De cirkel van geweld doorbroken

Laten we het hier eens over hebben: de meeste kinderen die mishandeld zijn, lukt het later in hun leven wél om veiligheid te bieden aan hun eigen kinderen. Hoe? Sommige factoren lijken de kans flink te vergroten. Onder andere Blijf van mijn Lijf-huizen spelen hier op in met hulp aan de kinderen.

Achtergrond

Auteur: Ditty Eimers  |  Leestijd: 8,5 minuten

De cirkel doorbreken

Maar er zijn al wel aanwijzingen dat sommige factoren de kans op overdracht verkleinen. Dat een mishandeld of verwaarloosd kind kan praten over wat er gebeurd is, lijkt bijvoorbeeld een belangrijke factor te zijn om herhaling te voorkomen, zegt Steketee. ‘Het mooist zou het zijn als kinderen met hun eigen ouders konden praten. Zodat ze begrijpen waarom het gebeurde en het gedrag van hun ouders kunnen plaatsen.’ Dat helpt bij het verwerken.

Lang niet alle ouders zijn daartoe in staat. Maar ook een vertrouwenspersoon, zoals een broer, tante of leerkracht, kan een belangrijke rol spelen in het verwerkingsproces. Of een hulpverlener die bij het gezin betrokken is. Op een andere manier dan nu vaak gebeurt. Steketee: ‘Hulpverleners van Veilig Thuis beschouwen kinderen vaak als informanten, blijkt uit ons recente onderzoek in dertien Veilig Thuis-regio’s. Dingen die kinderen in vertrouwen vertellen, krijgen ze via de achterdeur weer terug: via hun boze ouders. Terwijl het juist zo belangrijk is dat kinderen hun verhaal kunnen vertellen zonder daarop te worden afgerekend.’  

‘Gelet op alle risicofactoren, is het een wonder dat 60 procent van de mishandelde ouders de eigen kinderen niet mishandelt,’ zegt Majone Steketee. Ze is bijzonder hoogleraar intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen aan de Erasmus Universiteit en wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker instituut. ‘Naar kinderen die als volwassene niet in herhaling vervallen, zou veel meer onderzoeksgeld moeten,’ vindt ze. Het liefst zou ze mishandelde kinderen langdurig volgen, ook als ze zelf kinderen hebben. Om erachter te komen hoe de cirkel van geweld doorbroken kan worden. Dat soort onderzoek is duur en staat nog in de kinderschoenen.

‘"Dat doet hij om mij te pesten," zeggen ouders soms over hun 2-jarige kind'

Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 40 procent van de ouders die in een onveilige situatie zijn opgegroeid, hun eigen kinderen ook in onveilige situaties brengen: het patroon van geweld of verwaarlozing herhaalt zich. Lang niet altijd kopiëren zij het gedrag van hun eigen ouders. Er zijn ouders die zelf geslagen zijn en hun eigen kinderen verwaarlozen. Of moeders die als kind verwaarloosd en geslagen zijn, zoals Danielle, die een relatie met een gewelddadige partner krijgen, waardoor de mishandeling zich in hun eigen gezin voortzet. En over-beschermende ouders, zoals Laetitia. Maar uit dat onderzoek blijkt dus ook dat het het merendeel van de ouders wél lukt het om hun kinderen veiligheid te bieden. Wat doen zij anders. Welke factoren spelen daarin een rol?

Oostermeijer kent bijvoorbeeld Laetitia, 25 jaar en moeder van twee meisjes van een half en 6 jaar oud. Ze was vanaf haar 17de in de ene na de andere gewelddadige relatie beland. Net als haar eigen moeder, jaren eerder. De vader van Laetitia’s jongste dochtertje sloeg haar het ziekenhuis in. Ze is als de dood dat hij haar baby wil ontvoeren. Oostermeijer: ‘Laetitia is overbeschermend naar haar kinderen. Haar oudste dochter houdt ze vaak weg van school en van onze kinderactiviteiten. De jongste mag niet naar de crèche: niemand mag in de buurt van haar baby komen. Laetitia’s angst is zo overheersend dat ze geen oog kan hebben voor wat haar kinderen nodig hebben om zich op een gezonde manier te ontwikkelen.’

‘Als er nooit voor jou is gezorgd, is het lastig om voor een ander te zorgen,’ zegt Margreet Visser, als klinisch psycholoog verbonden aan het Kinder- en Jeugdtraumacentrum in Haarlem (KJTC|Kenter Jeugdhulp) en gespecialiseerd in langdurige trauma's bij kindermishandeling. Ze spreekt bijvoorbeeld ouders die razend worden als hun kind van 2 zijn beker drinken omgooit. ‘“Dat doet hij om mij te pesten”,’ zeggen ze. ‘Ze weten niet dat zo’n klein kind dat niet expres doet.’

Eerst iets meer over de overdracht van mishandeling van generatie op generatie. Hoe werkt dat? Al sinds de jaren zestig wordt onderzoek gedaan naar intergenerationele overdracht van geweld, zoals het doorgeven van kindermishandeling in de wetenschap wordt genoemd. Een sluitende verklaring is er nog niet voor gevonden, maar waarschijnlijk speelt een combinatie van factoren een rol. Eén daarvan is dat ouders die als kind zijn mishandeld, nooit hebben geleerd wat goed ouderschap is. Ze hebben thuis niet meegekregen dat je een huilende baby moet troosten en geruststellen. Dat kinderen twee keer per dag hun tanden moeten poetsen. Of dat het belangrijk is om te vragen hoe het op school was.

Onverwerkte trauma’s

Danielle kwam terecht in een Blijf van mijn Lijf-huis, samen met haar twee kinderen. ‘Haar zoontje van 3 smeet met autootjes en sloeg zijn kleine broertje,’ vertelt Celia Oostermeijer. Ze is maatschappelijk werker bij Blijf Groep Alkmaar. Dat het jongetje agressief was, verbaasde haar niet. ‘Hij heeft meerdere malen gezien dat zijn vader zijn moeder op haar gezicht sloeg.’

Danielle is geen uitzondering. Oostermeijer; ‘Wij maken vaker mee dat ouders die zelf mishandeld zijn, hun eigen kinderen ook in onveilige situaties brengen.’

Goed ouderschap

Kleine broertje slaan

Toen Danielle in verwachting was, wist ze één ding zeker: haar kind zou wél een liefdevolle opvoeding krijgen. Zelf was ze ernstig verwaarloosd. Haar vader stierf jong, haar moeder was alcoholist. Als tiener moest Danielle haar moeder uit de kroeg halen en verschonen. “Stomme trut,” schreeuwde ze als ze weer eens een woedeaanval had. “Wie denk je wel dat je bent?”

Danielle liep weg op haar 15de, nadat er weer een nieuwe man in het leven van haar moeder was gekomen. Die sloeg haar als hij vond dat ze zich te veel met haar moeder bemoeide. ‘Als het je niet aanstaat, rot je maar op,’ zei hij. Op haar 20ste ontmoette ze een man die zich als een vader over haar ontfermde. Totdat ze zwanger van hem raakte. Hij werd agressief; seks met geweld wond hem op.

Praten om te verwerken

Mishandelde ouders zijn - meer dan andere ouders - geneigd om het gedrag en karakter van hun kind negatief te interpreteren. Hun eigen emoties, behoeften en kwetsbare kanten dringen onbedoeld naar de voorgrond, waardoor zij ongewenst gedrag van hun kind eerder opvatten als opzettelijk. Daarachter zit vaak diepe angst en onzekerheid. ‘Jij deugt niet’, hebben veel mishandelde kinderen letterlijk te horen gekregen, zegt Visser. ‘Als je ervan overtuigd bent dat je zelf niets waard bent, is het extreem lastig om sensitief op je kind te reageren.’

Ook onverwerkte trauma’s uit de kindertijd kunnen mishandeling in de hand werken. ‘Als volwassene herbeleven deze mensen de schokkende gebeurtenissen uit hun jeugd,’ zegt Visser, ‘met mogelijk vermijding, emotionele afstomping of juist verhoogde prikkelbaarheid en plotselinge woede-uitbarstingen tot gevolg.’

‘Kinderen hebben veiligheid nodig om later een goede ouder te worden’

In het Blijf van mijn Lijf-huis doet de dochter van Laetitia mee aan een Veerkrachtgroep, waar jonge kinderen oefenen hoe ze sterker kunnen worden. Het 3-jarige zoontje van Danielle kreeg individuele therapie. Hij leerde dat boosheid mag, maar op een manier die anderen geen pijn doet. En dat het niet zijn schuld was dat zijn moeder werd geslagen door zijn vader. Danielle kreeg hulp bij de opvoeding. Het was een schok voor haar dat de boosheid van haar zoontje misschien te maken had met het geweld waar hij getuige van was geweest. En met haar eigen onverwerkte verleden. ‘Het heeft weken geduurd voor ze over haar rol als opvoeder wilde praten en durfde te vertellen wat ze zelf als kind had meegemaakt,’ zegt Celia Oostermeijer. ‘Ze schaamde zich vreselijk. “Ben ik net zo’n slechte moeder als mijn eigen moeder?” Pas toen ze merkte dat het contact met haar zoontje verbeterde, brak ze open.’

‘Kinderen moeten hun verhaal kunnen vertellen zonder daarop te worden afgerekend’

Majone Steketee, bijzonder hoogleraar Intergenerationele overdacht van geweld in gezinnen aan de Erasmus Universiteit en wetenschappelijk directeur Verwey-Jonker Instituut

Margreet Visser, klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij KJTC | Kenter Jeugdhulp

Celia Oostermeijer, maatschappelijk werker bij Blijf Groep Alkmaar

‘Het heeft weken geduurd voor ze over haar rol als opvoeder wilde praten’

Steketee pleit dan ook voor betere screening bij kinderen van gezinnen die zijn aangemeld bij Veilig Thuis. ‘Bij driekwart van deze gezinnen spelen ernstige problemen. Hoeveel van die kinderen hebben trauma’s opgelopen? Bij wie is sprake van hechtingsproblematiek? Jeugdtrauma’s en een gedesoriënteerde hechting zijn belangrijke oorzaken van problematisch ouderschap. Hoe vroeger je erbij bent, hoe groter de kans om het patroon van zich herhalend geweld en verwaarlozing te doorbreken.’

Ze betreurt het dat er nog steeds zo weinig aandacht is voor de behandeling van trauma’s en hechtingsproblemen bij mishandelde kinderen. ‘Hulpverleners denken vaak dat ze klaar zijn als het gezin weer op enigszins op orde is, en de ouders ingestemd hebben met veiligheidsafspraken. Vaak blijkt decennia later, als die kinderen zelf ouders zijn, pas welke schade mishandeling en verwaarlozing bij hun kinderen hebben aangericht. Op het eerste gezicht is het heel duur om in screening en behandeling van deze kinderen te investeren. Maar als je berekent wat je op de lange termijn kunt besparen, ben je juist goedkoper uit. Nog los van de toekomstige persoonlijke ellende die je hiermee zou kunnen voorkomen.’

Het besef dat ingrijpende jeugdervaringen, chronische stress en onveiligheid blijvende impact hebben op de ontwikkeling en gezondheid van kinderen dringt steeds breder door. Voor het programma Gezonde Generatie van de Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF) is die wetenschap reden voor het opstarten van diverse activiteiten gericht op het voorkómen van gezondheidsschade door ingrijpende jeugdervaringen. 

De ambitie van het programma luidt: voor 2040 een Gezonde Generatie vrij van ingrijpende jeugdervaringen. Het komend jaar staan projecten gericht op bewustwording en publieksinformatie over de invloed van ingrijpende jeugdervaringen op de rol. Project Breinbijsluiter (werktitel) bijvoorbeeld geeft informatie over de invloed van ingrijpende jeugdervaringen op de ontwikkeling van de hersenen. Tegelijkertijd zal er een voorlichtingsproject lopen voor aanstaande en prille ouders over veilig opgroeien. Ook gaat er een bewustwordingscampagne specifiek voor de jeugd van start. 

Het programma is een samenwerking tussen het SGF en een collectief van vermogens- en kinderfondsen, waaronder Stichting FEMI, Triodos Foundation, Adessium, Kinderpostzegels en Augeo Foundation. 

Mail voor meer informatie naar projectleider Marjon Donkers, donkers@gezondheidsfondsen.nl

Gezonde Generatie: vrij van ingrijpende jeugdervaringen

Laetitia en Danielle zijn niet hun echte namen.

In de opvanglocaties leren kinderen omgaan met wat ze hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld door mee te doen aan het groepsprogramma ‘Tijd voor Toontje’, ontwikkeld voor getraumatiseerde kinderen van moeders die huiselijk geweld hebben meegemaakt. Daarnaast krijgen kinderen individuele begeleiding, waarbij ze worden uitgenodigd om hun verhaal te vertellen. ‘We praten ook met de moeder - en als het even kan met de vader - over opvoeden en effecten van huiselijk geweld op kinderen,’ vertelt maatschappelijk werker Celia Oostermeijer. ‘Alles is erop gericht te voorkomen dat de kinderen hetzelfde moeten meemaken als hun ouders.’

Bij de opvanglocaties van de Blijf Groep wordt al jarenlang aandacht besteed aan screening. Een organisatie voor jeugd- en opvoedhulp onderzoekt alle kinderen: ontwikkelen ze zich goed? Is er mogelijk sprake van een trauma? Zo nodig worden kinderen doorverwezen naar een traumabehandelaar.

Ook het maken van veiligheidsafspraken met kinderen is van belang om uiteindelijk intergenerationele overdracht te voorkomen. Door een permanent gevoel van onveiligheid, kunnen er allerlei problemen ontstaan: hechtingsproblemen, trauma’s, terugtrekken uit contact. Steketee: ‘Hulpverleners van Veilig Thuis gaan vooral aan de slag met ouders. Bij het maken van veiligheidsafspraken vergeten ze de kinderen vaak. Wat kunnen zij doen als het straks weer onveilig wordt? Waar kunnen ze heen, wie kunnen ze bellen?’

Hoe onveiliger kinderen zich voelen, hoe meer aangepast gedrag ze gaan vertonen. Zolang ze zich onveilig voelen, kunnen ze hun vaak onnatuurlijke gedragspatroon niet doorbreken. ‘Die veiligheid hebben ze dus niet alleen nodig om weer gewoon kind te zijn,’ zegt Steketee. ‘Maar ook om later een goede ouder te worden, die sensitief kan reageren op de behoeften van de eigen kinderen. Bijsturen van gedrag gaat makkelijker als je er op tijd bij bent. Gedurende de puberteit is het brein ook nog plastisch en kunnen hun hersenen zich nog aanpassen: daar is dus heel veel te winnen.’

Hersenonderzoek

Ben ik ook zo?

Screening

Veiligheid ervaren

Uit neurobiologisch onderzoek blijkt dat ernstige mishandeling en verwaarlozing kunnen leiden tot een verkeerde afstelling van het stresssysteem. Dat wordt chronisch hyperactief: het gaspedaal schiet te gemakkelijk door naar plankgas. Visser herkent dat van sommige ouders: ‘Er hoeft maar iets heel kleins te gebeuren of ze schieten in de stress.’

Met behulp van fMRI zien breinonderzoekers die verandering ook in de hersenen: de emotiekernen van deze mensen zijn hypergevoelig en hun prefrontale cortex - die betrokken is bij besluitvorming en het onderdrukken van impulsen - functioneert slechter dan die van niet-mishandelde mensen. 

Recent onderzoek maakt bovendien duidelijk dat kindermishandeling de genen blijvend kan veranderen. Er is nog veel onderzoek nodig om dit mechanisme precies te begrijpen. Mogelijk bestaat er een verband met de schrijnende vicieuze cirkel van geweld. Maar er zijn ook aanwijzingen dat zelfs op genetisch niveau herstel nog mogelijk is.

De cirkel van geweld doorbroken

Laten we het hier eens over hebben: de meeste kinderen die mishandeld zijn, lukt het later in hun leven wél om veiligheid te bieden aan hun eigen kinderen. Hoe? Sommige factoren lijken de kans flink te vergroten. Onder andere Blijf van mijn Lijf-huizen spelen hier op in met hulp aan de kinderen.

Auteur: Ditty Eimers  |  Leestijd: 8,5 minuten

Achtergrond

Danielle kwam terecht in een Blijf van mijn Lijf-huis, samen met haar twee kinderen. ‘Haar zoontje van 3 smeet met autootjes en sloeg zijn kleine broertje,’ vertelt Celia Oostermeijer. Ze is maatschappelijk werker bij Blijf Groep Alkmaar. Dat het jongetje agressief was, verbaasde haar niet. ‘Hij heeft meerdere malen gezien dat zijn vader zijn moeder op haar gezicht sloeg.’

Danielle is geen uitzondering. Oostermeijer; ‘Wij maken vaker mee dat ouders die zelf mishandeld zijn, hun eigen kinderen ook in onveilige situaties brengen.’

‘"Dat doet hij om mij te pesten," zeggen ouders soms over hun 2-jarige kind'

Eerst iets meer over de overdracht van mishandeling van generatie op generatie. Hoe werkt dat? Al sinds de jaren zestig wordt onderzoek gedaan naar intergenerationele overdracht van geweld, zoals het doorgeven van kindermishandeling in de wetenschap wordt genoemd. Een sluitende verklaring is er nog niet voor gevonden, maar waarschijnlijk speelt een combinatie van factoren een rol. Eén daarvan is dat ouders die als kind zijn mishandeld, nooit hebben geleerd wat goed ouderschap is. Ze hebben thuis niet meegekregen dat je een huilende baby moet troosten en geruststellen. Dat kinderen twee keer per dag hun tanden moeten poetsen. Of dat het belangrijk is om te vragen hoe het op school was.

Goed ouderschap

Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 40 procent van de ouders die in een onveilige situatie zijn opgegroeid, hun eigen kinderen ook in onveilige situaties brengen: het patroon van geweld of verwaarlozing herhaalt zich. Lang niet altijd kopiëren zij het gedrag van hun eigen ouders. Er zijn ouders die zelf geslagen zijn en hun eigen kinderen verwaarlozen. Of moeders die als kind verwaarloosd en geslagen zijn, zoals Danielle, die een relatie met een gewelddadige partner krijgen, waardoor de mishandeling zich in hun eigen gezin voortzet. En over-beschermende ouders, zoals Laetitia. Maar uit dat onderzoek blijkt dus ook dat het het merendeel van de ouders wél lukt het om hun kinderen veiligheid te bieden. Wat doen zij anders. Welke factoren spelen daarin een rol?

Uit neurobiologisch onderzoek blijkt dat ernstige mishandeling en verwaarlozing kunnen leiden tot een verkeerde afstelling van het stresssysteem. Dat wordt chronisch hyperactief: het gaspedaal schiet te gemakkelijk door naar plankgas. Visser herkent dat van sommige ouders: ‘Er hoeft maar iets heel kleins te gebeuren of ze schieten in de stress.’

Met behulp van fMRI zien breinonderzoekers die verandering ook in de hersenen: de emotiekernen van deze mensen zijn hypergevoelig en hun prefrontale cortex - die betrokken is bij besluitvorming en het onderdrukken van impulsen - functioneert slechter dan die van niet-mishandelde mensen. 

Recent onderzoek maakt bovendien duidelijk dat kindermishandeling de genen blijvend kan veranderen. Er is nog veel onderzoek nodig om dit mechanisme precies te begrijpen. Mogelijk bestaat er een verband met de schrijnende vicieuze cirkel van geweld. Maar er zijn ook aanwijzingen dat zelfs op genetisch niveau herstel nog mogelijk is.

Hersenonderzoek

Oostermeijer kent bijvoorbeeld Laetitia, 25 jaar en moeder van twee meisjes van een half en 6 jaar oud. Ze was vanaf haar 17de in de ene na de andere gewelddadige relatie beland. Net als haar eigen moeder, jaren eerder. De vader van Laetitia’s jongste dochtertje sloeg haar het ziekenhuis in. Ze is als de dood dat hij haar baby wil ontvoeren. Oostermeijer: ‘Laetitia is overbeschermend naar haar kinderen. Haar oudste dochter houdt ze vaak weg van school en van onze kinderactiviteiten. De jongste mag niet naar de crèche: niemand mag in de buurt van haar baby komen. Laetitia’s angst is zo overheersend dat ze geen oog kan hebben voor wat haar kinderen nodig hebben om zich op een gezonde manier te ontwikkelen.’

Kleine broertje slaan

Toen Danielle in verwachting was, wist ze één ding zeker: haar kind zou wél een liefdevolle opvoeding krijgen. Zelf was ze ernstig verwaarloosd. Haar vader stierf jong, haar moeder was alcoholist. Als tiener moest Danielle haar moeder uit de kroeg halen en verschonen. “Stomme trut,” schreeuwde ze als ze weer eens een woedeaanval had. “Wie denk je wel dat je bent?”

Danielle liep weg op haar 15de, nadat er weer een nieuwe man in het leven van haar moeder was gekomen. Die sloeg haar als hij vond dat ze zich te veel met haar moeder bemoeide. ‘Als het je niet aanstaat, rot je maar op,’ zei hij. Op haar 20ste ontmoette ze een man die zich als een vader over haar ontfermde. Totdat ze zwanger van hem raakte. Hij werd agressief; seks met geweld wond hem op.

Majone Steketee, bijzonder hoogleraar Intergenerationele overdacht van geweld in gezinnen aan de Erasmus Universiteit en wetenschappelijk directeur Verwey-Jonker Instituut

Margreet Visser, klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij KJTC | Kenter Jeugdhulp

Celia Oostermeijer, maatschappelijk werker bij Blijf Groep Alkmaar

‘Als er nooit voor jou is gezorgd, is het lastig om voor een ander te zorgen,’ zegt Margreet Visser, als klinisch psycholoog verbonden aan het Kinder- en Jeugdtraumacentrum in Haarlem (KJTC|Kenter Jeugdhulp) en gespecialiseerd in langdurige trauma's bij kindermishandeling. Ze spreekt bijvoorbeeld ouders die razend worden als hun kind van 2 zijn beker drinken omgooit. ‘“Dat doet hij om mij te pesten”,’ zeggen ze. ‘Ze weten niet dat zo’n klein kind dat niet expres doet.’

Het besef dat ingrijpende jeugdervaringen, chronische stress en onveiligheid blijvende impact hebben op de ontwikkeling en gezondheid van kinderen dringt steeds breder door. Voor het programma Gezonde Generatie van de Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF) is die wetenschap reden voor het opstarten van diverse activiteiten gericht op het voorkómen van gezondheidsschade door ingrijpende jeugdervaringen. 

De ambitie van het programma luidt: voor 2040 een Gezonde Generatie vrij van ingrijpende jeugdervaringen. Het komend jaar staan projecten gericht op bewustwording en publieksinformatie over de invloed van ingrijpende jeugdervaringen op de rol. Project Breinbijsluiter (werktitel) bijvoorbeeld geeft informatie over de invloed van ingrijpende jeugdervaringen op de ontwikkeling van de hersenen. Tegelijkertijd zal er een voorlichtingsproject lopen voor aanstaande en prille ouders over veilig opgroeien. Ook gaat er een bewustwordingscampagne specifiek voor de jeugd van start. 

Het programma is een samenwerking tussen het SGF en een collectief van vermogens- en kinderfondsen, waaronder Stichting FEMI, Triodos Foundation, Adessium, Kinderpostzegels en Augeo Foundation. 

Mail voor meer informatie naar projectleider Marjon Donkers, donkers@gezondheidsfondsen.nl

Gezonde Generatie: vrij van ingrijpende jeugdervaringen

‘Kinderen hebben veiligheid nodig om later een goede ouder te worden’

Laetitia en Danielle zijn niet hun echte namen.

‘Het heeft weken geduurd voor ze over haar rol als opvoeder wilde praten’

In het Blijf van mijn Lijf-huis doet de dochter van Laetitia mee aan een Veerkrachtgroep, waar jonge kinderen oefenen hoe ze sterker kunnen worden. Het 3-jarige zoontje van Danielle kreeg individuele therapie. Hij leerde dat boosheid mag, maar op een manier die anderen geen pijn doet. En dat het niet zijn schuld was dat zijn moeder werd geslagen door zijn vader. Danielle kreeg hulp bij de opvoeding. Het was een schok voor haar dat de boosheid van haar zoontje misschien te maken had met het geweld waar hij getuige van was geweest. En met haar eigen onverwerkte verleden. ‘Het heeft weken geduurd voor ze over haar rol als opvoeder wilde praten en durfde te vertellen wat ze zelf als kind had meegemaakt,’ zegt Celia Oostermeijer. ‘Ze schaamde zich vreselijk. “Ben ik net zo’n slechte moeder als mijn eigen moeder?” Pas toen ze merkte dat het contact met haar zoontje verbeterde, brak ze open.’

In de opvanglocaties leren kinderen omgaan met wat ze hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld door mee te doen aan het groepsprogramma ‘Tijd voor Toontje’, ontwikkeld voor getraumatiseerde kinderen van moeders die huiselijk geweld hebben meegemaakt. Daarnaast krijgen kinderen individuele begeleiding, waarbij ze worden uitgenodigd om hun verhaal te vertellen. ‘We praten ook met de moeder - en als het even kan met de vader - over opvoeden en effecten van huiselijk geweld op kinderen,’ vertelt maatschappelijk werker Celia Oostermeijer. ‘Alles is erop gericht te voorkomen dat de kinderen hetzelfde moeten meemaken als hun ouders.’

Bij de opvanglocaties van de Blijf Groep wordt al jarenlang aandacht besteed aan screening. Een organisatie voor jeugd- en opvoedhulp onderzoekt alle kinderen: ontwikkelen ze zich goed? Is er mogelijk sprake van een trauma? Zo nodig worden kinderen doorverwezen naar een traumabehandelaar.

Ben ik ook zo?

Steketee pleit dan ook voor betere screening bij kinderen van gezinnen die zijn aangemeld bij Veilig Thuis. ‘Bij driekwart van deze gezinnen spelen ernstige problemen. Hoeveel van die kinderen hebben trauma’s opgelopen? Bij wie is sprake van hechtingsproblematiek? Jeugdtrauma’s en een gedesoriënteerde hechting zijn belangrijke oorzaken van problematisch ouderschap. Hoe vroeger je erbij bent, hoe groter de kans om het patroon van zich herhalend geweld en verwaarlozing te doorbreken.’

Ze betreurt het dat er nog steeds zo weinig aandacht is voor de behandeling van trauma’s en hechtingsproblemen bij mishandelde kinderen. ‘Hulpverleners denken vaak dat ze klaar zijn als het gezin weer op enigszins op orde is, en de ouders ingestemd hebben met veiligheidsafspraken. Vaak blijkt decennia later, als die kinderen zelf ouders zijn, pas welke schade mishandeling en verwaarlozing bij hun kinderen hebben aangericht. Op het eerste gezicht is het heel duur om in screening en behandeling van deze kinderen te investeren. Maar als je berekent wat je op de lange termijn kunt besparen, ben je juist goedkoper uit. Nog los van de toekomstige persoonlijke ellende die je hiermee zou kunnen voorkomen.’

Screening

Ook het maken van veiligheidsafspraken met kinderen is van belang om uiteindelijk intergenerationele overdracht te voorkomen. Door een permanent gevoel van onveiligheid, kunnen er allerlei problemen ontstaan: hechtingsproblemen, trauma’s, terugtrekken uit contact. Steketee: ‘Hulpverleners van Veilig Thuis gaan vooral aan de slag met ouders. Bij het maken van veiligheidsafspraken vergeten ze de kinderen vaak. Wat kunnen zij doen als het straks weer onveilig wordt? Waar kunnen ze heen, wie kunnen ze bellen?’

Hoe onveiliger kinderen zich voelen, hoe meer aangepast gedrag ze gaan vertonen. Zolang ze zich onveilig voelen, kunnen ze hun vaak onnatuurlijke gedragspatroon niet doorbreken. ‘Die veiligheid hebben ze dus niet alleen nodig om weer gewoon kind te zijn,’ zegt Steketee. ‘Maar ook om later een goede ouder te worden, die sensitief kan reageren op de behoeften van de eigen kinderen. Bijsturen van gedrag gaat makkelijker als je er op tijd bij bent. Gedurende de puberteit is het brein ook nog plastisch en kunnen hun hersenen zich nog aanpassen: daar is dus heel veel te winnen.’

Onverwerkte trauma’s

Veiligheid ervaren

Maar er zijn al wel aanwijzingen dat sommige factoren de kans op overdracht verkleinen. Dat een mishandeld of verwaarloosd kind kan praten over wat er gebeurd is, lijkt bijvoorbeeld een belangrijke factor te zijn om herhaling te voorkomen, zegt Steketee. ‘Het mooist zou het zijn als kinderen met hun eigen ouders konden praten. Zodat ze begrijpen waarom het gebeurde en het gedrag van hun ouders kunnen plaatsen.’ Dat helpt bij het verwerken.

Lang niet alle ouders zijn daartoe in staat. Maar ook een vertrouwenspersoon, zoals een broer, tante of leerkracht, kan een belangrijke rol spelen in het verwerkingsproces. Of een hulpverlener die bij het gezin betrokken is. Op een andere manier dan nu vaak gebeurt. Steketee: ‘Hulpverleners van Veilig Thuis beschouwen kinderen vaak als informanten, blijkt uit ons recente onderzoek in dertien Veilig Thuis-regio’s. Dingen die kinderen in vertrouwen vertellen, krijgen ze via de achterdeur weer terug: via hun boze ouders. Terwijl het juist zo belangrijk is dat kinderen hun verhaal kunnen vertellen zonder daarop te worden afgerekend.’  

Praten om te verwerken

‘Kinderen moeten hun verhaal kunnen vertellen zonder daarop te worden afgerekend’

‘Gelet op alle risicofactoren, is het een wonder dat 60 procent van de mishandelde ouders de eigen kinderen niet mishandelt,’ zegt Majone Steketee. Ze is bijzonder hoogleraar intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen aan de Erasmus Universiteit en wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker instituut. ‘Naar kinderen die als volwassene niet in herhaling vervallen, zou veel meer onderzoeksgeld moeten,’ vindt ze. Het liefst zou ze mishandelde kinderen langdurig volgen, ook als ze zelf kinderen hebben. Om erachter te komen hoe de cirkel van geweld doorbroken kan worden. Dat soort onderzoek is duur en staat nog in de kinderschoenen.

De cirkel doorbreken

Mishandelde ouders zijn - meer dan andere ouders - geneigd om het gedrag en karakter van hun kind negatief te interpreteren. Hun eigen emoties, behoeften en kwetsbare kanten dringen onbedoeld naar de voorgrond, waardoor zij ongewenst gedrag van hun kind eerder opvatten als opzettelijk. Daarachter zit vaak diepe angst en onzekerheid. ‘Jij deugt niet’, hebben veel mishandelde kinderen letterlijk te horen gekregen, zegt Visser. ‘Als je ervan overtuigd bent dat je zelf niets waard bent, is het extreem lastig om sensitief op je kind te reageren.’

Ook onverwerkte trauma’s uit de kindertijd kunnen mishandeling in de hand werken. ‘Als volwassene herbeleven deze mensen de schokkende gebeurtenissen uit hun jeugd,’ zegt Visser, ‘met mogelijk vermijding, emotionele afstomping of juist verhoogde prikkelbaarheid en plotselinge woede-uitbarstingen tot gevolg.’

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm