istockphoto-820376276...

Auteur: Ditty Eimers  |  Fotografie:  Henk Veenstra  |  Leestijd: 6,5 minuten

Interview

btn down

Gedrag van kinderen dat voortkomt uit huiselijk geweld of verwaarlozing wordt lang niet altijd herkend als een overlevingsmodus, zegt orthopedagoog Nanda de Bruin. ‘Hebben deze kinderen eenmaal een verkeerd label, dan komen andere oorzaken soms niet meer aan bod.’

‘Kinderen uit onveilige gezinnen krijgen vaak onterecht een label opgeplakt’

btn back to hero
btn back to hero (copy)

‘Door duidelijk te maken dat andere kinderen hetzelfde reageren bij veel stress, ontschuldig je een kind’

‘Leerkrachten en hulpverleners zijn soms bang dat ouders afhaken bij vragen over de thuissituatie’

‘Met een kind dat geen zorgwekkende signalen afgeeft, moet je óók in gesprek’

‘Sommige kinderen gaan “uit contact”. Ze durven niemand te vertrouwen, ook zichzelf niet’

nanda2.jpg

Nanda de Bruin is zelfstandig gedragswetenschapper en trainer bij Behind Behaviour.  Zij werkt in de jeugdzorg en het onderwijs en ontwikkelde de Behind Behaviour Praatkaartjes over trauma en overlevingsmechanismen die een rol spelen bij trauma. Deze helpen om op beeldende wijze en in makkelijke taal uitleg en psycho-educatie te geven aan kinderen, jongeren en volwassenen.  behindbehaviour.nl

Welke overlevingsmechanismen zie je bij kinderen met een onveilige thuissituatie?

Nanda de Bruin: ‘Veel kinderen kunnen zich niet concentreren op school, raken snel overprikkeld en kunnen geen moment stilzitten. Dat lijkt op ADHD. Maar hun gedrag is vaak een logische reactie op onveiligheid thuis. Een kind dat weet dat zijn vader elk moment in woede kan uitbarsten, wordt waakzaam: wat gebeurt er vlak voor zo’n uitbarsting? Hoe klinkt papa’s stem, welke woorden gebruikt hij? Hoe komt mama uit haar werk, hoe doet ze de deur dicht? Door hyperalert te zijn beschermen deze kinderen zichzelf.’

‘Na een tijdje gaat hun overlevingsmodus niet meer uit. Ook niet als ze in een veilige omgeving zijn, zoals op school. In de klas gebeuren de hele dag onverwachte dingen. Ineens klapt de juf in haar handen, een paar klasgenoten krijgen ruzie. Al die voorvallen kunnen doen denken aan wat er thuis gebeurt.’

Maar op school hoeven deze kinderen toch niet zo waakzaam te zijn?

‘Er zijn ook kinderen die “uit contact” gaan. Ze durven niemand te vertrouwen, ook zichzelf niet. Als degene die voor jou zorgt ook degene is die je pijn doet, voor wie je de meeste angst hebt, kun je compleet in de war raken. Deze kinderen hebben geleerd dat ze niet op hun eigen inschatting kunnen afgaan. Ze kijken je bijvoorbeeld niet aan en durven geen nieuwe dingen te ondernemen. Vaak wordt dat opgevat als een stoornis in het autismespectrum.’

Is hyperalertheid het enige overlevingsmechanisme? 

‘Vaak, maar absolute cijfers zijn er niet. Toen ik in de vrouwenopvang werkte, las ik in acht van de tien dossiers dat er bij het kind sprake zou zijn van ADHD of van ASS. Een ongeloofwaardig hoog percentage. In mijn huidige werk, met veelal getraumatiseerde kinderen en jongeren, heeft minstens de helft de classificatie ADHD, ASS of een combinatie van beide. Bij nader onderzoek spelen trauma’s vaak een grote, verklarende rol.’

Hoe vaak krijgen kinderen uit onveilige gezinnen een verkeerd label? 

‘Deze kinderen hebben hun overlevingsmechanisme nodig om zich staande te houden. Je helpt ze niet met pillen, of in elk geval niet met pillen alleen. Zeker niet als het thuis nog onveilig is. Vaak denken ze door zo’n label ook dat het hún schuld is dat het niet goed gaat.

Uitleggen dat ze heel hard aan het overleven zijn en dat hun lichaam en hersenen eigenlijk precies doen wat ze moeten doen, is beter dan labelen. Ook al was het niet handig dat ze zich op school niet konden concentreren  of ruziemaakten in de klas. Door duidelijk te maken hoe het werkt, dat andere kinderen en volwassenen ook zo reageren bij veel stress, ontschuldig je een kind. Vaak zijn ze opgelucht en durven ze meer te vertellen.’

Wat is de schade van verkeerd gestelde diagnoses?

‘De symptomen van trauma lijken veel op de symptomen van ADHD of ASS. En ouders, leerkrachten en hulpverleners hunkeren soms naar een label. Alsof dat ze grip geeft en aantoont dat de problemen bij het gedrag van het kind liggen. Daar komt bij dat een diagnose tot voor kort nodig was om zorg en begeleiding vergoed te krijgen.

Bij kinderen met zorgelijk gedrag worden soms ook als eerste ADHD- en ASS-vragenlijsten afgenomen. Voldoet een kind aan de criteria, dan komen mogelijke achterliggende trauma’s en andere oorzaken regelmatig niet meer aan bod. Leerkrachten en hulpverleners zijn soms ook bang dat ouders afhaken als ze vragen stellen over de thuissituatie.’

Jij bent niet de eerste die hier aandacht voor vraagt. Waarom zijn die verkeerde diagnoses zo hardnekkig?

‘Probeer te ontdekken waar zijn gedrag vandaan komt. De belangrijkste inkopper: vraag het aan het kind zelf. Hoe gaat het met je? Hoe komt het dat je zo druk bent? Wat gebeurde er voordat je die woedeaanval had? Waarom speel jij zo graag alleen? Kinderen vinden het vaak fijn als je vraagt wat achter hun gedrag zit. Als je ze uitnodigt om samen op onderzoek uit te gaan, als een soort detectives, voelen ze dat er ruimte is. Dan willen ze vaak een heleboel vertellen.’

Hoe kun je voorkomen dat je het gedrag van een kind verkeerd interpreteert? 

‘Soms wel. Bij kinderen tot 16 jaar heb je als hulpverlener ook toestemming van de ouders nodig om met hun kind te praten. Dat is soms een lastige hobbel. Je moet hun ouders natuurlijk ook informeren over wat er is besproken.

In een gesprek met een kind met een onveilige thuissituatie kun je beter niet beginnen met te zeggen dat je alles aan mama en papa gaat vertellen, want dan doe je eigenlijk direct de deur op slot. Beter is: eerst uitgebreid de tijd nemen om te luisteren en uit te leggen dat jij er voor het kind bent en dat je het zo goed mogelijk probeert te helpen.

Als een kind iets zorgelijks vertelt, kun je natuurlijk geen geheimhouding beloven. Maar je kunt wel overleggen over hoe je dat het beste met hun ouders kunt bespreken. Ook jonge kinderen weten vaak al goed wat wel en niet werkt. Zo geef je ze een vorm van controle.’

Zijn deze kinderen niet bang dat hun ouders dat niet willen? 

‘Ja, het verbaast me nog steeds hoe goed kinderen zichzelf kennen en hoe precies ze kunnen vertellen waarom ze boos worden of zich terugtrekken. Zo vertelde een meisje van 11 van wie de ouders in vechtscheiding lagen, waarom ze vaak woedeaanvallen had bij haar vader. Bij haar moeder was ze bang en moest ze op haar tenen lopen. Bij haar vader vond ze het fijn. “Bij papa kan ik lekker boos worden. Hij kan dat aan, hij gaat nooit weg.”

Als je kinderen vaker open vragen stelt en eigen aannames opzij durft te zetten, krijg je meer informatie. Verder is het belangrijk om ook in gesprek te gaan met kinderen die niet zo opvallen, over wie weinig bekend is. Dat wordt te vaak opgevat als een geruststelling.’

Moeten we de inbreng van kinderen serieuzer nemen bij huiselijk geweld?  

‘Kinderen die opvallen krijgen aandacht, maar er is ook een grote groep aan wie je weinig merkt. “Dat meisje heeft het thuis niet fijn, maar ze doet goed mee in de klas. Dus het zal wel meevallen”, hoor ik vaak. Laatst las ik in een jeugdzorgdossier: “De oudste van 8 bleef rustig televisiekijken toen de politie om drie uur ’s nachts langskwam. Hij lijkt er geen last van te hebben.” Dan zou er natuurlijk direct een alarmbel moeten gaan rinkelen. Maar het lijkt soms alsof het gezonde verstand uitgaat bij huiselijk geweld. Wat heeft zo’n kind al meegemaakt, dat het niet reageert als de politie ’s nachts in de kamer staat? Vaak is de conclusie: dit kind vertoont geen “kindsignalen”, daar hoeven we voorlopig niets mee.’

Wat bedoel je? 

‘De aanduiding “Geen kindsignalen” verhult regelmatig een gebrek aan informatie. Bij huiselijk geweld of verwaarlozing kun je er donder op zeggen dat ieder kind daar last van heeft. Ook als het geen probleemgedrag vertoont. Denk aan heel zelfstandige kinderen, die zichzelf wegcijferen om voor broertjes en zusjes te zorgen en thuis van alles regelen. Ook op school doen ze hun best zich zo normaal mogelijk te gedragen. Ook dat is een overlevingsmechanisme, naast hyperalertheid en uit contact gaan.

Door niet te laten merken wat er thuis speelt en hoeveel last ze daarvan hebben, proberen deze kinderen controle te houden. Vaak hebben ze ook de boodschap meegekregen om er niet over te praten. “Als ik iets vertel, wordt papa opgenomen.” Schaamte speelt meestal ook een rol. Deze kinderen kunnen niet echt kind zijn. Dat schaadt hun ontwikkeling.’

Waarom is dat verontrustend? 

Je zoekt geen problemen, je zoekt informatieDie kan ook geruststellend zijn. Maar vaak komt er van alles boven: dat zo’n kind geen vriendjes heeft of na school erg lang op het schoolplein blijft hangen. Dat het tijdens de les in slaap valt of vaak te laat komt doordat het broertjes en zusjes moet helpen. Dat het hele nachten wakker ligt vanwege zorgen over mama.

Het duurt vaak wel even voordat deze kinderen meer durven te vertellen. Je moet ze vooral niet dwingen. Wat helpt is als ze voorbeelden van andere kinderen in soortgelijke situaties horen, zonder dat je de diepte ingaat. Zo kun je kinderen een soort psycho-educatie geven. Of je praat eromheen: stel dat je hier geen last meer van had, wat zou er dan veranderen in je leven? Wat zouden we moeten doen om te zorgen dat je die stap durft te zetten? Op die manier straal je uit: ik ben er voor je als je erover wilt praten, maar wel op jóuw moment.’

Ga je dan geen problemen zoeken die er niet zijn? 

istockphoto-820376276...

Auteur: Ditty Eimers  |  Fotografie:  Henk Veenstra  |  Leestijd: 6,5 minuten

Interview

btn down

Gedrag van kinderen dat voortkomt uit huiselijk geweld of verwaarlozing wordt lang niet altijd herkend als een overlevingsmodus, zegt orthopedagoog Nanda de Bruin. ‘Hebben deze kinderen eenmaal een verkeerd label, dan komen andere oorzaken soms niet meer aan bod.’

‘Kinderen uit onveilige gezinnen krijgen vaak onterecht een label opgeplakt’

btn back to hero
btn back to hero (copy)

Welke overlevingsmechanismen zie je bij kinderen met een onveilige thuissituatie?

nanda2.jpg

Nanda de Bruin is zelfstandig gedragswetenschapper en trainer bij Behind Behaviour.  Zij werkt in de jeugdzorg en het onderwijs en ontwikkelde de Behind Behaviour Praatkaartjes over trauma en overlevingsmechanismen die een rol spelen bij trauma. Deze helpen om op beeldende wijze en in makkelijke taal uitleg en psycho-educatie te geven aan kinderen, jongeren en volwassenen.  behindbehaviour.nl

Nanda de Bruin: ‘Veel kinderen kunnen zich niet concentreren op school, raken snel overprikkeld en kunnen geen moment stilzitten. Dat lijkt op ADHD. Maar hun gedrag is vaak een logische reactie op onveiligheid thuis. Een kind dat weet dat zijn vader elk moment in woede kan uitbarsten, wordt waakzaam: wat gebeurt er vlak voor zo’n uitbarsting? Hoe klinkt papa’s stem, welke woorden gebruikt hij? Hoe komt mama uit haar werk, hoe doet ze de deur dicht? Door hyperalert te zijn beschermen deze kinderen zichzelf.’

Maar op school hoeven deze kinderen toch niet zo waakzaam te zijn?

‘Na een tijdje gaat hun overlevingsmodus niet meer uit. Ook niet als ze in een veilige omgeving zijn, zoals op school. In de klas gebeuren de hele dag onverwachte dingen. Ineens klapt de juf in haar handen, een paar klasgenoten krijgen ruzie. Al die voorvallen kunnen doen denken aan wat er thuis gebeurt.’

‘Sommige kinderen gaan “uit contact”. Ze durven niemand te vertrouwen, ook zichzelf niet’

Is hyperalertheid het enige overlevingsmechanisme? 

‘Er zijn ook kinderen die “uit contact” gaan. Ze durven niemand te vertrouwen, ook zichzelf niet. Als degene die voor jou zorgt ook degene is die je pijn doet, voor wie je de meeste angst hebt, kun je compleet in de war raken. Deze kinderen hebben geleerd dat ze niet op hun eigen inschatting kunnen afgaan. Ze kijken je bijvoorbeeld niet aan en durven geen nieuwe dingen te ondernemen. Vaak wordt dat opgevat als een stoornis in het autismespectrum.’

Hoe vaak krijgen kinderen uit onveilige gezinnen een verkeerd label? 

‘Vaak, maar absolute cijfers zijn er niet. Toen ik in de vrouwenopvang werkte, las ik in acht van de tien dossiers dat er bij het kind sprake zou zijn van ADHD of van ASS. Een ongeloofwaardig hoog percentage. In mijn huidige werk, met veelal getraumatiseerde kinderen en jongeren, heeft minstens de helft de classificatie ADHD, ASS of een combinatie van beide. Bij nader onderzoek spelen trauma’s vaak een grote, verklarende rol.’

‘Door duidelijk te maken dat andere kinderen hetzelfde reageren bij veel stress, ontschuldig je een kind’

Wat is de schade van verkeerd gestelde diagnoses?

‘Deze kinderen hebben hun overlevingsmechanisme nodig om zich staande te houden. Je helpt ze niet met pillen, of in elk geval niet met pillen alleen. Zeker niet als het thuis nog onveilig is. Vaak denken ze door zo’n label ook dat het hún schuld is dat het niet goed gaat.

Uitleggen dat ze heel hard aan het overleven zijn en dat hun lichaam en hersenen eigenlijk precies doen wat ze moeten doen, is beter dan labelen. Ook al was het niet handig dat ze zich op school niet konden concentreren  of ruziemaakten in de klas. Door duidelijk te maken hoe het werkt, dat andere kinderen en volwassenen ook zo reageren bij veel stress, ontschuldig je een kind. Vaak zijn ze opgelucht en durven ze meer te vertellen.’

Jij bent niet de eerste die hier aandacht voor vraagt. Waarom zijn die verkeerde diagnoses zo hardnekkig?

‘De symptomen van trauma lijken veel op de symptomen van ADHD of ASS. En ouders, leerkrachten en hulpverleners hunkeren soms naar een label. Alsof dat ze grip geeft en aantoont dat de problemen bij het gedrag van het kind liggen. Daar komt bij dat een diagnose tot voor kort nodig was om zorg en begeleiding vergoed te krijgen.

Bij kinderen met zorgelijk gedrag worden soms ook als eerste ADHD- en ASS-vragenlijsten afgenomen. Voldoet een kind aan de criteria, dan komen mogelijke achterliggende trauma’s en andere oorzaken regelmatig niet meer aan bod. Leerkrachten en hulpverleners zijn soms ook bang dat ouders afhaken als ze vragen stellen over de thuissituatie.’

‘Leerkrachten en hulpverleners zijn soms bang dat ouders afhaken bij vragen over de thuissituatie’

Hoe kun je voorkomen dat je het gedrag van een kind verkeerd interpreteert? 

‘Probeer te ontdekken waar zijn gedrag vandaan komt. De belangrijkste inkopper: vraag het aan het kind zelf. Hoe gaat het met je? Hoe komt het dat je zo druk bent? Wat gebeurde er voordat je die woedeaanval had? Waarom speel jij zo graag alleen? Kinderen vinden het vaak fijn als je vraagt wat achter hun gedrag zit. Als je ze uitnodigt om samen op onderzoek uit te gaan, als een soort detectives, voelen ze dat er ruimte is. Dan willen ze vaak een heleboel vertellen.’

Zijn deze kinderen niet bang dat hun ouders dat niet willen? 

‘Soms wel. Bij kinderen tot 16 jaar heb je als hulpverlener ook toestemming van de ouders nodig om met hun kind te praten. Dat is soms een lastige hobbel. Je moet hun ouders natuurlijk ook informeren over wat er is besproken.

In een gesprek met een kind met een onveilige thuissituatie kun je beter niet beginnen met te zeggen dat je alles aan mama en papa gaat vertellen, want dan doe je eigenlijk direct de deur op slot. Beter is: eerst uitgebreid de tijd nemen om te luisteren en uit te leggen dat jij er voor het kind bent en dat je het zo goed mogelijk probeert te helpen.

Als een kind iets zorgelijks vertelt, kun je natuurlijk geen geheimhouding beloven. Maar je kunt wel overleggen over hoe je dat het beste met hun ouders kunt bespreken. Ook jonge kinderen weten vaak al goed wat wel en niet werkt. Zo geef je ze een vorm van controle.’

Moeten we de inbreng van kinderen serieuzer nemen bij huiselijk geweld?  

‘Ja, het verbaast me nog steeds hoe goed kinderen zichzelf kennen en hoe precies ze kunnen vertellen waarom ze boos worden of zich terugtrekken. Zo vertelde een meisje van 11 van wie de ouders in vechtscheiding lagen, waarom ze vaak woedeaanvallen had bij haar vader. Bij haar moeder was ze bang en moest ze op haar tenen lopen. Bij haar vader vond ze het fijn. “Bij papa kan ik lekker boos worden. Hij kan dat aan, hij gaat nooit weg.”

Als je kinderen vaker open vragen stelt en eigen aannames opzij durft te zetten, krijg je meer informatie. Verder is het belangrijk om ook in gesprek te gaan met kinderen die niet zo opvallen, over wie weinig bekend is. Dat wordt te vaak opgevat als een geruststelling.’

‘Met een kind dat geen zorgwekkende signalen afgeeft, moet je óók in gesprek’

Wat bedoel je? 

‘Kinderen die opvallen krijgen aandacht, maar er is ook een grote groep aan wie je weinig merkt. “Dat meisje heeft het thuis niet fijn, maar ze doet goed mee in de klas. Dus het zal wel meevallen”, hoor ik vaak. Laatst las ik in een jeugdzorgdossier: “De oudste van 8 bleef rustig televisiekijken toen de politie om drie uur ’s nachts langskwam. Hij lijkt er geen last van te hebben.” Dan zou er natuurlijk direct een alarmbel moeten gaan rinkelen. Maar het lijkt soms alsof het gezonde verstand uitgaat bij huiselijk geweld. Wat heeft zo’n kind al meegemaakt, dat het niet reageert als de politie ’s nachts in de kamer staat? Vaak is de conclusie: dit kind vertoont geen “kindsignalen”, daar hoeven we voorlopig niets mee.’

Waarom is dat verontrustend? 

‘De aanduiding “Geen kindsignalen” verhult regelmatig een gebrek aan informatie. Bij huiselijk geweld of verwaarlozing kun je er donder op zeggen dat ieder kind daar last van heeft. Ook als het geen probleemgedrag vertoont. Denk aan heel zelfstandige kinderen, die zichzelf wegcijferen om voor broertjes en zusjes te zorgen en thuis van alles regelen. Ook op school doen ze hun best zich zo normaal mogelijk te gedragen. Ook dat is een overlevingsmechanisme, naast hyperalertheid en uit contact gaan.

Door niet te laten merken wat er thuis speelt en hoeveel last ze daarvan hebben, proberen deze kinderen controle te houden. Vaak hebben ze ook de boodschap meegekregen om er niet over te praten. “Als ik iets vertel, wordt papa opgenomen.” Schaamte speelt meestal ook een rol. Deze kinderen kunnen niet echt kind zijn. Dat schaadt hun ontwikkeling.’

Ga je dan geen problemen zoeken die er niet zijn? 

Je zoekt geen problemen, je zoekt informatieDie kan ook geruststellend zijn. Maar vaak komt er van alles boven: dat zo’n kind geen vriendjes heeft of na school erg lang op het schoolplein blijft hangen. Dat het tijdens de les in slaap valt of vaak te laat komt doordat het broertjes en zusjes moet helpen. Dat het hele nachten wakker ligt vanwege zorgen over mama.

Het duurt vaak wel even voordat deze kinderen meer durven te vertellen. Je moet ze vooral niet dwingen. Wat helpt is als ze voorbeelden van andere kinderen in soortgelijke situaties horen, zonder dat je de diepte ingaat. Zo kun je kinderen een soort psycho-educatie geven. Of je praat eromheen: stel dat je hier geen last meer van had, wat zou er dan veranderen in je leven? Wat zouden we moeten doen om te zorgen dat je die stap durft te zetten? Op die manier straal je uit: ik ben er voor je als je erover wilt praten, maar wel op jóuw moment.’

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm