Belangrijke vragen aan aanstaande ouders

Vanaf 1 juli 2022 moeten alle gemeenten een prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg aanbieden aan aanstaande moeders in kwetsbare situaties. PreSPARK is een van de methodieken die de JGZ voor deze gesprekken kan inzetten. In o.a. Zutphen en Zeeland hebben ze daar inmiddels positieve ervaringen mee.

Prespark

Auteur: Annette Wiesman  |  Leestijd: 8 minuten

Gevoelige onderwerpen

Een zorgorganisatie begeleidde al langere tijd een vrouw met een licht verstandelijke beperking (lvb) toen zij zwanger werd. Haar vriend, die ook een lvb heeft, kampte met agressieproblemen. Een eerder kind was uit huis geplaatst, het gezin stond onder bewindvoering en er waren gevaarlijke honden in huis. Geen ideale omstandigheden voor een baby.

In overleg met deze ouders kwam Isabelle van de Vrede, jeugdverpleegkundige GGD Zeeland, op prenataal huisbezoek. Zij voerde een gesprek met de aanstaande ouders aan de hand van de zogenaamde preSPARK-methode. Dat houdt in dat ze op een gestructureerde wijze dertien onderwerpen kort aan de orde liet komen. Ze besprak hoe ze de zwangerschap beleefde, keek samen met hen vooruit op het opvoeden en opgroeien en nam de woon- en leefsituatie van het gezin onder de loep. Als dat nodig bleek, kon ze meteen hulp in gang zetten. 

‘De honden waren mijn eerste zorg, en daar waren de ouders het mee eens,’ vertelt Van de Vrede. Er werd een veiligheidsplan opgesteld, waarin onder meer werd afgesproken dat de honden de eerste maanden niet in de buurt van de baby mochten komen. Verder plande de betrokken zorgorganisatie alvast extra uren in voor de weken na de geboorte, en Van de Vrede zelf zou tijdens de eerste maand drie maal per week langsgaan. Voor steun kon de aanstaande moeder terecht bij haar moeder. Inmiddels is het kind negen maanden en gaat het goed met het gezin.

PreSPARK is een van de mogelijke methoden die de JGZ kan inzetten. Waarom zouden ze hiervoor kiezen? ‘Uit eerder onderzoek van TNO naar prenatale huisbezoeken door de JGZ kwamen twee obstakels naar voren,’ vertelt Ingrid Staal, adviseur bij GGD Zeeland. ‘De samenwerking tussen de JGZ en verloskundige zorgverleners verliep moeilijk. En hoewel praktijkprofessionals enthousiast waren over de huisbezoeken, hadden ze behoefte aan structuur voor het verloop ervan.’

In die behoefte kon Staal voorzien, want zij had kort daarvoor een gespreksinstrument ontwikkeld voor de vroegsignalering van opvoedings- en ontwikkelingsproblemen bij kinderen vanaf achttien maanden: de Structured Problem Analysis of Raising Kids (SPARK). Een methodiek die jeugdverpleegkundigen helpt om een gestructureerd en oplossingsgericht gesprek met de ouders te voeren over opvoeden en eventuele behoefte aan hulp. De SPARK werd aangepast op de prenatale huisbezoeken. De PreSPARK, zoals deze versie heet, is gebaseerd op dezelfde methodiek. De onderwerpen die langskomen zijn onder andere zwangerschap, bevalling, opvoeding, sociale steun, gezondheid en gezinszaken.

Vroegsignalering is belangrijk. Eén op de vijf kinderen in Nederland heeft een verhoogd risico op opvoedings- en ontwikkelingsproblemen en de risicofactoren daarvoor zijn meestal al voor de geboorte van het kind aanwezig. Vaak speelt er een combinatie van enkele risicofactoren, zoals stress, relatieproblemen (met name partnergeweld), psychische problemen, slechte jeugdervaringen, financiële problemen, het ontbreken van een sociaal netwerk en een ongezonde leefstijl. Een aantal Nederlandse gemeenten biedt gezinnen in kwetsbare omstandigheden al langer zo’n prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan. Binnenkort gaan alle Nederlandse gemeenten dat doen.

Brede inzet

Heldere gespreksstructuur

Thema’s die langskomen zijn onder andere zwangerschap, bevalling, opvoeding, sociale steun, gezondheid en gezinszaken

Jeugdverpleegkundige Isabelle van de Vrede ervaart dat de preSPARK een meerwaarde heeft voor zowel haarzelf als voor de aanstaande ouders. ‘Hoewel ik een makkelijke prater ben, is het lastig te bepalen hoe ik een gesprek moet beginnen als er nog geen kind is.’ Het belangrijkst aan een prenataal huisbezoek is dat je een gezin leert kennen en hoort wat de behoefte is, vindt zij. ‘Een mooie vraag vind ik bijvoorbeeld: hoe was je leven voor de zwangerschap? Ouders kunnen daarover vertellen wat ze willen, of het nu lang of kort geleden is. En vragen over de toekomst bieden aanknopingspunten om later op terug te grijpen.’

Marlien Schep, jeugdverpleegkundige bij Yunio, team Zutphen, vindt net als Van de Vrede dat de gesprekken dankzij het instrument prettiger verlopen. ‘De kunst is om er geen overhoring van te maken, maar een echt gesprek. Daarbij helpt het dat je eerst alles uitvraagt en pas aan het einde de aandachtspunten bespreekt. Dan volgt de vraag: wat gaan we doen?’

Aanknopingspunten

De preSPARK-methode is met financiering van ZonMw onderzocht door GGD Zeeland en het Julius Centrum van UMC Utrecht, bij drie JGZ-organisaties. Hieruit bleek dat: 

  • verpleegkundigen en aanstaande ouders het een geschikt instrument vinden voor prenataal huisbezoek. 
  • ouders kennismaking, advies ontvangen over verzorging en opvoeding en het bespreken van zorgen en problemen als meerwaarde ervaren. 
  • 82 procent van de aanstaande ouders vindt dat de preSPARK de verwachting die verwijzers wekten, waarmaakt. 
  • 68 procent van de verpleegkundigen zegt dat de preSPARK een betere samenwerking met verwijzers stimuleert.

Uit een eerdere studie bleek dat jeugdverpleegkundigen dankzij preSPARK meer informatie ophalen dan zonder de methode en dat zij makkelijker gevoelige onderwerpen aansnijden.

PreSPARK onderzocht

‘Het is fijn om al vóór de bevalling een vertrouwensband te hebben’

Prenatale hulp aan gezinnen in kwetsbare omstandigheden

Vanaf 1 juli 2022 gaat de wetswijziging ‘Prenataal huisbezoek door de JGZ’ in. Daardoor moeten alle gemeenten een prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg aanbieden aan aanstaande moeders/ouders in kwetsbare situaties. 

Dit vloeit voort uit het landelijke actieprogramma Kansrijke Start, waarin gemeenten, Rijk, wijkteams, welzijnswerk, GGZ, geboortezorg en JGZ samenwerken om de eerste 1000 dagen van een kind zo goed mogelijk te laten verlopen. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) heeft een handreiking voor het prenataal huisbezoek ontwikkeld over de rol van en samenwerking tussen betrokken partners.

Meer informatie

Staal: ‘Als je terugkoppelt naar de doorverwijzer, ziet die wat voor moois het huisbezoek heeft opgeleverd’

‘We vragen altijd: hoe neem je je eigen jeugdervaringen mee?’

Verwijsroutes

Andere thema’s die gevoelig liggen, zijn een ongezonde leefstijl of een nare jeugd, vertelt Schep. ‘We vragen altijd: “Je krijgt nu zelf een kind, hoe neem je je eigen jeugdervaringen mee?” Dat soort vragen wordt best goed ontvangen. Als die niet op de lijst zouden staan, denk je misschien: ik heb nu genoeg gevoelige dingen behandeld, laat maar even zitten.’

Adviseur Staal. ‘In de JGZ wordt weleens gemopperd dat andere professionals aanstaande ouders te weinig of te laat doorverwijzen. Het helpt als jeugdverpleegkundigen deze informatie terugkoppelen, zodat de doorverwijzer ziet wat voor moois het huisbezoek heeft opgeleverd. Daardoor zal hij of zij vaker zwangeren doorverwijzen.’ 

Om ervoor te zorgen dat jeugdverpleegkundigen in alle gemeenten met gestructureerde gesprekken gaan werken, moet er nog wel wat gebeuren. ‘De PreSPARK is wetenschappelijk onderbouwd en specifiek in de prenatale context getest,’ zegt Staal. ‘Maar om het goed te gebruiken in je JGZ-organisatie, is training en onderhoud nodig.’

Van elk huisbezoek wordt een rapportage gemaakt. Na toestemming van de ouders informeert de jeugdverpleegkundige de eventuele aanmelder en andere hulpverleners over de uitkomsten. ‘Met de kraamzorg hebben we in de kraamtijd een warme overdracht,’ vertelt jeugdverpleegkundige Van de Vrede. ‘Als een casemanager jeugdzorg of Veilig Thuis betrokken is, delen we daar de uitkomsten van het gesprek en de acties die eruit voorkomen ook mee.’

Huisartsen, kraamzorg, sociaal-maatschappelijk werkers, gynaecologen, verloskundig zorgverleners en collega’s van de JGZ kunnen een zwangere - of als dat mogelijk is: beide ouders - aanmelden voor een prenataal huisbezoek door de JGZ. Ouders kunnen dit ook zelf doen. 

Een andere verwijsroute loopt via de Psychiatrie, Obstetrie en Pediatrie (POP)-poli’s: de poliklinieken voor zwangeren die gynaecologische, verloskundige, maatschappelijke en psychiatrische ondersteuning nodig hebben. 

Samen met de aanstaande moeders kijken POP-team en JGZ welke hulp nodig is. Zwangeren die bang zijn voor de bevalling krijgen bijvoorbeeld een mensendieck-cursus of een ‘suite consult’ op de kraamafdeling van het ziekenhuis; bij sociale of psychische problemen wordt er regelmatig verwezen naar het sociale wijkteam of de tweedelijns-GGZ.

Door die oplossingsgerichtheid zit er geen lading op het gesprek, vinden de twee. En openheid is cruciaal. Van de Vrede: ‘Ik ben altijd heel eerlijk en vraag ouders dat ook te zijn. Daardoor maak ik nooit mee dat we het niet eens worden over een oplossing.’ 

De PreSPARK biedt ook ingangen voor gevoelige onderwerpen zoals een onbedoelde zwangerschap. ‘Als het daarover gaat, leg ik alvast het idee in de week: denk eens na over je kinderwens en eventueel toekomstige anticonceptie,’ zegt Van de Vrede. ‘Of het nu gaat om een vrouw die zo veel problemen aan haar hoofd heeft dat ze niet aan anticonceptie denkt, een gereformeerd gezin met het zevende kind op komst of een Somalisch gezin waarvoor anticonceptie een gevoelig onderwerp is; aan de hand van de vragenlijst gaat het gesprek hierover heel makkelijk.’

Terugkoppelen

Auteur: Annette Wiesman  |  Leestijd: 8 minuten

Prespark

Belangrijke vragen aan aanstaande ouders

Vanaf 1 juli 2022 moeten alle gemeenten een prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg aanbieden aan aanstaande moeders in kwetsbare situaties. PreSPARK is een van de methodieken die de JGZ voor deze gesprekken kan inzetten. In o.a. Zutphen en Zeeland hebben ze daar inmiddels positieve ervaringen mee.

Jeugdverpleegkundige Isabelle van de Vrede ervaart dat de preSPARK een meerwaarde heeft voor zowel haarzelf als voor de aanstaande ouders. ‘Hoewel ik een makkelijke prater ben, is het lastig te bepalen hoe ik een gesprek moet beginnen als er nog geen kind is.’ Het belangrijkst aan een prenataal huisbezoek is dat je een gezin leert kennen en hoort wat de behoefte is, vindt zij. ‘Een mooie vraag vind ik bijvoorbeeld: hoe was je leven voor de zwangerschap? Ouders kunnen daarover vertellen wat ze willen, of het nu lang of kort geleden is. En vragen over de toekomst bieden aanknopingspunten om later op terug te grijpen.’

Marlien Schep, jeugdverpleegkundige bij Yunio, team Zutphen, vindt net als Van de Vrede dat de gesprekken dankzij het instrument prettiger verlopen. ‘De kunst is om er geen overhoring van te maken, maar een echt gesprek. Daarbij helpt het dat je eerst alles uitvraagt en pas aan het einde de aandachtspunten bespreekt. Dan volgt de vraag: wat gaan we doen?’

Een zorgorganisatie begeleidde al langere tijd een vrouw met een licht verstandelijke beperking (lvb) toen zij zwanger werd. Haar vriend, die ook een lvb heeft, kampte met agressieproblemen. Een eerder kind was uit huis geplaatst, het gezin stond onder bewindvoering en er waren gevaarlijke honden in huis. Geen ideale omstandigheden voor een baby.

In overleg met deze ouders kwam Isabelle van de Vrede, jeugdverpleegkundige GGD Zeeland, op prenataal huisbezoek. Zij voerde een gesprek met de aanstaande ouders aan de hand van de zogenaamde preSPARK-methode. Dat houdt in dat ze op een gestructureerde wijze dertien onderwerpen kort aan de orde liet komen. Ze besprak hoe ze de zwangerschap beleefde, keek samen met hen vooruit op het opvoeden en opgroeien en nam de woon- en leefsituatie van het gezin onder de loep. Als dat nodig bleek, kon ze meteen hulp in gang zetten. 

‘De honden waren mijn eerste zorg, en daar waren de ouders het mee eens,’ vertelt Van de Vrede. Er werd een veiligheidsplan opgesteld, waarin onder meer werd afgesproken dat de honden de eerste maanden niet in de buurt van de baby mochten komen. Verder plande de betrokken zorgorganisatie alvast extra uren in voor de weken na de geboorte, en Van de Vrede zelf zou tijdens de eerste maand drie maal per week langsgaan. Voor steun kon de aanstaande moeder terecht bij haar moeder. Inmiddels is het kind negen maanden en gaat het goed met het gezin.

Thema’s die langskomen zijn onder andere zwangerschap, bevalling, opvoeding, sociale steun, gezondheid en gezinszaken

Prenatale hulp aan gezinnen in kwetsbare omstandigheden

Vanaf 1 juli 2022 gaat de wetswijziging ‘Prenataal huisbezoek door de JGZ’ in. Daardoor moeten alle gemeenten een prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg aanbieden aan aanstaande moeders/ouders in kwetsbare situaties. 

Dit vloeit voort uit het landelijke actieprogramma Kansrijke Start, waarin gemeenten, Rijk, wijkteams, welzijnswerk, GGZ, geboortezorg en JGZ samenwerken om de eerste 1000 dagen van een kind zo goed mogelijk te laten verlopen. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) heeft een handreiking voor het prenataal huisbezoek ontwikkeld over de rol van en samenwerking tussen betrokken partners.

Brede inzet

Vroegsignalering is belangrijk. Eén op de vijf kinderen in Nederland heeft een verhoogd risico op opvoedings- en ontwikkelingsproblemen en de risicofactoren daarvoor zijn meestal al voor de geboorte van het kind aanwezig. Vaak speelt er een combinatie van enkele risicofactoren, zoals stress, relatieproblemen (met name partnergeweld), psychische problemen, slechte jeugdervaringen, financiële problemen, het ontbreken van een sociaal netwerk en een ongezonde leefstijl. Een aantal Nederlandse gemeenten biedt gezinnen in kwetsbare omstandigheden al langer zo’n prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan. Binnenkort gaan alle Nederlandse gemeenten dat doen.

Heldere gespreksstructuur

PreSPARK is een van de mogelijke methoden die de JGZ kan inzetten. Waarom zouden ze hiervoor kiezen? ‘Uit eerder onderzoek van TNO naar prenatale huisbezoeken door de JGZ kwamen twee obstakels naar voren,’ vertelt Ingrid Staal, adviseur bij GGD Zeeland. ‘De samenwerking tussen de JGZ en verloskundige zorgverleners verliep moeilijk. En hoewel praktijkprofessionals enthousiast waren over de huisbezoeken, hadden ze behoefte aan structuur voor het verloop ervan.’

In die behoefte kon Staal voorzien, want zij had kort daarvoor een gespreksinstrument ontwikkeld voor de vroegsignalering van opvoedings- en ontwikkelingsproblemen bij kinderen vanaf achttien maanden: de Structured Problem Analysis of Raising Kids (SPARK). Een methodiek die jeugdverpleegkundigen helpt om een gestructureerd en oplossingsgericht gesprek met de ouders te voeren over opvoeden en eventuele behoefte aan hulp. De SPARK werd aangepast op de prenatale huisbezoeken. De PreSPARK, zoals deze versie heet, is gebaseerd op dezelfde methodiek. De onderwerpen die langskomen zijn onder andere zwangerschap, bevalling, opvoeding, sociale steun, gezondheid en gezinszaken.

Aanknopingspunten

Gevoelige onderwerpen

Meer informatie

Door die oplossingsgerichtheid zit er geen lading op het gesprek, vinden de twee. En openheid is cruciaal. Van de Vrede: ‘Ik ben altijd heel eerlijk en vraag ouders dat ook te zijn. Daardoor maak ik nooit mee dat we het niet eens worden over een oplossing.’ 

De PreSPARK biedt ook ingangen voor gevoelige onderwerpen zoals een onbedoelde zwangerschap. ‘Als het daarover gaat, leg ik alvast het idee in de week: denk eens na over je kinderwens en eventueel toekomstige anticonceptie,’ zegt Van de Vrede. ‘Of het nu gaat om een vrouw die zo veel problemen aan haar hoofd heeft dat ze niet aan anticonceptie denkt, een gereformeerd gezin met het zevende kind op komst of een Somalisch gezin waarvoor anticonceptie een gevoelig onderwerp is; aan de hand van de vragenlijst gaat het gesprek hierover heel makkelijk.’

‘We vragen altijd: hoe neem je je eigen jeugdervaringen mee?’

Andere thema’s die gevoelig liggen, zijn een ongezonde leefstijl of een nare jeugd, vertelt Schep. ‘We vragen altijd: “Je krijgt nu zelf een kind, hoe neem je je eigen jeugdervaringen mee?” Dat soort vragen wordt best goed ontvangen. Als die niet op de lijst zouden staan, denk je misschien: ik heb nu genoeg gevoelige dingen behandeld, laat maar even zitten.’

Verwijsroutes

Huisartsen, kraamzorg, sociaal-maatschappelijk werkers, gynaecologen, verloskundig zorgverleners en collega’s van de JGZ kunnen een zwangere - of als dat mogelijk is: beide ouders - aanmelden voor een prenataal huisbezoek door de JGZ. Ouders kunnen dit ook zelf doen. 

Een andere verwijsroute loopt via de Psychiatrie, Obstetrie en Pediatrie (POP)-poli’s: de poliklinieken voor zwangeren die gynaecologische, verloskundige, maatschappelijke en psychiatrische ondersteuning nodig hebben. 

Samen met de aanstaande moeders kijken POP-team en JGZ welke hulp nodig is. Zwangeren die bang zijn voor de bevalling krijgen bijvoorbeeld een mensendieck-cursus of een ‘suite consult’ op de kraamafdeling van het ziekenhuis; bij sociale of psychische problemen wordt er regelmatig verwezen naar het sociale wijkteam of de tweedelijns-GGZ.

‘Het is fijn om al vóór de bevalling een vertrouwensband te hebben’

Terugkoppelen

Van elk huisbezoek wordt een rapportage gemaakt. Na toestemming van de ouders informeert de jeugdverpleegkundige de eventuele aanmelder en andere hulpverleners over de uitkomsten. ‘Met de kraamzorg hebben we in de kraamtijd een warme overdracht,’ vertelt jeugdverpleegkundige Van de Vrede. ‘Als een casemanager jeugdzorg of Veilig Thuis betrokken is, delen we daar de uitkomsten van het gesprek en de acties die eruit voorkomen ook mee.’

Staal: ‘Als je terugkoppelt naar de doorverwijzer, ziet die wat voor moois het huisbezoek heeft opgeleverd’

Adviseur Staal. ‘In de JGZ wordt weleens gemopperd dat andere professionals aanstaande ouders te weinig of te laat doorverwijzen. Het helpt als jeugdverpleegkundigen deze informatie terugkoppelen, zodat de doorverwijzer ziet wat voor moois het huisbezoek heeft opgeleverd. Daardoor zal hij of zij vaker zwangeren doorverwijzen.’ 

Om ervoor te zorgen dat jeugdverpleegkundigen in alle gemeenten met gestructureerde gesprekken gaan werken, moet er nog wel wat gebeuren. ‘De PreSPARK is wetenschappelijk onderbouwd en specifiek in de prenatale context getest,’ zegt Staal. ‘Maar om het goed te gebruiken in je JGZ-organisatie, is training en onderhoud nodig.’

De preSPARK-methode is met financiering van ZonMw onderzocht door GGD Zeeland en het Julius Centrum van UMC Utrecht, bij drie JGZ-organisaties. Hieruit bleek dat: 

  • verpleegkundigen en aanstaande ouders het een geschikt instrument vinden voor prenataal huisbezoek. 
  • ouders kennismaking, advies ontvangen over verzorging en opvoeding en het bespreken van zorgen en problemen als meerwaarde ervaren. 
  • 82 procent van de aanstaande ouders vindt dat de preSPARK de verwachting die verwijzers wekten, waarmaakt. 
  • 68 procent van de verpleegkundigen zegt dat de preSPARK een betere samenwerking met verwijzers stimuleert.

Uit een eerdere studie bleek dat jeugdverpleegkundigen dankzij preSPARK meer informatie ophalen dan zonder de methode en dat zij makkelijker gevoelige onderwerpen aansnijden.

PreSPARK onderzocht

Magazine over veilig opgroeien

Professionals en beleidsmakers bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen, onderzoeken, dilemma’s en besluiten rond de veiligheid van kinderen. Dat doet Augeo al 10 jaar met onder andere e-learnings, bijeenkomsten en Augeo magazine. Ons magazine verschijnt 5x per jaar. Meld je aan om gratis abonnee te worden.
Volledig scherm