ervaringsverhaal

‘Hoe moest ik zelf moeder zijn?

Auteur: Annemarie van Dijk
Leestijd: 5,5 minuten

Haar moeder was bipolair, haar vader wilde geen hulp toelaten. Daardoor groeide Saskia (nu 46) op in een instabiel gezin. Toch lukt het om haar eigen kinderen wel geborgenheid en veiligheid te bieden. ‘Ik besefte dat ik het zelf beter kon doen.’

Beter begrijpen

‘Mijn familie zei: “Jij bent niet zo”. Dat steunde me’

‘Ik probeer mijn jongens mee te geven dat ze zichzelf moeten durven zijn’

‘Als ouder ging ik mijn eigen jeugd overcompenseren’

‘De perioden dat mijn moeder in bed lag, waren voor ons het beste te doen’

Onberekenbaar

‘Lange tijd was ik bang dat ik het niet eens zou kúnnen: voor kinderen zorgen. Ik heb immers geen goed voorbeeld gehad. Maar ik vind het juist heel fijn om er voor mijn jongens te mogen zijn. Het gaat gelukkig goed met hen, ze doen hun eigen dingen en zijn happy. Ze komen naar mijn man en mij toe met vragen en betrekken ons bij belangrijke keuzes die ze maken. Dat ze ons vertrouwen en ons advies waarderen, maakt me ontzettend blij. De zorg die ik vroeger voor mijn moeder had was heel anders. Bij haar móést ik. Bij mijn zoons is het mijn eigen keus.’

Boos ben ik niet meer op haar. Wat daarbij echt geholpen heeft, is de uitleg die ik kreeg van mijn oma en tantes – de moeder en zussen van mijn moeder. Zij vertelden dat mijn moeder altijd al moeilijk was. Door wat ze over haar zeiden, ging ik haar beter begrijpen. Ik heb geaccepteerd dat ze het niet anders kon. Het was geen onwil van haar, maar onkunde. Mijn familieleden zeiden ook: “Jij bent niet zo.” Dat steunde me, ik besefte dat ik het zelf beter kon doen.

Je kunt je verleden vertroetelen en elke dag met je meedragen. Dan beïnvloedt het je onbewust bij alles wat je doet. Liever probeer ik te accepteren wat er gebeurd is en de positieve kanten eruit te halen. Die keus heb ik.’

‘Op dit moment heb ik geen contact met mijn ouders. Mijn vader mis ik eigenlijk niet. Mijn moeder soms wel, vooral als er iets speciaals is rond mijn kinderen. Ik ben trots op mijn jongens, op hoe ze zijn als mens en hoe ze zich als adolescenten ontwikkelen naar volwassen mensen. Mijn oudste zoon gaat nu een hbo doen. Dat zou ik graag aan mijn moeder vertellen.

Mijn jongens staan gelukkig heel anders in het leven dan ik in mijn jeugd. Thuis kon ik niet mezelf zijn. Ik vertelde niet aan mijn moeder hoe het echt met me ging, dat ik het leven lastig vond en me ongelukkig voelde. Mijn zoons vertellen alles zonder angst of schaamte. Ik probeer ze mee te geven dat ze zichzelf moeten durven zijn, ook als iemand hun vertrouwen beschaamt. De situatie bepaalt niet hoe jij je gedraagt. En ik leer hen om te reflecteren en het gesprek aan te gaan: wat zijn de mogelijkheden, hoe staan jullie er zelf in? Dat heb ik geleerd tijdens mijn opleiding.’

‘Hoe moest ik zelf moeder zijn? Die weg vinden was best een worsteling. Ik liep er keihard tegenaan dat er dingen waren die mijn eigen moeder had laten liggen. Toen mijn zoontjes klein waren, was ik te beschermend. Ik zat er steeds bovenop. Na mijn eigen onveilige jeugd wilde ik het met mijn kinderen zo goed doen dat ik ging overcompenseren. Ik bleef bijvoorbeeld thuis omdat ik anderen niet op mijn kinderen wilde laten passen. Tot ik ontdekte dat ze juist genoten van een logeerpartij of spelen op het kinderdagverblijf. 

Ik weet dat ik mijn zoons moet loslaten, ze een eigen kijk op het leven moet laten ontwikkelen. Toch had ik er moeite mee. Doordat ik zelf te vroeg ben losgelaten, heb ik de neiging om ze te lang te willen beschermen. Afgelopen zomer ging mijn oudste voor het eerst zelf op vakantie, met vrienden naar Zeeland. Hartstikke leuk voor hem natuurlijk, maar voor mij was het erg spannend. Ik weet inmiddels dat mijn angst voor een groot deel verdwijnt als ik die tegenover hem benoem. Dan zeg ik: “Ik vind het spannend maar ik weet dat je het kunt.”

Al op jonge leeftijd moest ik voor mijn zusje en mezelf zorgen, en dus ook voor mijn moeder. In depressieve perioden lag ze in bed, dat was voor ons nog het beste te doen. Van haar manische perioden hadden we meer last, dan was ze enorm onberekenbaar. Dat vond ik als kind niet alleen moeilijk, ik werd er bang van. En steeds moest ik mijn gedrag aanpassen aan dat van haar. 

Ze kreeg wel medicatie en er waren hulpverleners betrokken. Maar met die medicijnen stopte ze vaak weer en hulpverleners praatte ze naar de mond, zodat er nooit echt goed werd ingegrepen. Ooit is ze een keer bijna opgenomen op een psychiatrische afdeling, waar mijn vader helaas een stokje voor stak. Als hij zou toegeven aan hulp, zou hij erkennen dat ons gezin een probleem had - dat wilde hij niet. Hij raakte verbitterd door de situatie. Toen hij zijn eigen bedrijf opzette, had hij geen steun van mijn moeder. Hij kreeg schulden en we kwamen met ons gezin in de schuldsanering. Daardoor werd de situatie nog moeilijker.’ 

‘Mijn moeder kon er niet voor ons zijn. Ze was psychiatrisch patiënt: hypochondrisch en bipolair. Haar gemoedstoestand was totaal onvoorspelbaar. Ik had een moeizame band met haar, met mijn vader trouwens ook.

7 beschermende factoren

Zeven factoren blijken ouders te beschermen tegen die intergenerationele overdracht van kindermishandeling en verwaarlozing. In hoeverre herkent Saskia deze?

Factor 1: een stabiele, betrouwbare partner kiezen 
Saskia: ‘Je hoort soms dat mensen met ingrijpende jeugdervaringen nogal eens een partner kiezen met een soortgelijke achtergrond. Ik koos bewust iemand die totaal niet op mijn ouders lijkt. Martijn is heel stabiel en betrouwbaar. Hij is op vele vlakken een voorbeeld voor onze jongens, als vader, vriend en raadgever. We doen het echt samen.’

Factor 2: de eigen traumatische jeugdervaringen verwerken
‘Ik heb er veel over gepraat. Daar had ik pas ruimte voor toen ik al op mezelf woonde. Langzamerhand kreeg ik begrip en inzicht.’ 

Factor 3: een loyaal en steunend sociaal netwerk hebben
‘Dat is mijn eigen gezin: Martijn en mijn zoons. Maar ook mijn tantes en oma, die inzicht en uitleg gaven. En mijn vriendinnen. Via je sociale netwerk kun je ook een kijkje nemen in andere gezinnen en zie je hoe gewoon dingen kunnen gaan.’ 

Factor 4: reële en gepaste verwachtingen koesteren
‘Ik had geen grote verwachtingen van mijn kinderen. Ik vond het vooral belangrijk dat ze een eigen identiteit kregen. Daarom heb ik ze zoveel mogelijk zelf keuzes laten maken en ze heel bewust niets opgelegd.’

Factor 5: goede keuzes maken
‘Om los te komen van thuis ben ik bewust het huis uit gegaan en gaan studeren. Uit de situatie stappen heeft me enorm geholpen. Op het hbo leerde ik dat de werkelijkheid meerdere kanten heeft. Ik leerde daar op een andere manier tegen mijn jeugd aan kijken en heb me enorm ontwikkeld.’

Factor 6: kunnen omgaan met stress en tegenvallers
‘Een conflict aangaan vind ik nog steeds lastig. Soms bevries ik en kom ik er pas later op terug. Het helpt wel dat ik veel sport. Ik word er rustiger van en kan beter omgaan met heftige gevoelens.’ 

Factor 7: geluk hebben
‘Ik heb het geluk dat ik intelligent ben en mezelf heb kunnen ontwikkelen.’

Saskia is niet haar echte naam.

ervaringsverhaal

Haar moeder was bipolair, haar vader wilde geen hulp toelaten. Daardoor groeide Saskia (nu 46) op in een instabiel gezin. Toch lukt het om haar eigen kinderen wel geborgenheid en veiligheid te bieden. ‘Ik besefte dat ik het zelf beter kon doen.’

Auteur: Annemarie van Dijk
Leestijd: 5,5 minuten

‘Hoe moest ik zelf moeder zijn?

Boos ben ik niet meer op haar. Wat daarbij echt geholpen heeft, is de uitleg die ik kreeg van mijn oma en tantes – de moeder en zussen van mijn moeder. Zij vertelden dat mijn moeder altijd al moeilijk was. Door wat ze over haar zeiden, ging ik haar beter begrijpen. Ik heb geaccepteerd dat ze het niet anders kon. Het was geen onwil van haar, maar onkunde. Mijn familieleden zeiden ook: “Jij bent niet zo.” Dat steunde me, ik besefte dat ik het zelf beter kon doen.

Je kunt je verleden vertroetelen en elke dag met je meedragen. Dan beïnvloedt het je onbewust bij alles wat je doet. Liever probeer ik te accepteren wat er gebeurd is en de positieve kanten eruit te halen. Die keus heb ik.’

‘Mijn familie zei: “Jij bent niet zo”. Dat steunde me’

‘Op dit moment heb ik geen contact met mijn ouders. Mijn vader mis ik eigenlijk niet. Mijn moeder soms wel, vooral als er iets speciaals is rond mijn kinderen. Ik ben trots op mijn jongens, op hoe ze zijn als mens en hoe ze zich als adolescenten ontwikkelen naar volwassen mensen. Mijn oudste zoon gaat nu een hbo doen. Dat zou ik graag aan mijn moeder vertellen.

Beter begrijpen

Mijn jongens staan gelukkig heel anders in het leven dan ik in mijn jeugd. Thuis kon ik niet mezelf zijn. Ik vertelde niet aan mijn moeder hoe het echt met me ging, dat ik het leven lastig vond en me ongelukkig voelde. Mijn zoons vertellen alles zonder angst of schaamte. Ik probeer ze mee te geven dat ze zichzelf moeten durven zijn, ook als iemand hun vertrouwen beschaamt. De situatie bepaalt niet hoe jij je gedraagt. En ik leer hen om te reflecteren en het gesprek aan te gaan: wat zijn de mogelijkheden, hoe staan jullie er zelf in? Dat heb ik geleerd tijdens mijn opleiding.’

‘Ik probeer mijn jongens mee te geven dat ze zichzelf moeten durven zijn’

‘Hoe moest ik zelf moeder zijn? Die weg vinden was best een worsteling. Ik liep er keihard tegenaan dat er dingen waren die mijn eigen moeder had laten liggen. Toen mijn zoontjes klein waren, was ik te beschermend. Ik zat er steeds bovenop. Na mijn eigen onveilige jeugd wilde ik het met mijn kinderen zo goed doen dat ik ging overcompenseren. Ik bleef bijvoorbeeld thuis omdat ik anderen niet op mijn kinderen wilde laten passen. Tot ik ontdekte dat ze juist genoten van een logeerpartij of spelen op het kinderdagverblijf. 

Ik weet dat ik mijn zoons moet loslaten, ze een eigen kijk op het leven moet laten ontwikkelen. Toch had ik er moeite mee. Doordat ik zelf te vroeg ben losgelaten, heb ik de neiging om ze te lang te willen beschermen. Afgelopen zomer ging mijn oudste voor het eerst zelf op vakantie, met vrienden naar Zeeland. Hartstikke leuk voor hem natuurlijk, maar voor mij was het erg spannend. Ik weet inmiddels dat mijn angst voor een groot deel verdwijnt als ik die tegenover hem benoem. Dan zeg ik: “Ik vind het spannend maar ik weet dat je het kunt.”

‘Als ouder ging ik mijn eigen jeugd overcompenseren’

Al op jonge leeftijd moest ik voor mijn zusje en mezelf zorgen, en dus ook voor mijn moeder. In depressieve perioden lag ze in bed, dat was voor ons nog het beste te doen. Van haar manische perioden hadden we meer last, dan was ze enorm onberekenbaar. Dat vond ik als kind niet alleen moeilijk, ik werd er bang van. En steeds moest ik mijn gedrag aanpassen aan dat van haar. 

Ze kreeg wel medicatie en er waren hulpverleners betrokken. Maar met die medicijnen stopte ze vaak weer en hulpverleners praatte ze naar de mond, zodat er nooit echt goed werd ingegrepen. Ooit is ze een keer bijna opgenomen op een psychiatrische afdeling, waar mijn vader helaas een stokje voor stak. Als hij zou toegeven aan hulp, zou hij erkennen dat ons gezin een probleem had - dat wilde hij niet. Hij raakte verbitterd door de situatie. Toen hij zijn eigen bedrijf opzette, had hij geen steun van mijn moeder. Hij kreeg schulden en we kwamen met ons gezin in de schuldsanering. Daardoor werd de situatie nog moeilijker.’ 

‘De perioden dat mijn moeder in bed lag, waren voor ons het beste te doen’

‘Mijn moeder kon er niet voor ons zijn. Ze was psychiatrisch patiënt: hypochondrisch en bipolair. Haar gemoedstoestand was totaal onvoorspelbaar. Ik had een moeizame band met haar, met mijn vader trouwens ook.

Onberekenbaar

‘Lange tijd was ik bang dat ik het niet eens zou kúnnen: voor kinderen zorgen. Ik heb immers geen goed voorbeeld gehad. Maar ik vind het juist heel fijn om er voor mijn jongens te mogen zijn. Het gaat gelukkig goed met hen, ze doen hun eigen dingen en zijn happy. Ze komen naar mijn man en mij toe met vragen en betrekken ons bij belangrijke keuzes die ze maken. Dat ze ons vertrouwen en ons advies waarderen, maakt me ontzettend blij. De zorg die ik vroeger voor mijn moeder had was heel anders. Bij haar móést ik. Bij mijn zoons is het mijn eigen keus.’

Saskia is niet haar echte naam.

Meer lezen

7 beschermende factoren

Zeven factoren blijken ouders te beschermen tegen die intergenerationele overdracht van kindermishandeling en verwaarlozing. In hoeverre herkent Saskia deze?

Factor 1: een stabiele, betrouwbare partner kiezen 
Saskia: ‘Je hoort soms dat mensen met ingrijpende jeugdervaringen nogal eens een partner kiezen met een soortgelijke achtergrond. Ik koos bewust iemand die totaal niet op mijn ouders lijkt. Martijn is heel stabiel en betrouwbaar. Hij is op vele vlakken een voorbeeld voor onze jongens, als vader, vriend en raadgever. We doen het echt samen.’

Factor 2: de eigen traumatische jeugdervaringen verwerken
‘Ik heb er veel over gepraat. Daar had ik pas ruimte voor toen ik al op mezelf woonde. Langzamerhand kreeg ik begrip en inzicht.’ 

Factor 3: een loyaal en steunend sociaal netwerk hebben
‘Dat is mijn eigen gezin: Martijn en mijn zoons. Maar ook mijn tantes en oma, die inzicht en uitleg gaven. En mijn vriendinnen. Via je sociale netwerk kun je ook een kijkje nemen in andere gezinnen en zie je hoe gewoon dingen kunnen gaan.’ 

Factor 4: reële en gepaste verwachtingen koesteren
‘Ik had geen grote verwachtingen van mijn kinderen. Ik vond het vooral belangrijk dat ze een eigen identiteit kregen. Daarom heb ik ze zoveel mogelijk zelf keuzes laten maken en ze heel bewust niets opgelegd.’

Factor 5: goede keuzes maken
‘Om los te komen van thuis ben ik bewust het huis uit gegaan en gaan studeren. Uit de situatie stappen heeft me enorm geholpen. Op het hbo leerde ik dat de werkelijkheid meerdere kanten heeft. Ik leerde daar op een andere manier tegen mijn jeugd aan kijken en heb me enorm ontwikkeld.’

Factor 6: kunnen omgaan met stress en tegenvallers
‘Een conflict aangaan vind ik nog steeds lastig. Soms bevries ik en kom ik er pas later op terug. Het helpt wel dat ik veel sport. Ik word er rustiger van en kan beter omgaan met heftige gevoelens.’ 

Factor 7: geluk hebben
‘Ik heb het geluk dat ik intelligent ben en mezelf heb kunnen ontwikkelen.’

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm