Wie doet wat als de baby mogelijk in gevaar is?

Veilige Start werd vijf jaar geleden ontwikkeld ter bescherming van baby’s die geboren worden in mogelijk onveilige gezinnen. Hoe kan de methode worden doorontwikkeld en nog effectiever worden? vragen gedragswetenschappers Annick Zijlstra en Maartje Snelders zich af. ‘Dit onderzoek is heel hard nodig.’

Veilige start

Auteur: Ellen de Ruiter  |  Leestijd: 7 minuten

Snelders: ‘Bij alle scenario’s die we uitwerken, vragen we aan de ouders: wat vinden jullie belangrijk voor jullie kind? Zij hebben altijd een keuze in wat ze wel of niet willen, waar hun grens ligt, voor henzelf of voor hun kind en wat de eventuele gevolgen zijn van hun keuzes. Aan de betrokken professionals en het netwerk van de ouders vragen we hetzelfde: wat vinden jullie belangrijk voor het kind?’ 

Ook scenario’s waarin het kind (tijdelijk) niet bij de ouders kan blijven wonen, komen in het veiligheidsplan aan bod. ‘Door alles vooraf op deze manier uit te werken, voorkom je verrassingen. Het is mooi als je die uithuis-scenario’s uiteindelijk niet hoeft te gebruiken, maar als het wel nodig is, weet iedereen meteen wat er moet gebeuren.’ 

Belangrijk is dat Veilige Start op vrijwillige basis is. Snelders: ‘De ouders zeggen zelf: “Wij willen dat ons kind zo veilig mogelijk opgroeit.” Dat is ook ons uitgangspunt, dat ouders het beste voor hun kind willen.’ 

‘Kinderen die dreigen onveilig op te groeien en al jong getraumatiseerd te worden, hebben later meer kans op onder andere schooluitval, een drugsverslaving en psychische problemen. Daarom verdienen deze kinderen het dat hun ouders zo vroeg mogelijk ondersteund worden,’ zegt gedragswetenschapper en promovenda Annick Zijlstra. Ze doet onderzoek naar de behoeften van de doelgroep en naar de effectiviteit van de methode Veilige Start.

‘We weten uit onderzoek,’ vervolgt Zijlstra, dat ouders met een lvb in een derde van de gevallen zonder hulp “goed genoeg ouderschap” laten zien, maar in twee derde van de gevallen niet. Die laatste groep ouders heeft zo veel problemen dat ze hun situatie niet kunnen overzien en verkeerde keuzes maken. Door de vele problemen raakt de draagkracht versus draaglast bij deze ouders snel uit balans, waardoor het niet vreemd is dat het misgaat.’ Goed genoeg ouderschap betekent: geen uithuisplaatsingen, geen bemoeienis van de Raad voor de Kinderbescherming en geen signalen van kindermishandeling en/of verwaarlozing.

Zijlstra: ‘Bij de ouders van deze kinderen zien we regelmatig een opeenstapeling van problemen, vaak in combinatie met een licht verstandelijke beperking (lvb). Op het gebied van zorg en ondersteuning vallen ze tussen wal en schip. Heb je een verstandelijke beperking en een drugsverslaving dan zegt de verslavingszorg dat ze je niet kunnen helpen vanwege je verstandelijke beperking, en de GGZ zegt dat ze je niet kunnen helpen vanwege je verslaving. Tja, wat moet je dan? En dan is er ook nog een kind op komst...’

‘De methode Veilige Start is in 2016 ontwikkeld voor aanstaande ouders met meervoudige problematiek, zoals een verstandelijke beperking in combinatie met financiële problemen, eigen trauma’s, verslavingsproblematiek en huiselijk geweld,’ vertelt Maartje Snelders, gedragswetenschapper en trekker van Veilige Start. ‘De focus ligt op de veiligheid van het kind.’ 

Samen met de ouders, naasten en andere betrokken professionals, zoals verloskundigen, wijkteammedewerkers en Veilig Thuis, werken jeugdzorgwerkers al tijdens de zwangerschap intensief aan een veiligheidsplan, vertelt Snelders. Zo’n veiligheidsplan bestaat uit veiligheidsafspraken, een bevallingsplan en een plan voor de eerste zes maanden na de bevalling. 

‘Ieder houdt vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid zicht op de veiligheid van het kind. Samen wordt gekeken naar de invloed van alle levensdomeinen daarop. Wat gaat al goed en wat zijn de zorgen? En, heel concreet: wie van de betrokkenen doet wat, op welk moment om ervoor te zorgen dat de baby veilig is?’

Alle mogelijke zorgelijke situaties en de consequenties van het veiligheidsplan worden nog voor de bevalling besproken en uitgewerkt. Snelders: ‘Dat gaat van: hoe komt de moeder in het ziekenhuis om te bevallen, wie belt de taxi, wie heeft geld voor de taxi en hoe komt ze weer thuis? Tot: wat moet er gebeuren als papa gestrest raakt en het risico bestaat dat hij naar drugs grijpt? Wat zijn de signalen van die oplopende spanning en wat kan vader doen om de stress te laten afnemen? Wie kan hem daarbij helpen? En nog het meest belangrijk: wie zorgt er op dat moment voor de baby? De veiligheid zit in de details, dus die moet je goed uitwerken.’

Veiligheidsplan

Annick Zijlstra: ‘Een derde van de ouders met lvb laat “goed genoeg ouderschap” zien, twee derde niet’

Van het - ongeveer vijftien pagina’s tellende - plan wordt een “koelkastversie” in woord en beeld gemaakt. ‘Zo kan de ouder in één oogopslag zien wat de afspraken zijn,’ zegt Snelders. ‘Is het kind eenmaal geboren, dan wordt het plan steeds in gezamenlijkheid getoetst. De jeugdzorgwerker bekijkt samen met ouders, betrokken professionals en het netwerk of het plan werkt of het moet worden bijgesteld. Na zes maanden stopt het traject, maar dan ligt er wel een plan voor de toekomst, waar het gezin, samen met het netwerk en betrokken hulpverleners, mee verder kan.’

Annick Zijlstra: ‘Deze ouders hebben een aanpak op alle levensgebieden nodig’

Verrassingen voorkomen

Op de koelkast

Doorontwikkeling

Helden

Veilige Start wordt eerst doorontwikkeld en vervolgens onderzocht. Hoe nodig is dat onderzoek? Zijlstra: ‘Heel hard. Ons hoofddoel is onderzoeken of de methode effectief is. Doen we wat we doen goed genoeg? En: draagt Veilige Start werkelijk en langdurig bij aan de veiligheid van het kind, de opvoedvaardigheden van ouders en het gezinsfunctioneren? Dat weten we op dit moment nog niet. Voor het onderzoek volgen we de gezinnen tot twee jaar na de geboorte.’ 

Snelders: ‘Veilige Start is niet alleen maar gelukt als het kind thuis kan blijven wonen. Het is pas effectief als het kind opgroeit in een veilige omgeving waar het zich gezond verder kan ontwikkelen; voortvloeiende uit keuzes waar alle betrokken partijen - dus de ouders, het netwerk en de professionals - achter staan.’

Ouders en professionals die met de Veilige Start-methodiek gewerkt hebben, helpen bij het onderzoek. ‘Zij kunnen natuurlijk als geen ander vertellen wat nodig is voor een effectieve doorontwikkeling.’ 

Zijlstra vertelt: ‘Om de risicofactoren en beschermende factoren rondom de zwangerschap van vrouwen met lvb en multiproblematiek te kunnen bepalen, heb ik 110 dossiers bekeken. Ik zag de meest schrijnende verhalen voorbijkomen. Van alleenstaande moeders met hun zesde kind op komst - terwijl de eerste vijf uit huis zijn geplaatst. Tot ouders die bij het opstellen van het veiligheidsplan met het idee komen dat de hond op hun kind kan passen. We zien dat er echt nog veel werk te doen is op dit gebied.’

Dat laatste is niet altijd eenvoudig, weet ook Snelders. Daarom doet ze graag een shout out naar de jeugdzorgwerkers van het team Veilige Start. ‘Zij doen het meest ingewikkelde werk. Zij voeren die moeilijke gesprekken met ouders die vaak al zo weinig vertrouwen in de hulpverlening hebben. Ouders met heel heftige verhalen en een rugzak aan verleden, teleurstellingen en faalervaringen. Ga er maar aanstaan. En die ouders zelf zijn ook helden, wat mij betreft. Zij willen het goede doen voor hun kind. Goed ouderschap gaat over keuzes maken die goed zijn voor je kind, zelfs als die niet goed voor jezelf zijn. Als een ouder daartoe in staat is, ben je in mijn ogen een topper.’

Wat hebben lvb-ouders met multiproblematiek nog meer nodig om hun kinderen veilig en gezond te laten opgroeien? ‘Een integrale aanpak, waarbij wordt gekeken naar de problemen en beschermende factoren op alle levensgebieden,’ zegt Annick Zijlstra. ‘Er is al veel zorgaanbod ontwikkeld voor mensen met een licht verstandelijke beperking én er is veel aanbod ontwikkeld voor mensen met multiproblematiek. Maar er is geen enkel traject dat oog heeft voor de lvb en de multiproblematiek en waarbij de focus ligt op de veiligheid van het jonge kind. Terwijl kinderen nou juist het kwetsbaarst zijn van allemaal.’ 

Snelders: ‘Binnen Veilige Start kiezen we voor een heel duidelijke volgorde: wat betekent deze situatie voor het kind? En dan: wat betekent die voor de ouders? Als er bijvoorbeeld traumabehandeling en verslavingszorg nodig zijn tijdens de zwangerschap en dat kan niet tegelijkertijd, dan kijken we eerst naar waar het ongeboren kind het meeste profijt van heeft.’

Maartje Snelders: ‘De veiligheid zit in de details, dus die moet je goed uitwerken’

Het onderzoek naar Veilige Start (2021-2025) bestaat uit drie delen: 

  1. Dossieronderzoek naar de risicofactoren en de beschermende factoren rondom de zwangerschap van vrouwen met lvb en multiproblematiek.
  2. Doorontwikkeling van Veilige Start aan de hand van de bevindingen uit het dossieronderzoek, een literatuurstudie en interviews met professionals en cliënten. De doorontwikkeling gebeurt in co-creatie met cliënten en professionals.
  3. Onderzoek naar de effecten van Veilige Start op de veiligheid van het kind, de opvoeding en het gezinsfunctioneren.

Het onderzoek wordt gesubsidieerd door ZonMw en is een samenwerking tussen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de Universiteit van Amsterdam en de gemeente Eindhoven. Kijk hier voor meer informatie.

3 fasen

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering ontwikkelden de methodiek van Veilige Start in 2016 op verzoek van de gemeente Eindhoven in samenwerking met diverse ketenpartners, zoals de GGD, verloskundigen en zorgverleners. In 2017 zijn de eerste trajecten in Zuidoost-Nederland gestart. Gezinnen kunnen voor Veilige Start worden aangemeld via onder andere het wijkteam, Veilig Thuis en professionals vanuit de geboortezorg. 

Veilige Start

Veilige start

Auteur: Ellen de Ruiter  |  Leestijd: 7 minuten

Wie doet wat als de baby mogelijk in gevaar is?

Veilige Start werd vijf jaar geleden ontwikkeld ter bescherming van baby’s die geboren worden in mogelijk onveilige gezinnen. Hoe kan de methode worden doorontwikkeld en nog effectiever worden? vragen gedragswetenschappers Annick Zijlstra en Maartje Snelders zich af. ‘Dit onderzoek is heel hard nodig.’

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering ontwikkelden de methodiek van Veilige Start in 2016 op verzoek van de gemeente Eindhoven in samenwerking met diverse ketenpartners, zoals de GGD, verloskundigen en zorgverleners. In 2017 zijn de eerste trajecten in Zuidoost-Nederland gestart. Gezinnen kunnen voor Veilige Start worden aangemeld via onder andere het wijkteam, Veilig Thuis en professionals vanuit de geboortezorg. 

Veilige Start

Alle mogelijke zorgelijke situaties en de consequenties van het veiligheidsplan worden nog voor de bevalling besproken en uitgewerkt. Snelders: ‘Dat gaat van: hoe komt de moeder in het ziekenhuis om te bevallen, wie belt de taxi, wie heeft geld voor de taxi en hoe komt ze weer thuis? Tot: wat moet er gebeuren als papa gestrest raakt en het risico bestaat dat hij naar drugs grijpt? Wat zijn de signalen van die oplopende spanning en wat kan vader doen om de stress te laten afnemen? Wie kan hem daarbij helpen? En nog het meest belangrijk: wie zorgt er op dat moment voor de baby? De veiligheid zit in de details, dus die moet je goed uitwerken.’

‘Kinderen die dreigen onveilig op te groeien en al jong getraumatiseerd te worden, hebben later meer kans op onder andere schooluitval, een drugsverslaving en psychische problemen. Daarom verdienen deze kinderen het dat hun ouders zo vroeg mogelijk ondersteund worden,’ zegt gedragswetenschapper en promovenda Annick Zijlstra. Ze doet onderzoek naar de behoeften van de doelgroep en naar de effectiviteit van de methode Veilige Start.

Zijlstra: ‘Bij de ouders van deze kinderen zien we regelmatig een opeenstapeling van problemen, vaak in combinatie met een licht verstandelijke beperking (lvb). Op het gebied van zorg en ondersteuning vallen ze tussen wal en schip. Heb je een verstandelijke beperking en een drugsverslaving dan zegt de verslavingszorg dat ze je niet kunnen helpen vanwege je verstandelijke beperking, en de GGZ zegt dat ze je niet kunnen helpen vanwege je verslaving. Tja, wat moet je dan? En dan is er ook nog een kind op komst...’

Annick Zijlstra: ‘Een derde van de ouders met lvb laat “goed genoeg ouderschap” zien, twee derde niet’

‘We weten uit onderzoek,’ vervolgt Zijlstra, dat ouders met een lvb in een derde van de gevallen zonder hulp “goed genoeg ouderschap” laten zien, maar in twee derde van de gevallen niet. Die laatste groep ouders heeft zo veel problemen dat ze hun situatie niet kunnen overzien en verkeerde keuzes maken. Door de vele problemen raakt de draagkracht versus draaglast bij deze ouders snel uit balans, waardoor het niet vreemd is dat het misgaat.’ Goed genoeg ouderschap betekent: geen uithuisplaatsingen, geen bemoeienis van de Raad voor de Kinderbescherming en geen signalen van kindermishandeling en/of verwaarlozing.

Veiligheidsplan

‘De methode Veilige Start is in 2016 ontwikkeld voor aanstaande ouders met meervoudige problematiek, zoals een verstandelijke beperking in combinatie met financiële problemen, eigen trauma’s, verslavingsproblematiek en huiselijk geweld,’ vertelt Maartje Snelders, gedragswetenschapper en trekker van Veilige Start. ‘De focus ligt op de veiligheid van het kind.’ 

Samen met de ouders, naasten en andere betrokken professionals, zoals verloskundigen, wijkteammedewerkers en Veilig Thuis, werken jeugdzorgwerkers al tijdens de zwangerschap intensief aan een veiligheidsplan, vertelt Snelders. Zo’n veiligheidsplan bestaat uit veiligheidsafspraken, een bevallingsplan en een plan voor de eerste zes maanden na de bevalling. 

‘Ieder houdt vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid zicht op de veiligheid van het kind. Samen wordt gekeken naar de invloed van alle levensdomeinen daarop. Wat gaat al goed en wat zijn de zorgen? En, heel concreet: wie van de betrokkenen doet wat, op welk moment om ervoor te zorgen dat de baby veilig is?’

Maartje Snelders: ‘De veiligheid zit in de details, dus die moet je goed uitwerken’

Het onderzoek naar Veilige Start (2021-2025) bestaat uit drie delen: 

  1. Dossieronderzoek naar de risicofactoren en de beschermende factoren rondom de zwangerschap van vrouwen met lvb en multiproblematiek.
  2. Doorontwikkeling van Veilige Start aan de hand van de bevindingen uit het dossieronderzoek, een literatuurstudie en interviews met professionals en cliënten. De doorontwikkeling gebeurt in co-creatie met cliënten en professionals.
  3. Onderzoek naar de effecten van Veilige Start op de veiligheid van het kind, de opvoeding en het gezinsfunctioneren.

Het onderzoek wordt gesubsidieerd door ZonMw en is een samenwerking tussen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de Universiteit van Amsterdam en de gemeente Eindhoven. Kijk hier voor meer informatie.

3 fasen

Verrassingen voorkomen

Snelders: ‘Bij alle scenario’s die we uitwerken, vragen we aan de ouders: wat vinden jullie belangrijk voor jullie kind? Zij hebben altijd een keuze in wat ze wel of niet willen, waar hun grens ligt, voor henzelf of voor hun kind en wat de eventuele gevolgen zijn van hun keuzes. Aan de betrokken professionals en het netwerk van de ouders vragen we hetzelfde: wat vinden jullie belangrijk voor het kind?’ 

Ook scenario’s waarin het kind (tijdelijk) niet bij de ouders kan blijven wonen, komen in het veiligheidsplan aan bod. ‘Door alles vooraf op deze manier uit te werken, voorkom je verrassingen. Het is mooi als je die uithuis-scenario’s uiteindelijk niet hoeft te gebruiken, maar als het wel nodig is, weet iedereen meteen wat er moet gebeuren.’ 

Belangrijk is dat Veilige Start op vrijwillige basis is. Snelders: ‘De ouders zeggen zelf: “Wij willen dat ons kind zo veilig mogelijk opgroeit.” Dat is ook ons uitgangspunt, dat ouders het beste voor hun kind willen.’ 

Op de koelkast

Van het - ongeveer vijftien pagina’s tellende - plan wordt een “koelkastversie” in woord en beeld gemaakt. ‘Zo kan de ouder in één oogopslag zien wat de afspraken zijn,’ zegt Snelders. ‘Is het kind eenmaal geboren, dan wordt het plan steeds in gezamenlijkheid getoetst. De jeugdzorgwerker bekijkt samen met ouders, betrokken professionals en het netwerk of het plan werkt of het moet worden bijgesteld. Na zes maanden stopt het traject, maar dan ligt er wel een plan voor de toekomst, waar het gezin, samen met het netwerk en betrokken hulpverleners, mee verder kan.’

Annick Zijlstra: ‘Deze ouders hebben een aanpak op alle levensgebieden nodig’

Wat hebben lvb-ouders met multiproblematiek nog meer nodig om hun kinderen veilig en gezond te laten opgroeien? ‘Een integrale aanpak, waarbij wordt gekeken naar de problemen en beschermende factoren op alle levensgebieden,’ zegt Annick Zijlstra. ‘Er is al veel zorgaanbod ontwikkeld voor mensen met een licht verstandelijke beperking én er is veel aanbod ontwikkeld voor mensen met multiproblematiek. Maar er is geen enkel traject dat oog heeft voor de lvb en de multiproblematiek en waarbij de focus ligt op de veiligheid van het jonge kind. Terwijl kinderen nou juist het kwetsbaarst zijn van allemaal.’ 

Snelders: ‘Binnen Veilige Start kiezen we voor een heel duidelijke volgorde: wat betekent deze situatie voor het kind? En dan: wat betekent die voor de ouders? Als er bijvoorbeeld traumabehandeling en verslavingszorg nodig zijn tijdens de zwangerschap en dat kan niet tegelijkertijd, dan kijken we eerst naar waar het ongeboren kind het meeste profijt van heeft.’

Doorontwikkeling

Veilige Start wordt eerst doorontwikkeld en vervolgens onderzocht. Hoe nodig is dat onderzoek? Zijlstra: ‘Heel hard. Ons hoofddoel is onderzoeken of de methode effectief is. Doen we wat we doen goed genoeg? En: draagt Veilige Start werkelijk en langdurig bij aan de veiligheid van het kind, de opvoedvaardigheden van ouders en het gezinsfunctioneren? Dat weten we op dit moment nog niet. Voor het onderzoek volgen we de gezinnen tot twee jaar na de geboorte.’ 

Snelders: ‘Veilige Start is niet alleen maar gelukt als het kind thuis kan blijven wonen. Het is pas effectief als het kind opgroeit in een veilige omgeving waar het zich gezond verder kan ontwikkelen; voortvloeiende uit keuzes waar alle betrokken partijen - dus de ouders, het netwerk en de professionals - achter staan.’

Ouders en professionals die met de Veilige Start-methodiek gewerkt hebben, helpen bij het onderzoek. ‘Zij kunnen natuurlijk als geen ander vertellen wat nodig is voor een effectieve doorontwikkeling.’ 

Zijlstra vertelt: ‘Om de risicofactoren en beschermende factoren rondom de zwangerschap van vrouwen met lvb en multiproblematiek te kunnen bepalen, heb ik 110 dossiers bekeken. Ik zag de meest schrijnende verhalen voorbijkomen. Van alleenstaande moeders met hun zesde kind op komst - terwijl de eerste vijf uit huis zijn geplaatst. Tot ouders die bij het opstellen van het veiligheidsplan met het idee komen dat de hond op hun kind kan passen. We zien dat er echt nog veel werk te doen is op dit gebied.’

Helden

Dat laatste is niet altijd eenvoudig, weet ook Snelders. Daarom doet ze graag een shout out naar de jeugdzorgwerkers van het team Veilige Start. ‘Zij doen het meest ingewikkelde werk. Zij voeren die moeilijke gesprekken met ouders die vaak al zo weinig vertrouwen in de hulpverlening hebben. Ouders met heel heftige verhalen en een rugzak aan verleden, teleurstellingen en faalervaringen. Ga er maar aanstaan. En die ouders zelf zijn ook helden, wat mij betreft. Zij willen het goede doen voor hun kind. Goed ouderschap gaat over keuzes maken die goed zijn voor je kind, zelfs als die niet goed voor jezelf zijn. Als een ouder daartoe in staat is, ben je in mijn ogen een topper.’

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm