‘Vaders worden niet genoeg gezien en gehoord’

Vaders zijn belangrijk voor de opvoeding en kunnen een grote rol spelen in het voorkomen van huiselijk geweld en seksueel misbruik. Toch richt de hulpverlening zich vaak primair op moeders. Een gemiste kans. Volgens verschillende organisaties voor vaders valt er nog een wereld te winnen.

Achtergrond

Auteur: Jessica Maas  |  Leestijd: 7,5 minuten

Het is vanavond alweer de laatste sessie. De deelnemers kennen elkaar inmiddels en zijn open over wat er speelt. Vorige week nog vertelde een vader hoe hij als kind vroeger klappen kreeg thuis. Hij wil zelf zijn kinderen nooit slaan. Maar vandaag gaat het over hulp vragen. Bijnoe: ‘Waar klop je aan wanneer het niet lekker gaat thuis? Waar ga je heen met vragen over je puberende zoon of dochter?’ Jitbahadoer benadrukt dat ook familie, vrienden of buren uitkomst kunnen bieden wanneer de drempel naar professionele hulpverleners (nog) te hoog is. Een jonge deelnemer die net vader is geworden vraagt lachend of iemand volgende week wil oppassen.

‘We zijn soms te bang om ons met elkaar te bemoeien’

Een grootvader die regelmatig op zijn kleinkinderen past, brengt in: ‘Soms kan de situatie thuis - door bijvoorbeeld het verlies van werk - veranderen. Dan moet er bezuinigd worden en dat kan ook voor spanningen zorgen.’ Dan kun je als familielid of buurman inderdaad vragen of het alles nog goed gaat, zegt  Jitbahadoer: ‘We zijn in deze samenleving soms te bang om ons met elkaar te bemoeien.’

Bernard Schlimbach, projectcoördinator van het Platform Betrokken Vaderschap in Groningen vraagt in het noorden van het land al jaren aandacht voor de rol van vaders. Hij spreekt met hulpverleners, organisaties, leest kritisch mee met handreikingen, wijkplannen.

‘Ik stimuleer vaders om een actieve rol bij de opvoeding te spelen. Betrokken vaderschap is ook gewoon heel leuk en levert veel op. Voor het hele gezin.’ Vaders zijn volgens hem de laatste jaren veel mondiger geworden, ze willen ook betrokken worden bij de opvoeding, laten vaker van zich horen, zegt Schlimbach. Hij wijst op het groeiend aantal vadergroepen in het hele land. ‘Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat ook professionals vaders actief betrekken. Of het nu gaat om een gezin waar schulden, opvoedingsproblemen of huiselijk geweld spelen.’

Mehraz vreest dat vaders nog altijd een bijrol spelen. Of dat nu bij de kraamzorg, op school of in de jeugdzorg is. Dat heeft deels te maken met ‘de poortwachtersfunctie’ die vrouwen zichzelf toe-eigenen, zegt Mehraz. ‘Zij gaan over de zorg van de kinderen, over de opvoeding. De man moet maar geld verdienen. Vrouwen vertrouwen mannen ook vaak de zorg voor het kind niet echt toe.’ Dat mechanisme is volgens Mehraz sterk en hardnekkig. ‘En professionals, in 93 procent van de gevallen ook vrouwelijk – doen vaak hetzelfde.’

Volgens Mehraz hebben vaders wel een andere benadering nodig. Ze worstelen met andere zaken dan moeders. ‘Dat gaat bijvoorbeeld om respect en over de rol van de vader in een gezin. En dit vraagt om bijvoorbeeld om ander taalgebruik, andere vragen van de professional.’

Of er anno 2021 veel verbeterd is? Mehraz: ‘Het aantal mannelijke hulpverleners is nog steeds laag. En de rol van de vaders blijft nog vaak onderbelicht. Als er over ouders wordt gesproken, gaat het meestal toch over de moeder.’ Zoals toen hij zelf bij het consultatiebureau volledig werd genegeerd. ‘Ik stelde een vraag over mijn zoontje, maar het antwoord werd aan mijn vrouw gegeven. De verpleegkundige keek me niet eens aan.’

Debatleider Bijnoe denkt dat de gesprekken een olievlek-effect hebben, vertelt ze na afloop. ‘Deze vaders delen hun ervaringen hier, maar daardoor spreken ze misschien ook eerder iemand in hun omgeving aan. Om hulp aan te bieden, maar ook te vragen.’
En dat is de bedoeling, zegt Abdellah Mehraz, pedagoog en directeur van Trias Pedagogica. Hij miste jaren terug al de aandacht voor vaders en er waren volgens hem te weinig mannelijke hulpverleners. Mehraz begon opvoeddebatten voor vaders met een migratieachtergrond te organiseren. De methodiek werd in samenwerking met het Verwey Jonker Instituut beschreven.

Mondiger geworden

‘Het gaat meestal toch over de moeder’

Vrouwenwereld

Olievlek

Hulp leren vragen

‘Mensen zijn toch bang dat hun kind wordt afgenomen als ze hulp vragen,’ zegt een vader. Een paar anderen knikken instemmend. ‘Dus schaamte en angst voorkomen dat mensen professionals om hulp vragen?’, vat Mireille Bijnoe, debatleider van Trias Pedagogica samen. Zestien buurtbewoners - vaders, grootvaders en een paar moeders - zijn deze maandagavond naar de torenflat Klieverink in Amsterdam Zuidoost gekomen voor een bijeenkomst met als thema Huiselijk geluk.

‘Professionals willen vaders wel betrekken, maar krijgen daar weinig ruimte voor’

Aandacht voor vaderschap kan bijdragen aan het terugbrengen van kindermishandeling, zegt Haring. ‘Dan heb je het over preventie, over aandacht voor positief opvoeden, maar ook signalering en nazorg voor plegers. Er is nu veel aandacht voor huiselijk geweld, maar aandacht voor de plegers is nog een groot taboe. Dat moeten we doorbreken.’ 

Natuurlijk heeft veiligheid in huis prioriteit, zegt Haring. ‘Maar als de pleger dan tijdelijk uit huis wordt geplaatst, laat die dan niet tien dagen aanmodderen. Nee, ga als professional of ervaringsdeskundige kijken hoe hij of zij erbij zit. Help met spullen ophalen thuis, praat met de pleger, begrijpt hij of zij wat een thuis-, contact- of straatverbod is?’

Zowel Haring, Schlimbach als Mehraz zien dat op landelijk en gemeentelijk niveau de aandacht voor de rol van vaders groeit. Maar er zijn nog grote regionale verschillen.

Mehraz wijst erop dat in het geval van huiselijk geweld de pleger vaak als de boeman wordt weggezet. Zonder oog voor de context, zonder oog voor die intentie. Daar kan René Haring over meepraten. Jarenlang mishandelde hij zijn vrouw en kinderen. Hij volgde therapie en is op advies van zijn behandelaar lotgenoten gaan helpen via de zelfhulpgroep Agressie en daarna?  Zijn ervaring met hulpverleners is weinig positief. Hij voelde zich als pleger vaak niet gezien. ‘Kijk, als een vrouw tijdens een gesprek gaat huilen, krijgt ze een glaasje water en een zakdoekje. Slaat een emotionele man met de vuist op tafel of verheft hij zijn stem, dan wordt de  beveiliging geroepen. Er wordt vaak niet naar de persoon gekeken, voorbij de agressie.’

Haring praat niet goed wat hij heeft gedaan. ‘Maar we kunnen huiselijk geweld niet oplossen zonder aandacht voor de plegers. Ik weet zelf dat ik moeite heb met pubers en ik wil echt niet weer de fout in gaan. Toen mijn zoon een jaar of 13 was, heb ik daarom de oudertraining Triple P Pubers gevolgd.’ Daardoor begrijp ik nu beter hoe een puberbrein werkt, dat helpt escalatie voorkomen.

Groot taboe

De boeman

Alternatieven voor schreeuwen en slaan

Trias Pedagogica besteedt in een serie van zeven opvoeddebatten over het thema Huiselijk geluk specifiek aandacht aan de preventie tegen huiselijk geweld. Onderwerpen in deze debatten zijn elementen die huiselijk geluk bevorderen (communicatie, structuur, etc.) en belemmeren (agressie, schulden). In de laatste sessie komt het gesprek met professionals - hulp vragen - aan bod.

Ouders geven soms aan dat het huiselijk geluk wordt beïnvloed door volwassen (18+) kinderen die thuis blijven wonen en financieel niets bijdragen aan het huishouden. Hierdoor ontstaat er niet alleen frictie tussen ouders en kinderen, maar ook tussen ouders onderling. Voor groepen waarbij dit probleem speelt, heeft Trias Pedagogica een aangepast programma van Huiselijk geluk (Huiselijk geluk & Financiën), waarbij extra aandacht wordt besteed aan financiële opvoeding en de invloed van geld. Tijdens de laatste bijeenkomst sluit een lokale organisatie aan om de ouders te informeren over de zaken die veranderen als een kind 18 wordt.

Kijk voor meer informatie op de website van Trias Pedagogica.

Vaders praten over thuis

‘We focussen op de positieve intentie van ouders’

Vervolgens wordt de slag naar het heden gemaakt. Mehraz: ‘Een vraag die vaak veel losmaakt is: “Zeg je weleens tegen je kind dat je van hem of haar houdt?” En we hebben het over: wat voor vader wil je zijn? Daarbij is de aandacht voor de intentie zó belangrijk. Bijna iedere ouder wil namelijk het beste voor zijn kind – dat het in de praktijk soms niet altijd goed uitpakt is iets anders. We focussen op de intentie en gaan vandaaruit met de groep op zoek naar alternatieven: als een vader schreeuwt of slaat, wat kan hij dan in plaats daarvan doen? Positief opvoeden staat bij ons centraal.’ 

In de laatste sessie komt ook de relatie met de partner aan bod. Hoe wordt er onderling over opvoeding gesproken? Hoe gaat die communicatie? Gaat de vader mee naar ouderavonden? Maar ook: wat doet vader wanneer moeder agressief is? ‘Er wordt door veel moeders bijvoorbeeld geknepen, onder tafel. Zeker dochters moeten het vaak ontgelden. Hoe kun je dit als vader bespreekbaar maken. Wat kan anders?’

Tijdens de opvoeddebatten Huiselijk geluk van Trias Pedagogica worden allerlei onderwerpen besproken: wat bevordert huiselijk geluk, wat staat huiselijk geluk in de weg? ‘We beginnen meestal met de eigen opvoeding: hoe ging dat vroeger? Wat heb je zelf van je vader geleerd of wat heb je gemist?’ Het zijn vaak emotionele gesprekken. Directeur Mehraz: ‘Mannen van 50-plus kunnen volschieten. Bijvoorbeeld als ze vertellen dat ze nooit een complimentje hebben gekregen van hun vader.’

Uit een peiling van het Platform Betrokken Vaders blijkt dat veel professionals graag meer aandacht willen voor de rol van vaders. Ook rondom de geboorte van de kinderen. Een reactie uit de rapportage van de peiling: ‘Geboorte en opvoeding zijn vaak nog vrouwenzaken. Ik probeer de vaders wel te spreken, maar daar komt het meestal niet van. Vaders willen dat vaak ook niet,’ aldus een GGD-professional. 

Een andere hulpverlener die veel met families met een migratieachtergrond werkt, zegt in de rapportage: ‘Gebrek aan de juiste informatie en onwetendheid creëren vaak angst bij ouders. Ook bij vaders. Er zou meer aandacht moeten zijn voor bijvoorbeeld opvoeden in twee culturen, voor de dialoog tussen vaders en kinderen, er wordt soms heel weinig gepraat in gezinnen.’

Schlimbach: ‘Professionals willen de vaders graag actief betrekken, zij zien de noodzaak wel, maar krijgen daar weinig ruimte voor binnen de organisatie waar ze werken. Daar zit de bottleneck: bij vastgeroeste patronen.’  

Schlimbach heeft als missie om de focus op vaders ook in Kansrijke Start op te nemen. In dit landelijke actieprogramma werken gemeenten en het Rijk samen met medewerkers van wijkteams, welzijnswerk, volwassen-ggz, geboorte- en jeugdgezondheidszorg aan een kansrijke start voor zo veel mogelijk kinderen. ‘Die boot mogen we niet missen. Dit programma is gericht op kwetsbare gezinnen en daar mag die expliciete aandacht voor vaders niet in ontbreken.’ Het Platform Betrokken Vaders is inmiddels aangesloten bij de Groningse coalitie van Kansrijke Start.

Bottleneck

Jeetendra Jitbahadoer heeft bijna alle aanwezigen persoonlijk benaderd. Jeet, zoals hij genoemd wordt, is de drijvende kracht achter de stichting Hart voor de Kbuurt. Hij fungeert al een paar jaar als contactpersoon voor Trias Pedagogica, een adviesbureau dat jaarlijks honderden vaders, veelal met migratieachtergrond, bereikt met dit soort opvoeddebatten. Mensen als Jeet heb je nodig, door hem is de opkomst zo groot, benadrukt Bijnoe. 

Jitbahadoer weet hoe hij lastige onderwerpen bespreekbaar maakt. ‘Ik ben zelf ervaringsdeskundige op allerlei terreinen,’ vertelt hij met een lach. ‘Ik heb als kind huiselijk geweld meegemaakt, ben jong vader geworden en heb vier kinderen.’

Zijn aanpak bij dit soort bijeenkomsten? ‘Ik deel mijn eigen ervaringen, we gaan gewoon in gesprek over opvoeden. Veel vaders zijn dat natuurlijk helemaal niet gewend, maar de gesprekken komen uiteindelijk wel los. We leren hier veel van elkaar.’

Auteur: Jessica Maas  |  Leestijd: 7,5 minuten

‘Vaders worden niet genoeg gezien en gehoord’

Vaders zijn belangrijk voor de opvoeding en kunnen een grote rol spelen in het voorkomen van huiselijk geweld en seksueel misbruik. Toch richt de hulpverlening zich vaak primair op moeders. Een gemiste kans. Volgens verschillende organisaties voor vaders valt er nog een wereld te winnen.

Achtergrond

Trias Pedagogica besteedt in een serie van zeven opvoeddebatten over het thema Huiselijk geluk specifiek aandacht aan de preventie tegen huiselijk geweld. Onderwerpen in deze debatten zijn elementen die huiselijk geluk bevorderen (communicatie, structuur, etc.) en belemmeren (agressie, schulden). In de laatste sessie komt het gesprek met professionals - hulp vragen - aan bod.

Ouders geven soms aan dat het huiselijk geluk wordt beïnvloed door volwassen (18+) kinderen die thuis blijven wonen en financieel niets bijdragen aan het huishouden. Hierdoor ontstaat er niet alleen frictie tussen ouders en kinderen, maar ook tussen ouders onderling. Voor groepen waarbij dit probleem speelt, heeft Trias Pedagogica een aangepast programma van Huiselijk geluk (Huiselijk geluk & Financiën), waarbij extra aandacht wordt besteed aan financiële opvoeding en de invloed van geld. Tijdens de laatste bijeenkomst sluit een lokale organisatie aan om de ouders te informeren over de zaken die veranderen als een kind 18 wordt.

Kijk voor meer informatie op de website van Trias Pedagogica.

Vaders praten over thuis

Mondiger geworden

‘Mensen zijn toch bang dat hun kind wordt afgenomen als ze hulp vragen,’ zegt een vader. Een paar anderen knikken instemmend. ‘Dus schaamte en angst voorkomen dat mensen professionals om hulp vragen?’, vat Mireille Bijnoe, debatleider van Trias Pedagogica samen. Zestien buurtbewoners - vaders, grootvaders en een paar moeders - zijn deze maandagavond naar de torenflat Klieverink in Amsterdam Zuidoost gekomen voor een bijeenkomst met als thema Huiselijk geluk.

Jeetendra Jitbahadoer heeft bijna alle aanwezigen persoonlijk benaderd. Jeet, zoals hij genoemd wordt, is de drijvende kracht achter de stichting Hart voor de Kbuurt. Hij fungeert al een paar jaar als contactpersoon voor Trias Pedagogica, een adviesbureau dat jaarlijks honderden vaders, veelal met migratieachtergrond, bereikt met dit soort opvoeddebatten. Mensen als Jeet heb je nodig, door hem is de opkomst zo groot, benadrukt Bijnoe. 

Jitbahadoer weet hoe hij lastige onderwerpen bespreekbaar maakt. ‘Ik ben zelf ervaringsdeskundige op allerlei terreinen,’ vertelt hij met een lach. ‘Ik heb als kind huiselijk geweld meegemaakt, ben jong vader geworden en heb vier kinderen.’

Zijn aanpak bij dit soort bijeenkomsten? ‘Ik deel mijn eigen ervaringen, we gaan gewoon in gesprek over opvoeden. Veel vaders zijn dat natuurlijk helemaal niet gewend, maar de gesprekken komen uiteindelijk wel los. We leren hier veel van elkaar.’

Hulp leren vragen

Het is vanavond alweer de laatste sessie. De deelnemers kennen elkaar inmiddels en zijn open over wat er speelt. Vorige week nog vertelde een vader hoe hij als kind vroeger klappen kreeg thuis. Hij wil zelf zijn kinderen nooit slaan. Maar vandaag gaat het over hulp vragen. Bijnoe: ‘Waar klop je aan wanneer het niet lekker gaat thuis? Waar ga je heen met vragen over je puberende zoon of dochter?’ Jitbahadoer benadrukt dat ook familie, vrienden of buren uitkomst kunnen bieden wanneer de drempel naar professionele hulpverleners (nog) te hoog is. Een jonge deelnemer die net vader is geworden vraagt lachend of iemand volgende week wil oppassen.

Olievlek

‘We zijn soms te bang om ons met elkaar te bemoeien’

Een grootvader die regelmatig op zijn kleinkinderen past, brengt in: ‘Soms kan de situatie thuis - door bijvoorbeeld het verlies van werk - veranderen. Dan moet er bezuinigd worden en dat kan ook voor spanningen zorgen.’ Dan kun je als familielid of buurman inderdaad vragen of het alles nog goed gaat, zegt  Jitbahadoer: ‘We zijn in deze samenleving soms te bang om ons met elkaar te bemoeien.’

Debatleider Bijnoe denkt dat de gesprekken een olievlek-effect hebben, vertelt ze na afloop. ‘Deze vaders delen hun ervaringen hier, maar daardoor spreken ze misschien ook eerder iemand in hun omgeving aan. Om hulp aan te bieden, maar ook te vragen.’
En dat is de bedoeling, zegt Abdellah Mehraz, pedagoog en directeur van Trias Pedagogica. Hij miste jaren terug al de aandacht voor vaders en er waren volgens hem te weinig mannelijke hulpverleners. Mehraz begon opvoeddebatten voor vaders met een migratieachtergrond te organiseren. De methodiek werd in samenwerking met het Verwey Jonker Instituut beschreven.

Of er anno 2021 veel verbeterd is? Mehraz: ‘Het aantal mannelijke hulpverleners is nog steeds laag. En de rol van de vaders blijft nog vaak onderbelicht. Als er over ouders wordt gesproken, gaat het meestal toch over de moeder.’ Zoals toen hij zelf bij het consultatiebureau volledig werd genegeerd. ‘Ik stelde een vraag over mijn zoontje, maar het antwoord werd aan mijn vrouw gegeven. De verpleegkundige keek me niet eens aan.’

‘Het gaat meestal toch over de moeder’

Vrouwenwereld

Mehraz vreest dat vaders nog altijd een bijrol spelen. Of dat nu bij de kraamzorg, op school of in de jeugdzorg is. Dat heeft deels te maken met ‘de poortwachtersfunctie’ die vrouwen zichzelf toe-eigenen, zegt Mehraz. ‘Zij gaan over de zorg van de kinderen, over de opvoeding. De man moet maar geld verdienen. Vrouwen vertrouwen mannen ook vaak de zorg voor het kind niet echt toe.’ Dat mechanisme is volgens Mehraz sterk en hardnekkig. ‘En professionals, in 93 procent van de gevallen ook vrouwelijk – doen vaak hetzelfde.’

Volgens Mehraz hebben vaders wel een andere benadering nodig. Ze worstelen met andere zaken dan moeders. ‘Dat gaat bijvoorbeeld om respect en over de rol van de vader in een gezin. En dit vraagt om bijvoorbeeld om ander taalgebruik, andere vragen van de professional.’

Bernard Schlimbach, projectcoördinator van het Platform Betrokken Vaderschap in Groningen vraagt in het noorden van het land al jaren aandacht voor de rol van vaders. Hij spreekt met hulpverleners, organisaties, leest kritisch mee met handreikingen, wijkplannen.

‘Ik stimuleer vaders om een actieve rol bij de opvoeding te spelen. Betrokken vaderschap is ook gewoon heel leuk en levert veel op. Voor het hele gezin.’ Vaders zijn volgens hem de laatste jaren veel mondiger geworden, ze willen ook betrokken worden bij de opvoeding, laten vaker van zich horen, zegt Schlimbach. Hij wijst op het groeiend aantal vadergroepen in het hele land. ‘Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat ook professionals vaders actief betrekken. Of het nu gaat om een gezin waar schulden, opvoedingsproblemen of huiselijk geweld spelen.’

Bottleneck

Uit een peiling van het Platform Betrokken Vaders blijkt dat veel professionals graag meer aandacht willen voor de rol van vaders. Ook rondom de geboorte van de kinderen. Een reactie uit de rapportage van de peiling: ‘Geboorte en opvoeding zijn vaak nog vrouwenzaken. Ik probeer de vaders wel te spreken, maar daar komt het meestal niet van. Vaders willen dat vaak ook niet,’ aldus een GGD-professional. 

Een andere hulpverlener die veel met families met een migratieachtergrond werkt, zegt in de rapportage: ‘Gebrek aan de juiste informatie en onwetendheid creëren vaak angst bij ouders. Ook bij vaders. Er zou meer aandacht moeten zijn voor bijvoorbeeld opvoeden in twee culturen, voor de dialoog tussen vaders en kinderen, er wordt soms heel weinig gepraat in gezinnen.’

Schlimbach: ‘Professionals willen de vaders graag actief betrekken, zij zien de noodzaak wel, maar krijgen daar weinig ruimte voor binnen de organisatie waar ze werken. Daar zit de bottleneck: bij vastgeroeste patronen.’  

Schlimbach heeft als missie om de focus op vaders ook in Kansrijke Start op te nemen. In dit landelijke actieprogramma werken gemeenten en het Rijk samen met medewerkers van wijkteams, welzijnswerk, volwassen-ggz, geboorte- en jeugdgezondheidszorg aan een kansrijke start voor zo veel mogelijk kinderen. ‘Die boot mogen we niet missen. Dit programma is gericht op kwetsbare gezinnen en daar mag die expliciete aandacht voor vaders niet in ontbreken.’ Het Platform Betrokken Vaders is inmiddels aangesloten bij de Groningse coalitie van Kansrijke Start.

‘Professionals willen vaders wel betrekken, maar krijgen daar weinig ruimte voor’

Alternatieven voor schreeuwen en slaan

Tijdens de opvoeddebatten Huiselijk geluk van Trias Pedagogica worden allerlei onderwerpen besproken: wat bevordert huiselijk geluk, wat staat huiselijk geluk in de weg? ‘We beginnen meestal met de eigen opvoeding: hoe ging dat vroeger? Wat heb je zelf van je vader geleerd of wat heb je gemist?’ Het zijn vaak emotionele gesprekken. Directeur Mehraz: ‘Mannen van 50-plus kunnen volschieten. Bijvoorbeeld als ze vertellen dat ze nooit een complimentje hebben gekregen van hun vader.’

‘We focussen op de positieve intentie van ouders’

Vervolgens wordt de slag naar het heden gemaakt. Mehraz: ‘Een vraag die vaak veel losmaakt is: “Zeg je weleens tegen je kind dat je van hem of haar houdt?” En we hebben het over: wat voor vader wil je zijn? Daarbij is de aandacht voor de intentie zó belangrijk. Bijna iedere ouder wil namelijk het beste voor zijn kind – dat het in de praktijk soms niet altijd goed uitpakt is iets anders. We focussen op de intentie en gaan vandaaruit met de groep op zoek naar alternatieven: als een vader schreeuwt of slaat, wat kan hij dan in plaats daarvan doen? Positief opvoeden staat bij ons centraal.’ 

In de laatste sessie komt ook de relatie met de partner aan bod. Hoe wordt er onderling over opvoeding gesproken? Hoe gaat die communicatie? Gaat de vader mee naar ouderavonden? Maar ook: wat doet vader wanneer moeder agressief is? ‘Er wordt door veel moeders bijvoorbeeld geknepen, onder tafel. Zeker dochters moeten het vaak ontgelden. Hoe kun je dit als vader bespreekbaar maken. Wat kan anders?’

De boeman

Mehraz wijst erop dat in het geval van huiselijk geweld de pleger vaak als de boeman wordt weggezet. Zonder oog voor de context, zonder oog voor die intentie. Daar kan René Haring over meepraten. Jarenlang mishandelde hij zijn vrouw en kinderen. Hij volgde therapie en is op advies van zijn behandelaar lotgenoten gaan helpen via de zelfhulpgroep Agressie en daarna?  Zijn ervaring met hulpverleners is weinig positief. Hij voelde zich als pleger vaak niet gezien. ‘Kijk, als een vrouw tijdens een gesprek gaat huilen, krijgt ze een glaasje water en een zakdoekje. Slaat een emotionele man met de vuist op tafel of verheft hij zijn stem, dan wordt de  beveiliging geroepen. Er wordt vaak niet naar de persoon gekeken, voorbij de agressie.’

Haring praat niet goed wat hij heeft gedaan. ‘Maar we kunnen huiselijk geweld niet oplossen zonder aandacht voor de plegers. Ik weet zelf dat ik moeite heb met pubers en ik wil echt niet weer de fout in gaan. Toen mijn zoon een jaar of 13 was, heb ik daarom de oudertraining Triple P Pubers gevolgd.’ Daardoor begrijp ik nu beter hoe een puberbrein werkt, dat helpt escalatie voorkomen.

Groot taboe

Aandacht voor vaderschap kan bijdragen aan het terugbrengen van kindermishandeling, zegt Haring. ‘Dan heb je het over preventie, over aandacht voor positief opvoeden, maar ook signalering en nazorg voor plegers. Er is nu veel aandacht voor huiselijk geweld, maar aandacht voor de plegers is nog een groot taboe. Dat moeten we doorbreken.’ 

Natuurlijk heeft veiligheid in huis prioriteit, zegt Haring. ‘Maar als de pleger dan tijdelijk uit huis wordt geplaatst, laat die dan niet tien dagen aanmodderen. Nee, ga als professional of ervaringsdeskundige kijken hoe hij of zij erbij zit. Help met spullen ophalen thuis, praat met de pleger, begrijpt hij of zij wat een thuis-, contact- of straatverbod is?’

Zowel Haring, Schlimbach als Mehraz zien dat op landelijk en gemeentelijk niveau de aandacht voor de rol van vaders groeit. Maar er zijn nog grote regionale verschillen.

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm