istockphoto-121968160...

Auteur: Annemarie van Dijk  |  Leestijd: 5,5 minuten

Achtergrond

btn down

De aanpak van onveiligheid in een gezin is waarschijnlijk effectiever als de ouders en kinderen nauw betrokken zijn bij de beslissingen die genomen worden. Maar hoe ga je daarbij te werk? Experts en ouders delen hun best practices en valkuilen.

Samen met het gezin beslissen – hoe doe je dat?

In de medische sector is het al een tijdje bekend: als patiënten meedenken over hun therapie of behandeling, is het effect ervan beter. Dat blijkt uit onderzoeken. Niet zo vreemd, want als professional weet je veel over behandelingen en therapieën, maar de patiënt weet het beste of een aanpak bij hem past. Maar in de jeugdzorg is het bewijs nog beperkt, zegt (ortho)pedagoog Cora Bartelink. Toch vindt ze samen met de ouders beslissen over de hulp voor hun kind belangrijk. ‘We denken dat de resultaten van de hulp dan beter zijn. We vermoeden dat als mensen zelf meebeslissen over opties, ze meer intrinsiek gemotiveerd zijn. Ze zetten zich meer in voor de hulp, wat tot betere resultaten leidt. Ook haken ze minder vaak voortijdig af als het toch niet zo loopt als ze hadden verwacht.’

Bartelink werkte jarenlang bij het Nederlands Jeugdinstituut. Ze is gespecialiseerd in besluitvormingsprocessen en een van de schrijvers van de richtlijn ‘Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp’ (verscheen in 2015 en werd in 2021 herzien). Deze ondersteunt professionals in het proces van beoordelen en beslissen over hulp bij vragen en problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen. Ze vindt het belangrijk dat het samen beslissen een echt gezamenlijk proces is. ‘Je zoekt samen naar wat de beste hulp of ondersteuning is die ouders en kinderen nodig hebben. Dat is niet makkelijk. Het vraagt de nodige gespreksvaardigheid van professionals en kennis over wat helpt bij een bepaald probleem.’

Ook Martine Brouwer, moeder van twee jongens die gebruikmaken van vrijwillige pleegzorg, is een voorstander van samen beslissen. Als alleenstaande ouder kwam ze in het ziekenhuis terecht met heel ernstige ontstekingsklachten door diabetes. Omdat ze niet meer op een goede manier voor haar 4-jarige zoons kon zorgen, werd haar tante hun pleegouder. ‘Het is mooi als iemand uit je eigen omgeving pleegouder kan worden van je kinderen, maar af en toe is het ook heel moeilijk. Als moeder heb je een band met de ‘pleegmoeder’ die je niet wilt beschadigen, maar soms ben je het niet met elkaar eens. 

Om ons in het traject te begeleiden, vroegen we Bureau Jeugdzorg. We zaten vaak met elkaar om de tafel, waarbij de hulpverleners mij altijd de mogelijkheid gaven om mijn mening te geven, mijn gevoel te uiten en mijn onvermogen te laten zien. Ook al stond dit af en toe dwars op wat de jongens nodig hadden. Door hun fijne manier van gesprekken voeren, luisteren, meedenken en corrigeren als dat nodig was, namen we uiteindelijk samen de juiste beslissingen. En al die tijd had ik het gevoel dat ik mijn eigen keuzes maakte.’

Besteed uitgebreid aandacht aan de samenwerkingsrelatie, adviseert Bartelink, want daarmee leg je de basis voor de verdere gesprekken. Als dit in het begin niet oké gaat, blijft dat niet goed gaan. ‘Luister en vraag door zodat je zicht krijgt op de situatie van de ouder en het kind. Vraag wat je kunt betekenen. Dat draagt echt bij aan het opbouwen van een relatie.’

Zowel de ouders en kinderen als de jeugdprofessional moeten zich voorbereiden op de gesprekken, vindt Bartelink. Ouders en kinderen kunnen van tevoren nadenken over wat er nodig is en wat hun verder kan helpen. De professional moet weten wat het beschikbare aanbod is en wat goed werkt, zodat hij gericht advies kan geven. ‘Geef van tevoren bij het gezin aan dat voorbereiding nodig is. Soms hebben gezinnen zelf ideeën over welke begeleiding zou kunnen helpen, bijvoorbeeld als ze informatie op internet vonden, maar vaak ook niet.’

Soms wil een kind iets anders dan zijn of haar ouders, merkt Eva Mattheijer, ouder- en kindadviseur bij het ouder-kind VO team Amsterdam Zuid/Centrum. ‘Ik begeleidde zowel een meisje van 15 als haar ouders. Het meisje en haar ouders sprak ik apart van elkaar. Het meisje was heel somber en viel vaak uit op school. 

Haar ouders vonden het moeilijk om hun dochter hierin te begeleiden en ook goed voor zichzelf te blijven zorgen. Ook zij hadden dus coaching nodig. Laatst gaf het meisje aan dat ze het niet fijn vond dat ik ook met haar ouders sprak. Ze had moeite om dingen aan mij te vertellen die haar ouders niet mochten weten.’

Eva Mattheijer heeft veel te maken met hoogopgeleide ouders. Zij komen vaak zelf met ideeën voor een kind. ‘Dat is fijn, maar soms ook niet. Zeker niet als ouders zeggen: “Wij hebben al een psychiater voor ons kind. Kun jij zorgen dat de hulp vergoed wordt?” Zo werkt het dus niet bij samen beslissen.’

De kans van slagen hangt verder af van de klik die iemand met de professional heeft. Die klik is er niet altijd. In ieder geval is het goed om als professional empathie te tonen en actief te luisteren, zegt Bartelink. ‘Geef duidelijk terug wat je hoort, en laat merken dat je begrijpt waar vragen en zorgen over zijn.’

Beoordeel samen met ouders en kind wat de aard en ernst van hun vraag of probleem is en beslis samen over de best passende hulp, zegt de richtlijn. Bartelink hoort terug uit het veld dat bij een complexe situatie mensen soms geen opties meer zien, en geen ruimte hebben om na te denken. ‘Dan werkt het beter om hulpopties aan te bieden. Anderen willen juist zelf meedenken. Dat moet je als professional aanvoelen.’

Zelf vond Mattheijer het ook ‘best ingewikkeld’ om bij deze case twee verschillende petten op te hebben. ‘Ik betrok er een psycholoog van ons team bij. Samen met het meisje en haar ouders spraken we af dat ik het meisje zou blijven begeleiden en dat de psycholoog de begeleiding van haar ouders zou overnemen. Iedereen was hier blij mee en zo willen we het vanaf nu doen. Daarnaast gaan we uiteraard af en toe ook met zijn allen in gesprek.’ 

Zo nu en dan lukt het niet om samen tot een beslissing te komen, zegt Mattheijer. ‘Dan moet je weleens opschalen naar jeugdbescherming of een zorgmelding doen bij Veilig Thuis. Ontzettend jammer.’

Of je het kind betrekt bij de gesprekken, hangt van de leeftijd af, zegt Bartelink. ‘In de richtlijn betrokken we ook kinderen onder de 12 jaar erbij. In de praktijk vinden professionals dat lastig. Toch is het belangrijk: kinderen kijken vanuit hun eigen perspectief en hebben vaak prima ideeën over wat nodig is.’ Haar tip: ga als professional op je intuïtie af als het gaat om het betrekken van kinderen.

Samen zoeken

Fijne gesprekken

istockphoto-122342784...

Altijd voorbereiden

Voor de ouders én het kind

Hoogopgeleide ouders

Zelf, omgeving, professionals

Als duidelijk is wat voor probleem er speelt en waardoor dit is ontstaan, gaan beide partijen na wat er nodig is. Welke mogelijkheden zijn er? Wat kunnen ouders zelf en wat kan het sociale netwerk? Bartelink: ‘Zo moeten ouders nadenken over wat er dicht bij huis geregeld kan worden. Pas als derde optie kijk je naar professionele hulp.’

Het is goed om de doelen regelmatig te evalueren: hoe verloopt de hulp, wat levert het op? Zo kun je eventueel zaken bijstellen. Bartelink: ‘Juist regelmatig evalueren maakt dat mensen positiever tegenover een professional staan. Ze hebben meer vertrouwen en doen beter hun best.’

Als ouder heb je wel je eigen verantwoordelijkheid in het traject, sluit Martine Brouwer af. ‘We verwachten of eisen veel van professionals, maar het is geen eenrichtingsverkeer. Je mag van beide kanten input verwachten om tot een goed resultaat te komen. Ik denk dat samen beslissen dan ook zorgt voor meer begrip voor elkaar.’

btn back to hero
btn back to hero (copy)

Ouders over professionals:

Een professional zou volgens voormalig bijzonder hoogleraar Preventie en Hulpverlening Herman Baartman oog moeten hebben en respect tonen voor de goede wil van de ouder. Deze ouders troffen zo’n professional door wie zij zich gezien en gehoord voelden. Ieder verwoordt dat op zijn of haar eigen manier.

‘Zij wees nooit met het vingertje’

Marieke: ‘De gezinsvoogd luisterde naar mijn verhaal, en als ik iets zei over mijn ex ging ze naar hem toe en was er ruimte voor zijn verhaal. Ze zei weleens dingen tegen me waar ik zo boos van werd dat ik het gevoel had kopje onder te gaan. Dan belde ik haar een half uur later terug en zei: “Sorry, ik denk dat je toch gelijk had. En dan zei ze: “Het was hoe je het op dat moment voelde, maar laten we eens bekijken wat er werkelijk aan de hand is.” Dat was vaak genoeg om zelf ook weer de boel vanuit een helicopterview te kunnen zien.’

Helicopterview

Elise: ‘De raadsonderzoeker kwam met een open houding binnen, dat zagen we direct. Ze wilde ons verhaal horen en ondervroeg ons niet apart. Ik vond het fijn om te mogen vertellen in plaats van dat er een verhaal uit je getrokken wordt. […]Die raadsonderzoeker was eerlijk, legde uit dat nu de radioloog melding had gedaan van vermoeden van kindermishandeling, de zaak serieus onderzocht moest worden. Zij zou ook met een veiligheidsplan gekomen zijn, zei ze. Van haar konden we het horen, omdat het een prettig en rustig gesprek was.’

Frans: ‘Ze vertelde ook dat ze zelf kinderen had. Dat vond ik prettig, want daarmee liet ze haar menselijk kant zien.’

prettig en rustig

Sasja: ‘De gezinsvoogd sprak me aan in mijn kracht en er was op alle fronten gelijkwaardigheid. Hij schakelde me ook in en vroeg me zelf mijn verhaal op te schrijven. Dat scheelde hem tijd, voor mij was het een soort verwerking. Ook betrok hij mijn ouders en de ouders van mijn ex erbij omdat hij wilde horen hoe zij naar de situatie keken.’

gelijkwaardig

Anja: ‘De eerste van wie ik na een weekend vergeefs bellen hulp kreeg, was iemand van het Steunpunt Huiselijk Geweld. Toen ik de stem van die vrouw hoorde, brak ik. Twee uur lang heeft ze geluisterd. Ze vatte zakelijk samen, en dat hielp me om de chaos in mijn hoofd te ordenen. Ze vertelde me dat mijn ex niet zou veranderen, ook als ik weer opnieuw met hem zou beginnen, dus dat het enige wat ik kon doen was aan mezelf werken. Ze gaf me haar 06-nummer, ik mocht haar dag en nacht bellen. Het gevoel dat dat kon, was belangrijk voor me, al heb ik haar alleen overdag gebeld.’

06-nummer

Vincent: ‘De rechercheur, een aardige, open man, zat met een hele vragenlijst klaar, maar ik wilde gewoon vertellen. Het werkte ook niet voor mij als ik steeds onderbroken werd, dus spraken we af dat ik eerst mijn hele verhaal mocht doen en als hij daarna nog vragen had, ik het dan wel zou horen.’

gewoon vertellen

Karin: ‘Door de jaren heen heb ik met twee hulpverleners een echte vertrouwensband opgebouwd. Vooral met Sylvia. Maar als zij zich in het begin niet aan haar beloften had gehouden, had ik niks meer gezegd en was ik afgehaakt. Het ging om kleine dingen. Als ze mij beloofde dat ze me tussen nu en een uur zou terugbellen, dan verwachtte ik dat ze dat zou doen, en dat deed ze ook.

[…] Sylvia wees ook nooit met het vingertje. In plaats daarvan zei ze: “Je zou het misschien beter op die manier kunnen doen, misschien is die kant ook een optie, en misschien kan ik nog even meekijken of er nog meer opties zijn.” Daardoor liet ze de keuze aan mij, in ieder geval voelde dat zo.’

Beloften

  • Belangen - Cora Bartelink ziet soms dat de belangen van de ouders tegenover die van het kind worden gesteld. ‘Dat is niet goed, hun belangen gaan juist samen. En de belangen van de ouder zijn ook belangrijk, want ouders die goed in hun vel zitten, geven hun kind betere zorg.’ Het gaat dus om het kind, maar dat betekent niet dat de focus van de hulp alleen op het kind moet liggen. 
  • Het echte probleem - Soms ligt er te veel nadruk op hoe ouders hun kinderen opvoeden terwijl er iets anders aan de hand is, zegt Bartelink die een schrijnend voorbeeld kent uit de jeugdzorg. ‘Bij een ouder die klaagde over financiële problemen zette de hulpverlener vooral in op hoe ze met haar kind omging. De moeder voelde zich niet gehoord en geholpen. Pas na vier jaar modderen met de ondertoezichtstelling van haar kind werd er echt naar haar geluisterd. Een groot deel van het probleem bleek ‘m in de financiële kwestie te zitten. Ze kreeg hulp om haar financiën op orde te krijgen en daarna verliep de opvoeding ook beter. Oog hebben voor de stress van ouders is dus belangrijk bij samen beslissen.’
  • Haast - Soms willen we te snel een compromis sluiten. Bartelink: ‘Focus steeds op een passende oplossing die gaat bijdragen aan het verminderen van de problemen in het gezin. Zorg natuurlijk wel dat je uiteindelijk samen met het gezin de knoop doorhakt.’
  • Budget en belang - Soms draagt een gezin een goedkope oplossing aan die het jeugdhulpbudget niet financiert. Dat kan tot gevolg hebben dat de keus op een dure behandeling valt die wel wordt vergoed maar die minder goed werkt. Bartelink: ‘De professional moet dan balanceren tussen het hulpverlenersbudget en de belangen van het gezin.’

De valkuilen bij samen beslissen

Bovenstaande citaten zijn met toestemming overgenomen uit het boek Als het misgaat thuis, verhalen van ouders, geschreven door Paulien Bom en Herman Baartman (2018), Turnhout/’s Hertogenbosch, Gompel&Svacina

Jacqueline: ‘De casemanager met wie ik goed kon praten, zei dat veel moeders niet durven toegeven als het slecht gaat; dat heb ik wel gedaan. Hij had er ook veel respect voor dat ik de kinderen vrijwillig uit huis heb laten plaatsen. Dat zo iemand dat zei, had voor mij veel waarde.

[…] Ik heb het meest gehad aan hulpverleners die het duidelijk zeggen als ik iets niet goed zie. Ik heb een maatschappelijk werkster die recht door zee is, vlak na de uithuisplaatsing ging ik vaak naar haar toe. Dan vroeg ze: “Wat wil je gaan doen als je de kinderen ziet? Spelletjes? Goed, maar vergeet een ding niet: niet te veel vragen over waar ze zitten. Laat dat. Focus op wat jij met je kinderen wilt doen.” Die hulp was perfect.’

respect

quote2-darkturqoise.png

‘Geef van tevoren bij het gezin aan dat ze het gesprek moeten voorbereiden’

quote2-darkturqoise.png (copy)

'Soms is het best ingewikkeld om verschillende petten op te hebben'

quote2-darkturqoise.png (copy)

Ouders zeggen weleens: “Wij hebben al een psychiater voor ons kind. Kun jij zorgen dat die vergoed wordt?”

istockphoto-121968160...

De aanpak van onveiligheid in een gezin is waarschijnlijk effectiever als de ouders en kinderen nauw betrokken zijn bij de beslissingen die genomen worden. Maar hoe ga je daarbij te werk? Experts en ouders delen hun best practices en valkuilen.

Samen met het gezin beslissen – hoe doe je dat?

btn down

Achtergrond

Auteur: Annemarie van Dijk  |  Leestijd: 5,5 minuten

btn back to hero
btn back to hero (copy)

In de medische sector is het al een tijdje bekend: als patiënten meedenken over hun therapie of behandeling, is het effect ervan beter. Dat blijkt uit onderzoeken. Niet zo vreemd, want als professional weet je veel over behandelingen en therapieën, maar de patiënt weet het beste of een aanpak bij hem past. Maar in de jeugdzorg is het bewijs nog beperkt, zegt (ortho)pedagoog Cora Bartelink. Toch vindt ze samen met de ouders beslissen over de hulp voor hun kind belangrijk. ‘We denken dat de resultaten van de hulp dan beter zijn. We vermoeden dat als mensen zelf meebeslissen over opties, ze meer intrinsiek gemotiveerd zijn. Ze zetten zich meer in voor de hulp, wat tot betere resultaten leidt. Ook haken ze minder vaak voortijdig af als het toch niet zo loopt als ze hadden verwacht.’

Samen zoeken

Bartelink werkte jarenlang bij het Nederlands Jeugdinstituut. Ze is gespecialiseerd in besluitvormingsprocessen en een van de schrijvers van de richtlijn ‘Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp’ (verscheen in 2015 en werd in 2021 herzien). Deze ondersteunt professionals in het proces van beoordelen en beslissen over hulp bij vragen en problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen. Ze vindt het belangrijk dat het samen beslissen een echt gezamenlijk proces is. ‘Je zoekt samen naar wat de beste hulp of ondersteuning is die ouders en kinderen nodig hebben. Dat is niet makkelijk. Het vraagt de nodige gespreksvaardigheid van professionals en kennis over wat helpt bij een bepaald probleem.’

istockphoto-122342784...

Fijne gesprekken

Ook Martine Brouwer, moeder van twee jongens die gebruikmaken van vrijwillige pleegzorg, is een voorstander van samen beslissen. Als alleenstaande ouder kwam ze in het ziekenhuis terecht met heel ernstige ontstekingsklachten door diabetes. Omdat ze niet meer op een goede manier voor haar 4-jarige zoons kon zorgen, werd haar tante hun pleegouder. ‘Het is mooi als iemand uit je eigen omgeving pleegouder kan worden van je kinderen, maar af en toe is het ook heel moeilijk. Als moeder heb je een band met de ‘pleegmoeder’ die je niet wilt beschadigen, maar soms ben je het niet met elkaar eens. 

Om ons in het traject te begeleiden, vroegen we Bureau Jeugdzorg. We zaten vaak met elkaar om de tafel, waarbij de hulpverleners mij altijd de mogelijkheid gaven om mijn mening te geven, mijn gevoel te uiten en mijn onvermogen te laten zien. Ook al stond dit af en toe dwars op wat de jongens nodig hadden. Door hun fijne manier van gesprekken voeren, luisteren, meedenken en corrigeren als dat nodig was, namen we uiteindelijk samen de juiste beslissingen. En al die tijd had ik het gevoel dat ik mijn eigen keuzes maakte.’

Altijd voorbereiden

Besteed uitgebreid aandacht aan de samenwerkingsrelatie, adviseert Bartelink, want daarmee leg je de basis voor de verdere gesprekken. Als dit in het begin niet oké gaat, blijft dat niet goed gaan. ‘Luister en vraag door zodat je zicht krijgt op de situatie van de ouder en het kind. Vraag wat je kunt betekenen. Dat draagt echt bij aan het opbouwen van een relatie.’

Zowel de ouders en kinderen als de jeugdprofessional moeten zich voorbereiden op de gesprekken, vindt Bartelink. Ouders en kinderen kunnen van tevoren nadenken over wat er nodig is en wat hun verder kan helpen. De professional moet weten wat het beschikbare aanbod is en wat goed werkt, zodat hij gericht advies kan geven. ‘Geef van tevoren bij het gezin aan dat voorbereiding nodig is. Soms hebben gezinnen zelf ideeën over welke begeleiding zou kunnen helpen, bijvoorbeeld als ze informatie op internet vonden, maar vaak ook niet.’

quote2-darkturqoise.png

‘Geef van tevoren bij het gezin aan dat ze het gesprek moeten voorbereiden’

Of je het kind betrekt bij de gesprekken, hangt van de leeftijd af, zegt Bartelink. ‘In de richtlijn betrokken we ook kinderen onder de 12 jaar erbij. In de praktijk vinden professionals dat lastig. Toch is het belangrijk: kinderen kijken vanuit hun eigen perspectief en hebben vaak prima ideeën over wat nodig is.’ Haar tip: ga als professional op je intuïtie af als het gaat om het betrekken van kinderen.

Voor de ouders én het kind

Soms wil een kind iets anders dan zijn of haar ouders, merkt Eva Mattheijer, ouder- en kindadviseur bij het ouder-kind VO team Amsterdam Zuid/Centrum. ‘Ik begeleidde zowel een meisje van 15 als haar ouders. Het meisje en haar ouders sprak ik apart van elkaar. Het meisje was heel somber en viel vaak uit op school. 

Haar ouders vonden het moeilijk om hun dochter hierin te begeleiden en ook goed voor zichzelf te blijven zorgen. Ook zij hadden dus coaching nodig. Laatst gaf het meisje aan dat ze het niet fijn vond dat ik ook met haar ouders sprak. Ze had moeite om dingen aan mij te vertellen die haar ouders niet mochten weten.’

quote2-darkturqoise.png (copy)

'Soms is het best ingewikkeld om verschillende petten op te hebben'

Zelf vond Mattheijer het ook ‘best ingewikkeld’ om bij deze case twee verschillende petten op te hebben. ‘Ik betrok er een psycholoog van ons team bij. Samen met het meisje en haar ouders spraken we af dat ik het meisje zou blijven begeleiden en dat de psycholoog de begeleiding van haar ouders zou overnemen. Iedereen was hier blij mee en zo willen we het vanaf nu doen. Daarnaast gaan we uiteraard af en toe ook met zijn allen in gesprek.’ 

Zo nu en dan lukt het niet om samen tot een beslissing te komen, zegt Mattheijer. ‘Dan moet je weleens opschalen naar jeugdbescherming of een zorgmelding doen bij Veilig Thuis. Ontzettend jammer.’

Hoogopgeleide ouders

Beoordeel samen met ouders en kind wat de aard en ernst van hun vraag of probleem is en beslis samen over de best passende hulp, zegt de richtlijn. Bartelink hoort terug uit het veld dat bij een complexe situatie mensen soms geen opties meer zien, en geen ruimte hebben om na te denken. ‘Dan werkt het beter om hulpopties aan te bieden. Anderen willen juist zelf meedenken. Dat moet je als professional aanvoelen.’

quote2-darkturqoise.png (copy)

Ouders zeggen weleens: “Wij hebben al een psychiater voor ons kind. Kun jij zorgen dat die vergoed wordt?”

Eva Mattheijer heeft veel te maken met hoogopgeleide ouders. Zij komen vaak zelf met ideeën voor een kind. ‘Dat is fijn, maar soms ook niet. Zeker niet als ouders zeggen: “Wij hebben al een psychiater voor ons kind. Kun jij zorgen dat de hulp vergoed wordt?” Zo werkt het dus niet bij samen beslissen.’

De kans van slagen hangt verder af van de klik die iemand met de professional heeft. Die klik is er niet altijd. In ieder geval is het goed om als professional empathie te tonen en actief te luisteren, zegt Bartelink. ‘Geef duidelijk terug wat je hoort, en laat merken dat je begrijpt waar vragen en zorgen over zijn.’

Zelf, omgeving, professionals

Als duidelijk is wat voor probleem er speelt en waardoor dit is ontstaan, gaan beide partijen na wat er nodig is. Welke mogelijkheden zijn er? Wat kunnen ouders zelf en wat kan het sociale netwerk? Bartelink: ‘Zo moeten ouders nadenken over wat er dicht bij huis geregeld kan worden. Pas als derde optie kijk je naar professionele hulp.’

Het is goed om de doelen regelmatig te evalueren: hoe verloopt de hulp, wat levert het op? Zo kun je eventueel zaken bijstellen. Bartelink: ‘Juist regelmatig evalueren maakt dat mensen positiever tegenover een professional staan. Ze hebben meer vertrouwen en doen beter hun best.’

Als ouder heb je wel je eigen verantwoordelijkheid in het traject, sluit Martine Brouwer af. ‘We verwachten of eisen veel van professionals, maar het is geen eenrichtingsverkeer. Je mag van beide kanten input verwachten om tot een goed resultaat te komen. Ik denk dat samen beslissen dan ook zorgt voor meer begrip voor elkaar.’

  • Belangen - Cora Bartelink ziet soms dat de belangen van de ouders tegenover die van het kind worden gesteld. ‘Dat is niet goed, hun belangen gaan juist samen. En de belangen van de ouder zijn ook belangrijk, want ouders die goed in hun vel zitten, geven hun kind betere zorg.’ Het gaat dus om het kind, maar dat betekent niet dat de focus van de hulp alleen op het kind moet liggen. 
  • Het echte probleem - Soms ligt er te veel nadruk op hoe ouders hun kinderen opvoeden terwijl er iets anders aan de hand is, zegt Bartelink die een schrijnend voorbeeld kent uit de jeugdzorg. ‘Bij een ouder die klaagde over financiële problemen zette de hulpverlener vooral in op hoe ze met haar kind omging. De moeder voelde zich niet gehoord en geholpen. Pas na vier jaar modderen met de ondertoezichtstelling van haar kind werd er echt naar haar geluisterd. Een groot deel van het probleem bleek ‘m in de financiële kwestie te zitten. Ze kreeg hulp om haar financiën op orde te krijgen en daarna verliep de opvoeding ook beter. Oog hebben voor de stress van ouders is dus belangrijk bij samen beslissen.’
  • Haast - Soms willen we te snel een compromis sluiten. Bartelink: ‘Focus steeds op een passende oplossing die gaat bijdragen aan het verminderen van de problemen in het gezin. Zorg natuurlijk wel dat je uiteindelijk samen met het gezin de knoop doorhakt.’
  • Budget en belang - Soms draagt een gezin een goedkope oplossing aan die het jeugdhulpbudget niet financiert. Dat kan tot gevolg hebben dat de keus op een dure behandeling valt die wel wordt vergoed maar die minder goed werkt. Bartelink: ‘De professional moet dan balanceren tussen het hulpverlenersbudget en de belangen van het gezin.’

De valkuilen bij samen beslissen

Ouders over professionals:

‘Zij wees nooit met het vingertje’

Een professional zou volgens voormalig bijzonder hoogleraar Preventie en Hulpverlening Herman Baartman oog moeten hebben en respect tonen voor de goede wil van de ouder. Deze ouders troffen zo’n professional door wie zij zich gezien en gehoord voelden. Ieder verwoordt dat op zijn of haar eigen manier.

Marieke: ‘De gezinsvoogd luisterde naar mijn verhaal, en als ik iets zei over mijn ex ging ze naar hem toe en was er ruimte voor zijn verhaal. Ze zei weleens dingen tegen me waar ik zo boos van werd dat ik het gevoel had kopje onder te gaan. Dan belde ik haar een half uur later terug en zei: “Sorry, ik denk dat je toch gelijk had. En dan zei ze: “Het was hoe je het op dat moment voelde, maar laten we eens bekijken wat er werkelijk aan de hand is.” Dat was vaak genoeg om zelf ook weer de boel vanuit een helicopterview te kunnen zien.’

Helicopterview

Sasja: ‘De gezinsvoogd sprak me aan in mijn kracht en er was op alle fronten gelijkwaardigheid. Hij schakelde me ook in en vroeg me zelf mijn verhaal op te schrijven. Dat scheelde hem tijd, voor mij was het een soort verwerking. Ook betrok hij mijn ouders en de ouders van mijn ex erbij omdat hij wilde horen hoe zij naar de situatie keken.’

gelijkwaardig

Elise: ‘De raadsonderzoeker kwam met een open houding binnen, dat zagen we direct. Ze wilde ons verhaal horen en ondervroeg ons niet apart. Ik vond het fijn om te mogen vertellen in plaats van dat er een verhaal uit je getrokken wordt. […]Die raadsonderzoeker was eerlijk, legde uit dat nu de radioloog melding had gedaan van vermoeden van kindermishandeling, de zaak serieus onderzocht moest worden. Zij zou ook met een veiligheidsplan gekomen zijn, zei ze. Van haar konden we het horen, omdat het een prettig en rustig gesprek was.’

Frans: ‘Ze vertelde ook dat ze zelf kinderen had. Dat vond ik prettig, want daarmee liet ze haar menselijk kant zien.’

prettig en rustig

Anja: ‘De eerste van wie ik na een weekend vergeefs bellen hulp kreeg, was iemand van het Steunpunt Huiselijk Geweld. Toen ik de stem van die vrouw hoorde, brak ik. Twee uur lang heeft ze geluisterd. Ze vatte zakelijk samen, en dat hielp me om de chaos in mijn hoofd te ordenen. Ze vertelde me dat mijn ex niet zou veranderen, ook als ik weer opnieuw met hem zou beginnen, dus dat het enige wat ik kon doen was aan mezelf werken. Ze gaf me haar 06-nummer, ik mocht haar dag en nacht bellen. Het gevoel dat dat kon, was belangrijk voor me, al heb ik haar alleen overdag gebeld.’

06-nummer

Vincent: ‘De rechercheur, een aardige, open man, zat met een hele vragenlijst klaar, maar ik wilde gewoon vertellen. Het werkte ook niet voor mij als ik steeds onderbroken werd, dus spraken we af dat ik eerst mijn hele verhaal mocht doen en als hij daarna nog vragen had, ik het dan wel zou horen.’

gewoon vertellen

Jacqueline: ‘De casemanager met wie ik goed kon praten, zei dat veel moeders niet durven toegeven als het slecht gaat; dat heb ik wel gedaan. Hij had er ook veel respect voor dat ik de kinderen vrijwillig uit huis heb laten plaatsen. Dat zo iemand dat zei, had voor mij veel waarde.

[…] Ik heb het meest gehad aan hulpverleners die het duidelijk zeggen als ik iets niet goed zie. Ik heb een maatschappelijk werkster die recht door zee is, vlak na de uithuisplaatsing ging ik vaak naar haar toe. Dan vroeg ze: “Wat wil je gaan doen als je de kinderen ziet? Spelletjes? Goed, maar vergeet een ding niet: niet te veel vragen over waar ze zitten. Laat dat. Focus op wat jij met je kinderen wilt doen.” Die hulp was perfect.’

respect

Karin: ‘Door de jaren heen heb ik met twee hulpverleners een echte vertrouwensband opgebouwd. Vooral met Sylvia. Maar als zij zich in het begin niet aan haar beloften had gehouden, had ik niks meer gezegd en was ik afgehaakt. Het ging om kleine dingen. Als ze mij beloofde dat ze me tussen nu en een uur zou terugbellen, dan verwachtte ik dat ze dat zou doen, en dat deed ze ook.

[…] Sylvia wees ook nooit met het vingertje. In plaats daarvan zei ze: “Je zou het misschien beter op die manier kunnen doen, misschien is die kant ook een optie, en misschien kan ik nog even meekijken of er nog meer opties zijn.” Daardoor liet ze de keuze aan mij, in ieder geval voelde dat zo.’

Beloften

Bovenstaande citaten zijn met toestemming overgenomen uit het boek Als het misgaat thuis, verhalen van ouders, geschreven door Paulien Bom en Herman Baartman (2018), Turnhout/’s Hertogenbosch, Gompel&Svacina

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 6x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm