 

De professionals hebben expertise op verschillende gebieden. Denk aan: (psychische) zorg, welzijn, opvoeding, woonbegeleiding, verslaving, werk en inkomen. Elke medewerker is een generalist en kan over de grenzen van zijn of haar eigen discipline heen kijken: een T-shaped professional.

Buurtteams in Utrecht

Hoe lang blijft het buurtteam gemiddeld betrokken bij een gezin?

‘Natuurlijk hebben we samenwerkingsafspraken met SAVE en zijn er richtlijnen voor de route naar Veilig Thuis, maar toch: wie welke rol vervult, is niet in beton gegoten. Ik vraag SAVE weleens om mee te kijken naar de situatie van een gezin en andersom vraagt SAVE ons soms ook. Iemand met helicopterview kan soms nét dat kantelpunt creëren waardoor je weet wat je moet doen.

Onderweg stemmen we voortdurend met elkaar af: wat spreken we af? Wie doet wat? Dat gesprek voer ik het liefst met het gezin erbij zodat het zoveel mogelijk de regie houdt en het traject ook voor de gezinsleden helder is. Verder is het belangrijk om na afloop als professionals met elkaar de samenwerking te evalueren: wat ging goed? Wat doen we de volgende keer anders? Omdat dit gesprek gaat over het proces en niet over de inhoud, is het gezin hier niet bij.’

Kloppen mensen weleens meermalen aan?

‘Jazeker. We werken veel samen met andere partijen. Bijvoorbeeld met de woningbouwvereniging. Als bewoners de huur niet kunnen betalen, gaat de woningbouwvereniging samen met ons bij de bewoners langs om te kijken hoe de problemen opgelost kunnen worden.

Daarnaast werken we intensief samen met andere hulp- en zorgverleners in de wijk. Op vaste tijden zijn we aanwezig in de huisartsenpraktijk. De huisarts kan dan een afspraak met de cliënt bij ons inplannen. Soms is de huisarts zelf ook bij zo’n afspraak aanwezig en betrokken bij het vervolgtraject en soms ook niet. Op diezelfde manier zijn we verbonden aan scholen; ook daar zitten op vaste tijden gezinswerkers. Als een leerkracht signaleert dat een kind vaak verzuimt of niet goed in zijn vel zit, kunnen wij – als de ouders daarmee instemmen – meedenken over hoe we het kind kunnen helpen.’

Sinds de decentralisatie in 2015 bepalen gemeenten zelf hoe zij preventie, ondersteuning en eerstelijnshulp organiseren. Veel gemeenten hebben gekozen voor een wijkteam, waarin professionals uit verschillende disciplines een rol spelen. Hoe deze teams georganiseerd zijn, verschilt per gemeente en dat geldt ook voor de naam. Wat in de ene gemeente een wijkteam heet, wordt in de andere gemeente een sociaal (wijk)team, buurtteam of gebiedsteam genoemd. 

Sommige gemeenten hebben gekozen voor een apart jeugd- en gezinsteam. Professionals van deze teams kunnen in dienst zijn bij de gemeente, of bij een zelfstandige stichting of coöperatie. Sommige teams verlenen zoveel mogelijk hulp zelf, andere jeugd- en gezinsteams zorgen dat tijdig de juiste hulp wordt ingezet.

Verder richten sommige teams zich alleen op gezinnen met meervoudige en complexe problemen, terwijl andere teams zich ook richten op gezinnen die enkelvoudige vragen hebben. In gemeenten zonder (wijk)team is de toegang tot zorg en ondersteuning vaak geregeld via een centraal punt, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), het Wmo-/zorgloket, de GGD/huisarts of een aparte stichting.

Meer weten over het functioneren van wijkteams in Nederland? Movisie deed vorig jaar deze peiling.

Wijkteams, buurtteams, gebiedsteams… hoe zit het nu? 

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 6x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm